World Master Atletics Championships 2024 – Halve marathon – 1:18:28 (6e M50, 65e overall)

Amper twee weken na de Parijse Marathon Pour Tous stond er weeral een andere wedstrijd op het programma. Deze keer ging het over de helft van de afstand, een mooie gelegenheid om nog eens tegen de wereldtop in mijn leeftijdscategorie te lopen. Plaats van het gebeuren was het Zweedse Göteborg. Met relatief weinig loop kilometers in de benen en een op zijn zachtst gezegd alternatieve voorbereiding, waren er toch wel wat vraagtekens in het hoofd omtrent de conditie. Maar aan de andere kant was er ook de wil om er vol voor te gaan en te kijken waar het schip zou stranden. Op papier was ik niet kansloos voor een medaille, maar dan moest de conditie wel top zijn.

Bij het nalezen van het uitgebreide handboek voor het kampioenschap kwam ik te weten dat er naast de individuele wedstrijd ook een team klassement was per leeftijdscategorie. Een team moest uit 3 lopers bestaan, maar lopers uit een “tragere” leeftijdscategorie mochten meedoen om een team te vervolledigen. Omdat we met Pierre Denays en Mathieu Van Overeem al twee top M35 lopers hadden en er verder in geen enkele categorie 3 lopers waren, vroeg ik aan de team leaders Patrick Baeke en Sam Michels om me mee in te schrijven in de M35 categorie voor het Belgische team.

Het parcours bevond zich in het Slottskogen park, het Kasteelbos park zeg maar net naast het gelijknamige stadion. Het park – daterend uit 1874 – is prima verzorgd en is één van de groene longen van de stad Göteborg. De dag ervoor had ik het 5km lange traject in de regen al eens gaan verkennen. Het was dezelfde glooiend lus met twee lastigere beklimmingen naar Café Azalea die de 10km lopers de week voordien tweemaal hadden bedwongen. Ik had dus eerste handsinformatie van Stefan Rens en Steven Heemskerk. Omdat ze beiden bij de 10km race een slechte start namen en dan een inhaalrace moesten lopen, had ik me wel voorgenomen om op een goede plek te starten en meteen bij de les te zijn.

Na een rustige nacht zorgde ik dat ik ruim op tijd aanwezig was aan de start. Het natte weer van de voorbije twee dagen was gelukkig verdwenen zoals voorspeld en ook de zon liet zich maar zelden zien van achter de wolken, kortom ideale omstandigheden bij 17C om een halve marathon te lopen. Voor ronde twee en drie had ik bij de Belgische vlag een flesje gebluste cola op de tafel met persoonlijke dranken neergezet. Deze zouden nog een beetje koolhydraten moeten leveren tijdens de wedstrijd. Om een WK te zijn, ging het er allemaal redelijk gemoedelijk aan toe, misschien komt dit ook met het ouder worden. Hoewel de Zweden niet toevallig in de meerderheid waren, waren er naast veel Europese lopers ook veel Angelsaksische deelnemers uit USA en Australië. In totaal gingen 700 mannen en 300 vrouwen van start in het WK halve marathon. Bij het overlopen van de startlijst wist ik dat de betere lopers in onze leeftijdscategorie uit noord en zuid Europa kwamen. Het startvak was niet te breed en hoewel er richttijden aangegeven stonden, zag ik toch M65’ers op de eerste rijen staan. Ikzelf stond centraal op de 7de rij, naast mij een Fransman Karim Belkhadem en net voor mij de Deen Laust Bengsten, waarvan ik me herinnerde dat hij een SB gelijkaardig dan mezelf had. Ik nam me voor om mijn eerste kilometers op hem af te stemmen. Zoals steeds is het even drummen bij het startschot, maar het pak kwam snel los en ik nestelde me in het spoor van de Deen die er meteen serieus de pas in zette. De eerste kilometer ging in 3m17, snel maar niet onmogelijk snel. Bij de eerste klim voelde ik wel dat het snel ging want ik geraakte buiten adem, dan volgde een korte afdaling maar veel rust was er nooit op dit parcours. Het was nu aanklampen, maar net voor de tweede beklimming naar het cafeetje zag ik hem meter na meter wegsluipen. Boven stond Stefan die me toeriep dat ik in tweede positie liep. Alleen had ik toch wat op mijn adem getrapt en was het nu de vraag of ik in een goed tempo zou komen.

Het antwoord kwam er snel en was negatief. Ik werd aan alle kanten gepasseerd en het was wachten tot de volgende M50’ers me zouden passeren. Dat duurde eigenlijk nog lang naar mijn aanvoelen maar op het einde van de tweede ronde was het zover en meteen met een vijftal kort na elkaar. Stefan bleef me aanmoedigen en aansporen om terug in mijn tempo te komen. Kort daarna vond ik eindelijk mijn tweede adem en kon ik het tempo stabiliseren. Er volgde een derde ronde waarbij ik weer lopers begon in te lopen en niet enkel gedubbelden. Ondertussen waren immers ook de vrouwen van start gegaan en over het ganse parcours waren nu lopers en loopsters verspreid. Het was dus steeds kijken of er iemand met een nummer startend met 50 tussen liep die dan nog niet gedubbeld was. Doordat er ook nog lopers langs de kant stonden kwam ik toch weer in vijfde positie, maar de Fransman van bij de start kwam me bij het drinken in de laatste ronde voorbij en ik had geen antwoord meer klaar. Op de streep was ik 6de M50 en 65ste overall, een prestatie waar ik toch ontgoocheld over was. Even later kwam ook landgenoot Didier Braet (8e M50 – 1:19:22) over de meet. Laust Bengsten hield zijn voorsprong tot op de streep en werd wereldkampioen.

Bij de M35’ers had Pierre Denays zilver veroverd en Mathieu Van Overeem was als 7de binnengelopen, meer dan 10 minuten voor mij. De Belgen waren op de afspraak. Na de finish voelde ik mijn linker hamstring terug verkrampten, ik had wel alles gegeven wat er vandaag inzat. Ontgoocheld als ik was, wou ik alleen een douche en op mijn bed gaan liggen.

Pas later op mijn bed vernam ik via Whatsapp dat we met het M35 Belgische team zilver hadden gehaald. Alhoewel mijn bijdrage de minste was geweest had ik toch wel spijt dat ik niet voor de podiumceremonies was gebleven. De medaille kwam uiteindelijk wel terecht en kon als troostprijs toch de pijn een beetje verzachten.

Belgisch/Vlaams kampioenschap HM Wevelgem – 2de plaats (M45)

De tweejaarlijkse halve Alpro Leiemarathon in Wevelgem die tevens als Belgisch en Vlaams kampioenschap fungeerde op deze afstand, was de ultieme voorbereidingswedstrijd naar de marathon van Chicago. Hoewel de voorbereiding door blessure eerder laat was gestart, konden in de laatste 6 aanloopweken toch gemiddeld 120km/week worden gelopen. Over het echte vormpeil tastte ik volledig in het duister. Wat echter zeker was, was dat de verhoopte tijden op training alsnog uitbleven. Toch was er ook de ervaring die leerde dat dit volume genoeg is om terug op niveau te presteren. De voorspelde temperaturen waren rond 22°C en dus ook niet al te bemoedigend want aan de hoge kant. Ondanks de niet optimale condities, sprak ik bij mijn coach mijn ambitie uit om 1u15 te lopen.

Na een behoorlijk lange autorit, een vlotte inschrijving en een goede opwarming was het tijd om mij naar de startlijn te begeven. Aangezien ik deze keer toch met enige ambitie startte – ik had er de uitslag van 2017 op nageslaan en de geambieerde tijd kwam in de buurt van het podium – zorgde ik ervoor dat ik iets meer vooraan stond. Op de vijfde rij vond ik een plaatsje bij André D’haeyer, de M75 DCLA’er die zoals hij het zelf uitdrukt een onweerstaanbare drang voelt die sterker is dan hemzelf om bij elk kampioenschap aanwezig te zijn. Zijn ambitie was om onder de 2 uur te finishen. Hij zou daarbij bijgestaan worden door Dirk Galle. Tot dan toe verliep de organisatie vlekkeloos en op het juiste uur weerklonk het startschot.

Hoewel ik naar mijn eigen aanvoelen kalm aan begon, schoof ik toch stelselmatig op naar voor. Door toch nog te veel naar achter te starten was de kloof met de eersten echter al snel enkele honderden meters. Na twee kilometer sloot ik aan bij het derde groepje, waar ook Chris Wouters in zat. Op dat ogenblik twijfelde ik of ik nog naar het tweede groepje zou lopen wat een 150 meter ervoor liep, maar ik vreesde teveel krachten te verspillen in het begin van de wedstrijd, dus hield ik mij vooraan zoveel mogelijk uit de wind. Na een eerste plaatselijk rondje van 5km, ging het nu langs de Leie richting Kortijk. Het groepje verbrokkelde verder, maar ik hield mij bij mijn concurrent in mijn leeftijdsklasse. Toen we Kortijk naderde bleven we nog met 4 lopers over: naast Chris en mezelf (M45) ook Bjorn Voet en Jimmy Bultinck (M40). Bjorn hield het tempo hoog en door de zon die af en toe door het wolkendek kwam werd het ineens warm. Ik begon dorst te krijgen en kende een moeilijk moment, niet in het minst omdat we nog maar 9km ver waren en ik moeilijk kon bevatten om dit tempo nog tot het einde te kunnen volhouden. Blijkbaar was ik niet de enige die met moeilijkheden kampte want even verder kwamen we Kevin Verluyten, onze DCLA hoop op een goed resultaat tegen die langs de weg stond na afgehaakt te zijn bij het vorige groepje. Zware benen en niet in de wedstrijd zou ik achteraf leren. Toch zou hij de wedstrijd nog uitlopen als haas voor onze clubgenoot Marijke Willekens. Ook Jimmy in ons groepje zette zich plots aan de kant, waardoor het tempo van Bjorn naar beneden mocht… een welkome verademing. In Kortrijk aangekomen ging het de brug over om langs de andere kant van de Leie de weg naar Wevelgem terug aan te vatten. Deze terugweg was wind tegen en dat liet zich gevoelen in een verdere daling van het tempo. Waar ik in het eerste deel mij een beetje afzijdig had gehouden, kon ik nu ook een deel van het kopwerk doen. Al snel liet Bjorn ons gaan en er bleef dus een strijd van man tegen man. Regelmatig probeerden we eens te versnellen, maar meer dan enkele meters voorsprong kreeg geen van ons beiden. Plots werden we hoogst ongewoon voorbijgelopen door een aantal beduidend snellere lopers. Ze waren onderdeel van de vijf onfortuinlijke lopers die vooraan liepen en in Kortrijk door een signaalgever verkeerd waren gestuurd. Echt onbegrijpelijk voor een kampioenschap.

Door de aanhoudende strijd konden we niet versagen en liepen we ook stelselmatig nog een aantal lopers in. Ondertussen werd het ook duidelijk dat het op een sprint zou aankomen wat naar ik vermoede in het voordeel van Chris zou zijn, aangezien hij sneller is op kortere afstanden. Maar een sprint moet natuurlijk nog gelopen worden na 21km. Met een 800 meter te gaan versnelde Chris en hoewel ik ook versnelde, verzuurde de benen toch plotsklaps. Ik moest vaart minderen en zag hem verder wegschuiven op weg naar een Belgische en Vlaamse titel. Meer dan een tweede plaats zat er vandaag niet in. In het algemene klassement legde ik beslag op een veertiende plaats met een tijd van 1u14m08s.

Daarna begon het lange wachten op de prijsuitreiking aangezien er heel wat discussie was omtrent het podium voor de seniors. Van deze tijd maakte ik gebruik om nog een tiental km uit te lopen, maar zelfs bij het terugkomen kwam er ondanks ongeduldig aandringen van enkele van de atleten weinig schot in de zaak. Het uiteindelijke voorlopige oordeel was dat de uitslag gehandhaafd zou worden zoals de lopers over de meet waren gekomen.

In onze categorie was het echter duidelijk wie aan het langste eind getrokken had. Toch zouden we pas 4 uur na aankomst op het podium mogen plaatsvatten. Bij zo een wedstrijd is er achteraf altijd opnieuw een aantal what-if scenarios die in je hoofd afspelen: wat als ik vooraan was gestart, wat als ik toch naar het tweede groepje was gelopen, wat als ik het voor de sprint nog eens geprobeerd had… feit is dat ik het allemaal niet gedaan hebt. Gedane zaken nemen geen keer. Al bij al keerde ik tevreden en met enig optimisme terug uit Wevelgem… echter veel later dan voorzien.

Er waren ook nog zilveren medailles voor DCLA’ers Marijke Willekens (W55) in een knappe 1u30m15s en André D’haeyer (M75), die ondanks een zwak momentje wat hem de beoogde twee uur eindtijd koste toch verdiend op het podium mocht met een tijd van 2u09m09s.