European Master Athletics Championships 2025 – Marathon – 2:32:13 (1e M50, 3e overall)

In Jyväskylä – de sporthoofdstad van Finland – aan één van de 1000 Finse meren in centraal Finland, ging het Europees marathon kampioenschap voor de masters door, mijn eerste grote doel van dit jaar. Het sympathieke stadje zelf telt 150000 inwoners, maar het centrum beperkt zich tot een aantal winkelwandelstraten en ook de toeristische trekpleisters zijn eerder bescheiden te noemen.

Na de Europese running kampioenschappen in april van dit jaar had ik Dennis Laerte als coach en Joris Keppens als voedingsdeskundige onder de arm genomen. Met name het voedingsgedeelte tijdens de trainingsfaze evenals tijdens de wedstrijd dienden grondig op punt te worden gesteld.

De nieuwe trainingsaanpak, met de snelle kilometers rond de eerste lactaatdrempel, dus trager dan voorheen en de trage kilometers sneller dan voorheen was het eerst even wennen. Terwijl mijn trainingsmakkers van Michel’s Team tot vervelens toe trainingen aan 4:10m/km moesten malen, kwam de conditie door de consistente kilometers in de laatste 4 maanden toch terug op een beter niveau. Op het BK 10km op de weg begin augustus een traditionele graadmeter voor de conditie, kwam ik zeer dicht in de buurt van mijn besttijd van 2020, een teken dat het de juiste kant op ging.

Al bij al kon ik dus toch met een tamelijk gerust gemoed richting Finland afzakken. Het kampioenschap ging door als onderdeel van de jaarlijkse Finlandia marathon, een jaarlijkse tweedaagse loophappening. Op vrijdag werden reeds 8000 scholieren op (een deel van) het parcours losgelaten om een mini marathon van 4km te lopen in drie verschillende leeftijdscategorieën. Een prachtig initiatief en promotie voor de loopsport. Er werd met veel overgave gelopen en het was leuk om eens toeschouwer te zijn.

Het marathon parcours, 4 lussen van 10.5km rond het Jyväsjärvi meer dat een onderdeel is van het op een na grootste meer van Finland, het Päijännemeer kondigde zich op papier aan als vlak . De verkenning leerde echter dat aan de zuidkant van het meer het parcours glooiend was tussen de bomen, met twee kortere kuitenbijters, terwijl de noordkant vlak was maar wel open langs het meer in zon en wind. Aanvankelijk voorspelde het Finse KMI een temperatuur aan van 22°C met af en toe zon, maar dat werd gelukkig nog de avond voor de start bijgesteld tot bewolkt en 19°C.

Al bij de rit naar het hotel besef je toch dat je hier in een andere geopolitieke gesteldheid bent beland. Op de vraag waarom de autostrade hier zo extreem breed was met een extra vak in het midden, suggereerde ik eerst nog iets van een bus lane, maar ik kreeg als antwoord dat dit een extra landingsbaan was voor als er oorlog kwam. Hier zijn ze er dus wel degelijk op voorbereid en beducht.

Deze keer had ik een gedetailleerd voedingsplan voor de carbo loading uitgewerkt met Joris en ook voor de fueling tijdens de race was er een duidelijk plan. Voor de eerste keer zou ik alle extra carbs vloeibaar innemen, mede mogelijk gemaakt doordat we onze drank op drie posten konden laten klaarzetten. In totaal had ik 9 flesjes voorzien gespreid over de drie posten. In drie daarvan zat gewoon een halve liter water ter verfrissing die ik zou kunnen meenemen. Als je grotere organisaties gewoon bent, viel de kleinschaligheid van het evenement op. Een uur voor de wedstrijd was er nauwelijks enige beweging aan de start te merken. De call room was in het Paviljonski waar schoenen en nationaal singlet werden gekeurd. Daarna volgde een korte opwarming.

Mijn huiswerk had mij geleerd dat de belangrijkste concurrenten uit Spanje kwamen: Jordi Carrasco Nunez (ESP, M50) en Jose Verdugo Carrero (ESP, M50) waren beiden in staat om rond de 2u30m te lopen. Ik zag hen meteen aan de start geflankeerd door nog een aantal andere Spanjaarden. Het was dus zaak om deze armada niet te laten gaan. Om 11u stipt werd de wedstrijd op gang geschoten. In de eerste kilometer liep er een groepje van vier jongere masters weg. Ik sloot aan bij het volgende groepje van vier: naast de genoemde Spanjaarden ook nog Pierre Lavernhe (FRA, M35). De eerste kilometers gingen zeer vlot en ik was vooral tevreden dat ik aan het juiste tempo was kunnen vertrekken, zonder ook maar even in overdrive te moeten gaan. De fransman had er duidelijk zin in en na de eerste passage op de brug verdapperde hij even, één van de Spanjaarden ging in de reactie en ik sloot me bij hem aan. Even later hoorde ik de tweede Spanjaard iets roepen waardoor de eerste ineens niet meer doorging. Ik had niet zo veel zin in spelletjes en besloot het gat van een 15 meter naar Pierre toe te lopen. Even later waren we nog met twee en was de trein vertrokken.

Source: Livestream Finlandia marathon

Pierre deed het kopwerk en ik liet me voorlopig in zijn spoor meedrijven langs het glooiende pad op weg naar de tweede brug van de lus. Boven had ik afspraak met mijn eerste drankje, alleen was het vertwijfeld zoeken tussen de honderdvijftig flesjes. Na de initiële lichte paniek hield ik er gelukkig mijn verstand bij en stopte, zocht verder tot ik uiteindelijk mijn drie flesjes in het oog kreeg. Helaas was de Franse vogel ondertussen gevlogen en liep ik nu alleen met een achterstand van 30m.

Even was er vertwijfeling over wat ik zou doen, maar ik besloot om gewoon tempo te blijven lopen en te kijken of ik langzaam kon terugkomen. Ik zou daarna nog 15km nodig hebben om het gat langzaam te dichten. De volgende verfrissing ging gelukkig beter. Aan de aanmoedigingen achter mij hoorde ik dat mijn concurrenten weer aan het naderen waren. Tijd om weer iets sneller aan te zetten tussen de bomen waar de wind minder speelt en ze minder voordeel samen hadden. De aanmoedigen achter mij verstommen terug maar ik ben niet zeker dat dit niet door het beperkte publiek is op dit stuk van het parcours. Bij de tweede brug kan ik ze echter in de diepte zien komen en is het gat weer wat groter. Halverwege heb ik ongeveer 30 seconden voorsprong. Eindelijk halverwege de derde ronde kom ik terug bij Pierre, die het moeilijk had om genoeg drinken binnen te krijgen. Ik blijf in zijn spoor het tweede deel van de derde ronde. Telkens als ik wil overnemen versnelt hij, dus ik besluit dan maar rustig mee te drijven.

Nog één ronde van 10.5km, de marathon begint. De vermoeidheid is zeker aanwezig en vanaf km 26 voel ik al dat de krampen lurken. Het is nu zaak om zeker niet teveel druk op de benen te zetten. De Spanjaarden volgen dan al op 1m30 maar dat weet ik niet, dus ik besluit mij aan mijn plan te houden om in het glooiende deel van het parcours een beperkte forcing te voeren. Wat ik al even voelde – dat ik de betere van ons twee was op dit moment – wordt snel duidelijk en meter voor meter kruip ik weg. Nog twee pittige hellingen, nog 7km. De benen worden echt zwaar, het tempo glijdt af naar 3:40-3:50/km. Te traag maar sneller gaat niet meer. Nu is het zo goed en zo kwaad het tempo houden, iedereen ziet af. Dan op de voorlaatste helling zet ik iets te enthousiast aan, de kramp slaat mijn linkerbeen toe. Even moet ik stoppen, maar gelukkig kan ik na 15 seconden weer op weg. Niemand is me voorbij gegaan. Ik weet dat hoewel mijn hersens nog zouden willen pushen, ik nu gelimiteerd ben en vooral de krampen onder controle moet houden. Als er nog iemand terugkomt, zal aanpikken niet meer gaan. De laatste helling naar de brug gaat met muizenstapjes omhoog. Toch ga ik nog voorbij een M35 Spanjaard die al stappend naar boven gaat. Dat geeft de loper moed, nog 5 vlakke kilometers nu. Nog niemand achter mij te zien, voor mij duikt alweer een andere M40 Spanjaard op die ik gecontroleerd inhaal en achterlaat. Eindelijk km41, we komen terug het stadje binnen, ik kijk de lange weg achter mij om en zie enkel gedubbelden, dit mag niet meer fout gaan. Minder dan 5 minuten en ik ben er. De laatste 200m gaat het tempo eruit en ben ik al aan het genieten, het grote doel is bereikt, ik ben Europees kampioen M50. Ik druk mijn uurwerk af op 2u32.

Man in sportoutfit met nummer 053, juichend na de finish van een marathon, met een drukke toeschouwersachtergrond in Jyväskylä, Finland.

Eerst een beetje ontgoocheling dat ik niet onder 2u30 zit, maar daarna verbazing als ze me zeggen dat ik derde master ben. De kloof met Jordi Carrasco Nunez (+4min) en Jose Verdugo Carrero (+5m30) bevestigt dat ik toch nog een relatief sterke laatste ronde gelopen heb. De temperatuur was toch nog hoger dan gedacht, want s avonds merk ik dat ik een beetje kleur heb opgepikt. Gelukkig kon ik tijdens de wedstrijd drie keer onder een douche van een halve liter water staan om terug af te koelen. Dat deed echt wel deugd.

Een klein half uur na mij werd Marc Sempels in M65 de tweede Belg met goud in 3u00m36s door een tijdige inhaalrace in te zetten en in de laatste meters zijn Duitse concurrent het nakijken te geven. Een uurtje later weerklonk de Brabançonne dus tweemaal op het podium, waar er nog een verbroedering volgde met de Fransen en de Spanjaarden. Na al de koolhydraatstapeling van de voorbije dagen was het ’s avonds tijd om voldaan te genieten van een biefstuk/friet met een Prosecco. Na wat rust is de volgende afspraak weeral over 8 weken in New York, op jacht naar een tweede wereldtitel.

PK XC Gooik – 1e M50

Naar jaarlijkse gewoonte worden begin Januari de Vlaams Brabantse Provinciale kampioenschappen Cross country georganiseerd afwisselend in Vilvoorde en Gooik. Dit jaar was het de beurt aan Gooik of moet ik Pajottegem zeggen sinds 1 Januari? Om tegemoet te komen aan de kritiek van een te zwaar parcours door de modder werd reeds verleden jaar uitgeweken van de voetbalvelden van SK Gooik naar een wei aan de oude atletiekpiste een kilometer verderop. Toen waren de weersomstandigheden droger en leek het alvast een veelbelovende verbetering, maar de lakmoesproef zou nu pas komen na de aanhoudende regen en sneeuw van deze nacht. Voor Wouter Verbist alvast reden genoeg om ondanks een ban sinds zijn laatste optreden in Gooik terug aan de start te staan in de Parel van het Pajottenland. 

Bij de opwarming en verkenning van het parcours was het al duidelijk dat het opnieuw een heroïsche slag van de oude mannen “bij” of eerder “in” de Molenbeek zou worden. Een grote plas water had zich immers centraal in de wei gevormd. Gelukkig kwamen de lintjes nog net boven het water uit zodat we tenminste een idee kregen van waar het parcours liep. Na de (te) slappe start in mijn vorige cross in Wespelaar was mijn strategie voor deze cross de “blits start”. Echt gemakkelijk verliep de start echter niet door de aanhoudende aarzeling van de starter. Ik was al een keer of drie naar voor gevallen om te starten toen uiteindelijk het startschot weerklonk. Na een paar krachtige passen in de modder kwam ik op gang om bij de eerste bocht vooraan tussen de scholieren terecht te komen. Achter mij gebeurde er in die hectische begin fase van alles. Yves Buelinckx die twee jaar geleden nog de titel voor mijn neus wegkaapte maakte in het tumult een buiklanding en was meteen op achtervolgen aangewezen. Na amper 100 meter kwam de hiel uit de schoen van Gert Rom, het begin van een lijdensweg waarbij zijn schoenen in de modder blijven zitten en hij uiteindelijk met de schoenen in de hand en op zijn sokken de finish zal overschrijden. Maar hij was zeker niet de enige die schoenen verloor op dit parcours.

Ondanks de snelle start is het echt moeilijk om looptempo te maken. Alhoewel de diepte van het wegzakken bij elke pas varieert, is er één constante: modder en nog eens zuigende modder. Na een kilometer is het even op adem komen en de schade opmeten. Chriske Wouters is de eerste achtervolger op een kleine 50 meter. Terwijl een groepje scholieren stilletjes wegloopt, consolideer ik de inspanning en ga over op een cruise tempo, weliswaar één minuut per km trager dan in de Leuvense corrida van verleden week. Het voordeel van de vele lussen is dat het vrij gemakkelijk is om mijn voorsprong te kunnen inschatten. Op de schaarse stroken waar je aan de kant in het gras toch een beetje vaste grond onder de voeten krijgt, pik ik zo goed en zo kwaad als het gaat het tempo weer op. Gelukkig klinkt na één ronde al de bel voor de laatste ronde, nog eens het ganse modderbad opnieuw gaat er door mijn hoofd. Alhoewel de temperatuur best aangenaam is, voelt het water in de grote plassen koud aan, maar het laat wel verrassend genoeg toe om enig tempo te maken in tegenstelling tot de zompige modder. Naarmate de finish nadert worden de benen vuiler en kruipt de modder verder in schoenen en kleren.

Foto: Chris Wouters

Ik zie dat clubgenoot Steven Decoster nog op podiumkoers ligt en in duel is met Yves Buelinckx. Bij het ronden van één van de talrijke U turns is er een contact tussen de twee en glipt de trouwring van Yves vinger de modder in. Er is echter geen tijd voor Yves om om te kijken, want de finale komt eraan en het podium is nog steeds mogelijk.  

Terwijl ik zonder verdere problemen onder het oog van DCLA trainer Michel Jordens en van de camera over de meet kom, ontbindt Wim De Pauw in de achtergrond zijn duivels met zijn snelle sprintbenen en Yves moet zich gewonnen geven voor het podium. Steven wordt 5de. Bij de M55 wordt clubgenoot Frans Fierens tweede. Op het podium ontvang ik het Vlaams Brabantse schildje, een eerste bescheiden titel in 2025.

Foto: M. Jordens

In de tent aangekomen snak ik naar een paar droge kousen, maar de vochtige modder zit tot tussen mijn tenen. Thuis zal ik later mijn (gelukkig) zwarte kousen ongeveer 5 minuten moeten spoelen vooraleer de meeste modder eruit is, m.a.w. weer veel was werk voor een kwartiertje “fun”. Bij de nabespreking spoelen we in De Cam door met een traditionele Lambiek van Oud Beersel en een goed stuk kersentaart. O ja, Wouter Verbist laat weten dat hij deze wedstrijd nu definitief heeft geblacklist en de trouwring van Yves is gelukkig teruggevonden. Los van het sportieve is mijn conclusie dat het nieuwe parcours de dramatiek op een regenachtige dag op dezelfde manier inlost als het oude parcours. Volgend jaar toch maar weer Vilvoorde?

World Master Atletics Championships 2024 – Halve marathon – 1:18:28 (6e M50, 65e overall)

Amper twee weken na de Parijse Marathon Pour Tous stond er weeral een andere wedstrijd op het programma. Deze keer ging het over de helft van de afstand, een mooie gelegenheid om nog eens tegen de wereldtop in mijn leeftijdscategorie te lopen. Plaats van het gebeuren was het Zweedse Göteborg. Met relatief weinig loop kilometers in de benen en een op zijn zachtst gezegd alternatieve voorbereiding, waren er toch wel wat vraagtekens in het hoofd omtrent de conditie. Maar aan de andere kant was er ook de wil om er vol voor te gaan en te kijken waar het schip zou stranden. Op papier was ik niet kansloos voor een medaille, maar dan moest de conditie wel top zijn.

Bij het nalezen van het uitgebreide handboek voor het kampioenschap kwam ik te weten dat er naast de individuele wedstrijd ook een team klassement was per leeftijdscategorie. Een team moest uit 3 lopers bestaan, maar lopers uit een “tragere” leeftijdscategorie mochten meedoen om een team te vervolledigen. Omdat we met Pierre Denays en Mathieu Van Overeem al twee top M35 lopers hadden en er verder in geen enkele categorie 3 lopers waren, vroeg ik aan de team leaders Patrick Baeke en Sam Michels om me mee in te schrijven in de M35 categorie voor het Belgische team.

Het parcours bevond zich in het Slottskogen park, het Kasteelbos park zeg maar net naast het gelijknamige stadion. Het park – daterend uit 1874 – is prima verzorgd en is één van de groene longen van de stad Göteborg. De dag ervoor had ik het 5km lange traject in de regen al eens gaan verkennen. Het was dezelfde glooiend lus met twee lastigere beklimmingen naar Café Azalea die de 10km lopers de week voordien tweemaal hadden bedwongen. Ik had dus eerste handsinformatie van Stefan Rens en Steven Heemskerk. Omdat ze beiden bij de 10km race een slechte start namen en dan een inhaalrace moesten lopen, had ik me wel voorgenomen om op een goede plek te starten en meteen bij de les te zijn.

Na een rustige nacht zorgde ik dat ik ruim op tijd aanwezig was aan de start. Het natte weer van de voorbije twee dagen was gelukkig verdwenen zoals voorspeld en ook de zon liet zich maar zelden zien van achter de wolken, kortom ideale omstandigheden bij 17C om een halve marathon te lopen. Voor ronde twee en drie had ik bij de Belgische vlag een flesje gebluste cola op de tafel met persoonlijke dranken neergezet. Deze zouden nog een beetje koolhydraten moeten leveren tijdens de wedstrijd. Om een WK te zijn, ging het er allemaal redelijk gemoedelijk aan toe, misschien komt dit ook met het ouder worden. Hoewel de Zweden niet toevallig in de meerderheid waren, waren er naast veel Europese lopers ook veel Angelsaksische deelnemers uit USA en Australië. In totaal gingen 700 mannen en 300 vrouwen van start in het WK halve marathon. Bij het overlopen van de startlijst wist ik dat de betere lopers in onze leeftijdscategorie uit noord en zuid Europa kwamen. Het startvak was niet te breed en hoewel er richttijden aangegeven stonden, zag ik toch M65’ers op de eerste rijen staan. Ikzelf stond centraal op de 7de rij, naast mij een Fransman Karim Belkhadem en net voor mij de Deen Laust Bengsten, waarvan ik me herinnerde dat hij een SB gelijkaardig dan mezelf had. Ik nam me voor om mijn eerste kilometers op hem af te stemmen. Zoals steeds is het even drummen bij het startschot, maar het pak kwam snel los en ik nestelde me in het spoor van de Deen die er meteen serieus de pas in zette. De eerste kilometer ging in 3m17, snel maar niet onmogelijk snel. Bij de eerste klim voelde ik wel dat het snel ging want ik geraakte buiten adem, dan volgde een korte afdaling maar veel rust was er nooit op dit parcours. Het was nu aanklampen, maar net voor de tweede beklimming naar het cafeetje zag ik hem meter na meter wegsluipen. Boven stond Stefan die me toeriep dat ik in tweede positie liep. Alleen had ik toch wat op mijn adem getrapt en was het nu de vraag of ik in een goed tempo zou komen.

Het antwoord kwam er snel en was negatief. Ik werd aan alle kanten gepasseerd en het was wachten tot de volgende M50’ers me zouden passeren. Dat duurde eigenlijk nog lang naar mijn aanvoelen maar op het einde van de tweede ronde was het zover en meteen met een vijftal kort na elkaar. Stefan bleef me aanmoedigen en aansporen om terug in mijn tempo te komen. Kort daarna vond ik eindelijk mijn tweede adem en kon ik het tempo stabiliseren. Er volgde een derde ronde waarbij ik weer lopers begon in te lopen en niet enkel gedubbelden. Ondertussen waren immers ook de vrouwen van start gegaan en over het ganse parcours waren nu lopers en loopsters verspreid. Het was dus steeds kijken of er iemand met een nummer startend met 50 tussen liep die dan nog niet gedubbeld was. Doordat er ook nog lopers langs de kant stonden kwam ik toch weer in vijfde positie, maar de Fransman van bij de start kwam me bij het drinken in de laatste ronde voorbij en ik had geen antwoord meer klaar. Op de streep was ik 6de M50 en 65ste overall, een prestatie waar ik toch ontgoocheld over was. Even later kwam ook landgenoot Didier Braet (8e M50 – 1:19:22) over de meet. Laust Bengsten hield zijn voorsprong tot op de streep en werd wereldkampioen.

Bij de M35’ers had Pierre Denays zilver veroverd en Mathieu Van Overeem was als 7de binnengelopen, meer dan 10 minuten voor mij. De Belgen waren op de afspraak. Na de finish voelde ik mijn linker hamstring terug verkrampten, ik had wel alles gegeven wat er vandaag inzat. Ontgoocheld als ik was, wou ik alleen een douche en op mijn bed gaan liggen.

Pas later op mijn bed vernam ik via Whatsapp dat we met het M35 Belgische team zilver hadden gehaald. Alhoewel mijn bijdrage de minste was geweest had ik toch wel spijt dat ik niet voor de podiumceremonies was gebleven. De medaille kwam uiteindelijk wel terecht en kon als troostprijs toch de pijn een beetje verzachten.

Abbott World Marathon Majors Gold Club Breakfast with the Boss

Toen ik half december als 6-star hopeful een mail in de bus kreeg van World Marathon Majors CEO Dawna Stone met de uitnodiging om lid te worden van de exclusieve Abbott World Marathon Majors Gold club twijfelde ik geen seconde en ging als lidnummer 659 op het aanbod in. En maar goed ook want het duurde amper 72 uur vooraleer de 1000 plaatsen van de stichtende leden waren ingevuld. Het doel van deze club is om een nog exclusievere beleving te hebben rond de World Marathon Majors (WMM) marathons. Naast een welkomstpakket met gadgets, toegang tot extra podcast materiaal en extra kansen om uitgeloot te worden tot deelname aan deze felbegeerde marathons, krijg je ook toegang tot speciale randactiviteiten. Eén daarvan was voorbehouden aan 25 Gold club leden en bestond uit een exclusief Ontbijt met de CEO van WMM. Deze reeks van ontbijten voor elke Major zou de eerste keer doorgaan de dag voor Tokyo marathon. Dawna Stone zou er een update geven van de status van WMM en we zouden ook vragen kunnen stellen.

Ik was dus wat blij toen ik de bevestiging kreeg dat ik tussen 8u en 9u30 verwacht werd in het Westin wedstrijdhotel voor een licht ontbijt. Bij het binnenkomen van de zaal herkende ik meteen al Danny Coyle de WMM Chief Content Officer en een oude bekende van een vroeger interview. Hij had de eer om als welkomstgeschenk een goodr bril in Abbott blauw uit te delen. Daarnaast merkte ik ook dat er vier race directors van de WMM aanwezig waren. In de kennismakingsronde leerde ik dat naast de CEO ook een mystery guest aanwezig was en naast veel Amerikaanse en enkele Britse leden ook nog een Belg, Tom Berghmans en een Nederlander Radjes Rosiek. De lage landen waren dus goed vertegenwoordigd. Het verbaasde me toch weer welke impact mijn titel heeft toen Danny me als wereldkampioen voorstelde. Het blijft voor mij nog steeds moeilijk te bevatten. Verder werden er, net zoals bij voorgaande bijeenkomsten waar ik aanwezig was met de racedirectors boven en onder water steken uitgedeeld over welke marathon zich de grootste, diegene met het snelste parcours, diegene met het wereldrecord of de authentiekste mag noemen. Echt hilarisch werd het toen er aan enkele deelnemers ook nog gevraagd werd welke van de majors ze het leukst vonden.

De CEO bevestigde dat de Sydney marathon als enige van de drie candidate majors in hun eerste jaar aan de criteria had voldaan. Als dit ook in 2024 en 2025 had geval zou zijn dan wordt Sydney de zevende major marathon. Ze benadrukte nogmaals dat ze persoonlijk geen enkele invloed heeft op het toelatingsproces. Ze bevestigde ook dat het six-star programma zoals het vandaag bestaat ook in dat geval behouden blijft en dat er een alternatief programma zal aangekondigd worden in de lente om rekening te houden met eventuele nieuwe marathons die tot de WMM club toetreden.

Even werd ook toelichting gegeven bij wat nu stilaan de iconische six-star medaille was. Aanvankelijk hadden ze een certificaat wat door de lopers achteraf kon gedownload worden bij succesvolle beëindiging van de zes majors. Maar om de prestatie meer in de verf te zetten kwam Mark Milde de Berlijnse race director met het idee om een medaille te ontwerpen die bij het overschrijden van de meet direct persoonlijk zou worden overhandigd. Na een eerste sober Brits ontwerp van de medaille kwamen Amerikaanse ontwerpers met het voorstel voor de gekende rozet medaille zoals we ze nu kennen en de rest is geschiedenis. Ondertussen zijn er reeds meer dan 15000 six-star finisher medailles uitgedeeld.

Chris Miller van Abbott benadrukte dan weer dat dit avontuur om zes sterren te behalen ons aan elkaar verbindt en om dat uit te drukken werd aan iedereen een challenge coin uitgedeeld, een traditie uit het Amerikaanse leger om je blijvend te herinneren voor iets exceptioneel wat je samen hebt meegemaakt.

In de vragenronde vroeg Radjes of er vanuit WMM aan een blijvende herinnering voor Kelvin Kiptum kon gewerkt worden. Daarbij werd bevestigd dat WMM het Kelvin Kiptum Foundation fonds ondersteunde. Zelf vroeg ik of er niks kon gedaan worden voor de competitieve lopers om te weten in welke positie je liep tijdens het AG wereldkampioenschap. Er werd bevestigd dat de technologie bestaat om dit te ondersteunen en dat er onderzocht wordt hoe dit zou kunnen ingezet worden.

En dan was het tijd voor de mystery guest: Joan Benoit Samuelson, ex-wereldrecordhoudster en de eerste Olympische marathonkampioene bij de vrouwen in Los Angeles in 1984 exact 40 jaar geleden zou in Tokyo ook een six-star finisher worden. Het einde van een avontuur dat 45 jaar geleden in Boston in 1979 begon toen ze haar eerste marathon major won. Ze vertelde ons dat haar credo “Live life to the fullest” ervoor gezorgd had dat ze nu op haar 66 jaar nog de drive vond om het six-star avontuur tot een goed einde te brengen.

De tijd was voorbij gevlogen en het was tijd om afscheid te nemen. De rest van de voormiddag zou ik in het aangename gezelschap van Radjes de start aan het Tokyo Metropolitan Government building gaan verkennen om niks aan het toeval over te laten. Op de plannen zag het er allemaal nogal ingewikkeld uit, maar dankzij de aanwezige vrijwilligers voor wie het niks teveel was om elkeen persoonlijk de uitleg te geven werd het ons snel duidelijk. We waren volledig klaar voor de volgende dag. Voor de rest van de dag stond rusten op het programma.

Uit Runners handbook, Tokyo marathon 2024

Cross de CABW in Nivelles – derde master

Omdat de voet het zo goed uitgehouden had de dag ervoor en de recuperatie prima was na een verkwikkend bad na de Warandeloop, besloot ik om de volgende dag zuidwaarts te trekken naar Nivelles om deel te nemen aan de cross van de gerenommeerde traditieclub CABW (Cercle Athlétique du Brabant Wallon) met atleten zoals marathoner Dorian Boulvin en 1500m specialiste Elise Vanderelst. Het epicentrum van het gebeuren was de Ferme de l’Hostellerie, een vierkantshoeve waar zich in de verschillende vleugels de inschrijving, vestiaires en toiletten bevonden. De wedstrijden speelden zich op een nieuw parcours een 20 tal meter lager in de velden af.

Het contrast met de cross die ik gisteren liep kon nauwelijks groter zijn. Het begon al met de inschrijving. Er werd nog gebruik gemaakt van het papieren strookje dat je voorzien van jouw gegevens met je nummer op de borst moest spelden en bij de finish moest afgeven. Ik loop niet zo vaak crossen, maar dat had ik sinds de invoering van atletiek.nu en post-corona niet meer gezien. De kleedkamer was in een van de overigens wel goed verwarmde stallen. Verder was het parcours in niets te vergelijken met gisteren. Dit was cross met de grote C: modder overal, glibberig, 360° bochten, steile bergaf, lastige ploeterstroken, maar ook een lopend stuk in het bos en vooral een lastige 250m serieus bergop naar de finish toe. Daartegen was de bosloop van gisteren een formule 1 parcours. Eén ding was duidelijk: op zo een parcours win je niet per ongeluk, zeker al niet als de afstand 7500m is.

Vermits alle mannen categorieën van junioren, senioren tot masters samen liepen, pakten zich een 50 tal lopers samen aan de start. Even nog een opmerking over mijn witte spikes en dat dit niet lang zo zou blijven en dan stonden we klaar voor het startsein. Geen startschot want de starter was zonder kogels gevallen, maar plan B een scheidsrechters fluitje zou het peloton op gang brengen. Met de bosgrond van Tilburg nog aan de schoenen, want onvoldoende tijd om ze te poetsen en nog te laten drogen, ging het in gestrekte draf naar de eerste bocht die als trechter dienst deed. Beseffend dat dit een lange zware cross ging worden, ging ik bewust een beetje meer behouden dan gisteren van start tussen de 10de en 15de positie. We kwamen nu in een slingergedeelte van het parcours waar we drie keer op en af moesten lopen. De eerste drie keer omhoog liepen nog vrij vlotjes, maar dan was ik pas halverwege de eerste van zes ronden. Bij al dat krachtwerk bleek duidelijk dat de jeugd beter geplaatst was, maar in de tweede helft van de ronde was het vlak en kon er tempo gemaakt worden, iets wat me meer lag. Vlak voor het einde van de ronde volgde een snelle lange afdaling. De gedachte dat dit nog 5 keer zou moeten overwonnen worden, maakten mij een beetje moedeloos. Ik kon mijn plaats wel handhaven, maar de stroken bergop gingen vanaf de derde ronde toch niet meer van harte. Terwijl het spoor met elke ronde in de bochten steeds dieper uitgegraven werd door de centrifugale krachten, leek ook de zuigkracht van de modder elke ronde groter te worden. In de voorlaatste ronde kwamen er nog een drietal lopers voorbij. Met elke ronde was er ook meer modder om mee te sleuren aan spikes en benen. Met nog een halve ronde te gaan, hoorde ik dat Dorian Boulvin, die verleden week nog 7de werd in het BK en daardoor net het EK miste, als eerste over de meet kwam. Nog een laatste spurtje bergop en dan de meet over waar de kaartjes in de juiste volgorde werden gestoken. Mijn eerste bekommernis was om iets warm aan te trekken. Mijn verwondering was dan ook groot dat ik vrij vlug na de aankomst op het podium werd geroepen als derde master (16de algemeen). Ik repte me naar het podium en kon mijn trui al weer uittrekken. Ik flankeerde er twee dertigers van de plaatselijke club, Adrien Willemet en François Decamk, die ruim beter waren.

Heel eerlijk, zonder afbreuk te willen doen aan de elegantie van de verschijning van Mr. Noël Levêque, de voorzitter van de club had ik de prijs liever uit handen van Elise Vanderelst gekregen zoals bij de andere podia. Maar Elise was zich al aan het opwarmen om daarna ruim de maat te nemen van de andere dames.

Ik kan iedereen aanraden om eens te komen proeven van deze lastige, charmante cross uit de oude doos aan de andere kant van de taalgrens. Het kleine aantal Vlamingen doet deze organisatie eigenlijk onrecht aan. Ik hoop dan ook dat bij volgende edities ook enkele clubgenoten de weg vinden.

Foto’s eigen wedstrijd: Christian Chretien; Foto podium: Adrien Willemet (supporter)

Warandeloop Tilburg – podium bij eerste internationale cross

Voor mijn debuut in een internationale cross had ik de Warandeloop in het Nederlandse Tilburg uitgekozen. De Warandeloop aan de gelijknamige laan op de terreinen van de plaatselijke universiteit is een cross die uitgegroeid is tot een driedaags event voor zowel lopers als wandelaars. Ik was vooral benieuwd om te zien hoe het crossgebeuren er in een ander land aan toe gaat. Vorig jaar nog werd de categorie M50 gewonnen door Marcel Larros, ex-professional en tegenwoordig meer bekend als zoon van Niels maar dit jaar zag de verdeling van de categorieën er een beetje anders uit en niet tot mijn voordeel. De M50 categorie werd samengesmolten met de M45. De ambities vooraf waren nog meer teruggeschroefd door een gebrekkige voorbereiding omwille van de herstellende plantar – hielspoor in de volksmond – en de dubbele vaccinatie (griep en corona) van vorige woensdag waarvan de stijve rechterboven arm nog getuige was. In ieder geval was ik deze keer gespaard gebleven van een complete dag van de kaart zoals bij de eerste herhalingsbooster. Ik hoopte in het beste geval in de buurt te kunnen blijven van Björn, de papa van Julie Voet, die zich vorige week nog voor het Europese kampioenschap in Brussel bij de U23 kwalificeerde en die nu haar papa langs de kant stond aan te moedigen. Tijdens de crosscup manche van Roeselare had ik echter al gezien dat de conditie van Björn meer dan goed was daar hij zich goed kon handhaven bij de jonge masters, dus ik twijfelde of ik wel zou kunnen volgen. Zo stonden we vervroegd terug tegen elkaar want voorlopig ontloop ik hem nog in België via de M50 categorie.

Al meteen bij aankomst op het terrein werd duidelijk dat de installatie van start en finish toch net iets grootser opgezet was dan in de meeste Belgische crossen. Het viel mij ook op dat er geen gedrum bij de start aan te pas kwam. De tragere lopers gingen gedisciplineerd op de tweede rij staan zodat er eigenlijk rustig gestart kon worden. Ik kwam zoals vaak goed uit de startblokken en kreeg al gauw de Waaslander Tommy Kinders in mijn gezelschap. Na een lang lopend stuk werden we letterlijk het bos in gestuurd. De ene bocht volgde nu de andere op, maar ondanks de regen op dat moment en die van de voorbije uren en dagen was de bosgrond uitstekend beloopbaar. Tommy koos ondertussen het hazenpad en niemand zou hem nog voor de finish terugzien. Hij werd met een voorsprong van maar liefst twee minuten gemakkelijk winnaar van de M35 categorie. Om ervoor te zorgen dat er geen bedrog mogelijk was stonden er trouwens op strategische plaatsen flitscamera’s in het bos die het hele gebeuren filmden en bij twijfel uitsluitsel konden geven. Het parcours had naast een put van drie meter diep waar we doorheen moesten ook nog een viertal boomstronken in petto maar al bij al was het toch wel een snel parcours. Op het einde van de eerste van vier ronden kwamen eerst Erik Driesen van de atletiek vereniging NoordOostpolder en daarna Björn aansluiten. Ik hield het nog een paar honderd meter vol in Björns spoor, maar toen we weer het bos in draaiden voelde ik dat het iets te snel ging en ik zag beiden seconde per seconde wegsluipen. Er ontspon zich voor mij nog een spannende strijd voor de winst in de categorie die uiteindelijk in het voordeel van de Nederlander zou beslecht worden. Mijn voet bleef ondanks de hevige inspanning gelukkig pijnloos. In de volgende ronden voelde ik de volgende loper heel langzaam dichterbij komen. Hoewel het niet meteen een concurrent was want de tweede in de M35 categorie, vond ik dit een ideale gelegenheid om aan mijn weerstand te werken en ik maakte er dus een erezaak van om voorop te blijven. In de laatste ronde durf ik niet langer achterom te kijken en in de laatste bocht hoor ik zowaar zijn zware ademhaling achter mij, zodat ik met nog een kleine honderd meter te gaan nog eens erg diep moet gaan om voor te blijven… maar het lukt. Over de meet moet ik overgeven, maar gelukkig zit er niks meer in mijn maag. Blijkbaar toch serieus diep moeten gaan. Alle deelnemers krijgen een ecologisch verantwoorde houten herinnering om de nek van dezelfde makelij als de medailles die we later zullen krijgen. Ik kan goed leven met deze derde plaats in mijn categorie. Na de meet slaat de kou ineens toe en wordt het toch nog even bibberen. De verwarmde tent en de uitreiking van de bloemen op het podium zorgen voor de nodige opwarming. Ik besluit dat het internationale karakter bij de masters toch voornamelijk uitgedraaid is op een wedstrijd tussen Nederlanders en Belgen. Met drie Belgen in de eerste vier hebben we ons niet onbetuigd gelaten, alleen jammer dat er geen overwinning in onze categorie is.

Na het podium beslis ik om toch maar uit voorzorg de voet te laten koelen in de Rode kruispost. Ik ben er meteen de ideale “learning case” voor een jonge vrijwilliger in opleiding. Ik word uitstekend behandeld en nadat ook de nodige vragen zijn gesteld en de formulieren ingevuld zijn, kan ik aan mijn cooldown beginnen.

Ik bedenk dat het spijtig zou zijn om deze hele verplaatsing te maken zonder ook het centrum van Tilburg eens een bezoekje te brengen. Ik kan me niet herinneren er ooit al te zijn geweest. Een combinatie van kerstsfeer met Black friday zorgt voor heel wat volk in de feeëriek verlichte straten. Ik raak aan de praat met Ibo, een Rotterdammer die verliefd geworden is op Tilburg en die net een kledingwinkel heeft geopend. Hij vertelt me dat hij vooral geniet van de menselijke contacten die hier in het zuiden van het land nog heel gewoon zijn. Ik profiteer er tegelijkertijd van om mijn kledingkast een beetje aan te vullen met merken die bij ons niet te vinden zijn. Voor ik vertrek drukt hij me op het hart om zeker nog eens langs te komen om een thee te drinken. Ik vertel hem dat dat ten vroegste volgend jaar zal zijn. Ondertussen was mijn koolhydraatspiegel danig gezakt. Gelukkig brengt een gezellig Italiaans restaurantje redding. Een mooie afsluiter van een leuk internationaal uitje.

Foto’s: Björn Voet (podium), Warandeloop Tilburg (start)

Paris 2024 – Marathon Pour Tous – 5k achtervolging met Eliud

Half Oktober trekt een Instagram post van Eliud Kipchoge mijn aandacht. Hij kondigt aan dat hij in Parijs tegen gewone stervelingen zal lopen in een 5km achtervolging. Er zouden 800 vrouwen en 800 mannen uitgeloot worden. Op zichzelf al een interessant gegeven, maar des te meer omdat je je nog steeds kon inschrijven om uitgeloot te worden. Ik leer dat dit evenement opgezet is in het kader van de Olympische spelen in Paris 2024. Door kosteloos lid te worden van “Le Club” en punten te verzamelen door aan sport te doen, kun je meedoen aan verschillende uitdagingen met als doel uitgeloot te worden om te kunnen deelnemen aan de “Marathon Pour Tous”, een marathon voor het grote publiek op dezelfde dag en parcours als de ware Olympische marathoners tijdens Paris 2024. Toegegeven inschrijven was niet rechttoe rechtaan want enige trial en error was nodig vooraleer ik als niet Franse inwonende kon aanmelden. Maar uiteindelijk lukte het me ook om de code “JEVEUXLEDEFIER” op de juiste plaats in te geven. De benodige 400 punten had ik al verzameld louter door me in te schrijven. Nu was het een weekje wachten op de trekking. Tevergeefs keek ik op de dag van de aangekondigde trekking uit of er een mail van “Le Club” in de mailbox zou zitten. Enige afwijking op de aangekondigde regels bleek de organizatoren echter niet vreemd zoals ook later nog zal blijken. Groot was mijn verbazing en ongeloof dus ook als ik anderhalve dag later alsnog onderstaand bericht binnen kreeg.

Met nog een week tot het bewuste evenement was er van specifieke voorbereiding weinig sprake. Het bleef bij een kleine snelheidstraining om de benen weer wat wakker te schudden. De inschrijvingsmail volgde inderdaad, maar omdat ik pas een halve dag na ontvangst inschreef bleef slechts het eerste van zes startvakken over. Dit eerste sas zou gelimiteerd worden tot een snelheid van 6-8km/u. De daaropvolgende golven zouden aanvankelijk starten aan 10-12km/u, 12-15km en 15-18km/u. Als laatste zou Eliud Kipchoge, tweevoudig Olympisch marathon kampioen van start gaan in een poging om zoveel mogelijk lopers in te halen. De snelste zouden dus achteraan starten en om vals spelen te voorkomen zouden pacers er voor zorgen dat de trage golven niet sneller liepen dan voorzien. Er werd zelfs aangeraden om een snellere golf te nemen indien jouw geprefereerde startvak met daarin 500-700 deelnemers reeds volzet was. Was het gelinkt aan het hoog houden van eigen ego of werd deze raad goed opgevolgd in ieder geval bleef enkel het traagste vak nog over. Ik zou niet alles op het spel gezet hebben om een startbewijs te winnen voor de “Olympische marathon”, maar voor het eerste startvak zou ik zeker niet gekozen hebben. En aanvankelijk maakte een gevoel van ontgoocheling zich wel meester, met de vraag of het wel de moeite was om daarvoor naar Parijs af te zakken. Maar de aanvaarding volgde gelukkig snel en ik besefte wel dat het sowieso een voorrecht bleef om te mogen deelnemen. Ondertussen had ik ook mijn broer als supporter en reisgenoot opgetrommeld. Ondertussen werd er wel al gewag gemaakt van 2000 deelnemers.

Omdat het ganse concept over wanneer de verschillende startvakken zouden gelost worden, nogal vaag bleef, was er nog wel wat onzekerheid of ik het wel zou (kunnen) halen. Ik schatte in dat ik rond de 17 minuten zou nodig hebben en Eliud waarschijnlijk iets rond 14 minuten. Maar natuurlijk zouden de pacers ons een tijdlang ophouden, zodat de latere groepen en Eliud ook dichter konden komen. En wanneer zouden ze ons vrijlaten? Want ergens was er ook nog een inspanning nodig die hoger zou zijn dan 8km/u. Ondanks een haastig in elkaar geknutselde Excel sheet waren er teveel onbekende parameters in dit vraagstuk om enige zinnige voorspelling te kunnen maken. En dus bleef de spanning en een constante discussie met mijn begeleider van verschillende what-if scenarios. Eén ding was me wel zeker… ik wou er heel graag bij zijn in 2024.

De dag voor de wedstrijd hadden we afspraak aan de Arc de Triomph om het startnummer op te halen. Nadat we een blokje rond hadden aangeschoven kon ik na vertoon van identiteit en Covid pass het rode T-shirt voor het eerste startvak en bijhorend rugnummer bemachtigen. Ook kreeg je een bandje om zodat je niet alsnog je broer of iemand anders zou sturen de dag erna. Navraag leerde toen dat het de bedoeling was om iedereen op kilometer twee vrij spel te geven. Op dat moment zouden de pacers die tot dan een tempo van 8km/u zouden aanhouden een stap opzij zetten. Dus 5km werd eigenlijk 3km. Dan had ik “slechts” een kleine twee minuten voorsprong nodig om voor te blijven. Als ik vooraan kon blijven in het blok zou dat zeker geen probleem vormen. Ik was al meer gerust gesteld. Later op de avond werd ook nog een recentere versie van het reglement doorgestuurd waarin o.a. stond te lezen dat Yohan Durand, de Franse nummer één marathon loper als back-up zou fungeren van Eliud Kipchoge. Ook werden er nog eens 600 werknemers van Orange tussen de startvakken gepositioneerd.

Ondanks het extra uur slaap waren we op zondag slechts iets meer dan een uur op voorhand aanwezig bij de start waar de eerste deelnemers al post hadden gevat. Een DJ en speaker zorgen voor de sfeer. Rond 9 uur opschudding en gejoel als Eliud langs de startvakken aan zijn opwarming begint in het bijzijn van zijn back-up. Met zijn gekende glimlach laat hij zich de aandacht wel gevallen.

” De volgende 25 minuten zal hij onophoudelijk op en af lopen zodat de warm-up stilaan op een lange loop begint te lijken. “

Dan is het ook onze beurt om aan een gezamelijke opwarming te beginnen. Ondertussen staan we al vrij dicht bij elkaar in het startvak. Vanaf het podium worden we door een fitness coach tot jumping jack’s, squats tot zelfs pomp oefeningen aangezet. Het laatste was echter vrij onrealistisch als je zo dicht bij elkaar staat. Na zeven minuten huppelen werden we klaar bevonden voor de job. Onze vier pacers hadden ondertussen ook vooraan plaats gevat. Ondertussen leerden we ook dat er geen 2000 maar 3600 deelnemers waren. Het aftellen begon voor de start. Het zou nog 7m30 duren vooraleer de tweede groep vertrok.

In de volgende twee kilometer was het vooral zaak om niet op de hielen van diegene voor je te trappen en je rustig te laten meedrijven. Bij de minste versmalling van de weg werd iedereen op elkaar gedrukt om dan terug plaats in te nemen. Met het naderen van de Pont Alexandre III zat ik op de derde rij. Ondertussen probeerden de pacers het tempo laag genoeg te houden, maar mijn uurwerk gaf aan dat we eerder 10km/u dan 8km/u liepen. Met het naderen van de brug werd de druk van achter groter en bij het opdraaien ervan ruimden de pacers plaats. Er werd relatief rustig begonnen en ik kon gemakkelijk naar voor opschuiven, terwijl de het Parc des Invalides binnenliepen. Bij het verlaten van het Parc liep ik in de eerste 15 man. Ik zag bovendien dat nu pas de tweede groep aangekomen was, klaar om gelost te worden. Er restten nog slechts 2km. Ik begon te beseffen dat dit een echte walk in the park ging worden. Ik schoof nog wat op naar voor en draaide als vierde terug de Champs Elysees op.

Ondertussen stond Eliud klaar om ook aan zijn 5k te starten. De laatste startvakken waren amper gestart, terwijl het rode vak al op de aankomst afstevende. Bergop naar de boog versnelde ik nog een beetje om als tweede over de aankomst te komen.

” Ik was als één van de eerste Belgen gekwalificeerd voor een Olympisch evenement in Paris 2024 “

Eliud (wit singlet/oranje broek) raast als een raket links tussen de fietsers voorbij de deelnemers met de rode boog van de finish in zicht

Even verder kregen we ons T-shirt als bewijs van de kwalificatie. Een kleine 10 minuten later kwam Eliud als een raket voorbij op weg naar de aankomst. Hij slaagde erin om 2600 deelnemers in te halen. 1000 deelnemers bemachtigden een startbewijs voor de “Marathon Pour Tous”. Het was al vlug duidelijk dat je in de laatste vakken geen kans maakte om je te kwalificeren omdat Eliud veel te vlug achter hen startte. Gelukkig ziet ook de organizatie in dat het onmogelijk was voor de laatste groepen om Eliud voor te blijven en geven ze alsnog aan de 200 eerste finishers uit deze groepen een startbewijs.

Nadien neemt de aimabele Eliud – zijn status als halfgod verder bevestigend – ruim de tijd om het publiek te groeten en te poseren. Sportief gezien was dit zeker geen uitschieter, maar wat beleving betreft is het moeilijk te overtreffen en was het de korte trip naar de lichtstad zeker waard. Het was marketing voor de Olympische Spelen en Paris op het hoogste niveau.

London marathon | 03 Okt 2021 | 02:28:37

Het verhaal van deze marathon start ongeveer vier jaar geleden. Ik was er net tijdens de New York marathon in geslaagd om sneller te lopen dan de 2u47m in mijn studententijd en was dus op zoek naar een nieuwe uitdaging. Net op dat ogenblik verscheen een klein artikel waar Abbott van de bekende Series en de zes grote Major marathons aankondigde te starten met een Age group World Championship in 2020. Er zouden een aantal atleten uitgenodigd worden om het wereldkampioenschap te lopen op basis van de resultaten van je twee beste marathons in het komende jaar. Het leek mij een mooie doelstelling om me voor dit evenement te kwalificeren en me eens met de beste atleten uit mijn leeftijdscategorie te meten.

In de twee jaar die volgden verbeterde mijn marathontijden stelselmatig zodat de kwalificatie eigenlijk (te) éénvoudig was en gaandeweg verschoof het doel meer naar het behalen van een podiumplaats in het Abbott Age Group World Championship (AGWC). Ondertussen was ook de locatie bekend geraakt, het hele gebeuren zou in April 2020 als onderdeel van de London marathon doorgaan. De uitnodiging viel ergens eind 2019 in de bus. Ik was bijzonder verheugd dat ook Werner Heselmans mijn kamergenoot op verre marathonreizen uitgenodigd werd om aan het AGWC deel te nemen. Dat maakte de belevenis dubbel zo aangenaam. De inschrijving was niet goedkoop (300€), maar hield naast het startgeld voor de London marathon ook een aantal gadgets in en een receptie voor en na de marathon om je mede-atleten beter te leren kennen. Een dergelijk globaal evenement werd natuurlijk niet gespaard door de wereldwijde pandemie en na tweemaal uitstel werd de afspraak uiteindelijk geprikt in het najaar van 2021.

Via een aantal lokale wedstrijden in het Pajottenland en het BK 5000m stoomde ik me in 10 intense weken klaar voor de opdracht. Net na het BK en aan het begin van de taper werd ik door een keelontsteking voor een aantal dagen geveld en tot extra rust genoopt. Een zelftest bracht gelukkig uitsluitsel dat het niet om COVID19 ging en de laatste tempo trainingen stelden me gerust dat de conditie niet verdwenen was. Het simpele feit dat de marathon doorging, betekende niet dat er geen PCR testen of quarantaine aan te pas kwam aangezien het Verenigd Kononkrijk nu ook het verre onbekende buitenland is. We wisselden ook de HST in voor een vliegtuigreis naar London Heathrow om een passage door Frankrijk te vermijden. Voor passagiers die uit Frankrijk kwamen geldden immers strengere maatregelen. Op donderdag volgde de eerste negatieve PCR test die nodig was voor toelating tot zowel het Verenigd Koninkrijk als de marathon beurs. Onder impuls van de pandemie waren een aantal maatregelen genomen. Je kon vooraf een zak afgeven die na de finish opgehaald kon worden waarin naast een beetje drank en voedsel ook de medailles te vinden waren. Ik spreek in het meervoud, want naast de traditionele finishers medaille van de London marathon, was er ook een indrukwekkende medaille voorzien voor de finishers van het eerste age group wereldkampioenschap. Daarnaast zou de start nog meer gespreid worden om zo weinig mogelijk contact met mededeelnemers te hebben. Hoewel niet van toepassing werd gevraagd om slechts één fysieke supporter mee te brengen. Ik twijfel eigenlijk of hier veel gehoor aan gegeven werd aangezien de supporters weer rijen dik stonden.

De vliegtuigreis op vrijdag verliep voorspoedig, net als het afhalen van het startnummer. Als deelnemer van AGWC kregen we een extra nummer met de leeftijdscategorie om op de rug te spelden. Het aantal standhouders op de beurs was duidelijk geïmpacteerd door het virus want beduidend minder dan normaal. Toch was deze dag nog niet ten einde want er wachtte ons nog een receptie in Southwark Cathedral kort bij The Monument langs de oevers van de Thames. We wisten eigenlijk niet wat we mochten verwachten. Vooreerst was er de verrassing dat de receptie wel degelijk in een kathedraal doorging. De prachtig verlichting zorgde voor een prachtig decor. Er werd ons een glaasje Prosecco aangeboden waar we zelf niet konden aan weerstaan, maar het viel ons wel op dat iedereen zowat alcoholvrij dronk. Dat kan wel eens gebeuren als je topatleten – zij het dan op jaren – bijeen brengt. Maar voor ons was het op dit moment vooral ontspannen genieten van de exquise hapjes. We maakten kennis met Lionel en Félix, twee Franse atleten die zichtbaar blij waren dat ze tegen ons Frans konden spreken. Dan was het tijd voor Hugh Basher, de London marathon race director om ons welkom te heten en zichtbaar geëmotioneerd de terugkeer van de marathon in de straten van London aan te kondigen na 889 dagen van afwezigheid. Ook Chris Miller van Abbott onderstreepte de intentie om er een onvergetelijke belevenis voor de atleten van te maken. Na anderhalf uur werden we aangemaand om in stilte de kerk te verlaten omdat de avonddienst moest beginnen.

De volgende dag werd het vooral een dagje van rusten en opnieuw PCR testen onder de naam van de Day2 test, een test die op voorhand gereserveerd dient te worden en binnen de eerste twee dagen van je verblijf in de UK dient uitgevoerd te worden. Omdat er veel regen verwacht werd, deden we onze shakeout run in St James’s Park ’s morgens hoewel we niet van nattigheid gespaard bleven. Een laatste versnelling om de beentjes wakker te maken voltooide de voorbereiding. Nu restte enkel nog de wedstrijd. Tijdens de nacht was ik er achter gekomen dat ik mijn uurwerklader vergeten was en dat had de nachtrust zeker niet bevorderd. Ondanks verwoedde pogingen om ergens aan een oudere model lader te geraken werd het duidelijk dat ik ten hoogste nog de tijd zou kunnen aflezen op mijn uurwerk daar het batterijniveau onder 10% stond. Het werd dus een wedstrijd op gevoel. Tenslotte omarmde ik de gedachte wetende dat bij voorgaande marathons mijn sportuurwerk ook geen actieve rol had gespeeld. Alles lag nu klaar voor de wedstrijd inclusief de nieuwe Nike Vaporfly Next% 2 schoenen.

Na een vroeg ontbijt zondag volgde een 30 minuten durende treinreis van Victoria station naar Blackheath door de suburbs van London. Een korte wandeling bracht ons naar de groene vlakte van Greenwich waar er al een serieuze bedrijvigheid heerste. Hier moest ik afscheid nemen van Werner want waar hij in de gele verzamelzone (en rode start) verwacht werd, vond ik mijn weg naar de blauwe verzamelzone en start wave 2 in dezelfde kleur. Na de officiële screening tijdens het afhalen van het startnummer was de screening voor de benodigde negatieve PCR test deze keer oppervlakkig en nu ik in het verzamelpunt was bleef er nog een uurtje wachten over. De temperatuur was niet echt laag (11°C), maar toch kon ik , gezeten op de grond en ondanks een warme trainingsvest het bibberen maar moeilijk onder controle krijgen. Misschien was het wel een combinatie van spanning en koude. In ieder geval werd het door een vriendelijke mede-atlete opgemerkt die naast me zat te wachten en ze bood me prompt een extra trui aan die zij niet meer nodig had. Zo kreeg ik het eindelijk toch warm genoeg voor een kleine opwarming achteraan op het terrein. Na het laatse plasje ging startgolf 2 open en konden we naar het volgende verzamelpunt. Eerst was er de start van de rolstoel atleten en de elite dames. Na de start van de elite mannenlopers volgde eerst nog een groep Championship lopers, deze wedstrijd gold ook als het Britse kampioenschap, gevolgd door lopers uit startwave 1, voornamelijk M40 lopers. Uiteindelijk ging ook onze wave van start. Ik stopte nog even om Strava te starten en keek op mijn uurwerk als ik de startlijn passeerde. Het was 9u37m. Vermits Werner in de eerste golf van de rode start zou starten zou hij ongeveer 7 minuten voor mij vertrekken. Ik had berekend dat ik hem ongeveer tussen km15 en km20 zou inhalen. Al na de eerste kilometer had ik het juiste tempo te pakken. Van dan af volgde een inhaalrace die tot de finish zou duren. Het was steeds opnieuw van links naar rechts laveren om een klein gaatje te vinden. Ik was verbaasd hoeveel lopers er voor mij vertrokken waren. De eerste 5km ging in 17m35s, een beetje een voorzichtige start. De volgende 10km ging vlot. Gelukkig gaf mijn uurwerk nog de tijd aan zodat ik elke 20 minuten een Maurten gel kon binnenwerken. Rond km16 was ik ook weer bezig met bevoorrading toen ik Werner mijn naam hoorde roepen. Veel meer tijd dan voor “ha Werner” was er niet. Het was vooral zaak om geconcentreerd te blijven en te blijven naar voor pushen.

Ondertussen werd ik weer massaal aangemoedigd door het Londense publiek. Na halverwege bij 1u13m23s, de Tower bridge overlopen was ook weer een kippenvel momentje. Daarna draaiden we op naar rechts terwijl de spits van de vrouwenwedstrijd ons tegemoet kwam. Bridgit Kosgei volgde op en 20-tal meter achter een viertal. Voor ons lag er nog een 15km te wachten vooraleer we hier zouden voorbijkomen. Eerst moesten we nog naar Canary wharf. Na de M40’ers kwam ik nu stilaan in de Championship lopers en dat gaf mij weer moed. Ondertussen was er één loper die mij voorbij kwam gelopen en waar ik kon bij aanpikken. Maar toen we de bocht naar het westen maakten na 31km ging hij aan de kant en liet het werk aan mij over. Niet toevallig want vanaf nu volgde het lastigste deel tegen de wind in. Ik liet het niet aan mijn hart komen en bleef dezelfde inspanning leveren al besefte ik wel dat dit enkele seconden per km zou kosten. In de laatste 10 kilometer kon ik nog een aantal concurrenten inhalen, maar het werd nu wel zwaar.

Toch voelde ik dat ik niet echt aan het verzwakken was en voor ik wist waren we in de laatste mijlen, dan volgde de laatste kilometer, de laatste 385 yards en dan de lange bocht voor Buckingham Palace naar The Mall met de finish in zicht. Echt versnellen ging niet meer, dan maar gewoon tempo houden en finishen in 2u28m37s, een nieuw persoonlijk record. Onmiddellijk na de finish voelde ik de krampen opkomen. Meteen stroomde ook de berichtjes binnen, niet in het minst van mijn coach Claire Bartholic die mij opnieuw op het rechte pad hield tijdens de voorbereiding. Ik werd 63e in het massa evenement (zonder elite), 14de in het AGWC en 5de in M45. Geen podium maar in de wetenschap dat ik alles had gegeven, was ik toch tevreden.

Na een lange wandeling naar het hotel en een beetje rust en verfrissing, mochten we s’avonds nog naar het Westminster Park Plaza hotel voor een exclusieve receptie en huldiging van de nieuwe wereldkampioenen. Er was duidelijk veel werk gestoken om dit een unieke belevenis te maken. Alle internationale lopers tekenden present, alleen de thuislopers bleken spijtig genoeg niet aanwezig. We maakten er kennis met de ambitieuze Jason Rosamond, die getraind werd door Ryan Hall. Onder luid applaus werd de top 3 van elke categorie vervolgens op het podium geroepen voor een welverdiende trofee en huldiging. Opnieuw zette London hier een prachtig event neer wat maar moeilijk te overtreffen zal zijn. Na het officiële gedeelte werd er nog gepoogd om de atleten aan het dansen te krijgen, maar voor de meesten was het een vermoeiende, maar onvergetelijke dag geweest.

Virtuele London marathon | 04 Okt 2020 | 02:57:52

COVID-19 zorgde ervoor dat de 40e editie van de Londense marathon een virtuele editie werd althans voor de gewone stervelingen. Terwijl de elite lopers rondjes rond St James’ Park in London draaiden, mochten wij zelf ons lokaal parcours uitstippelen om onze eigen virtuele marathon te lopen. Het was waarschijnlijk beter geweest voor de fairplay om te eisen dat het parcours uit één of meer rondjes zou bestaan om zo mogelijk voordeel uit hoogteverschil en wind te beperken, maar er werden geen echte voorwaarden gesteld. Ikzelf hield het kort bij huis en de dag ervoor tekende ik een lus uit van 16km, die ik tweemaal zou lopen, gevolgd door een ingekorte lus van 9 km. Aan het begin van de lus op weg naar Pellenberg was er één stevige, maar geleidelijke beklimming (50 meter klimmen), gevolgd door een steilere afdaling richting Korbeek-Lo om via de Oude baan terug naar Kessel-Lo af te zakken.

Omdat deze wedstrijd geen doel op zich was en om mijn kansen gaaf te houden op het BK 10km op de weg in Lokeren het volgende weekend, was de voorbereiding eerder beperkt gebleven tot een drietal langere lopen. Voor mij was het een lange loop zoals ik er al vele weekends één gedaan had met als enige verschil dat ik het nummer 702 op de borst gespeld had en de London app gebruikte voor de tijdsregistratie. Verder was er niet zoveel speciaal aan deze loop. Het was bewolkt en af en toe een regendruppeltje bij 11°C, dus al bij al behoorlijk loopweer.

Iets voor elf uur stapte ik het huis uit met 2 Maurten gels op zak, zette een flesje cola en water en nog 2 gels klaar als bevoorrading en startte de Garmin en de virtuele run in de speciale “London marathon” app. In mijn oor hoorde ik Steve Cram en Paula Radcliff die mij om de mijl zouden aanmoedigen, met op de achtergrond de joelende Londense crowd. Aan de voeten prijkten geen Nike Vaporfly of Alphafly. Deze bleven in de kast ten voordele van de bijna evenwaardige Nike Fly’s. Het begin ging heel rustig, na de eerste kilometer gaf de Garmin 5m12s aan. Stilletjes aan krikte ik het tempo op. Vooraf had ik gerekend een comfortabel tempo te kunnen lopen aan 4m30/km. Dat lukte aardig in de eerste 5km en deze waren bergop en wind tegen. Het tweede deel van het eerste rondje ging zonder echt te forceren 15 seconden per km sneller.

Na 16 km kwam de eerste passage thuis eraan. Ik nam een 40-tal seconden de tijd om iets te drinken en een extra gel weg te stoppen. Even later volgde er ook nog een sanitaire stop van 30 seconden. Dat alles zorgde ervoor dat ik halverwege 1u32m liet afklokken, maar wel met nog een beetje potentiële energie want ik had juist de tweede beklimming en het ergste stuk wind tegen op de ronde afgewerkt. In mijn hoofd had ik mijn doel ondertussen bijgesteld tot het blijven onder drie uur. Ik wist dat dit zeker haalbaar was, desnoods door in de laatste kilometers iets sneller te gaan. Ik herinerde me nog dat 4m17/km een tijd van rond de drie uur oplevert.

Vermits ik in de tweede ronde van 16km tenminste voor de helft van de kilometers een tijd onder 4min/km zag, wist ik dat het goed zou komen. Ik ving nog vrij fris de laatste ronde van 9km aan. Ik zette mij schrap want op km 34,50 volgde de derde beklimming in het Gasthuisbos op de kasseien. De lange uitloper na het steilste gedeelte zorgde voor een helling van een tweetal km. Bovenaan draaide ik 90 graden richting Pellenberg met de neus pal in een stevige wind voor nog een kilometer zwoegwerk vooraleer om te keren in Pellenberg dorp richting Kessel-Lo. Voor het eerst ging de hartslag boven de 150 bpm en ook de ademhaling werd even meer dan normaal. Het blijft tenslotte een marathonafstand. Het ging nu in een rustig tempo bergaf naar de virtuele meet. De Platte Lostraat heeft toch net iets minder uitstraling dan de Londense Mall. Met de joelende massa in je oor geeft het toch een beetje voldoening al is het maar een zwak afkooksel van de echte ervaring.

Ik finish virtueel als 504e (47e in de leeftijdsgroep M45) en met 2u57m52s bleef ik ruimschoots onder de beoogde drie uur. De prachtige herinneringsmedaille van deze 40e editie zou ik drie weken later met de post ontvangen. Volgend jaar hoop ik echter nog eens de “echte” ervaring in Londen mee te maken.

Nu is het vooral zaak om goed te recupereren om fris aan de start te komen van de laatste afspraak van het zomerseizoen, het BK 10km op de weg in Lokeren.

BK10000 m – zilver na overmoedig en ontoereikend solowerk

Amper één week na het BK masters in Ninove, gaven de lange afstandslopers bij de masters alweer present, ditmaal in de Gaston Reiff arena in Braine l’alleud. Deze piste werd vernoemd naar Gaston Reiff, onze eerste gouden Olympische atleet in de Belgische atletiekgeschiedenis. Op de Olympische Spelen in London 1948 klopte hij de Tsjechische locomatief Emil Zatopek op de 5000m ondanks diens formidable eindspurt. Echter, aan de staat van de piste te zien lag dit roemrijke verleden toch al een tijdje achter ons. Bovendien keek de leeuw van Waterloo vanuit de verte toe op het sportgebeuren.

Na de commotie van vorige weekend had ik mij nog Saucony Fastwitch schoenen aangeschaft om volledig reglementair te zijn. Vermits het deze keer om een gecombineerde wedstrijd M35-M40-M45 ging, beloofde het deze keer een snellere wedstrijd te worden. Inderdaad in de eerste rondes ging het al meteen behoorlijk snel. Na amper 600m moest ik al een cruciale beslissing maken. Zou ik meegaan met de M40 of mij laten uitzakken. Ik besloot om het gaatje dat was ontstaan voor mij te dichten en te zien hoever ik zou komen. Op dat moment en voor de volgende 2 km liep alles zoals gepland. De vraag was of het ook nog na de derde km zou blijven duren. Ik voelde dat aanklampen steeds moeilijker werd en nadat ik al eens een gaatje had laten vallen, moest ik na drie kilometer afhaken bij het groepje. De resterende kilometers zou ik solo afleggen: een eindeloze, monotone onderneming. De benen gingen steeds stroever ronddraairen en met nog een 5-tal ronden te gaan zag ik Dirk Vermeiren opduiken in een groepje op 50 meter achter mij. De staat van mijn benen voelend wist ik dat het zwaar ging worden om hem af te houden. Met nog drie ronden te gaan, beende hij mij bij en na een ronde aanklampen, kwam mijn Waterloo en moest ik hem laten gaan. In de komende twee ronden kon hij de kloof nog serieus verder uitdiepen.

Ik bolde als tweede over de streep met een nieuw PR van 33min38s op de piste, ruim 35 seconden sneller dan verleden jaar. Deze keer was ik op mijn waarde geklopt. Kurt Verheyen werd derde een half minuutje later. Na bijna een uur wachten, konden we op het corona-proof podium onze eigen medaille over het hoofd tillen. Al bij al niet waarop ik gehoopt had, maar toch tevreden.