Virtuele London marathon | 04 Okt 2020 | 02:57:52

COVID-19 zorgde ervoor dat de 40e editie van de Londense marathon een virtuele editie werd althans voor de gewone stervelingen. Terwijl de elite lopers rondjes rond St James’ Park in London draaiden, mochten wij zelf ons lokaal parcours uitstippelen om onze eigen virtuele marathon te lopen. Het was waarschijnlijk beter geweest voor de fairplay om te eisen dat het parcours uit één of meer rondjes zou bestaan om zo mogelijk voordeel uit hoogteverschil en wind te beperken, maar er werden geen echte voorwaarden gesteld. Ikzelf hield het kort bij huis en de dag ervoor tekende ik een lus uit van 16km, die ik tweemaal zou lopen, gevolgd door een ingekorte lus van 9 km. Aan het begin van de lus op weg naar Pellenberg was er één stevige, maar geleidelijke beklimming (50 meter klimmen), gevolgd door een steilere afdaling richting Korbeek-Lo om via de Oude baan terug naar Kessel-Lo af te zakken.

Omdat deze wedstrijd geen doel op zich was en om mijn kansen gaaf te houden op het BK 10km op de weg in Lokeren het volgende weekend, was de voorbereiding eerder beperkt gebleven tot een drietal langere lopen. Voor mij was het een lange loop zoals ik er al vele weekends één gedaan had met als enige verschil dat ik het nummer 702 op de borst gespeld had en de London app gebruikte voor de tijdsregistratie. Verder was er niet zoveel speciaal aan deze loop. Het was bewolkt en af en toe een regendruppeltje bij 11°C, dus al bij al behoorlijk loopweer.

Iets voor elf uur stapte ik het huis uit met 2 Maurten gels op zak, zette een flesje cola en water en nog 2 gels klaar als bevoorrading en startte de Garmin en de virtuele run in de speciale “London marathon” app. In mijn oor hoorde ik Steve Cram en Paula Radcliff die mij om de mijl zouden aanmoedigen, met op de achtergrond de joelende Londense crowd. Aan de voeten prijkten geen Nike Vaporfly of Alphafly. Deze bleven in de kast ten voordele van de bijna evenwaardige Nike Fly’s. Het begin ging heel rustig, na de eerste kilometer gaf de Garmin 5m12s aan. Stilletjes aan krikte ik het tempo op. Vooraf had ik gerekend een comfortabel tempo te kunnen lopen aan 4m30/km. Dat lukte aardig in de eerste 5km en deze waren bergop en wind tegen. Het tweede deel van het eerste rondje ging zonder echt te forceren 15 seconden per km sneller.

Na 16 km kwam de eerste passage thuis eraan. Ik nam een 40-tal seconden de tijd om iets te drinken en een extra gel weg te stoppen. Even later volgde er ook nog een sanitaire stop van 30 seconden. Dat alles zorgde ervoor dat ik halverwege 1u32m liet afklokken, maar wel met nog een beetje potentiële energie want ik had juist de tweede beklimming en het ergste stuk wind tegen op de ronde afgewerkt. In mijn hoofd had ik mijn doel ondertussen bijgesteld tot het blijven onder drie uur. Ik wist dat dit zeker haalbaar was, desnoods door in de laatste kilometers iets sneller te gaan. Ik herinerde me nog dat 4m17/km een tijd van rond de drie uur oplevert.

Vermits ik in de tweede ronde van 16km tenminste voor de helft van de kilometers een tijd onder 4min/km zag, wist ik dat het goed zou komen. Ik ving nog vrij fris de laatste ronde van 9km aan. Ik zette mij schrap want op km 34,50 volgde de derde beklimming in het Gasthuisbos op de kasseien. De lange uitloper na het steilste gedeelte zorgde voor een helling van een tweetal km. Bovenaan draaide ik 90 graden richting Pellenberg met de neus pal in een stevige wind voor nog een kilometer zwoegwerk vooraleer om te keren in Pellenberg dorp richting Kessel-Lo. Voor het eerst ging de hartslag boven de 150 bpm en ook de ademhaling werd even meer dan normaal. Het blijft tenslotte een marathonafstand. Het ging nu in een rustig tempo bergaf naar de virtuele meet. De Platte Lostraat heeft toch net iets minder uitstraling dan de Londense Mall. Met de joelende massa in je oor geeft het toch een beetje voldoening al is het maar een zwak afkooksel van de echte ervaring.

Ik finish virtueel als 504e (47e in de leeftijdsgroep M45) en met 2u57m52s bleef ik ruimschoots onder de beoogde drie uur. De prachtige herinneringsmedaille van deze 40e editie zou ik drie weken later met de post ontvangen. Volgend jaar hoop ik echter nog eens de “echte” ervaring in Londen mee te maken.

Nu is het vooral zaak om goed te recupereren om fris aan de start te komen van de laatste afspraak van het zomerseizoen, het BK 10km op de weg in Lokeren.

BK10000 m – zilver na overmoedig en ontoereikend solowerk

Amper één week na het BK masters in Ninove, gaven de lange afstandslopers bij de masters alweer present, ditmaal in de Gaston Reiff arena in Braine l’alleud. Deze piste werd vernoemd naar Gaston Reiff, onze eerste gouden Olympische atleet in de Belgische atletiekgeschiedenis. Op de Olympische Spelen in London 1948 klopte hij de Tsjechische locomatief Emil Zatopek op de 5000m ondanks diens formidable eindspurt. Echter, aan de staat van de piste te zien lag dit roemrijke verleden toch al een tijdje achter ons. Bovendien keek de leeuw van Waterloo vanuit de verte toe op het sportgebeuren.

Na de commotie van vorige weekend had ik mij nog Saucony Fastwitch schoenen aangeschaft om volledig reglementair te zijn. Vermits het deze keer om een gecombineerde wedstrijd M35-M40-M45 ging, beloofde het deze keer een snellere wedstrijd te worden. Inderdaad in de eerste rondes ging het al meteen behoorlijk snel. Na amper 600m moest ik al een cruciale beslissing maken. Zou ik meegaan met de M40 of mij laten uitzakken. Ik besloot om het gaatje dat was ontstaan voor mij te dichten en te zien hoever ik zou komen. Op dat moment en voor de volgende 2 km liep alles zoals gepland. De vraag was of het ook nog na de derde km zou blijven duren. Ik voelde dat aanklampen steeds moeilijker werd en nadat ik al eens een gaatje had laten vallen, moest ik na drie kilometer afhaken bij het groepje. De resterende kilometers zou ik solo afleggen: een eindeloze, monotone onderneming. De benen gingen steeds stroever ronddraairen en met nog een 5-tal ronden te gaan zag ik Dirk Vermeiren opduiken in een groepje op 50 meter achter mij. De staat van mijn benen voelend wist ik dat het zwaar ging worden om hem af te houden. Met nog drie ronden te gaan, beende hij mij bij en na een ronde aanklampen, kwam mijn Waterloo en moest ik hem laten gaan. In de komende twee ronden kon hij de kloof nog serieus verder uitdiepen.

Ik bolde als tweede over de streep met een nieuw PR van 33min38s op de piste, ruim 35 seconden sneller dan verleden jaar. Deze keer was ik op mijn waarde geklopt. Kurt Verheyen werd derde een half minuutje later. Na bijna een uur wachten, konden we op het corona-proof podium onze eigen medaille over het hoofd tillen. Al bij al niet waarop ik gehoopt had, maar toch tevreden.

BK 5000m – 4de plaats met geslaagde warmtestrategie maar wedstrijdstrategie kon beter

Op 19 september, de eerste dag van het BK master’s weekend mocht ik alleen naar de stad waar ik middelbare school heb gelopen – Ninove dus – om aan de oevers van de Dender het BK op de 5km te betwisten. Door het aanhoudende corona virus was slechts één begeleider toegelaten en geen supporters. Om één en ander onder controle te houden kregen we daarom ook een blauw armbandje. Bovendien dienden de atleten buiten de warmup/cooldown en de wedstrijd zelf, het feitelijke lopen dus een masker te dragen. Bij een zwoele temperatuur van 28°C en de hitte die van de piste afstraalde, beloofde het letterlijk een hete race te worden. Omdat ik onder warmere condities (grosso modo boven 22°C) niet naar verhouding presteerde, had ik van de warme zomer geprofiteerd om een warmtestrategie uit te denken en te proberen op training. Bij gebrek aan mogelijkheden om dit in een andere wedstrijd uit te proberen zou dit echter de eerste test in een wedstrijd zijn.

De strategie op de dag zelf bestond uit volgende elementen: een cooling vest, pre-hydratatie, electolyte loading en een korte warm-up. De dag ervoor had ik de cooling vest reeds met water geladen en daarna een nachtje in het diepvriesvak gestoken. Voor het transport had ik een kleine coolbox voorzien, wat meteen ook handig was om nog wat ijswater mee te nemen. Voor en tijdens de verplaatsing had ik ervoor gezorgd dat ik genoeg gehydrateerd was. Om ook genoeg mineralen binnen te hebben had ik 3 uur op voorhand een tablet PH 1000 van Precision Hydration opgelost in 500ml water gedronken. Om de lichaamstemperatuur zo laag mogelijk te houden voor het aanvangen van de wedstrijd, deed ik de warm-up in de cooling vest. Ik kortte de warm-up ook in tot 10 minuten: 5 minuten loslopen, gevolgd door enkele strides van 150m (geleidelijk naar 80-90% van topsnelheid gaan en dan terug uitbollen) en terug een paar minuten loslopen. Daarna hield ik de vest zo lang mogelijk aan en zocht ik de schaduw op, zodat ik “fris” aan de start verscheen klaar om te vertrekken.

Onder het commando van Gert Stuyven beginnen we relatief rustig aan de eerste rondjes om de eerste kilometer te ronden in 3m24. Na de eerste kilometer pikt het tempo op en al snel blijven we nog met zes over. Na 2 km neemt Jérôme Hilger-Schutz over en drijft het tempo nog iets op. Na 3 km hoor de speaker zeggen dat we nog met vier overblijven. Het voelt comfortable hard aan, toch durf ik niet echt doordrukken en de forcing te voeren, nog steeds bang hoe ik ga reageren op de warmte. Plots blijft er nog één ronde over. Bert Torbeyns, de latere winnaar begint de debatten en neemt direct 20 meter, dan reageert Jérôme en op 300m van de meet zet ik ook mijn sprint in. Ik hoor aan de voetstappen en het gehijg dat de andere twee achter mij ook reageren. We lopen nu terug in op de eerste loper, nog 100 meter en ik loop nog steeds in tweede positie maar ik voel de druk komen van achter en de benen beginnen te verzuren. Op 80 meter voor de meet komen ze mij alletwee voorbij, er zit niks meer in de benen om nog te reageren. Ik eindig als vierde op een luttele 2 seconden van nummer 2 en 3. Net geen podium, even is het de ontgoocheling verbijten. Met eenzelfde tijd als verleden jaar onder warmere omstandigheden, maar met veel minder afzien, kan ik wel leven. Achteraf beklaag ik het mij toch een beetje dat ik de wedstrijd niet harder heb gemaakt, we zullen echter nooit weten of dat veel verschil gemaakt zou hebben. Van de warmte heb ik in ieder geval niets gemerkt en dat is ook wel al anders geweest. Zonder meteen na de eerste keer euforisch te willen worden, blijkt de warmte strategie toch te helpen.

Resultaat BK 5000m 2020 (M45)

Achteraf ontspint zich nog een hele discussie omtrent het onreglementair dragen van de Nike VaporFly’s. Inderdaad, nadien leer ik dat vanaf midden augustus op de track de zool maar 25mm mag zijn en dat betekent geen Nike VaporFly of AlphaFly. Op de weg blijven deze dan weer wel toegelaten. Er valt geen excuus in te roepen. Als atleet word je immers geacht ten allentijde op de hoogte te zijn van het reglement. In ieder geval was ik me van geen kwaad bewust te meer omdat noch de juryleden noch de medelopers vooraf enig bezwaar hadden gemaakt. Ook na mijn navraag bij de jury, werd niet gezegd dat het verboden was. Maar voor de wedstrijd van volgende week zal ik toch maar voor reglementaire schoenen zorgen.

Verder waren er twee(!) gouden medailles voor clubgenoot Marc Neefs (M55) op 800m en 1500m. Hij maakt optimaal gebruik van een uitstekende conditie en de overstap naar een nieuwe leeftijdscategorie. Ook Marijke Willekens(W55) haalde tweemaal goud op 1500m en 5000m. Tenslotte was er ook nog goud voor Mona Rahmé (W40) op 1500m.

The longer road to London – deel 5

Na de mooie loopmaanden mei (100km/week) en juni (120km/week) sta ik er terug om nog maar eens aan de marathon specifieke training te beginnen. Begin juli is het met het coronavirus de goede kant aan het opgaan. Er zijn minder besmettingen en alles lijkt terug onder controle. Op 1 augustus zou het Belgisch kampioenschap op de weg in Lokeren doorgaan, een goede graadmeter om te kijken hoe het met de conditie gesteld is. Zoals gepland is het eerste trainingsblok van zes weken (29 juni – 9 aug) voorzien vanaf begin juli.

De opbouw verloopt vlot, toch ben ik niet volkomen pijnvrij en blijf ik last hebben van mijn linkervoet. En hoewel het onder controle is, kun je stellen dat de pijn nu chronisch geworden is. Na een drietal weken in de grote vakantie is het virus terug aan een remonte begonnen en het besef begint te dagen dat het ook deze keer een zeer onzekere rit wordt. Een weekje voor het Belgisch kampioenschap 10km op de weg start ik met een mini taper om toch enigszins fris aan de start te kunnen komen zaterdag. Alles lijkt erop dat een eerste coronaproof loopevenement zou kunnen doorgaan: nummers op voorhand ontvangen, geen podia, start verlegd naar een grotere ruimte, wedstrijden opgesplitst tot max. 200 deelnemers, geen publiek, geen kleedkamers, mondmaskers voor en na de wedstrijd verplicht. We zijn er klaar voor, tot er net daarvoor een piek in de provincie Antwerpen werd vastgesteld en alles weer op scherp wordt gesteld. Op dinsdag wordt beslist om het evenement naar oktober uit te stellen. Weg eerste post-corona wedstrijd.

Nu, andere massa-evenementen – wat stadsmarathons toch zijn – waren al voorgegaan in het annuleren van hun editie: de stad Berlijn gaf geen toestemming voor massa manifestaties, Boston stelde eerst uit en daarna af, daarna volgden ook Chicago en New York. Enkel in London bleven ze zich, met de koppigheid eigen aan de Britse eilanders vastklampen aan een strohalm. Telkens weer werd de definitieve beslissing uitgesteld, tot ze op 6 augustus toch de handdoek in de ring werpen. Op de 40e editie, zal er enkel een professionele versie gelopen worden op een 2 km lang parcours rond St James’s park. Voor de gewone stervelingen komt er uitstel naar 3 oktober 2021 en een virtuele editie op 4 oktober dit jaar. Ook het Abbott wereldkampioenschap voor masters verhuist naar de datum volgend jaar.

Hoewel dit uitstel al een tijdje in de lucht hing, gaf het toch weer een kleine mentale opdoffer. De doelen voor dit jaar moeten nog maar eens bijgesteld worden. De Belgische kampioenschappen worden en passant ook opnieuw uitgesteld naar eind september deze keer. De focus gaat nu naar de kortere afstanden. Dit vereist een aangepaste training met meer snelheid en minder kilometers. Op zichzelf kan een beetje trainingsafwisseling geen kwaad natuurlijk. De verworven snelheid kan ik vast en zeker gebruiken als ik in de toekomst weer eens aan een marathon voorbereiding begin. Nu is het vooreerst zaak om gezond te blijven en op termijn weer een beetje competitie te kunnen doen in kortere wedstrijden. De virtuele editie van de London marathon staat ook op het programma, maar dan eerder als een doorgedreven training.

Het bijgevoegde beeld vat de situatie goed samen: vanuit onze bubbel zien we London in de verte liggen.

Wordt vervolgd… volgend jaar !

Nick Thompson, snelle 40’er en serieuze concurrent

Mijn coach Claire Bartholic interviewt Nicholas Thompson , hoofdredacteur van WIRED magazine als host van de “Run to the Top” podcast.

Nick heeft zowat elke belangrijke Tech CEO geinterviewd als journalist voor CBS News, maar geraakte net als ik pas op latere leeftijd gepassionneerd door hardlopen. Pas toen hij door Nike als proefkonijn voor hun schoenen gevraagd werd, begon hij serieus te trainen. Het resultaat mag er zeker wezen.

Nick liep de Chicago marathon 2019 twee seconden sneller dan mezelf – weliswaar een minuutje voor mij – en was in het klassement net voor mij. In de Abbott world Championship zal hij ook in de M45 categorie uitkomen. Een niet te onderschatten concurrent dus…

Luister naar zijn verhaal, het belang van zijn vader, de passie voor de marathon, maar ook de relativering ervan … met een knipoog – of moet ik knipoor zeggen – van mijn coach naar mij.

The longer road to London – deel 4

Na het uitstel van de Boston marathon, volgt op 13 maart, zes weken voor de geplande datum dan toch eindelijk het onvermijdelijke. De 40e editie van de London marathon wordt uitgesteld naar de herfst, meer bepaald naar 4 oktober. In de wetenschap dat deze epidemie niet onmiddellijk voorbij zal zijn, neem ik onmiddellijk de beslissing om in het geplande vierde trainingsblok (2 Mrt – 12 Apr) het aantal trainingskilometers drastisch terug te schroeven en een tweetal weken rust in te lassen. Vooral het moreel geraakt aangetast. Een trainingscyclus voor een marathon is al een huzarenstukje van wilskracht en overtuiging zonder dat er dan nog virussen roet in het eten komen werpen.

Het is de bedoeling om vanaf april de training terug aan te vatten. Het hervatten na de rust loopt echter niet zoals gepland. Na een kine videoconsult – want het is nog steeds coronatijd – is het verdict: een ontsteking aan de extensie pezen (extensor tendonitis) in de linkervoet. Twee pezen vanboven op de voet zijn overwerkt: extensor digitorum (teenstrekker) en extensor hallucis (grote teenstrekker) en vragen om een beetje rust. Deze blessures komen typisch voor na een te snelle heropstart. Ik dacht dat na de rust en de gelopen volumes 12km wel direct terug haalbaar was, maar blijkbaar protesteren de pezen vaak bij terug belasten. De opgelegde oefening bestaat uit de voet strekken en plooien met gestrekt en geplooid been met een weerstandsband, 3x per dag. Het is bekend dat peesblessures taai zijn en het een tijdje duurt voor je hersteld bent. Rust is dan ook weer niet goed, je moet de zaak in beweging houden en met “lichte” pijn lopen. De belasting moet echter beperkt blijven. Hoewel de blessure begin april opkwam zou het tot begin mei duren vooraleer de pijn bij het gewoon stappen verdwijnt.

Gelukkig is er tijd. Van wedstrijden is er voor augustus geen sprake meer, ook alle Belgische kampioenschappen worden uitgesteld. Dan toch nog iets positief aan deze corona epidemie: ik kan iets langer regerend 10.000m Belgisch kampioen blijven.

Half mei is de blessure onder controle, maar nog niet verdwenen. Het trainingsvolume wordt terug iets opgedreven om tot een normaal niveau te komen begin juli om dan de marathon specifieke training van een drietal maanden of 12 weken aan te vatten. Ik mik hierbij op twee blokken van 6 weken en een taper van 2 weken. Blok 1 (29 juni – 9 aug) en Blok 2 (9 aug – 20 sept). In mei en juni wordt vooral op kracht getraind in combinatie met een uitbreiding naar +100km wekelijkse afstand, om terug het niveau te halen.

We weten nu dat de competitie tegen augustus zal hervatten, met de Belgisch Kampioenschap voor masters outdoor in het laatste weekend van augustus.

The road to London – deel 3

Het derde trainingsblok (20 Jan – 1 Mrt) luidde ook de marathon specifieke training in. De kortere sprint intervaltrainingen verdwenen nagenoeg compleet uit het trainingsschema en langzaam werd opgebouwd met steeds langere tempo intervallen. Daarnaast was er vooral veel ruimte voor trage duurlopen.

Het doel om naar een gemiddelde van rond de 135 km per week te werken, werd (nog) niet volledig bereikt. Het trainingsvolume bleef beperkt tot een gemiddelde van 123 km/week en een gemiddelde lange loop van 29 km.

Eén van de redenen is ongetwijfeld de kuitblessure die ik opliep tijdens een doorgedreven tempo training in de laatste week van februari. Marathontraining is vaak op de rand van het haalbare en deze keer was ik er net over. Ook een extra rustdag kon niet verhinderen dat ik een zeurende pijn voelde als ik mijn rechterbeen naar voren plooide. Een bezoekje aan de kine drong zich dus op. Het verdict was een overwerkte digitorum longus, een diepe kuitspier aan de achterkant van het scheenbeen met een connectie naar de voetboog. De marathon en de training kwamen niet echt in gevaar, maar ik moest het even een beetje kalmer aan doen om de spier na (een pijnlijke) behandeling de kans te geven om tot rust te komen.

Ik stond nu voor een dilemma aangezien ik net in het weekend de 10 miles van Charleroi als testwedstrijd op het programma had staan. Medisch gezien was er geen reden om niet van start te gaan al was er een grote kans dat de spier bij extreme inspanning er opnieuw slechter aan toe zou zijn met een langer herstel tot gevolg. Aan de andere kant was deze wedstrijd ingepland als een graadmeter voor de conditie en een extra motivator om te blijven trainen (bij gunstig resultaat).

De vraag die ik dus moest beantwoorden was wat ik bij deze wedstrijd zou winnen en of dit opwoog tegen de mogelijke risico’s. En eigenlijk was deze afweging gauw gemaakt. Ik had net op training een hele goede sessie gelopen dus ik wist dat de conditie goed zat in die mate dat er misschien wel een PR in zat voor de 10 miles. Dit was echter niet mijn doelwedstrijd. Mijn gedachten en focus waren bij London en het leek mij gewoon verstandig om dan ook volledig deze kaart te trekken, daarbij gesteund door mijn coach die me enkel met een blessure wil zien racen als die licht is en als het om een echte doelwedstrijd gaat. Dus exit tripje naar Charleroi en in de plaats een lange duurloop, die ik trouwens volledig pijnvrij kon afwerken. Dus het ziet er naar uit dat we terug naar de gewenste loopvolumes zullen kunnen evolueren en dit op een pijnvrije manier.

In het komende vierde (2 Mrt – 12 Apr) en laatste voorbereidingsblok van 6 weken moet al het voorgaande trainingswerk culmineren in vier goede trainingsweken vooraleer de taper in te gaan. Op het einde van maart is een test voorzien met de halve marathon van Gent. Er zijn langere tempo intervallopen (tot 10 km per interval) gepland. De kracht- en fitnessoefeningen blijven nu op een constant volume (3 à 4 maal per week).

Verder blijft het vooral zaak om gezond te blijven in tijden van corona. Ook het gevaar van uitstel of afstel van de Londen marathon blijft reëel, na het annuleren van de marathon van Tokio voor het grote publiek en het verschuiven van de marathon van Parijs naar het najaar. Dit zijn echter externe omstandigheden waar ik sowieso geen vat op heb, dus het heeft niet veel zin me daar zorgen om te maken. Voorlopig gaat de training door zoals gepland.

CrossCup KvV Rotselaar – moeilijke start en dito wedstrijd

Naast het CrossCup klassement was deze wedstrijd aan de plas van Rotselaar ook het Vlaams cross kampioenschap. Door de aangekondigde storm in de vooravond waren de organizatoren genoodzaakt om het uur schema van deze manche van de CrossCup danig in te korten met als resultaat een groepering van de junioren en alle master reeksen in één wedstrijd over 6,600km. Gelukkig mochten de junioren een minuutje eerder vertrekken, maar toch bleven er een 160 masters over die zich op de relatief smalle startstrook op het strand van de plas klaar mochten maken voor de start. Ikzelf – in volle marathontraining – had niet getapered voor deze wedstrijd en voor de start al een mooie training achter de rug. Podium ambities koesterde ik dus niet, maar ik hoopte toch op een relatief goed resultaat aangezien de conditie wel in stijgende lijn zat. Mijn start was echter ronduit belabberd, gestart vanop de tweede rij en met veel trek en duw werk dook ik ergens halverwege het pak – in 60-70ste positie – de eerste bocht in. Ook ploeggenoot Davy Segers (DCLA/M40) kende geen al te beste start en liep maar een 10-tal plaatsen voor mij. Dankzij een serieuze inspanning zou hij nog aansluiting bij de eersten vinden, maar de energie die hij hierbij moest aanspreken kwam hij in de slotfase net te kort om kampioen te worden. Ook voor mij begon een lange inhaalwedstrijd. Hoewel het tempo lopen op de rechte stroken wel meeviel, kwam ik zowel in het optrekken na de bochten als de passages door het zand toch duidelijk scherpte te kort. Ook tijdens de laatste honderden meters kwam er geen eindspurt meer uit. Uiteindelijk strandde ik op het strand als 30e en 8e M45 wat een beetje onder de verwachting was. Behalve het omvallen van een boom die gevaarlijk over het parcours hing, waren er gelukkig verder geen gevolgen van de storm. Hier eindigde voor mij ook – na amper twee wedstrijden – het cross seizoen.

Top 35 Runner’s World Lage landen marathonranglijst 2019

Net als vorig jaar was het ook dit jaar weer uitkijken naar het Februari nummer van Runner’s World NL/BE om te kijken hoe het er in marathonland aan toe gegaan was in het afgelopen jaar en op de hoeveelste plaats we onszelf zouden vinden.

De opwaartse curve werd ook deze keer volgehouden al wordt het steeds moeilijker om nog plaatsjes te winnen. Daar waar ik vorig jaar nog op de 50e plaats stond, legde ik nu beslag op de 34e plaats, zowaar 16 plaatsen winst.

Een vergelijking van het aantal lopers vermeld in de Runner’s World marathonlijst over de laatste drie jaar, leert ons dat er systematisch meer mannen en vrouwen in slagen om een marathon respectievelijk onder 3 uur dan wel 4 uur te lopen en dat zowel in Nederland als in België. Ik denk dat we er dus mogen vanuit gaan dat de marathonsport nog steeds aan populariteit wint in de Lage landen. Opvallend is dat bij de mannen de Nederlanders na een status quo jaar ons in aantal weer voorbijsteken, al zijn de aantallen tussen de twee landen zeer vergelijkbaar. Een heel ander verhaal zien we bij de dames, waar de Nederlandse vrouwen duidelijk meer vertegenwoordigd zijn met een gelijklopende stijgende tendens in beide landen de laatste drie jaar. De Belgische vrouwen hebben hier iets goed te maken.

Tot slot maakte ik me de bedenking dat de limieten voor mannen en vrouwen – respectievelijk 3 uur en 4 uur – toch vrij ver uit elkaar lagen. Ik was benieuwd of er éénzelfde aantal lopers zou zijn uit beide groepen als de limieten vergelijkbaar waren. Daarom heb ik me gebaseerd op de respectievelijke WR bij de mannen (02:01:39, Eliud Kipchoge) en vrouwen (02:14:04, Brigid Kosgei) en via een simpele regel van drie berekend wat het equivalent is bij de vrouwen voor een tijd van 3 uur bij de mannen: 3u18m22s. Het aantal vrouwen dat er in slaagt om deze tijd te lopen is zowel in België als Nederland stijgend, maar de aantallen liggen beduidend lager dan bij hun mannelijke collega’s. De Nederlandse vrouwen doen het opnieuw iets beter. Conclusie is dat we dringend op zoek moeten naar snelle vrouwen die het evenwicht kunnen herstellen.

Laat ons tot slot nog eens inzoomen op de prestaties van de Belgische mannen en vrouwen.

Bij de mannen neemt Bashir Abdi met een nieuw Belgisch record de fakkel over van Koen Naert, die de laatste twee jaar de lijst aanvoerde. Beiden schuiven systematisch dichter naar de absolute wereldtop en ze maken de kloof met de nummer drie groter. In het algemeen wordt er over de hele lijn sneller gelopen, maar zeker in de top 5. Ter ondersteuning van deze vaststelling, met mijn tijd van 2:29:15 word ik dit jaar 34e (2019), maar voorgaande jaren zou ik een stuk dichter eindigen in de lijst, respectievelijk 23e (2018) en 20e (2017).

Bij de vrouwen zien we een ander beeld. Daar treedt eerder een nivellering op in de top 5 en zelfs top 10, met toptijden die zelfs iets achteruit gaan in sommige gevallen. Nina Lauwaert blijft ook dit jaar de Belgische koningin van de marathon. Verder is er ook bij de vrouwen een algemene sneller tendens die zeer gelijklopend is met deze bij de mannen.

Bron cijfermateriaal: Runner’s World Feb 2018, 2019, 2020

The road to London – deel 2

Aan het einde van het tweede trainingsblok (8 Dec – 19 Jan) van 6 weken richting London wordt het tijd om nog eens een stand van zaken op te maken.

Met een gemiddelde van 94 km per week en 24 km voor de langste wekelijkse loop kom ik dicht bij de geplande 100 km per week voor deze periode. Ook de geplande wekelijkse lange loop van 25 km werd vlot afgewerkt.

Dit blok werd gestart met een loop-analyse om te kijken welke de grootste verbeterpunten waren ter optimalisatie van de loopefficiëntie en waar dus gedurende de winter aan gewerkt kon worden. De beelden van zowel sprints als marathontempo werden hiervoor gebruikt. Bij de sprints viel het vooral op dat ik geen sprinter ben. Ik zakte teveel in elkaar en maakte me niet groot genoeg. Een patroon dat we ook terug zien tijdens het lopen van marathontempo: de heup aan de rechterkant zakt door wat gecorrigeerd wordt aan de linkerkant door de arm iets meer uit te steken. Hetzelfde zagen we ook al op foto’s in de laatste kilometers van de marathon. Het benenwerk onderaan was eigenlijk wel in orde, alleen was de timing net te traag om onder het zwaartepunt te landen waardoor ik nog een tikkeltje overstride. In de komende tijd zal het dus zaak zijn om de bilspieren verder te versterken en te activeren en me daarbij ook steeds groot te maken. Daarnaast zal er in beperktere mate ook op de explosiviteit gewerkt worden voor een betere timing. Ik startte samen met kine Dennis Laerte, zelf één van de Belgische top marathonlopers, een lange termijn programma met een zestal nieuwe oefeningen om de zes weken om er voor te zorgen dat alles gevarieerd en efficiënt bleef. De oefeningen zelf voerde ik 3 tot maximaal 4 keer in de week uit.

De looptraining concentreerde zich nu vooral op kortere – lees 5 en 10 km – afstanden en het snellere trainingswerk werd daar ook naar aangepast. Alles verliep naar wens tot ik tijdens een rustige loop op 16 december door een uitstekende stoeptegel uit evenwicht geraakte, struikelde en vol op mijn linkerzijde terecht kwam. Naast enkele schaafwonden was het vooral mijn heup die de volle slag had opgevangen. Na een minuutje zittend te zijn bekomen, was ik vooral opgelucht dat ik toch nog kon staan en lopen zij het niet pijnvrij. De volgende dagen was alles stijf en stappen en slapen ging moeilijk. Een extra rustdag drong zich op, maar daarna kon ik toch de training – met een gereduceerd volume – hervatten. De krachtoefeningen moest ik tijdelijk on hold zetten. Een marathontraining loopt zelden zonder onvoorziene tegenslagen en er was nog tijd, dus zeker geen reden tot paniek.

Het zou tot de week van de Eindejaarscorrida in Leuven duren voor alle wonden geheeld waren en ik terug normaal en met volle mogelijkheden kon lopen. De corrida, een thuiswedstrijd bevestigde samen met de NYRR virtuele nieuwjaarsloop en het Provinciaal crosskampioenschap te Gooik dat ik op de goede weg was. Zoals voorzien is de basissnelheid aanwezig en werken we gestaag aan een hoger trainingsvolume.

In het volgende en derde voorbereidingsblok (20 Jan – 1 Maa) van zes weken is de opbouw naar 135 km per week gepland. Daarbij gaat de volledige focus naar training zonder wedstrijden die nu teveel tijd kosten in taper en recuperatie. Naar het einde van dit blok, en bij het begin van het laatste blok staat er een test van 10 miles op het programma om te kijken waar we conditioneel staan. Optioneel staat nog het Vlaams cross kampioenschap in Rotselaar geprogrammeerd, maar dat zal eerder als training dan als doel worden gebruikt.