The road to London – deel 3

Het derde trainingsblok (20 Jan – 1 Mrt) luidde ook de marathon specifieke training in. De kortere sprint intervaltrainingen verdwenen nagenoeg compleet uit het trainingsschema en langzaam werd opgebouwd met steeds langere tempo intervallen. Daarnaast was er vooral veel ruimte voor trage duurlopen.

Het doel om naar een gemiddelde van rond de 135 km per week te werken, werd (nog) niet volledig bereikt. Het trainingsvolume bleef beperkt tot een gemiddelde van 123 km/week en een gemiddelde lange loop van 29 km.

Eén van de redenen is ongetwijfeld de kuitblessure die ik opliep tijdens een doorgedreven tempo training in de laatste week van februari. Marathontraining is vaak op de rand van het haalbare en deze keer was ik er net over. Ook een extra rustdag kon niet verhinderen dat ik een zeurende pijn voelde als ik mijn rechterbeen naar voren plooide. Een bezoekje aan de kine drong zich dus op. Het verdict was een overwerkte digitorum longus, een diepe kuitspier aan de achterkant van het scheenbeen met een connectie naar de voetboog. De marathon en de training kwamen niet echt in gevaar, maar ik moest het even een beetje kalmer aan doen om de spier na (een pijnlijke) behandeling de kans te geven om tot rust te komen.

Ik stond nu voor een dilemma aangezien ik net in het weekend de 10 miles van Charleroi als testwedstrijd op het programma had staan. Medisch gezien was er geen reden om niet van start te gaan al was er een grote kans dat de spier bij extreme inspanning er opnieuw slechter aan toe zou zijn met een langer herstel tot gevolg. Aan de andere kant was deze wedstrijd ingepland als een graadmeter voor de conditie en een extra motivator om te blijven trainen (bij gunstig resultaat).

De vraag die ik dus moest beantwoorden was wat ik bij deze wedstrijd zou winnen en of dit opwoog tegen de mogelijke risico’s. En eigenlijk was deze afweging gauw gemaakt. Ik had net op training een hele goede sessie gelopen dus ik wist dat de conditie goed zat in die mate dat er misschien wel een PR in zat voor de 10 miles. Dit was echter niet mijn doelwedstrijd. Mijn gedachten en focus waren bij London en het leek mij gewoon verstandig om dan ook volledig deze kaart te trekken, daarbij gesteund door mijn coach die me enkel met een blessure wil zien racen als die licht is en als het om een echte doelwedstrijd gaat. Dus exit tripje naar Charleroi en in de plaats een lange duurloop, die ik trouwens volledig pijnvrij kon afwerken. Dus het ziet er naar uit dat we terug naar de gewenste loopvolumes zullen kunnen evolueren en dit op een pijnvrije manier.

In het komende vierde (2 Mrt – 12 Apr) en laatste voorbereidingsblok van 6 weken moet al het voorgaande trainingswerk culmineren in vier goede trainingsweken vooraleer de taper in te gaan. Op het einde van maart is een test voorzien met de halve marathon van Gent. Er zijn langere tempo intervallopen (tot 10 km per interval) gepland. De kracht- en fitnessoefeningen blijven nu op een constant volume (3 à 4 maal per week).

Verder blijft het vooral zaak om gezond te blijven in tijden van corona. Ook het gevaar van uitstel of afstel van de Londen marathon blijft reëel, na het annuleren van de marathon van Tokio voor het grote publiek en het verschuiven van de marathon van Parijs naar het najaar. Dit zijn echter externe omstandigheden waar ik sowieso geen vat op heb, dus het heeft niet veel zin me daar zorgen om te maken. Voorlopig gaat de training door zoals gepland.

CrossCup KvV Rotselaar – moeilijke start en dito wedstrijd

Naast het CrossCup klassement was deze wedstrijd aan de plas van Rotselaar ook het Vlaams cross kampioenschap. Door de aangekondigde storm in de vooravond waren de organizatoren genoodzaakt om het uur schema van deze manche van de CrossCup danig in te korten met als resultaat een groepering van de junioren en alle master reeksen in één wedstrijd over 6,600km. Gelukkig mochten de junioren een minuutje eerder vertrekken, maar toch bleven er een 160 masters over die zich op de relatief smalle startstrook op het strand van de plas klaar mochten maken voor de start. Ikzelf – in volle marathontraining – had niet getapered voor deze wedstrijd en voor de start al een mooie training achter de rug. Podium ambities koesterde ik dus niet, maar ik hoopte toch op een relatief goed resultaat aangezien de conditie wel in stijgende lijn zat. Mijn start was echter ronduit belabberd, gestart vanop de tweede rij en met veel trek en duw werk dook ik ergens halverwege het pak – in 60-70ste positie – de eerste bocht in. Ook ploeggenoot Davy Segers (DCLA/M40) kende geen al te beste start en liep maar een 10-tal plaatsen voor mij. Dankzij een serieuze inspanning zou hij nog aansluiting bij de eersten vinden, maar de energie die hij hierbij moest aanspreken kwam hij in de slotfase net te kort om kampioen te worden. Ook voor mij begon een lange inhaalwedstrijd. Hoewel het tempo lopen op de rechte stroken wel meeviel, kwam ik zowel in het optrekken na de bochten als de passages door het zand toch duidelijk scherpte te kort. ook tijdens de laatste honderden meters kwam er geen eindspurt meer uit. Uiteindelijk strandde ik op het strand als 30e en 8e M45 wat een beetje onder de verwachting was. Behalve het omvallen van een boom die gevaarlijk over het parcours hing, waren er gelukkig verder geen gevolgen van de storm. Hier eindigde voor mij ook – na amper twee wedstrijden – het cross seizoen.

Top 35 Runner’s World Lage landen marathonranglijst 2019

Net als vorig jaar was het ook dit jaar weer uitkijken naar het Februari nummer van Runner’s World NL/BE om te kijken hoe het er in marathonland aan toe gegaan was in het afgelopen jaar en op de hoeveelste plaats we onszelf zouden vinden.

De opwaartse curve werd ook deze keer volgehouden al wordt het steeds moeilijker om nog plaatsjes te winnen. Daar waar ik vorig jaar nog op de 50e plaats stond, legde ik nu beslag op de 34e plaats, zowaar 16 plaatsen winst.

Een vergelijking van het aantal lopers vermeld in de Runner’s World marathonlijst over de laatste drie jaar, leert ons dat er systematisch meer mannen en vrouwen in slagen om een marathon respectievelijk onder 3 uur dan wel 4 uur te lopen en dat zowel in Nederland als in België. Ik denk dat we er dus mogen vanuit gaan dat de marathonsport nog steeds aan populariteit wint in de Lage landen. Opvallend is dat bij de mannen de Nederlanders na een status quo jaar ons in aantal weer voorbijsteken, al zijn de aantallen tussen de twee landen zeer vergelijkbaar. Een heel ander verhaal zien we bij de dames, waar de Nederlandse vrouwen duidelijk meer vertegenwoordigd zijn met een gelijklopende stijgende tendens in beide landen de laatste drie jaar. De Belgische vrouwen hebben hier iets goed te maken.

Tot slot maakte ik me de bedenking dat de limieten voor mannen en vrouwen – respectievelijk 3 uur en 4 uur – toch vrij ver uit elkaar lagen. Ik was benieuwd of er éénzelfde aantal lopers zou zijn uit beide groepen als de limieten vergelijkbaar waren. Daarom heb ik me gebaseerd op de respectievelijke WR bij de mannen (02:01:39, Eliud Kipchoge) en vrouwen (02:14:04, Brigid Kosgei) en via een simpele regel van drie berekend wat het equivalent is bij de vrouwen voor een tijd van 3 uur bij de mannen: 3u18m22s. Het aantal vrouwen dat er in slaagt om deze tijd te lopen is zowel in België als Nederland stijgend, maar de aantallen liggen beduidend lager dan bij hun mannelijke collega’s. De Nederlandse vrouwen doen het opnieuw iets beter. Conclusie is dat we dringend op zoek moeten naar snelle vrouwen die het evenwicht kunnen herstellen.

Laat ons tot slot nog eens inzoomen op de prestaties van de Belgische mannen en vrouwen.

Bij de mannen neemt Bashir Abdi met een nieuw Belgisch record de fakkel over van Koen Naert, die de laatste twee jaar de lijst aanvoerde. Beiden schuiven systematisch dichter naar de absolute wereldtop en ze maken de kloof met de nummer drie groter. In het algemeen wordt er over de hele lijn sneller gelopen, maar zeker in de top 5. Ter ondersteuning van deze vaststelling, met mijn tijd van 2:29:15 word ik dit jaar 34e (2019), maar voorgaande jaren zou ik een stuk dichter eindigen in de lijst, respectievelijk 23e (2018) en 20e (2017).

Bij de vrouwen zien we een ander beeld. Daar treedt eerder een nivellering op in de top 5 en zelfs top 10, met toptijden die zelfs iets achteruit gaan in sommige gevallen. Nina Lauwaert blijft ook dit jaar de Belgische koningin van de marathon. Verder is er ook bij de vrouwen een algemene sneller tendens die zeer gelijklopend is met deze bij de mannen.

Bron cijfermateriaal: Runner’s World Feb 2018, 2019, 2020

The road to London – deel 2

Aan het einde van het tweede trainingsblok (8 Dec – 19 Jan) van 6 weken richting London wordt het tijd om nog eens een stand van zaken op te maken.

Met een gemiddelde van 94 km per week en 24 km voor de langste wekelijkse loop kom ik dicht bij de geplande 100 km per week voor deze periode. Ook de geplande wekelijkse lange loop van 25 km werd vlot afgewerkt.

Dit blok werd gestart met een loop-analyse om te kijken welke de grootste verbeterpunten waren ter optimalisatie van de loopefficiëntie en waar dus gedurende de winter aan gewerkt kon worden. De beelden van zowel sprints als marathontempo werden hiervoor gebruikt. Bij de sprints viel het vooral op dat ik geen sprinter ben. Ik zakte teveel in elkaar en maakte me niet groot genoeg. Een patroon dat we ook terug zien tijdens het lopen van marathontempo: de heup aan de rechterkant zakt door wat gecorrigeerd wordt aan de linkerkant door de arm iets meer uit te steken. Hetzelfde zagen we ook al op foto’s in de laatste kilometers van de marathon. Het benenwerk onderaan was eigenlijk wel in orde, alleen was de timing net te traag om onder het zwaartepunt te landen waardoor ik nog een tikkeltje overstride. In de komende tijd zal het dus zaak zijn om de bilspieren verder te versterken en te activeren en me daarbij ook steeds groot te maken. Daarnaast zal er in beperktere mate ook op de explosiviteit gewerkt worden voor een betere timing. Ik startte samen met kine Dennis Laerte, zelf één van de Belgische top marathonlopers, een lange termijn programma met een zestal nieuwe oefeningen om de zes weken om er voor te zorgen dat alles gevarieerd en efficiënt bleef. De oefeningen zelf voerde ik 3 tot maximaal 4 keer in de week uit.

De looptraining concentreerde zich nu vooral op kortere – lees 5 en 10 km – afstanden en het snellere trainingswerk werd daar ook naar aangepast. Alles verliep naar wens tot ik tijdens een rustige loop op 16 december door een uitstekende stoeptegel uit evenwicht geraakte, struikelde en vol op mijn linkerzijde terecht kwam. Naast enkele schaafwonden was het vooral mijn heup die de volle slag had opgevangen. Na een minuutje zittend te zijn bekomen, was ik vooral opgelucht dat ik toch nog kon staan en lopen zij het niet pijnvrij. De volgende dagen was alles stijf en stappen en slapen ging moeilijk. Een extra rustdag drong zich op, maar daarna kon ik toch de training – met een gereduceerd volume – hervatten. De krachtoefeningen moest ik tijdelijk on hold zetten. Een marathontraining loopt zelden zonder onvoorziene tegenslagen en er was nog tijd, dus zeker geen reden tot paniek.

Het zou tot de week van de Eindejaarscorrida in Leuven duren voor alle wonden geheeld waren en ik terug normaal en met volle mogelijkheden kon lopen. De corrida, een thuiswedstrijd bevestigde samen met de NYRR virtuele nieuwjaarsloop en het Provinciaal crosskampioenschap te Gooik dat ik op de goede weg was. Zoals voorzien is de basissnelheid aanwezig en werken we gestaag aan een hoger trainingsvolume.

In het volgende en derde voorbereidingsblok (20 Jan – 1 Maa) van zes weken is de opbouw naar 135 km per week gepland. Daarbij gaat de volledige focus naar training zonder wedstrijden die nu teveel tijd kosten in taper en recuperatie. Naar het einde van dit blok, en bij het begin van het laatste blok staat er een test van 10 miles op het programma om te kijken waar we conditioneel staan. Optioneel staat nog het Vlaams cross kampioenschap in Rotselaar geprogrammeerd, maar dat zal eerder als training dan als doel worden gebruikt.

PK Cross Gooik – schildje veroverd in modderpoel

Het doet altijd plezier om terug te keren naar het Pajottenland en zeker als het naar Gooik, de parel van deze streek is. Al bleek al vlug dat het parcours allerminst een parel was dit jaar. Vorig jaar was de passage door de weide – waar op en af gelopen moest worden – al pittig, maar toen was er nog een min of meer beloopbaar pad. Dit jaar zakte je gewoon enkeldiep in de modder, daar kon niet aan ontkomen worden. Velen voor onze reeks hadden het al geprobeerd door alternatieve trajecten uit te testen en zelf probeerde ik het tevergeefs elke ronde ook opnieuw – links, rechts, midden – het bleef onveranderd zwaar werken om de zuigende en ijskoude modder te doorklieven. Naast het parcours was er nog een verzwarende factor voor de wedstrijd. Dit jaar fungeerde deze cross immers ook als Provinciaal kampioenschap wat toch steeds tot een sterkere bezettingsgraad leidt. Tot slot was dit ook een test om te kijken hoe het met de basisconditie stond na de voltooiing van twee trainingsblokken van 6 weken in de marathonvoorbereiding naar London. Neem daarbij nog de aanwezigheid van de familie als supporters en ik stond toch iets zenuwachtiger dan normaal aan de start. Door mijn tragere start vorig jaar was ik na een 300m even opgehouden, dus dat wilde ik dit jaar absoluut vermijden. Dit jaar nestelde ik me voor de start tussen de latere winnaars Koen Penninckx/GRIM (Masters) en Wout Debroyer/DCLA (Juniors) dus dit excuus kan ik nu niet inroepen.

En… ik werd niet opgehouden dit jaar, maar toch liep ik in de eerste km net dat beetje te hard van stapel, zodat het metertje stevig in het rood ging bij de eerste passage door de modderweide. Omdat we elkaar kruisten bij het op en af lopen, stelde ik ook vast dat eeuwige rivaal Chris Wouters/ROBA niet zo heel ver achterlag. En hoewel het voor hem reeds de derde wedstrijd van het weekend was en hij ook niet topfit was, heb je aan hem altijd een kwaaie klant. Na de passage door de weide volgde een rondje rond één van de ex-voetbalvelden van SK Gooik waarop ik wel in marathonmodus kon overschakelen. Ik merkte al vlug dat het deelnemersveld weliswaar uitrekte, maar dat de plaatsen behouden bleven.

Opdraaien over het brugje na de passage door de wei, klaar om weer tempo te maken (foto: Luc Van Ongeval)

Bij nog een volgende passage stelde Michel Jordens die ook naar Gooik was afgezakt me gerust. Ik lag op de 5de plaats bij de Masters (M35-45) en ruim voor in de M45 categorie. En zo zou het ook blijven tot aan de finish.

Op weg naar de finish in de laatste rechte lijn. (2020) (Foto: Luc Van Ongeval)

De finish lag precies op dezelfde plaats als bij mijn eerste kennismaking met de atletiek onder de vorm van de jaarlijkse scholencross. Alle Gooikse basisscholen bekampten elkaar op en rond dezelfde voetbalvelden.

Gooikse scholencross op dezelfde plaats (1983) (Foto: Luc Van Ongeval)

Voor mij was het de ontdekking van een nieuw talent.

Toen wel op het podium. (Foto: Luc Van Ongeval)

Onmiddellijk na de finish word ik bijgestaan door de trouwe supporters (Jill, Inne en mama Martine) die er voor zorgen dat ik geen kou vat. Op de achtergrond DCLA’er Davy Segers klaar om het podium als tweede bij de Masters (M35-50) te bestijgen. Van de originele blauw-gele kleur van de schoenen bleef weinig zichtbaar.

Net na de finish (Foto: Luc Van Ongeval)

Daarna volgde de nabespreking met Chriske Wouters/ROBA (6de) en ex-profvoetballer Yves Buelinckx/OEH (10de), de lijven duidelijk getekend door de modderige passages. Op de achtergrond is het niet duidelijk of Wouter Verbist/ROBA (18de) aan het bekomen of aan het nagenieten is.

Nabespreking met de collega’s. (Foto: Bram Van Ongeval)
Provinciaal kampioen Vlaams-Brabant veldlopen M45 – schildje

NYRR Virtual Resolution run 2020 5km: tradities moeten er zijn

Als je na drie opeenvolgende jaren reeds van een kleine traditie kan spreken dan is deze gratis virtuele run voor de derde keer georganiseerd door de New York Road Runners in samenwerking met Strava er zeker één aan het worden. Waar er bij de eerste editie in 2018 slechts 2788 deelnemers waren is dit aantal inmiddels serieus toegenomen (2019: 6915 deelnemers; 2020: 15651 deelnemers) en men is dus goed op weg om het deelnemersaantal van de echte wedstrijden te evenaren en misschien zelfs te overtreffen. Men is immers niet gebonden door veiligheidsoverwegingen of overvolle straten door de gedistribueerde participatie in tijd en ruimte in virtuele lopen. Ook in België neemt de populariteit zienderogen toe ( 2018: 18 deelnemers; 2019: 35 deelnemers; 2020: 103 deelnemers).

Net als verleden jaar werd ik in mijn poging bijgestaan door mijn fietsende zoon Jins die ook voor het beeldmateriaal zorgde. De weerscondities waren vrij goed met enkel een licht briesje traditioneel tegen in de laatste kilometers. Zoals steeds liep ik als opwarming het parcours ter verkenning om zeker te zijn dat er geen onverwachte wegenwerken gestart waren die de poging in de war zou kunnen sturen.

Een korte impressie op de Diestsesteenweg (Video: Jins Van Ongeval)

Om het wedstrijdgevoel een beetje te evenaren, drukte ik de BIB af die door de NYRR ter beschikking werd gesteld. Het mag een beetje raar ogen om met een loopnummer van een New Yorkse loopwedstrijd door Kessel-Lo te draven, maar het geeft altijd dat extraatje. Vanwege de verwachte tegenwind nam ik net als verleden jaar een beetje een behouden start, maar ook in de derde kilometer kon ik het tempo nog vrij hoog houden. In de laatste kilometer werd ik nog even door mijn fietsende zoon uit de wind gezet, maar in de eindspurt van de laatste honderden meter stond ik er alleen voor. Eénmaal over de virtuele eindmeet stonden we beiden uit te puffen.

Aangezien ik de virtuele 5km races steeds op hetzelfde parcours loop, zijn ze ook een beetje een graadmeter voor de conditie. Dit jaar voltooide ik de 5km in 16m32s wat de beste prestatie tot nog toe is (2018: 18m21s; 2019: 17m05s). De conditie zit blijkbaar al goed vroeg in het seizoen. Hopelijk kan ik hierop zonder blessures verder bouwen.

Bron: NYRR results. Vergelijking en progressie in de edities van de laatste drie jaar.

De sterkere tijd vertaalde zich echter niet in een betere rangschikking. Daar waar ik aanvankelijk 2de stond, kwamen er in de dagen erna nog een aantal sterke prestaties bij, zodat ik in het eindklassement op de 10de plaats beslag legde en dat zijn 3 plaatsen minder goed dan de vorige editie. Het groter aantal deelnemers zal daar niet vreemd aan zijn.

Eindejaarscorrida – met de familie doorheen Leuven

Dit jaar was de Eindejaarscorrida een echte familieuitstap doorheen Leuven. Naast de vier leden van het gezin was ook Roger – alias Apo – als trouwe supporter meegekomen om ons warm aan te moedigen. En dat was zeker nodig want rond 10u was het niet al te warm met slechts enkele graden boven het vriespunt.

Jins en Joline mochten de spits afbijten in de 4km. Ieder van hen had zich wel op een andere manier voorbereid. Voor Jins kwam de conditie vooral van de korfbaltraining, terwijl voor Joline één 3km loopje het weekend ervoor volstond. Gebaseerd op dat loopje was ons doel om na ongeveer 30 minuten terug aan het Ladeuzeplein te zijn.

We starten voorzichtig midden in het pak, wuivend naar de drone van ROB TV die met een live uitzending uitpakten met deskundige uitleg van onze Michel Jordens. Langzaam lieten we ons meedrijven met de massa. Jins liep mee met zijn vriend Roman en verdween uit ons zicht aan het einde van de Bondgenotenlaan. Maar Joline en mezelf bleven in een rustig tempo gestaag verder gaan. Na 2 km in het heuvelende stadspark begonnen we zowaar terug lopers in te halen. Voor Joline werd het nu ook moeilijker, maar toch beleef ze doorgaan. Naar het einde konden we zelfs nog een beetje versnellen waardoor we nog 30 seconden onder het half uur bleven. Jins was ondertussen al meer dan 4 minuten aangekomen. Een mooie prestatie van beiden.

Daarna was het de beurt aan Sophie en Brenda die 8km liepen. Ook hier was de voorbereiding door ziekte niet verlopen zoals gewenst. Toch hadden ze beiden op training de afstand reeds gelopen, dus we waren wel positief over de afloop. Meer nog Sophie slaagde erin om een minuutje sneller te lopen dan verleden jaar. Het was dus volkomen terecht dat ze met een zege gebaar de finish overging.

Ongeveer op hetzelfde moment mocht Tom starten voor zijn 12km. Aangezien ik niet meer geraced had sinds Chicago taste ik weer een beetje in het duister omtrent de conditie. Daarbij kwam ook nog de val medio December die er toch voor gezorgd had dat ik een tiental dagen last had met mijn linkerheup. Gelukkig was alles weer normaal nu, maar ik startte met de beperkte ambitie om in de top 30 te eindigen.

Gegeven die ambitie had ik me op de derde rij geposteerd samen met mijn marathon reisgenoot Werner en enkele andere Brokkenlopers. Ik voelde onmiddellijk dat de conditie goed zat toen ik net na de start moeiteloos naar voor kon doorschuiven. Bij de eerste passage op het Ladeuze plein na ongeveer 2km kwam ik als 15de voorbij. Ook toen we na het Hooverplein het Sint Donatus park indoken was ik nog steeds niet in het rood gegaan en bleef ik maar naar voor opschuiven. We klitten samen in een groepje die de 7de tot 10e plaats bezetten. Ik voelde me nog steeds sterk en probeerde nog een aantal opponenten kwijt te spelen. Op de helling van de Sint Antoniusberg hield ik bewust een beetje in om niet in het rood te gaan om dan weer over te nemen in afdaling van de Collegeberg naar de Oude markt toe. De hellingen zijn echter niet de enige moeilijkheid van dit parcours. Daarnaast is het bewaren van je evenwicht op de ongelijke kasseitjes van o.a. de Predikherenstraat minstens even moeilijk. Niet te verwonderen dat we in rij het betonnen gootje opzochten. Daarna ging het via de Vaartstraat langs “Dorre De Bakker” in de Diestestraat, maar mijn oog voor toeristische attracties begon nu wel te verminderen. We waren langzaam tot een 70 meter van Kevin Verluyten genaderd die op de 5de plaats liep.

Korte samenvatting van mijn Corrida (Originele beelden: live uitzending ROB-TV)

Bij het opdraaien naar links van de Bondgenotenlaan maakten we nagenoeg de eerste lus van 8km rond en tegelijkertijd ging het tempo de hoogte in om de achterstand tussen Kevin en het groepje te dichten. Ik moest alle zeilen bijzetten om nog te kunnen aanklampen als tweede, maar ik voelde stelselmatig met het naderen van het station hoe ik in overdrive ging. Ik draaide nog als tweede van het groepje de Maria Theresia straat in, maar daar was de kleinste helling er teveel aan, ik zakte meter voor meter weg uit het groepje. Er waren nog een drietal lastige kilometers in het vooruitzicht. Tijdens de passage aan het Ladeuzeplein onder het oog van de camera was het naar adem happen om terug mijn tempo vinden. Ondertussen had mijn groepje van voorheen Kevin bijgebeend, maar deze liet zich niet doen en hield dapper stand. Eindelijk was ik boven op de Naamsestraat en kon een korte afdaling richting Grote markt over het Hogeschoolplein beginnen. Ik hield het tempo nu strak zonder nog echt tot het uiterste te gaan. Voorbij het Pieter De Somer plein, net voor het opdraaien van de Leopold Vanderkelenstraat keek ik nog eens om en zag 150m achter mij nog niemand komen. Toen wist ik dat buiten alle verwachting de 10e plaats binnen was.

Foto’s: Racetimer

De knalprestaties van het gezin nog eens op een rijtje:
Joline (4.04km) – 29m30s (964ste)
Jins (4.04km) – 25m04s (494ste)
Sophie (7.625km) – 51m43s (1808ste)
Tom (11.65km) – 39m30s (10de)

Run to the Top podcast – The Gift of Fitness

Het was een hele eer om te gast te zijn bij gastvrouw Stephanie Kay Atwood in de RunnersConnect “Run to the Top” podcast. Als één van drie leden van RunnersConnect die een doorbraak kenden in 2019 bespraken we eerst hoe een spierscheur in de kuit aanvankelijk de gestelde doelen leek te hypothekeren. Achteraf echter bleek het terugkeren naar de simpele basisprincipes de ideale voedingsbodem voor een doorbraak met een sub 2u30 marathon. Tenslotte hebben we het ook over het grote doel en hoop voor 2020.

Je kan de episode hier beluisteren (in Engels) of downloaden via alle gangbare kanalen.

Questions Tom is asked:
4:24 How old are you now?
4:56 Where were you born and where do you live?
6:08 What kind of work do you do?
6:40 What brought you back to running after such a long break?
8:31 When did you start focusing on marathons?
9:07 What were your successes in 2019, including the Chicago Marathon?
11:25 What happened with your overtraining injury this past year?
14:20 What are your 6 beliefs that you used to rebound from injury for Chicago?
16:20 Where did you start with your mileage and how much did you build up each week in your 10-week training period?
17:03 What are your other 5 rules?
22:49 What are your goals for 2020?
25:21 How are you feeling about the Abbott/Wanda World Championships in April?
26:06 How do you feel about your competition?
27:50 What does a typical training week look like?
31:08 What other exercises are you doing?
32:42 What advice do you have for runners trying to accomplish what you have?

The road to London – deel 1

Na de marathon in Boston stond ik nog op de 10e plaats in de WMM Series XII Age group ranking, maar het was duidelijk dat ik nog een aantal plaatsen zou zakken vooraleer het klassement na de marathon van Berlijn zou afgesloten worden. Uiteindelijk werd ik 23e en eerste Belg.

Dit volstond echter ruimschoots om uitgenodigd te worden voor het eerste Abbott Wanda wereldkampioenschap voor leeftijdsgroepen vermits er 85 plaatsen voorbehouden waren in onze leeftijdscategorie. Midden Oktober viel dus de uitnodiging voor het WK als onderdeel van de Virgin Money London marathon in de bus. Deze doelstelling was alvast gehaald en het was meteen ook duidelijk waar ik mijn volgende voorjaarsmarathon zou lopen. Ik zou terugkeren naar de Britse hoofdstad twee jaar na mijn eerste deelname. De voltooiing van de “six-star” reeks zou hierdoor nog een jaartje uitgesteld worden aangezien de marathon van Tokyo ook in het voorjaar plaatsvindt en één marathon per half jaar voldoende is.

Na de terugkeer van Chicago was de eerste opdracht om te rusten om lichaam en geest de tijd te geven om te recupereren, niet alleen van de marathon en de reis zelf, maar ook van het trainingsblok wat eraan vooraf ging. Het gaf meteen ook de tijd om samen met mijn coach na te denken over hoe we de voorbereiding naar Londen zouden aanpakken.

Uiteindelijk werd het schema als volgt opgedeeld in 4 blokken van 6 weken en een taper periode van 2 weken:

Eerste blok (28 Okt – 8 Dec): Eerste week rustig terug beginnen met lichte loopjes, nog geen echte “workouts”. Vanaf de tweede week de conditie die ondertussen een beetje verloren is gegaan terug opbouwen in combinatie met core en fitness trainingen, die gedurende het eerste blok een belangrijke rol zullen spelen. Hierbij worden voor het eerst ook oefeningen met gewichten voorzien. De looptrainingen spitsen zich toe op korte afstanden, er is niet echt een wekelijkse lange loop, enkel om de drie weken (20km). Ook wordt een loopanalyze gepland om specifiek aan de loopvorm te kunnen werken. Aan het einde van het blok zou ik in een nader te bepalen cross de conditie eens willen testen.

Tweede blok (8 Dec – 19 Jan): Vanaf nu wordt de gemiddelde wekelijkse loopafstand rond de 100km als direkte voorbereiding op de specifieke marathontraining die in de volgende blokken aanvangt. Er verschijnt weer een lange loop in het schema van ongeveer 25km. De meeste lange lopen zijn nog rustig. Er zal verder wel nog op snelheid en kracht gewerkt worden door vooral rond 5k tempo te werken. Op het einde van het jaar staat er al eens een race van 10km gepland en op 12 Jan 2020 de cross in Gooik. De fitness oefeningen worden ook verdergezet gebaseerd op de uitkomst van de loopanalyze (3x kracht per week). Aan het einde van dit blok is het doel om basis snelheid te combineren met een mooi trainingsvolume.

Derde en vierde blok (19 Jan – 12 Apr): Hier hebben we de 12 weken specifieke marathon training, met een snelheidstraining, een tempotraining en een lange loop per week. Nog steeds is er één rustdag per week voorzien voor de nodige recuperatie en om de 3 weken is er een down week waarin de snelheids- of tempotraining vervalt en het volume ongeveer 20% wordt terug geschroefd. De bedoeling is om het volume hier stelselmatig op te drijven naar een gemiddelde van 135km/week. Als ultieme voorbereiding volgt er eind maart of begin april een nog nader te bepalen halve marathon. Terwijl het loopvolume wordt verhoogd, blijft de fitness belasting constant.

Taper (12 Apr – 25 Apr): Gedurende de twee weken voor de marathon gaat het volume gradueel naar beneden en worden de marathon tempo trainingen korter.

London marathon (26 April): het doel is om in de 3m2xs/km en een PR te lopen.

In deze trainingscyclus werk ik dus eigenlijk verder volgens het vertrouwde recept. De focus is om gewoon verder hetzelfde te doen, gezond en blessurevrij te blijven. De verbetering moet komen door het toevoegen van een nieuwe trainingcyclus startend met een hogere basissnelheid, het lichtjes verhogen van de gemiddelde wekelijkse loopafstand en het introduceren van krachtoefeningen.

Het loopvorm thema voor London 2020 is: “hielen hoog en maak jezelf groot”. Dit is het werkpunt van en de rode draad door alle trainingen.

Chicago marathon | 13 Okt 2019 | 02:29:15

Om mijn vijfde “major” ster te verdienen moest ik terug de Atlantische Oceaan over. Na een vlekkeloze en blessurevrije voorbereiding had ik het vormpeil eindelijk terug bevestigd gezien tijdens het BK Halve marathon in Wevelgem. Ook de externe factoren zoals het weer kondigden zich excellent aan. In de laatste twee weken bleef de weersverwachting immers constant in de voorspelling van droog weer met ideale marathontemperaturen. Toch zakten de temperaturen van de voorspellingen eens in Chicago aangekomen stilaan naar het vriespunt. Gelukkig was ik opnieuw goed voorzien van wegwerpkledij bestaande uit een trainingspak en een Buff dit keer. In de Walgreens kocht ik nog een paar extra lichte wegwerphandschoenen.

De ultieme droom was nog steeds om onder de 2u30 te lopen, maar 2u34 leek mij een meer realistische en haalbare kaart.

Op de dag van de waarheid ging de wekker rond 5 uur af, zodat we twee uur voor de wedstrijd klaar waren met ontbijten. Het was een licht verteerbaar ontbijt dat uit “Belgisch” brood van de Pain Quotidien met confituur bestond. De voorraad die meeging bestond uit 5 Maurten 100 gels, 3 met en 2 zonder cafeïne en een hotshot tegen de krampen. Daarnaast was er nog een flesje met een Maurten 300 Drink mix om de eerste voorraad van koolhydraten te leveren, wat net voor de start genuttigd moest worden.

Met dit in de zakken stapten we nog in het donker de stoep van het Congress Plaza hotel af en sloten we aan in de rij om de startzone te betreden. Door handig een nieuw openende rij te kiezen voor lopers zonder gear check – naar het hotel terug gaan na de finish zou immers minder ver zijn, dan terug naar de gear check – konden we quasi onmiddellijk richting Corral A doorstappen.

De belangrijke beslissingen waren reeds de vorige avond genomen: singlet en korte broek ondanks de voorziene 6°C. Net voor het binnengaan van het Corral was er nog gelegenheid voor een laatste sanitaire stop. Eens in het Corral ontstond er een klein opwarmrondje achteraan waar in file de opwarming gebeurde. Ik deed mijn gebruikelijke opwarmingsoefeningen die ik vrijwel elke loop doe. Qua schoeisel konden we kort zijn 95% had ofwel groene ofwel roze Nike Vaporfly Next schoenen aan. Gegeven de prijs van dit schoeisel stond er voor een mooi kapitaal bij elkaar.

Omdat zonder bril de armbanden met tussentijden die ze op de Expo uitdeelden voor mij niet leesbaar zijn en al zeker niet wanneer ik aan het lopen ben en ze bovendien geen tussentijden onder 3u hadden, had ik de avond voordien wat studiewerk verricht om de tussentijden voor eindtijden tussen 2u30 en 2u34 van buiten te leren.

Een tiental minuten voor de start kwamen de dames en heren elite lopers van rechts uit de VIP area vooraan aansluiten. Met nog een drietal minuten te gaan was het moment aangebroken om de laatste kledingstukken uit te doen en naar de kant te werpen. Jaarlijks haalt de organisatie zo 9 ton kledij op die aan AmVets – Amerikaanse veteranen – gedoneerd wordt. Na het Amerikaans volkslied en de finale voorstelling van de toppers kon er gestart worden. Er werd een minuut tussen de elite en recreatieve lopers gewacht. Meteen na de start gingen we kort ondergronds. Omdat de straten breed genoeg waren, was het geen probleem om je weg te vinden. Na een wat langzame kilometer van 3m40s kwam ik langzaam in het ritme. Ik sloot aan in een groepje van vier lopers dat langzaam van groepje naar groepje naar voor liep.

Na drie kilometer zag ik plots een atlete stappen met de vlechten die ik als die van Jordan Hassay, één van de Amerikaanse topfavorieten thuisbracht. Toen ik er voorbij was keek ik bewust achterom om de bevestiging te krijgen op haar borstnummer dat zij het inderdaad was. Achteraf bleek een gescheurde hamstring de schuldige te zijn.

Na mijl 8 bereikten we het meest noordelijke punt van het parcours en hield ik me bewust wat in wetende dat de wind nu een paar mijl in het nadeel zou blazen. Ik zorgde ervoor dat ik goed uit de wind zat, er was nog tijd genoeg om energie te verbranden. Er vormde zich een groepje van een 10-tal atleten waar ik me steevast met gemak op de tweede rij kon handhaven. Halverwege kwamen we door in 1u14m31s, nog steeds op schema om een knappe tijd neer te zetten.

Op een normale dag begin ik na 25km de vermoeidheid te voelen, maar niet op deze dag. Op een normale dag val ik stilaan stil en beginnen er van achter weer lopers me in te halen, maar niet op deze dag. Op een normale dag begin ik na 32 km de opkomende krampen te voelen, maar niet op deze dag. Op deze uitzonderlijke dag bleven de vermoeidheid en de krampen weg en bleef ik onverminderd lopers en vooral veel sub-elite loopsters inhalen.

In de laatste 8km was het tempo toch lichtjes naar beneden gegaan. In de laatste kilometer wachtte nog Mount Roosevelt – een 200m lange helling waar de krampen tenslotte toch op de loer lagen, maar eens boven was het links afslaan en dan nog een 200 meter bergaf naar de finish. Ik keek nog een laatste keer op mijn uurwerk, maar ik wist dat ik nog ruimschoots genoeg tijd had om onder de 2u30 aan te komen om mijn lange termijn droom in vervulling te zien gaan. Na 2u29m15s ging ik met de armen in de lucht over de streep.

Daarna volgde de ontlading en ook het ongeloof. 133e en tweede in mijn leeftijdsgroep (M45), de kloof met de toppers in mijn leeftijdsgroep was eindelijk gedicht.

Dit was mijn persoonlijke geschiedenis, maar er waren ook Bashir Abdi met een Belgisch record in 2u06m14s en vijfde plaats en een nieuw wereldrecord bij de vrouwen van Brigid Kosgei in 2u14m04s, waarmee ze het 14 jaar oude record van Paula Radcliff die zelf ook aanwezig was verbeterde. Ook mijn vaste kamergenoot Werner Heselmans, die ook maar sneller wordt met de jaren, zorgde voor een PR met 2u49m37s. Kortom genoeg redenen om na een deugddoende opfrissing te gaan vieren in het trendy restaurant The Gage op Michigan Avenue met een bruisende coupe Champagne. Na al die koolhydraten viel de vettige hamburger met frietjes des te meer in de smaak.

En de volgende dag genoten we naast een dagje sight-seeing ook van de obligate fotosessie aan Cloud gate, één van de vele landmarks in Chicago en vanwege de boonvormige gelijkenis ook wel The Bean genoemd.