Cross de CABW in Nivelles – derde master

Omdat de voet het zo goed uitgehouden had de dag ervoor en de recuperatie prima was na een verkwikkend bad na de Warandeloop, besloot ik om de volgende dag zuidwaarts te trekken naar Nivelles om deel te nemen aan de cross van de gerenommeerde traditieclub CABW (Cercle Athlétique du Brabant Wallon) met atleten zoals marathoner Dorian Boulvin en 1500m specialiste Elise Vanderelst. Het epicentrum van het gebeuren was de Ferme de l’Hostellerie, een vierkantshoeve waar zich in de verschillende vleugels de inschrijving, vestiaires en toiletten bevonden. De wedstrijden speelden zich op een nieuw parcours een 20 tal meter lager in de velden af.

Het contrast met de cross die ik gisteren liep kon nauwelijks groter zijn. Het begon al met de inschrijving. Er werd nog gebruik gemaakt van het papieren strookje dat je voorzien van jouw gegevens met je nummer op de borst moest spelden en bij de finish moest afgeven. Ik loop niet zo vaak crossen, maar dat had ik sinds de invoering van atletiek.nu en post-corona niet meer gezien. De kleedkamer was in een van de overigens wel goed verwarmde stallen. Verder was het parcours in niets te vergelijken met gisteren. Dit was cross met de grote C: modder overal, glibberig, 360° bochten, steile bergaf, lastige ploeterstroken, maar ook een lopend stuk in het bos en vooral een lastige 250m serieus bergop naar de finish toe. Daartegen was de bosloop van gisteren een formule 1 parcours. Eén ding was duidelijk: op zo een parcours win je niet per ongeluk, zeker al niet als de afstand 7500m is.

Vermits alle mannen categorieën van junioren, senioren tot masters samen liepen, pakten zich een 50 tal lopers samen aan de start. Even nog een opmerking over mijn witte spikes en dat dit niet lang zo zou blijven en dan stonden we klaar voor het startsein. Geen startschot want de starter was zonder kogels gevallen, maar plan B een scheidsrechters fluitje zou het peloton op gang brengen. Met de bosgrond van Tilburg nog aan de schoenen, want onvoldoende tijd om ze te poetsen en nog te laten drogen, ging het in gestrekte draf naar de eerste bocht die als trechter dienst deed. Beseffend dat dit een lange zware cross ging worden, ging ik bewust een beetje meer behouden dan gisteren van start tussen de 10de en 15de positie. We kwamen nu in een slingergedeelte van het parcours waar we drie keer op en af moesten lopen. De eerste drie keer omhoog liepen nog vrij vlotjes, maar dan was ik pas halverwege de eerste van zes ronden. Bij al dat krachtwerk bleek duidelijk dat de jeugd beter geplaatst was, maar in de tweede helft van de ronde was het vlak en kon er tempo gemaakt worden, iets wat me meer lag. Vlak voor het einde van de ronde volgde een snelle lange afdaling. De gedachte dat dit nog 5 keer zou moeten overwonnen worden, maakten mij een beetje moedeloos. Ik kon mijn plaats wel handhaven, maar de stroken bergop gingen vanaf de derde ronde toch niet meer van harte. Terwijl het spoor met elke ronde in de bochten steeds dieper uitgegraven werd door de centrifugale krachten, leek ook de zuigkracht van de modder elke ronde groter te worden. In de voorlaatste ronde kwamen er nog een drietal lopers voorbij. Met elke ronde was er ook meer modder om mee te sleuren aan spikes en benen. Met nog een halve ronde te gaan, hoorde ik dat Dorian Boulvin, die verleden week nog 7de werd in het BK en daardoor net het EK miste, als eerste over de meet kwam. Nog een laatste spurtje bergop en dan de meet over waar de kaartjes in de juiste volgorde werden gestoken. Mijn eerste bekommernis was om iets warm aan te trekken. Mijn verwondering was dan ook groot dat ik vrij vlug na de aankomst op het podium werd geroepen als derde master (16de algemeen). Ik repte me naar het podium en kon mijn trui al weer uittrekken. Ik flankeerde er twee dertigers van de plaatselijke club, Adrien Willemet en François Decamk, die ruim beter waren.

Heel eerlijk, zonder afbreuk te willen doen aan de elegantie van de verschijning van Mr. Noël Levêque, de voorzitter van de club had ik de prijs liever uit handen van Elise Vanderelst gekregen zoals bij de andere podia. Maar Elise was zich al aan het opwarmen om daarna ruim de maat te nemen van de andere dames.

Ik kan iedereen aanraden om eens te komen proeven van deze lastige, charmante cross uit de oude doos aan de andere kant van de taalgrens. Het kleine aantal Vlamingen doet deze organisatie eigenlijk onrecht aan. Ik hoop dan ook dat bij volgende edities ook enkele clubgenoten de weg vinden.

Foto’s eigen wedstrijd: Christian Chretien; Foto podium: Adrien Willemet (supporter)

Warandeloop Tilburg – podium bij eerste internationale cross

Voor mijn debuut in een internationale cross had ik de Warandeloop in het Nederlandse Tilburg uitgekozen. De Warandeloop aan de gelijknamige laan op de terreinen van de plaatselijke universiteit is een cross die uitgegroeid is tot een driedaags event voor zowel lopers als wandelaars. Ik was vooral benieuwd om te zien hoe het crossgebeuren er in een ander land aan toe gaat. Vorig jaar nog werd de categorie M50 gewonnen door Marcel Larros, ex-professional en tegenwoordig meer bekend als zoon van Niels maar dit jaar zag de verdeling van de categorieën er een beetje anders uit en niet tot mijn voordeel. De M50 categorie werd samengesmolten met de M45. De ambities vooraf waren nog meer teruggeschroefd door een gebrekkige voorbereiding omwille van de herstellende plantar – hielspoor in de volksmond – en de dubbele vaccinatie (griep en corona) van vorige woensdag waarvan de stijve rechterboven arm nog getuige was. In ieder geval was ik deze keer gespaard gebleven van een complete dag van de kaart zoals bij de eerste herhalingsbooster. Ik hoopte in het beste geval in de buurt te kunnen blijven van Björn, de papa van Julie Voet, die zich vorige week nog voor het Europese kampioenschap in Brussel bij de U23 kwalificeerde en die nu haar papa langs de kant stond aan te moedigen. Tijdens de crosscup manche van Roeselare had ik echter al gezien dat de conditie van Björn meer dan goed was daar hij zich goed kon handhaven bij de jonge masters, dus ik twijfelde of ik wel zou kunnen volgen. Zo stonden we vervroegd terug tegen elkaar want voorlopig ontloop ik hem nog in België via de M50 categorie.

Al meteen bij aankomst op het terrein werd duidelijk dat de installatie van start en finish toch net iets grootser opgezet was dan in de meeste Belgische crossen. Het viel mij ook op dat er geen gedrum bij de start aan te pas kwam. De tragere lopers gingen gedisciplineerd op de tweede rij staan zodat er eigenlijk rustig gestart kon worden. Ik kwam zoals vaak goed uit de startblokken en kreeg al gauw de Waaslander Tommy Kinders in mijn gezelschap. Na een lang lopend stuk werden we letterlijk het bos in gestuurd. De ene bocht volgde nu de andere op, maar ondanks de regen op dat moment en die van de voorbije uren en dagen was de bosgrond uitstekend beloopbaar. Tommy koos ondertussen het hazenpad en niemand zou hem nog voor de finish terugzien. Hij werd met een voorsprong van maar liefst twee minuten gemakkelijk winnaar van de M35 categorie. Om ervoor te zorgen dat er geen bedrog mogelijk was stonden er trouwens op strategische plaatsen flitscamera’s in het bos die het hele gebeuren filmden en bij twijfel uitsluitsel konden geven. Het parcours had naast een put van drie meter diep waar we doorheen moesten ook nog een viertal boomstronken in petto maar al bij al was het toch wel een snel parcours. Op het einde van de eerste van vier ronden kwamen eerst Erik Driesen van de atletiek vereniging NoordOostpolder en daarna Björn aansluiten. Ik hield het nog een paar honderd meter vol in Björns spoor, maar toen we weer het bos in draaiden voelde ik dat het iets te snel ging en ik zag beiden seconde per seconde wegsluipen. Er ontspon zich voor mij nog een spannende strijd voor de winst in de categorie die uiteindelijk in het voordeel van de Nederlander zou beslecht worden. Mijn voet bleef ondanks de hevige inspanning gelukkig pijnloos. In de volgende ronden voelde ik de volgende loper heel langzaam dichterbij komen. Hoewel het niet meteen een concurrent was want de tweede in de M35 categorie, vond ik dit een ideale gelegenheid om aan mijn weerstand te werken en ik maakte er dus een erezaak van om voorop te blijven. In de laatste ronde durf ik niet langer achterom te kijken en in de laatste bocht hoor ik zowaar zijn zware ademhaling achter mij, zodat ik met nog een kleine honderd meter te gaan nog eens erg diep moet gaan om voor te blijven… maar het lukt. Over de meet moet ik overgeven, maar gelukkig zit er niks meer in mijn maag. Blijkbaar toch serieus diep moeten gaan. Alle deelnemers krijgen een ecologisch verantwoorde houten herinnering om de nek van dezelfde makelij als de medailles die we later zullen krijgen. Ik kan goed leven met deze derde plaats in mijn categorie. Na de meet slaat de kou ineens toe en wordt het toch nog even bibberen. De verwarmde tent en de uitreiking van de bloemen op het podium zorgen voor de nodige opwarming. Ik besluit dat het internationale karakter bij de masters toch voornamelijk uitgedraaid is op een wedstrijd tussen Nederlanders en Belgen. Met drie Belgen in de eerste vier hebben we ons niet onbetuigd gelaten, alleen jammer dat er geen overwinning in onze categorie is.

Na het podium beslis ik om toch maar uit voorzorg de voet te laten koelen in de Rode kruispost. Ik ben er meteen de ideale “learning case” voor een jonge vrijwilliger in opleiding. Ik word uitstekend behandeld en nadat ook de nodige vragen zijn gesteld en de formulieren ingevuld zijn, kan ik aan mijn cooldown beginnen.

Ik bedenk dat het spijtig zou zijn om deze hele verplaatsing te maken zonder ook het centrum van Tilburg eens een bezoekje te brengen. Ik kan me niet herinneren er ooit al te zijn geweest. Een combinatie van kerstsfeer met Black friday zorgt voor heel wat volk in de feeëriek verlichte straten. Ik raak aan de praat met Ibo, een Rotterdammer die verliefd geworden is op Tilburg en die net een kledingwinkel heeft geopend. Hij vertelt me dat hij vooral geniet van de menselijke contacten die hier in het zuiden van het land nog heel gewoon zijn. Ik profiteer er tegelijkertijd van om mijn kledingkast een beetje aan te vullen met merken die bij ons niet te vinden zijn. Voor ik vertrek drukt hij me op het hart om zeker nog eens langs te komen om een thee te drinken. Ik vertel hem dat dat ten vroegste volgend jaar zal zijn. Ondertussen was mijn koolhydraatspiegel danig gezakt. Gelukkig brengt een gezellig Italiaans restaurantje redding. Een mooie afsluiter van een leuk internationaal uitje.

Foto’s: Björn Voet (podium), Warandeloop Tilburg (start)

BK10000 m – zilver na overmoedig en ontoereikend solowerk

Amper één week na het BK masters in Ninove, gaven de lange afstandslopers bij de masters alweer present, ditmaal in de Gaston Reiff arena in Braine l’alleud. Deze piste werd vernoemd naar Gaston Reiff, onze eerste gouden Olympische atleet in de Belgische atletiekgeschiedenis. Op de Olympische Spelen in London 1948 klopte hij de Tsjechische locomatief Emil Zatopek op de 5000m ondanks diens formidable eindspurt. Echter, aan de staat van de piste te zien lag dit roemrijke verleden toch al een tijdje achter ons. Bovendien keek de leeuw van Waterloo vanuit de verte toe op het sportgebeuren.

Na de commotie van vorige weekend had ik mij nog Saucony Fastwitch schoenen aangeschaft om volledig reglementair te zijn. Vermits het deze keer om een gecombineerde wedstrijd M35-M40-M45 ging, beloofde het deze keer een snellere wedstrijd te worden. Inderdaad in de eerste rondes ging het al meteen behoorlijk snel. Na amper 600m moest ik al een cruciale beslissing maken. Zou ik meegaan met de M40 of mij laten uitzakken. Ik besloot om het gaatje dat was ontstaan voor mij te dichten en te zien hoever ik zou komen. Op dat moment en voor de volgende 2 km liep alles zoals gepland. De vraag was of het ook nog na de derde km zou blijven duren. Ik voelde dat aanklampen steeds moeilijker werd en nadat ik al eens een gaatje had laten vallen, moest ik na drie kilometer afhaken bij het groepje. De resterende kilometers zou ik solo afleggen: een eindeloze, monotone onderneming. De benen gingen steeds stroever ronddraairen en met nog een 5-tal ronden te gaan zag ik Dirk Vermeiren opduiken in een groepje op 50 meter achter mij. De staat van mijn benen voelend wist ik dat het zwaar ging worden om hem af te houden. Met nog drie ronden te gaan, beende hij mij bij en na een ronde aanklampen, kwam mijn Waterloo en moest ik hem laten gaan. In de komende twee ronden kon hij de kloof nog serieus verder uitdiepen.

Ik bolde als tweede over de streep met een nieuw PR van 33min38s op de piste, ruim 35 seconden sneller dan verleden jaar. Deze keer was ik op mijn waarde geklopt. Kurt Verheyen werd derde een half minuutje later. Na bijna een uur wachten, konden we op het corona-proof podium onze eigen medaille over het hoofd tillen. Al bij al niet waarop ik gehoopt had, maar toch tevreden.

BK 5000m – 4de plaats met geslaagde warmtestrategie maar wedstrijdstrategie kon beter

Op 19 september, de eerste dag van het BK master’s weekend mocht ik alleen naar de stad waar ik middelbare school heb gelopen – Ninove dus – om aan de oevers van de Dender het BK op de 5km te betwisten. Door het aanhoudende corona virus was slechts één begeleider toegelaten en geen supporters. Om één en ander onder controle te houden kregen we daarom ook een blauw armbandje. Bovendien dienden de atleten buiten de warmup/cooldown en de wedstrijd zelf, het feitelijke lopen dus een masker te dragen. Bij een zwoele temperatuur van 28°C en de hitte die van de piste afstraalde, beloofde het letterlijk een hete race te worden. Omdat ik onder warmere condities (grosso modo boven 22°C) niet naar verhouding presteerde, had ik van de warme zomer geprofiteerd om een warmtestrategie uit te denken en te proberen op training. Bij gebrek aan mogelijkheden om dit in een andere wedstrijd uit te proberen zou dit echter de eerste test in een wedstrijd zijn.

De strategie op de dag zelf bestond uit volgende elementen: een cooling vest, pre-hydratatie, electolyte loading en een korte warm-up. De dag ervoor had ik de cooling vest reeds met water geladen en daarna een nachtje in het diepvriesvak gestoken. Voor het transport had ik een kleine coolbox voorzien, wat meteen ook handig was om nog wat ijswater mee te nemen. Voor en tijdens de verplaatsing had ik ervoor gezorgd dat ik genoeg gehydrateerd was. Om ook genoeg mineralen binnen te hebben had ik 3 uur op voorhand een tablet PH 1000 van Precision Hydration opgelost in 500ml water gedronken. Om de lichaamstemperatuur zo laag mogelijk te houden voor het aanvangen van de wedstrijd, deed ik de warm-up in de cooling vest. Ik kortte de warm-up ook in tot 10 minuten: 5 minuten loslopen, gevolgd door enkele strides van 150m (geleidelijk naar 80-90% van topsnelheid gaan en dan terug uitbollen) en terug een paar minuten loslopen. Daarna hield ik de vest zo lang mogelijk aan en zocht ik de schaduw op, zodat ik “fris” aan de start verscheen klaar om te vertrekken.

Onder het commando van Gert Stuyven beginnen we relatief rustig aan de eerste rondjes om de eerste kilometer te ronden in 3m24. Na de eerste kilometer pikt het tempo op en al snel blijven we nog met zes over. Na 2 km neemt Jérôme Hilger-Schutz over en drijft het tempo nog iets op. Na 3 km hoor de speaker zeggen dat we nog met vier overblijven. Het voelt comfortable hard aan, toch durf ik niet echt doordrukken en de forcing te voeren, nog steeds bang hoe ik ga reageren op de warmte. Plots blijft er nog één ronde over. Bert Torbeyns, de latere winnaar begint de debatten en neemt direct 20 meter, dan reageert Jérôme en op 300m van de meet zet ik ook mijn sprint in. Ik hoor aan de voetstappen en het gehijg dat de andere twee achter mij ook reageren. We lopen nu terug in op de eerste loper, nog 100 meter en ik loop nog steeds in tweede positie maar ik voel de druk komen van achter en de benen beginnen te verzuren. Op 80 meter voor de meet komen ze mij alletwee voorbij, er zit niks meer in de benen om nog te reageren. Ik eindig als vierde op een luttele 2 seconden van nummer 2 en 3. Net geen podium, even is het de ontgoocheling verbijten. Met eenzelfde tijd als verleden jaar onder warmere omstandigheden, maar met veel minder afzien, kan ik wel leven. Achteraf beklaag ik het mij toch een beetje dat ik de wedstrijd niet harder heb gemaakt, we zullen echter nooit weten of dat veel verschil gemaakt zou hebben. Van de warmte heb ik in ieder geval niets gemerkt en dat is ook wel al anders geweest. Zonder meteen na de eerste keer euforisch te willen worden, blijkt de warmte strategie toch te helpen.

Resultaat BK 5000m 2020 (M45)

Achteraf ontspint zich nog een hele discussie omtrent het onreglementair dragen van de Nike VaporFly’s. Inderdaad, nadien leer ik dat vanaf midden augustus op de track de zool maar 25mm mag zijn en dat betekent geen Nike VaporFly of AlphaFly. Op de weg blijven deze dan weer wel toegelaten. Er valt geen excuus in te roepen. Als atleet word je immers geacht ten allentijde op de hoogte te zijn van het reglement. In ieder geval was ik me van geen kwaad bewust te meer omdat noch de juryleden noch de medelopers vooraf enig bezwaar hadden gemaakt. Ook na mijn navraag bij de jury, werd niet gezegd dat het verboden was. Maar voor de wedstrijd van volgende week zal ik toch maar voor reglementaire schoenen zorgen.

Verder waren er twee(!) gouden medailles voor clubgenoot Marc Neefs (M55) op 800m en 1500m. Hij maakt optimaal gebruik van een uitstekende conditie en de overstap naar een nieuwe leeftijdscategorie. Ook Marijke Willekens(W55) haalde tweemaal goud op 1500m en 5000m. Tenslotte was er ook nog goud voor Mona Rahmé (W40) op 1500m.

PK Cross Gooik – schildje veroverd in modderpoel

Het doet altijd plezier om terug te keren naar het Pajottenland en zeker als het naar Gooik, de parel van deze streek is. Al bleek al vlug dat het parcours allerminst een parel was dit jaar. Vorig jaar was de passage door de weide – waar op en af gelopen moest worden – al pittig, maar toen was er nog een min of meer beloopbaar pad. Dit jaar zakte je gewoon enkeldiep in de modder, daar kon niet aan ontkomen worden. Velen voor onze reeks hadden het al geprobeerd door alternatieve trajecten uit te testen en zelf probeerde ik het tevergeefs elke ronde ook opnieuw – links, rechts, midden – het bleef onveranderd zwaar werken om de zuigende en ijskoude modder te doorklieven. Naast het parcours was er nog een verzwarende factor voor de wedstrijd. Dit jaar fungeerde deze cross immers ook als Provinciaal kampioenschap wat toch steeds tot een sterkere bezettingsgraad leidt. Tot slot was dit ook een test om te kijken hoe het met de basisconditie stond na de voltooiing van twee trainingsblokken van 6 weken in de marathonvoorbereiding naar London. Neem daarbij nog de aanwezigheid van de familie als supporters en ik stond toch iets zenuwachtiger dan normaal aan de start. Door mijn tragere start vorig jaar was ik na een 300m even opgehouden, dus dat wilde ik dit jaar absoluut vermijden. Dit jaar nestelde ik me voor de start tussen de latere winnaars Koen Penninckx/GRIM (Masters) en Wout Debroyer/DCLA (Juniors) dus dit excuus kan ik nu niet inroepen.

En… ik werd niet opgehouden dit jaar, maar toch liep ik in de eerste km net dat beetje te hard van stapel, zodat het metertje stevig in het rood ging bij de eerste passage door de modderweide. Omdat we elkaar kruisten bij het op en af lopen, stelde ik ook vast dat eeuwige rivaal Chris Wouters/ROBA niet zo heel ver achterlag. En hoewel het voor hem reeds de derde wedstrijd van het weekend was en hij ook niet topfit was, heb je aan hem altijd een kwaaie klant. Na de passage door de weide volgde een rondje rond één van de ex-voetbalvelden van SK Gooik waarop ik wel in marathonmodus kon overschakelen. Ik merkte al vlug dat het deelnemersveld weliswaar uitrekte, maar dat de plaatsen behouden bleven.

Opdraaien over het brugje na de passage door de wei, klaar om weer tempo te maken (foto: Luc Van Ongeval)

Bij nog een volgende passage stelde Michel Jordens die ook naar Gooik was afgezakt me gerust. Ik lag op de 5de plaats bij de Masters (M35-45) en ruim voor in de M45 categorie. En zo zou het ook blijven tot aan de finish.

Op weg naar de finish in de laatste rechte lijn. (2020) (Foto: Luc Van Ongeval)

De finish lag precies op dezelfde plaats als bij mijn eerste kennismaking met de atletiek onder de vorm van de jaarlijkse scholencross. Alle Gooikse basisscholen bekampten elkaar op en rond dezelfde voetbalvelden.

Gooikse scholencross op dezelfde plaats (1983) (Foto: Luc Van Ongeval)

Voor mij was het de ontdekking van een nieuw talent.

Toen wel op het podium. (Foto: Luc Van Ongeval)

Onmiddellijk na de finish word ik bijgestaan door de trouwe supporters (Jill, Inne en mama Martine) die er voor zorgen dat ik geen kou vat. Op de achtergrond DCLA’er Davy Segers klaar om het podium als tweede bij de Masters (M35-50) te bestijgen. Van de originele blauw-gele kleur van de schoenen bleef weinig zichtbaar.

Net na de finish (Foto: Luc Van Ongeval)

Daarna volgde de nabespreking met Chriske Wouters/ROBA (6de) en ex-profvoetballer Yves Buelinckx/OEH (10de), de lijven duidelijk getekend door de modderige passages. Op de achtergrond is het niet duidelijk of Wouter Verbist/ROBA (18de) aan het bekomen of aan het nagenieten is.

Nabespreking met de collega’s. (Foto: Bram Van Ongeval)
Provinciaal kampioen Vlaams-Brabant veldlopen M45 – schildje

Eindejaarscorrida – met de familie doorheen Leuven

Dit jaar was de Eindejaarscorrida een echte familieuitstap doorheen Leuven. Naast de vier leden van het gezin was ook Roger – alias Apo – als trouwe supporter meegekomen om ons warm aan te moedigen. En dat was zeker nodig want rond 10u was het niet al te warm met slechts enkele graden boven het vriespunt.

Jins en Joline mochten de spits afbijten in de 4km. Ieder van hen had zich wel op een andere manier voorbereid. Voor Jins kwam de conditie vooral van de korfbaltraining, terwijl voor Joline één 3km loopje het weekend ervoor volstond. Gebaseerd op dat loopje was ons doel om na ongeveer 30 minuten terug aan het Ladeuzeplein te zijn.

We starten voorzichtig midden in het pak, wuivend naar de drone van ROB TV die met een live uitzending uitpakten met deskundige uitleg van onze Michel Jordens. Langzaam lieten we ons meedrijven met de massa. Jins liep mee met zijn vriend Roman en verdween uit ons zicht aan het einde van de Bondgenotenlaan. Maar Joline en mezelf bleven in een rustig tempo gestaag verder gaan. Na 2 km in het heuvelende stadspark begonnen we zowaar terug lopers in te halen. Voor Joline werd het nu ook moeilijker, maar toch beleef ze doorgaan. Naar het einde konden we zelfs nog een beetje versnellen waardoor we nog 30 seconden onder het half uur bleven. Jins was ondertussen al meer dan 4 minuten aangekomen. Een mooie prestatie van beiden.

Daarna was het de beurt aan Sophie en Brenda die 8km liepen. Ook hier was de voorbereiding door ziekte niet verlopen zoals gewenst. Toch hadden ze beiden op training de afstand reeds gelopen, dus we waren wel positief over de afloop. Meer nog Sophie slaagde erin om een minuutje sneller te lopen dan verleden jaar. Het was dus volkomen terecht dat ze met een zege gebaar de finish overging.

Ongeveer op hetzelfde moment mocht Tom starten voor zijn 12km. Aangezien ik niet meer geraced had sinds Chicago taste ik weer een beetje in het duister omtrent de conditie. Daarbij kwam ook nog de val medio December die er toch voor gezorgd had dat ik een tiental dagen last had met mijn linkerheup. Gelukkig was alles weer normaal nu, maar ik startte met de beperkte ambitie om in de top 30 te eindigen.

Gegeven die ambitie had ik me op de derde rij geposteerd samen met mijn marathon reisgenoot Werner en enkele andere Brokkenlopers. Ik voelde onmiddellijk dat de conditie goed zat toen ik net na de start moeiteloos naar voor kon doorschuiven. Bij de eerste passage op het Ladeuze plein na ongeveer 2km kwam ik als 15de voorbij. Ook toen we na het Hooverplein het Sint Donatus park indoken was ik nog steeds niet in het rood gegaan en bleef ik maar naar voor opschuiven. We klitten samen in een groepje die de 7de tot 10e plaats bezetten. Ik voelde me nog steeds sterk en probeerde nog een aantal opponenten kwijt te spelen. Op de helling van de Sint Antoniusberg hield ik bewust een beetje in om niet in het rood te gaan om dan weer over te nemen in afdaling van de Collegeberg naar de Oude markt toe. De hellingen zijn echter niet de enige moeilijkheid van dit parcours. Daarnaast is het bewaren van je evenwicht op de ongelijke kasseitjes van o.a. de Predikherenstraat minstens even moeilijk. Niet te verwonderen dat we in rij het betonnen gootje opzochten. Daarna ging het via de Vaartstraat langs “Dorre De Bakker” in de Diestestraat, maar mijn oog voor toeristische attracties begon nu wel te verminderen. We waren langzaam tot een 70 meter van Kevin Verluyten genaderd die op de 5de plaats liep.

Korte samenvatting van mijn Corrida (Originele beelden: live uitzending ROB-TV)

Bij het opdraaien naar links van de Bondgenotenlaan maakten we nagenoeg de eerste lus van 8km rond en tegelijkertijd ging het tempo de hoogte in om de achterstand tussen Kevin en het groepje te dichten. Ik moest alle zeilen bijzetten om nog te kunnen aanklampen als tweede, maar ik voelde stelselmatig met het naderen van het station hoe ik in overdrive ging. Ik draaide nog als tweede van het groepje de Maria Theresia straat in, maar daar was de kleinste helling er teveel aan, ik zakte meter voor meter weg uit het groepje. Er waren nog een drietal lastige kilometers in het vooruitzicht. Tijdens de passage aan het Ladeuzeplein onder het oog van de camera was het naar adem happen om terug mijn tempo vinden. Ondertussen had mijn groepje van voorheen Kevin bijgebeend, maar deze liet zich niet doen en hield dapper stand. Eindelijk was ik boven op de Naamsestraat en kon een korte afdaling richting Grote markt over het Hogeschoolplein beginnen. Ik hield het tempo nu strak zonder nog echt tot het uiterste te gaan. Voorbij het Pieter De Somer plein, net voor het opdraaien van de Leopold Vanderkelenstraat keek ik nog eens om en zag 150m achter mij nog niemand komen. Toen wist ik dat buiten alle verwachting de 10e plaats binnen was.

Foto’s: Racetimer

De knalprestaties van het gezin nog eens op een rijtje:
Joline (4.04km) – 29m30s (964ste)
Jins (4.04km) – 25m04s (494ste)
Sophie (7.625km) – 51m43s (1808ste)
Tom (11.65km) – 39m30s (10de)

Chicago marathon | 13 Okt 2019 | 02:29:15

Om mijn vijfde “major” ster te verdienen moest ik terug de Atlantische Oceaan over. Na een vlekkeloze en blessurevrije voorbereiding had ik het vormpeil eindelijk terug bevestigd gezien tijdens het BK Halve marathon in Wevelgem. Ook de externe factoren zoals het weer kondigden zich excellent aan. In de laatste twee weken bleef de weersverwachting immers constant in de voorspelling van droog weer met ideale marathontemperaturen. Toch zakten de temperaturen van de voorspellingen eens in Chicago aangekomen stilaan naar het vriespunt. Gelukkig was ik opnieuw goed voorzien van wegwerpkledij bestaande uit een trainingspak en een Buff dit keer. In de Walgreens kocht ik nog een paar extra lichte wegwerphandschoenen.

De ultieme droom was nog steeds om onder de 2u30 te lopen, maar 2u34 leek mij een meer realistische en haalbare kaart.

Op de dag van de waarheid ging de wekker rond 5 uur af, zodat we twee uur voor de wedstrijd klaar waren met ontbijten. Het was een licht verteerbaar ontbijt dat uit “Belgisch” brood van de Pain Quotidien met confituur bestond. De voorraad die meeging bestond uit 5 Maurten 100 gels, 3 met en 2 zonder cafeïne en een hotshot tegen de krampen. Daarnaast was er nog een flesje met een Maurten 300 Drink mix om de eerste voorraad van koolhydraten te leveren, wat net voor de start genuttigd moest worden.

Met dit in de zakken stapten we nog in het donker de stoep van het Congress Plaza hotel af en sloten we aan in de rij om de startzone te betreden. Door handig een nieuw openende rij te kiezen voor lopers zonder gear check – naar het hotel terug gaan na de finish zou immers minder ver zijn, dan terug naar de gear check – konden we quasi onmiddellijk richting Corral A doorstappen.

De belangrijke beslissingen waren reeds de vorige avond genomen: singlet en korte broek ondanks de voorziene 6°C. Net voor het binnengaan van het Corral was er nog gelegenheid voor een laatste sanitaire stop. Eens in het Corral ontstond er een klein opwarmrondje achteraan waar in file de opwarming gebeurde. Ik deed mijn gebruikelijke opwarmingsoefeningen die ik vrijwel elke loop doe. Qua schoeisel konden we kort zijn 95% had ofwel groene ofwel roze Nike Vaporfly Next schoenen aan. Gegeven de prijs van dit schoeisel stond er voor een mooi kapitaal bij elkaar.

Omdat zonder bril de armbanden met tussentijden die ze op de Expo uitdeelden voor mij niet leesbaar zijn en al zeker niet wanneer ik aan het lopen ben en ze bovendien geen tussentijden onder 3u hadden, had ik de avond voordien wat studiewerk verricht om de tussentijden voor eindtijden tussen 2u30 en 2u34 van buiten te leren.

Een tiental minuten voor de start kwamen de dames en heren elite lopers van rechts uit de VIP area vooraan aansluiten. Met nog een drietal minuten te gaan was het moment aangebroken om de laatste kledingstukken uit te doen en naar de kant te werpen. Jaarlijks haalt de organisatie zo 9 ton kledij op die aan AmVets – Amerikaanse veteranen – gedoneerd wordt. Na het Amerikaans volkslied en de finale voorstelling van de toppers kon er gestart worden. Er werd een minuut tussen de elite en recreatieve lopers gewacht. Meteen na de start gingen we kort ondergronds. Omdat de straten breed genoeg waren, was het geen probleem om je weg te vinden. Na een wat langzame kilometer van 3m40s kwam ik langzaam in het ritme. Ik sloot aan in een groepje van vier lopers dat langzaam van groepje naar groepje naar voor liep.

Na drie kilometer zag ik plots een atlete stappen met de vlechten die ik als die van Jordan Hassay, één van de Amerikaanse topfavorieten thuisbracht. Toen ik er voorbij was keek ik bewust achterom om de bevestiging te krijgen op haar borstnummer dat zij het inderdaad was. Achteraf bleek een gescheurde hamstring de schuldige te zijn.

Na mijl 8 bereikten we het meest noordelijke punt van het parcours en hield ik me bewust wat in wetende dat de wind nu een paar mijl in het nadeel zou blazen. Ik zorgde ervoor dat ik goed uit de wind zat, er was nog tijd genoeg om energie te verbranden. Er vormde zich een groepje van een 10-tal atleten waar ik me steevast met gemak op de tweede rij kon handhaven. Halverwege kwamen we door in 1u14m31s, nog steeds op schema om een knappe tijd neer te zetten.

Op een normale dag begin ik na 25km de vermoeidheid te voelen, maar niet op deze dag. Op een normale dag val ik stilaan stil en beginnen er van achter weer lopers me in te halen, maar niet op deze dag. Op een normale dag begin ik na 32 km de opkomende krampen te voelen, maar niet op deze dag. Op deze uitzonderlijke dag bleven de vermoeidheid en de krampen weg en bleef ik onverminderd lopers en vooral veel sub-elite loopsters inhalen.

In de laatste 8km was het tempo toch lichtjes naar beneden gegaan. In de laatste kilometer wachtte nog Mount Roosevelt – een 200m lange helling waar de krampen tenslotte toch op de loer lagen, maar eens boven was het links afslaan en dan nog een 200 meter bergaf naar de finish. Ik keek nog een laatste keer op mijn uurwerk, maar ik wist dat ik nog ruimschoots genoeg tijd had om onder de 2u30 aan te komen om mijn lange termijn droom in vervulling te zien gaan. Na 2u29m15s ging ik met de armen in de lucht over de streep.

Daarna volgde de ontlading en ook het ongeloof. 133e en tweede in mijn leeftijdsgroep (M45), de kloof met de toppers in mijn leeftijdsgroep was eindelijk gedicht.

Dit was mijn persoonlijke geschiedenis, maar er waren ook Bashir Abdi met een Belgisch record in 2u06m14s en vijfde plaats en een nieuw wereldrecord bij de vrouwen van Brigid Kosgei in 2u14m04s, waarmee ze het 14 jaar oude record van Paula Radcliff die zelf ook aanwezig was verbeterde. Ook mijn vaste kamergenoot Werner Heselmans, die ook maar sneller wordt met de jaren, zorgde voor een PR met 2u49m37s. Kortom genoeg redenen om na een deugddoende opfrissing te gaan vieren in het trendy restaurant The Gage op Michigan Avenue met een bruisende coupe Champagne. Na al die koolhydraten viel de vettige hamburger met frietjes des te meer in de smaak.

En de volgende dag genoten we naast een dagje sight-seeing ook van de obligate fotosessie aan Cloud gate, één van de vele landmarks in Chicago en vanwege de boonvormige gelijkenis ook wel The Bean genoemd.

Chicago international 5k – fris opwarmertje

Op zaterdag 12 Oktober 2019, de dag vóór de Chicago marathon wordt sinds 2016 de Internationale Chicago 5K wedstrijd gelopen. Met meer dan 130 nationaliteiten aan de start kan er terecht van een internationale loop gesproken worden. Het internationale karakter van de wedstrijd wordt dan ook speciaal in de verf gezet door de landsvlag van elke deelnemer op het startnummer aan te brengen.

Deelname was voor Werner en mezelf een aangename manier om de benen nog eens los te gooien. We hadden ons ingeschreven op basis van een 5min/km tempo maar waren toch nog in Corral A ingedeeld. Omwille van het rustige tempo en ook omdat bij de start om 7u30 een temperatuur van slechts 3°C was voorspeld, hadden we ons toch iets warmer aangekleed dan de volgende dag gepland. De singletten en korte broeken bleven op hotel en werden vervangen door lange broek en windjacket. Terwijl de eindstreep ongeveer voor de deur van ons hotel was getrokken, werd de mijl naar de start aan Daley Plaza in Washington Street als opwarming gebruikt. Toen we aankwamen weerklonk reeds het a capella gezongen Amerikaans volkslied en restten er nog een tiental minuten voor de start. Nadat we ons met enige moeite over de omheining in het A corral hadden weten te werken omdat we in onze haast aan de verkeerde kant van het startvak uitkwamen, werden we naast de race director verwelkomt door Deena Castor, Joan Benoit Samuelson en toen nog wereldrecordhoudster Paula Radcliff. Veel woorden werden er echter niet aan vuil gemaakt en voor we kou konden krijgen weerklonk de starttoeter. De slang kwam traag op gang en we lieten ons meevoeren met het tempo. Nadat we het blokje om waren gelopen liepen we enkele honderden meters onder de El (elevated train) van de Loop, een unieke ervaring. De straten waren vergelijkbaar met de Belgische dus zeker niet putvrij, maar alles lag er wel kraaknet bij. We hadden verwacht dat we onder de voet zouden worden gelopen door later gestarte lopers, maar dat viel reuze mee, een in Spiderman verklede loper niet te na gesproken. Voor we het goed en wel beseften draaiden we Michigan Avenue op. Na een bocht van 360° werden de beentjes nog eens kortstondig getest met een versnelling, alvorens naar Ida Wells en de finish af te slaan. We eindigden 252ste en 253ste in 22m37s.

Na de finish werden we nog overstelpt met gadgets, waarvan een originele Chicago muts niet alleen de mooiste maar zeker ook de nuttigste was. Het was net 8u toen we ons hotel weeral binnenstapte en ons ten volle konden concentreren op wat de volgende dag ging gebeuren.

Belgisch/Vlaams kampioenschap HM Wevelgem – 2de plaats (M45)

De tweejaarlijkse halve Alpro Leiemarathon in Wevelgem die tevens als Belgisch en Vlaams kampioenschap fungeerde op deze afstand, was de ultieme voorbereidingswedstrijd naar de marathon van Chicago. Hoewel de voorbereiding door blessure eerder laat was gestart, konden in de laatste 6 aanloopweken toch gemiddeld 120km/week worden gelopen. Over het echte vormpeil tastte ik volledig in het duister. Wat echter zeker was, was dat de verhoopte tijden op training alsnog uitbleven. Toch was er ook de ervaring die leerde dat dit volume genoeg is om terug op niveau te presteren. De voorspelde temperaturen waren rond 22°C en dus ook niet al te bemoedigend want aan de hoge kant. Ondanks de niet optimale condities, sprak ik bij mijn coach mijn ambitie uit om 1u15 te lopen.

Na een behoorlijk lange autorit, een vlotte inschrijving en een goede opwarming was het tijd om mij naar de startlijn te begeven. Aangezien ik deze keer toch met enige ambitie startte – ik had er de uitslag van 2017 op nageslaan en de geambieerde tijd kwam in de buurt van het podium – zorgde ik ervoor dat ik iets meer vooraan stond. Op de vijfde rij vond ik een plaatsje bij André D’haeyer, de M75 DCLA’er die zoals hij het zelf uitdrukt een onweerstaanbare drang voelt die sterker is dan hemzelf om bij elk kampioenschap aanwezig te zijn. Zijn ambitie was om onder de 2 uur te finishen. Hij zou daarbij bijgestaan worden door Dirk Galle. Tot dan toe verliep de organisatie vlekkeloos en op het juiste uur weerklonk het startschot.

Hoewel ik naar mijn eigen aanvoelen kalm aan begon, schoof ik toch stelselmatig op naar voor. Door toch nog te veel naar achter te starten was de kloof met de eersten echter al snel enkele honderden meters. Na twee kilometer sloot ik aan bij het derde groepje, waar ook Chris Wouters in zat. Op dat ogenblik twijfelde ik of ik nog naar het tweede groepje zou lopen wat een 150 meter ervoor liep, maar ik vreesde teveel krachten te verspillen in het begin van de wedstrijd, dus hield ik mij vooraan zoveel mogelijk uit de wind. Na een eerste plaatselijk rondje van 5km, ging het nu langs de Leie richting Kortijk. Het groepje verbrokkelde verder, maar ik hield mij bij mijn concurrent in mijn leeftijdsklasse. Toen we Kortijk naderde bleven we nog met 4 lopers over: naast Chris en mezelf (M45) ook Bjorn Voet en Jimmy Bultinck (M40). Bjorn hield het tempo hoog en door de zon die af en toe door het wolkendek kwam werd het ineens warm. Ik begon dorst te krijgen en kende een moeilijk moment, niet in het minst omdat we nog maar 9km ver waren en ik moeilijk kon bevatten om dit tempo nog tot het einde te kunnen volhouden. Blijkbaar was ik niet de enige die met moeilijkheden kampte want even verder kwamen we Kevin Verluyten, onze DCLA hoop op een goed resultaat tegen die langs de weg stond na afgehaakt te zijn bij het vorige groepje. Zware benen en niet in de wedstrijd zou ik achteraf leren. Toch zou hij de wedstrijd nog uitlopen als haas voor onze clubgenoot Marijke Willekens. Ook Jimmy in ons groepje zette zich plots aan de kant, waardoor het tempo van Bjorn naar beneden mocht… een welkome verademing. In Kortrijk aangekomen ging het de brug over om langs de andere kant van de Leie de weg naar Wevelgem terug aan te vatten. Deze terugweg was wind tegen en dat liet zich gevoelen in een verdere daling van het tempo. Waar ik in het eerste deel mij een beetje afzijdig had gehouden, kon ik nu ook een deel van het kopwerk doen. Al snel liet Bjorn ons gaan en er bleef dus een strijd van man tegen man. Regelmatig probeerden we eens te versnellen, maar meer dan enkele meters voorsprong kreeg geen van ons beiden. Plots werden we hoogst ongewoon voorbijgelopen door een aantal beduidend snellere lopers. Ze waren onderdeel van de vijf onfortuinlijke lopers die vooraan liepen en in Kortrijk door een signaalgever verkeerd waren gestuurd. Echt onbegrijpelijk voor een kampioenschap.

Door de aanhoudende strijd konden we niet versagen en liepen we ook stelselmatig nog een aantal lopers in. Ondertussen werd het ook duidelijk dat het op een sprint zou aankomen wat naar ik vermoede in het voordeel van Chris zou zijn, aangezien hij sneller is op kortere afstanden. Maar een sprint moet natuurlijk nog gelopen worden na 21km. Met een 800 meter te gaan versnelde Chris en hoewel ik ook versnelde, verzuurde de benen toch plotsklaps. Ik moest vaart minderen en zag hem verder wegschuiven op weg naar een Belgische en Vlaamse titel. Meer dan een tweede plaats zat er vandaag niet in. In het algemene klassement legde ik beslag op een veertiende plaats met een tijd van 1u14m08s.

Daarna begon het lange wachten op de prijsuitreiking aangezien er heel wat discussie was omtrent het podium voor de seniors. Van deze tijd maakte ik gebruik om nog een tiental km uit te lopen, maar zelfs bij het terugkomen kwam er ondanks ongeduldig aandringen van enkele van de atleten weinig schot in de zaak. Het uiteindelijke voorlopige oordeel was dat de uitslag gehandhaafd zou worden zoals de lopers over de meet waren gekomen.

In onze categorie was het echter duidelijk wie aan het langste eind getrokken had. Toch zouden we pas 4 uur na aankomst op het podium mogen plaatsvatten. Bij zo een wedstrijd is er achteraf altijd opnieuw een aantal what-if scenarios die in je hoofd afspelen: wat als ik vooraan was gestart, wat als ik toch naar het tweede groepje was gelopen, wat als ik het voor de sprint nog eens geprobeerd had… feit is dat ik het allemaal niet gedaan hebt. Gedane zaken nemen geen keer. Al bij al keerde ik tevreden en met enig optimisme terug uit Wevelgem… echter veel later dan voorzien.

Er waren ook nog zilveren medailles voor DCLA’ers Marijke Willekens (W55) in een knappe 1u30m15s en André D’haeyer (M75), die ondanks een zwak momentje wat hem de beoogde twee uur eindtijd koste toch verdiend op het podium mocht met een tijd van 2u09m09s.

Dwars door Oetingen – 3de plaats in hete thuismatch

De volgende voorbereidingswedstrijd voor de Chicago marathon was de kermisloop in voormalig thuisdorp Oetingen. Daar ging reeds voor de 17e keer de stratenloop^“Dwars door Oetingen” door.

Van de  verschillende afstanden had ik voor de 16,6 km gekozen. Deze afstand was verdeeld over twee rondes die door het domein van Steenhout voerden. Wie weet dat Oetingen een deelgemeente van Gooik – de parel van het Pajottenland – is, begrijpt meteen ook dat het hier niet om een vlak parcours ging. In een mix van off-road en weg moest er elke ronde een hoogteverschil van meer dan 100m overwonnen worden. En als het parcours niet voor een schifting zou zorgen was er altijd nog de zomerse temperatuur van 30°C. Gelukkig hadden de organizatoren een extra bevoorrading ingelegd. Uiteindelijk konden toch een 40-tal dapperen gevonden worden om deze uitdaging aan te gaan.

Ik was trouwens niet de enige van de familie die de loopschoenen op deze zonnige kermisdag aantrok, ook petekind Jill en broer Bram maakten in respectievelijk de 500m en 4km races hun opwachting.

Jill was de eerste die aan de beurt kwam. Begeleid door haar papa en ondanks de ademnood zette ze onder luid applaus van de familie toch moedig door. Als 24e en 8ste meisje huppelde ze over de streep.

De 4km wedstrijd van Bram ging van start nadat de langere afstanden reeds vertrokken waren. De deelname was een bevlieging van het laatste moment en er was dan ook geen voorbereiding aan vooraf gegaan. Gelukkig stond hij deze keer niet op zijn pantoffels. Na een wat snelle start kon hij beslag leggen op een 17e plaats als derde Master A (40-49). Zeker niet slecht.

Ikzelf had deze wedstrijd meer als een trainingsloop opgevat. Om aan de nodige kilometers te komen in voorbereiding op de marathon had ik reeds ’s morgens in alle vroegte met Lieven Capon een zwarte lus van de Lindense bosloop rond gemaakt. Na de opwarming stond ik dus om 15 uur reeds met 16km op de teller aan de start.  

Wetende dat het nog een uitputtingsslag zou worden, startte ik eerder behouden op de bedding van de vroegere trambaan (de tramroute) en een 10-tal atleten liepen zachtjes weg. Na een paar kilometer lagen de posities min of meer vast. Op dat moment kwam ook de latere winnaar Sam Moureau voorbij. In een wedstrijd waarin twee afstanden (8 en 16km) samen vertrekken is het altijd weer even stand van zaken nemen na de eerste ronde om je ervan te vergewissen wie er nog een tweede ronde aanvangt. Blijkbaar lag ik op een vierde plaats. Ondanks de extra drinkbus bevoorradingen van mijn papa zag het er naar uit dat ik net naast het podium zou stranden. Net voor zijn laatste extra bevoorrading zag ik echter een loper langs de kant van de weg zitten, geholpen door twee supporters. Later bleek dat het ging om de eerste in de wedstrijd die op minder dan 2km voor het einde bevangen door de hitte al zwijmelend was moeten stoppen. Hij was blijkbaar ook ziek geweest de week ervoor. Voor de zekerheid werd hij dan ook naar het ziekenhuis afgevoerd. Daardoor – en ook geholpen door een gelijktijdige wedstrijd in Huizingen die de top van de lokale atletiekclub ACP weghield – werd ik nog onverwacht derde.

Na de finish volgde traditioneel nog een zeer uitgebreide tombola onder de deelnemende kinderen en volwassenen. Hierbij viel Jill deze keer in de prijzen met een fietshelm.

Tenslotte volgde de verschillende podia. Aangekondigd als de zoon van de dokter van Oetingen mocht ik eerst als 3e algemeen mijn toch al uitgebreide bierflessen collectie verder aanvullen, om vervolgens nog eens opwachting op het podium te maken als eerste in de Masters A (40-49) categorie.

Daarbij was het een hele eer om samen met de winnaar van de Masters C (60-69), de Borchtlombeekenaar Willy Huylenbroeck – winnaar van de Amsterdam marathon 1986 (2:14.46) en Belgische marathon kampioen 1989 (2:19.10) – op het podium te mogen staan.

Bron: Belg kiest juiste weg Leidsch Dagblad, 12/05/1986; p. 17