Er ontbrak me nog één, zesde ster om de queeste van deelname aan de zes major marathons te voltooien en dat was de Tokyo marathon. Het is niet alleen geografisch de verste marathon voor ons, maar ook een moeilijk marathon om aan te kunnen deelnemen aangezien er jaarlijks meer dan 300.000 mensen inschrijven waarvan slechts 1/10 geselecteerd wordt. Deelname in 2023 was al helemaal hopeloos, omdat het aantal te verloten plaatsen nog beperkter was, door de overdracht van deelname na een coronajaar zonder Tokyo marathon. Samen met mijn vaste loopbuddy Werner Heselmans vatten we dus het plan op om in het voorjaar van 2024 mee te doen. Waar hij via de lotterij en virtuele runs probeerde een plaatsje te bemachtigen, probeerde ik het ook via het RUN as ONE Semi-Elite programma, waarin ik dankzij mijn uitstekende prestatie in London in 2022 aanspraak maakte op een startplaats indien ik bij de 25 snelste buitenlandse atleten zou zijn die zich aanmelden. Eind augustus kwam voor mij het verlossende antwoord, maar voor Werner bleef het goede nieuws uit, waardoor ik dus noodgedwongen alleen naar Tokyo moest. Ik vond het dubbel jammer enerzijds omdat ik het fijne gezelschap zou missen, maar anderzijds ook omdat we nu niet samen de six-star medaille in ontvangst zouden kunnen nemen.



Een hardnekkige blessure aan de onderkant van de voet (fascia plantaris) had al de hele winter voor ongemak gezorgd en ook nu in het vooruitzicht van de Tokyo marathon zaaide het twijfels of ik wel zonder problemen zou kunnen uitlopen. De conditie was zeker goed, maar niet optimaal omdat in de trainingen een keuze moest gemaakt worden tussen ofwel lange rustige lopen of korte intensieve trainingen om de pijn onder controle te houden. De training schoot dus een beetje tekort, wetende dat een marathon een intensieve lange inspanning is waarbij juist stamina erg belangrijk is.
Zoals steeds probeerde ik de stress weg te houden door de reis zoveel mogelijk op voorhand te plannen. Om te acclimatiseren – er is 8 uur tijdverschil – vond ik het opportuun om reeds een week op voorhand naar Tokyo af te reizen. Dat gaf het bijkomend voordeel dat er de eerste dagen nog wat sightseeing kon gebeuren inclusief een daguitstapje met de Shinkansen trein naar Kyoto. Deze culturele uitstapjes hadden hun doel niet gemist en ik was danig onder de indruk van dit land en nog meer van zijn inwoners. Voor westerlingen valt de netheid, de georganiseerdheid en de beleefdheid van de mensen op. Maar vanaf vrijdag ging de knop om en begon de gerichte focus naar de marathon op zondag. s’ Morgens nam ik de Yurikamome monorail van mijn hotel in Shiodome naar Tokyo Big Sight, het grootste exhibitie centrum van Japan waar de marathon expo doorging. Door de unieke architectuur is het moeilijk om niet in verwondering te staan voor dit kolossale gebouw dat er uitziet als ware het vier aaneengesloten lotusbloemen. Het gebouw dateert uit mid jaren 1990 en had recent nog dienst gedaan als communicatie- en perscentrum voor de Olympische spelen.






Ik kwam er als één van de eersten van die dag aan en zowat om de twintig meter stond er een vrijwilliger die elk van de deelnemers die voorbijkwam begroette met buiging. Wetende dat er nog duizenden na mij zouden volgen, was ik zeer onder de indruk van deze persoonlijke aanpak. Zoals steeds werden we omwille van de organisatie vriendelijk aangemaand om juist één rij te vormen op de roltrappen. De eerste stop na het betreden van de eerste hal betrof het allerbelangrijkste: het ophalen van de BIB. De rijen waren goed verdeeld en dit verliep allemaal bijzonder vlot. Naast een nummer vooraan, was er ook een nummer voor achteraan en bovendien nog een extraatje om aan te geven dat dit de zesde ster was. Het zou nog wat gepuzzel en aanpassing vergen om alle nummers op mijn wedstijdtruitje te krijgen. Om identiteitsfraude te vermijden, kreeg je ook een armbandje hetwelk niet meer af mocht tot aan de race op zondag. Nadien werd in een aparte rij nogmaals getest of de chip in je nummer werkte. In minder dan 10 minuten was ik er volledig door. Het weerbericht voorspelde een temperatuur van rond de 6°C en dus was ik van plan om toch wegwerpkleren mee te nemen. In hun streven naar minimaal afval werd er echter op gewezen dat je alles zou moeten meenemen, en er werd nogal dubieus gedaan of je wel kleding zou kunnen achterlaten. Ook op de expo kon ik geen eenduidig antwoord vinden, maar ik besloot toch om minimaal een trui aan te doen die ik zou achterlaten wat uiteindelijk ook geen probleem vormde. Ik kon het aan een official afgeven die het mooi aan de kant legde.
Daarna volgde het obligate bezoek aan de kledingsponsor, niet toevallig het Japanse Asics. De foto’s van lege rekken circuleerden al op de sociale media en ook deze tweede dag van de expo zouden er veel te weinig T-shirts zijn. Enkel XL of hogere maten bleven over – en al vielen ze wat klein uit, dit zijn niet meteen maten voor marathonlopers – en je zag de wanhoop in de ogen van sommigen. Dit was waarschijnlijk de grootste smet op de anders perfecte organisatie. Vermits mijn kast al uitpuilt van de T-shirts vond ik het niet echt een probleem en in de Tokyo marathon shop van de organisatie vond ik wel een aantal kleine souvenirs. Tot slot passeerde ik nog aan de Abbott stand. Daar liet ik vooreerst checken of alles in orde was voor de ontvangst van de stervormige medaille aan de aankomst. Terloops kreeg ik ook nog een klein cadeautje vanwege de Gold club en kon ik voortijdig ook de medaille ophalen voor de virtuele Global run, een virtuele run die ik tijdens de marathon ook zou lopen. Verder was er weinig nieuws onder de zon in de talrijke standjes en na een uurtje was ik terug op weg naar de uitgang terwijl het volk onverminderd bleef toestromen. De vrijwilligers hadden zich ondertussen ook overgegeven en stonden er gewoon bij te kijken … hun enthousiasme was begrijpelijkerwijze al wat gaan liggen.



Zaterdag na het Ontbijt met de Boss en de verkenning van de start site was het tijd voor nog een laatste snelle kilometer om de benen nog eens los te maken en dan was het alles klaarleggen en platte rust. Na een rustige nacht en een goed ontbijt vertrok ik om 7u richting de start. Ik was totaal ontspannen, het gevoel zat goed en voor één keer was mijn Garmin horloge het hiermee eens. Een half uurtje later stapte ik uit in het Nishi-Shinjuki station op de Marunouchi metrolijn. Van hieraf zorgden de vrijwilligers met richtingaanwijzers dat ik vlot aan Gate 1 geraakte waar je jouw armbandje moest tonen om binnen te geraken. Daarna volgde in een volgende rij de controle van de zakken die je op een vrachtwagen kon achterlaten en die naar de finish zouden worden gebracht. Ik had enkel een trui en broek mee voor na de wedstrijd. Mijn mobiele telefoon zou ik in een gordel meenemen op de rug. Tot hiertoe verliep alles razend vlot. Op minder dan 10 minuten stond ik onder de start in een speciaal afgesloten gedeelte voor de semi-elite. Het was er bijzonder kalm en ik genoot ervan om in alle rust te kunnen opwarmen, naast een gelijkaardig vak voor de Elite lopers. Rond 8u10 zat de opwarming erop. Ik besliste om enkel nog een trui , een buff en handschoenen aan te houden en de rest af te geven voor na de wedstrijd. Vervolgens de trap op naar het wegdek boven op zoek naar Corral A. Er was nog bijna niemand in het vak aanwezig, dus ik zocht nog even het voorbehouden toilet op. Het was nog steeds fris, maar in het zonnetje was het best aangenaam om te staan wachten. Het moet gezegd, de condities waren quasi perfect. In het vak stond ook Toyoki Sato, een Japanse collega loper waarmee ik in London 2022 lang samengelopen had. Hij mikte op 2u35, mijn doel was om onder 2u30 te blijven. Tijdens het wachten zag ik dat ook Nick Bitel, de Londense race director die ik de dag ervoor nog op het ontbijt gezien had, een kijkje kwam nemen. Hij had mij ook gezien en riep me naar voor om even nog dag te zeggen en me succes te wensen. Daarna verdween hij weer even om daarna terug te keren om me voor te stellen aan Wayne Larden, de Sydney marathon race director. Ik vertelde hem dat ik uitkeek naar het komende WK in zijn stad. Terwijl ik aan het wachten was overliep ik nog eens het parcours. Het hoogteprofiel is erg gelijkaardig aan dat in London. In de eerste 5km gaat het eveneens naar beneden (35 meter), daarna is het zogezegd vlak. Maar anders dan in London gaat het in realiteit altijd licht golvend.

Om 9u10 stipt onder de confetti en de witte rook nam ik samen met de anderen in Corral A een vliegende start. Ik liet me meedrijven met de stroom en kwam al vlug in een groep van een veertigtal lopers terecht. Het ging best snel (eerste 5km in 16m44s), maar ik had niet het gevoel dat ik al over mijn toeren ging. Toch ging het fout na het eten van een eerste gel na amper 7km. Ik kreeg steken in de zij en er zat niks anders op dan tijdelijk het tempo een beetje te laten zakken. Na minder dan een kilometer was de stekende pijn weg samen met mijn ideale groep. Van dan af zou ik me niet meer schuil kunnen houden. Af en toe kwam er een groepje tot stand van maximum vier lopers, maar nooit voor lang. Toch hield ik er het tempo goed in. Ik zorgde ook dat ik regelmatig kon drinken. Het was de eerste keer dat het eindcijfer van mijn BIB, 4 in mijn geval, dicteerde aan welke tafeltjes je bij voorkeur drank nam. Had ik al gezegd dat alles georganiseerd en gedisciplineerd verloopt in Japan?




Vooraf had ik gelezen dat het Japanse publiek nogal gereserveerd was, maar dat moet ik hier toch formeel tegenspreken. Ik heb honderden keren Ganbatté To of Ganbare To gehoord (Ga ervoor Tom en Zet hem op Tom). Niet alleen ontbrak de m bij de uitspraak van mijn naam die op mijn singlet stond, maar door de manier waarop ze het uitspraken klonk het in mijn hoofd een beetje als “sneller he Tom”. Aan aanmoediging zal het dus zeker niet gelegen hebben, toch voelde ik dat vanaf km35 de hamstrings aan het verduren waren. Halverwege was ik nochtans doorgekomen in 1u12m10s, ruimschoots sneller dan ik gehoopt en verwacht had.


Op één van de stukken waar de eerste elite ons tegemoet kwamen had ik al vastgesteld dat Eliud niet meer in de kopgroep zat, nu zag ik hem aan de overkant aan wat voor hem km40 was eenzaam lopen. Dat was al 5km voor mij, maar ik voelde mij niet de enige die beestig aan het afzien was. Doordat de rechterhamstring in de daaropvolgende kilometers nog stijver werd, kreeg ik de benen niet meer omhoog zoals ik zou willen. Ik was nu ook in het segment aangekomen waar de vertering lamgelegd wordt en eten eigenlijk niet meer gaat en zoals voorzien schakelde ik over op de aangeboden plaatselijke energydrank Pocari Sweat. Op de sociale media had ik al van alles gelezen over de smaak van deze drank. En omdat ik niks aan het toeval wilde overlaten en de drank in elk metrostation in de automaten verkrijgbaar is, had ik de dagen ervoor al geproefd. Eigenlijk kwam het in de buurt van de limoen versie van Aquarius en ik begreep dus de hele heisa niet. Omdat ik de vorige drankstations amper iets binnengekregen had omdat de bekertjes wel heel karig gevuld waren en er altijd een deel verspild wordt als je met snelheid een bekertje grijpt, besloot ik zelfs om even halt te houden en eens even de tijd te nemen om goed te drinken. Het bracht mij weer wat verder, maar een viertal kilometer voor de meet kwam een Japanse leeftijdsgenoot voorbij, de wil om aan te pikken was er wel, de fysieke kunde echter niet meer. In de laatste twee kilometer voelden de benen als lood en liep ik zelfs twee kilometer boven 4min/km. Eindelijk was daar na 42km de bocht naar links en konden de armen de hoogte in. Op de klok stond 2u30m39s. Het was niet onder 2u30m, maar toch was er geen ontgoocheling, eerder opluchting. Door de moeilijke voorbereiding was ik toch een beetje gaan twijfelen of ik nog ooit op niveau zou kunnen geraken. En hoewel ik het niet had kunnen volhouden, had de eerste helft van de marathon mij weer het gevoel gegeven dat er wel degelijk nog snelheid in mij zat. Moeizaam stapte ik verder terwijl ik eerst een poncho kreeg en een beetje drank en eten.



Dan was het vooral genieten bij de uitreiking van de six-star medaille. Een avontuur gestart in de herfst van 2017 in New York kwam hier tot een hoogtepunt. Ook dat droeg bij aan het positieve gevoel dat ik bij deze marathon overhoud. Daarna werden we opnieuw naar een aparte tent geleid om ons om te kunnen kleden. Het voelde eigenlijk aan als een soort criterium loop dicht bij huis qua rust en faciliteiten, terwijl dit toch één van de grootste marathons van de wereld was. Op mijn hotelkamer kroop ik in een warm bad op Japans maat met badzout – één waar je je benen niet kan strekken – om weer de oude te worden. Dan pas werd het duidelijk hoe de voet eraan toe was, die avond kon ik niet meer stappen zonder stekende pijn en al manken ging ik nog terug naar het Westin hotel, het wedstrijdhotel, waar er een receptie was voor six-star finishers. Toen er een demonstratie van compressie beenstukken werd aangeboden, ging ik daar maar al te graag op in. Slechter zou het sowieso toch niet worden. De fluctuerende druk in de beenstukken brachten me een kwartiertje (ont)spanning. De volgende morgen ging het gelukkig al iets beter. Een echte marathon stopt niet aan de finishlijn.