Virtuele London marathon | 04 Okt 2020 | 02:57:52

COVID-19 zorgde ervoor dat de 40e editie van de Londense marathon een virtuele editie werd althans voor de gewone stervelingen. Terwijl de elite lopers rondjes rond St James’ Park in London draaiden, mochten wij zelf ons lokaal parcours uitstippelen om onze eigen virtuele marathon te lopen. Het was waarschijnlijk beter geweest voor de fairplay om te eisen dat het parcours uit één of meer rondjes zou bestaan om zo mogelijk voordeel uit hoogteverschil en wind te beperken, maar er werden geen echte voorwaarden gesteld. Ikzelf hield het kort bij huis en de dag ervoor tekende ik een lus uit van 16km, die ik tweemaal zou lopen, gevolgd door een ingekorte lus van 9 km. Aan het begin van de lus op weg naar Pellenberg was er één stevige, maar geleidelijke beklimming (50 meter klimmen), gevolgd door een steilere afdaling richting Korbeek-Lo om via de Oude baan terug naar Kessel-Lo af te zakken.

Omdat deze wedstrijd geen doel op zich was en om mijn kansen gaaf te houden op het BK 10km op de weg in Lokeren het volgende weekend, was de voorbereiding eerder beperkt gebleven tot een drietal langere lopen. Voor mij was het een lange loop zoals ik er al vele weekends één gedaan had met als enige verschil dat ik het nummer 702 op de borst gespeld had en de London app gebruikte voor de tijdsregistratie. Verder was er niet zoveel speciaal aan deze loop. Het was bewolkt en af en toe een regendruppeltje bij 11°C, dus al bij al behoorlijk loopweer.

Iets voor elf uur stapte ik het huis uit met 2 Maurten gels op zak, zette een flesje cola en water en nog 2 gels klaar als bevoorrading en startte de Garmin en de virtuele run in de speciale “London marathon” app. In mijn oor hoorde ik Steve Cram en Paula Radcliff die mij om de mijl zouden aanmoedigen, met op de achtergrond de joelende Londense crowd. Aan de voeten prijkten geen Nike Vaporfly of Alphafly. Deze bleven in de kast ten voordele van de bijna evenwaardige Nike Fly’s. Het begin ging heel rustig, na de eerste kilometer gaf de Garmin 5m12s aan. Stilletjes aan krikte ik het tempo op. Vooraf had ik gerekend een comfortabel tempo te kunnen lopen aan 4m30/km. Dat lukte aardig in de eerste 5km en deze waren bergop en wind tegen. Het tweede deel van het eerste rondje ging zonder echt te forceren 15 seconden per km sneller.

Na 16 km kwam de eerste passage thuis eraan. Ik nam een 40-tal seconden de tijd om iets te drinken en een extra gel weg te stoppen. Even later volgde er ook nog een sanitaire stop van 30 seconden. Dat alles zorgde ervoor dat ik halverwege 1u32m liet afklokken, maar wel met nog een beetje potentiële energie want ik had juist de tweede beklimming en het ergste stuk wind tegen op de ronde afgewerkt. In mijn hoofd had ik mijn doel ondertussen bijgesteld tot het blijven onder drie uur. Ik wist dat dit zeker haalbaar was, desnoods door in de laatste kilometers iets sneller te gaan. Ik herinerde me nog dat 4m17/km een tijd van rond de drie uur oplevert.

Vermits ik in de tweede ronde van 16km tenminste voor de helft van de kilometers een tijd onder 4min/km zag, wist ik dat het goed zou komen. Ik ving nog vrij fris de laatste ronde van 9km aan. Ik zette mij schrap want op km 34,50 volgde de derde beklimming in het Gasthuisbos op de kasseien. De lange uitloper na het steilste gedeelte zorgde voor een helling van een tweetal km. Bovenaan draaide ik 90 graden richting Pellenberg met de neus pal in een stevige wind voor nog een kilometer zwoegwerk vooraleer om te keren in Pellenberg dorp richting Kessel-Lo. Voor het eerst ging de hartslag boven de 150 bpm en ook de ademhaling werd even meer dan normaal. Het blijft tenslotte een marathonafstand. Het ging nu in een rustig tempo bergaf naar de virtuele meet. De Platte Lostraat heeft toch net iets minder uitstraling dan de Londense Mall. Met de joelende massa in je oor geeft het toch een beetje voldoening al is het maar een zwak afkooksel van de echte ervaring.

Ik finish virtueel als 504e (47e in de leeftijdsgroep M45) en met 2u57m52s bleef ik ruimschoots onder de beoogde drie uur. De prachtige herinneringsmedaille van deze 40e editie zou ik drie weken later met de post ontvangen. Volgend jaar hoop ik echter nog eens de “echte” ervaring in Londen mee te maken.

Nu is het vooral zaak om goed te recupereren om fris aan de start te komen van de laatste afspraak van het zomerseizoen, het BK 10km op de weg in Lokeren.

The longer road to London – deel 5

Na de mooie loopmaanden mei (100km/week) en juni (120km/week) sta ik er terug om nog maar eens aan de marathon specifieke training te beginnen. Begin juli is het met het coronavirus de goede kant aan het opgaan. Er zijn minder besmettingen en alles lijkt terug onder controle. Op 1 augustus zou het Belgisch kampioenschap op de weg in Lokeren doorgaan, een goede graadmeter om te kijken hoe het met de conditie gesteld is. Zoals gepland is het eerste trainingsblok van zes weken (29 juni – 9 aug) voorzien vanaf begin juli.

De opbouw verloopt vlot, toch ben ik niet volkomen pijnvrij en blijf ik last hebben van mijn linkervoet. En hoewel het onder controle is, kun je stellen dat de pijn nu chronisch geworden is. Na een drietal weken in de grote vakantie is het virus terug aan een remonte begonnen en het besef begint te dagen dat het ook deze keer een zeer onzekere rit wordt. Een weekje voor het Belgisch kampioenschap 10km op de weg start ik met een mini taper om toch enigszins fris aan de start te kunnen komen zaterdag. Alles lijkt erop dat een eerste coronaproof loopevenement zou kunnen doorgaan: nummers op voorhand ontvangen, geen podia, start verlegd naar een grotere ruimte, wedstrijden opgesplitst tot max. 200 deelnemers, geen publiek, geen kleedkamers, mondmaskers voor en na de wedstrijd verplicht. We zijn er klaar voor, tot er net daarvoor een piek in de provincie Antwerpen werd vastgesteld en alles weer op scherp wordt gesteld. Op dinsdag wordt beslist om het evenement naar oktober uit te stellen. Weg eerste post-corona wedstrijd.

Nu, andere massa-evenementen – wat stadsmarathons toch zijn – waren al voorgegaan in het annuleren van hun editie: de stad Berlijn gaf geen toestemming voor massa manifestaties, Boston stelde eerst uit en daarna af, daarna volgden ook Chicago en New York. Enkel in London bleven ze zich, met de koppigheid eigen aan de Britse eilanders vastklampen aan een strohalm. Telkens weer werd de definitieve beslissing uitgesteld, tot ze op 6 augustus toch de handdoek in de ring werpen. Op de 40e editie, zal er enkel een professionele versie gelopen worden op een 2 km lang parcours rond St James’s park. Voor de gewone stervelingen komt er uitstel naar 3 oktober 2021 en een virtuele editie op 4 oktober dit jaar. Ook het Abbott wereldkampioenschap voor masters verhuist naar de datum volgend jaar.

Hoewel dit uitstel al een tijdje in de lucht hing, gaf het toch weer een kleine mentale opdoffer. De doelen voor dit jaar moeten nog maar eens bijgesteld worden. De Belgische kampioenschappen worden en passant ook opnieuw uitgesteld naar eind september deze keer. De focus gaat nu naar de kortere afstanden. Dit vereist een aangepaste training met meer snelheid en minder kilometers. Op zichzelf kan een beetje trainingsafwisseling geen kwaad natuurlijk. De verworven snelheid kan ik vast en zeker gebruiken als ik in de toekomst weer eens aan een marathon voorbereiding begin. Nu is het vooreerst zaak om gezond te blijven en op termijn weer een beetje competitie te kunnen doen in kortere wedstrijden. De virtuele editie van de London marathon staat ook op het programma, maar dan eerder als een doorgedreven training.

Het bijgevoegde beeld vat de situatie goed samen: vanuit onze bubbel zien we London in de verte liggen.

Wordt vervolgd… volgend jaar !

Nick Thompson, snelle 40’er en serieuze concurrent

Mijn coach Claire Bartholic interviewt Nicholas Thompson , hoofdredacteur van WIRED magazine als host van de “Run to the Top” podcast.

Nick heeft zowat elke belangrijke Tech CEO geinterviewd als journalist voor CBS News, maar geraakte net als ik pas op latere leeftijd gepassionneerd door hardlopen. Pas toen hij door Nike als proefkonijn voor hun schoenen gevraagd werd, begon hij serieus te trainen. Het resultaat mag er zeker wezen.

Nick liep de Chicago marathon 2019 twee seconden sneller dan mezelf – weliswaar een minuutje voor mij – en was in het klassement net voor mij. In de Abbott world Championship zal hij ook in de M45 categorie uitkomen. Een niet te onderschatten concurrent dus…

Luister naar zijn verhaal, het belang van zijn vader, de passie voor de marathon, maar ook de relativering ervan … met een knipoog – of moet ik knipoor zeggen – van mijn coach naar mij.

The longer road to London – deel 4

Na het uitstel van de Boston marathon, volgt op 13 maart, zes weken voor de geplande datum dan toch eindelijk het onvermijdelijke. De 40e editie van de London marathon wordt uitgesteld naar de herfst, meer bepaald naar 4 oktober. In de wetenschap dat deze epidemie niet onmiddellijk voorbij zal zijn, neem ik onmiddellijk de beslissing om in het geplande vierde trainingsblok (2 Mrt – 12 Apr) het aantal trainingskilometers drastisch terug te schroeven en een tweetal weken rust in te lassen. Vooral het moreel geraakt aangetast. Een trainingscyclus voor een marathon is al een huzarenstukje van wilskracht en overtuiging zonder dat er dan nog virussen roet in het eten komen werpen.

Het is de bedoeling om vanaf april de training terug aan te vatten. Het hervatten na de rust loopt echter niet zoals gepland. Na een kine videoconsult – want het is nog steeds coronatijd – is het verdict: een ontsteking aan de extensie pezen (extensor tendonitis) in de linkervoet. Twee pezen vanboven op de voet zijn overwerkt: extensor digitorum (teenstrekker) en extensor hallucis (grote teenstrekker) en vragen om een beetje rust. Deze blessures komen typisch voor na een te snelle heropstart. Ik dacht dat na de rust en de gelopen volumes 12km wel direct terug haalbaar was, maar blijkbaar protesteren de pezen vaak bij terug belasten. De opgelegde oefening bestaat uit de voet strekken en plooien met gestrekt en geplooid been met een weerstandsband, 3x per dag. Het is bekend dat peesblessures taai zijn en het een tijdje duurt voor je hersteld bent. Rust is dan ook weer niet goed, je moet de zaak in beweging houden en met “lichte” pijn lopen. De belasting moet echter beperkt blijven. Hoewel de blessure begin april opkwam zou het tot begin mei duren vooraleer de pijn bij het gewoon stappen verdwijnt.

Gelukkig is er tijd. Van wedstrijden is er voor augustus geen sprake meer, ook alle Belgische kampioenschappen worden uitgesteld. Dan toch nog iets positief aan deze corona epidemie: ik kan iets langer regerend 10.000m Belgisch kampioen blijven.

Half mei is de blessure onder controle, maar nog niet verdwenen. Het trainingsvolume wordt terug iets opgedreven om tot een normaal niveau te komen begin juli om dan de marathon specifieke training van een drietal maanden of 12 weken aan te vatten. Ik mik hierbij op twee blokken van 6 weken en een taper van 2 weken. Blok 1 (29 juni – 9 aug) en Blok 2 (9 aug – 20 sept). In mei en juni wordt vooral op kracht getraind in combinatie met een uitbreiding naar +100km wekelijkse afstand, om terug het niveau te halen.

We weten nu dat de competitie tegen augustus zal hervatten, met de Belgisch Kampioenschap voor masters outdoor in het laatste weekend van augustus.

The road to London – deel 3

Het derde trainingsblok (20 Jan – 1 Mrt) luidde ook de marathon specifieke training in. De kortere sprint intervaltrainingen verdwenen nagenoeg compleet uit het trainingsschema en langzaam werd opgebouwd met steeds langere tempo intervallen. Daarnaast was er vooral veel ruimte voor trage duurlopen.

Het doel om naar een gemiddelde van rond de 135 km per week te werken, werd (nog) niet volledig bereikt. Het trainingsvolume bleef beperkt tot een gemiddelde van 123 km/week en een gemiddelde lange loop van 29 km.

Eén van de redenen is ongetwijfeld de kuitblessure die ik opliep tijdens een doorgedreven tempo training in de laatste week van februari. Marathontraining is vaak op de rand van het haalbare en deze keer was ik er net over. Ook een extra rustdag kon niet verhinderen dat ik een zeurende pijn voelde als ik mijn rechterbeen naar voren plooide. Een bezoekje aan de kine drong zich dus op. Het verdict was een overwerkte digitorum longus, een diepe kuitspier aan de achterkant van het scheenbeen met een connectie naar de voetboog. De marathon en de training kwamen niet echt in gevaar, maar ik moest het even een beetje kalmer aan doen om de spier na (een pijnlijke) behandeling de kans te geven om tot rust te komen.

Ik stond nu voor een dilemma aangezien ik net in het weekend de 10 miles van Charleroi als testwedstrijd op het programma had staan. Medisch gezien was er geen reden om niet van start te gaan al was er een grote kans dat de spier bij extreme inspanning er opnieuw slechter aan toe zou zijn met een langer herstel tot gevolg. Aan de andere kant was deze wedstrijd ingepland als een graadmeter voor de conditie en een extra motivator om te blijven trainen (bij gunstig resultaat).

De vraag die ik dus moest beantwoorden was wat ik bij deze wedstrijd zou winnen en of dit opwoog tegen de mogelijke risico’s. En eigenlijk was deze afweging gauw gemaakt. Ik had net op training een hele goede sessie gelopen dus ik wist dat de conditie goed zat in die mate dat er misschien wel een PR in zat voor de 10 miles. Dit was echter niet mijn doelwedstrijd. Mijn gedachten en focus waren bij London en het leek mij gewoon verstandig om dan ook volledig deze kaart te trekken, daarbij gesteund door mijn coach die me enkel met een blessure wil zien racen als die licht is en als het om een echte doelwedstrijd gaat. Dus exit tripje naar Charleroi en in de plaats een lange duurloop, die ik trouwens volledig pijnvrij kon afwerken. Dus het ziet er naar uit dat we terug naar de gewenste loopvolumes zullen kunnen evolueren en dit op een pijnvrije manier.

In het komende vierde (2 Mrt – 12 Apr) en laatste voorbereidingsblok van 6 weken moet al het voorgaande trainingswerk culmineren in vier goede trainingsweken vooraleer de taper in te gaan. Op het einde van maart is een test voorzien met de halve marathon van Gent. Er zijn langere tempo intervallopen (tot 10 km per interval) gepland. De kracht- en fitnessoefeningen blijven nu op een constant volume (3 à 4 maal per week).

Verder blijft het vooral zaak om gezond te blijven in tijden van corona. Ook het gevaar van uitstel of afstel van de Londen marathon blijft reëel, na het annuleren van de marathon van Tokio voor het grote publiek en het verschuiven van de marathon van Parijs naar het najaar. Dit zijn echter externe omstandigheden waar ik sowieso geen vat op heb, dus het heeft niet veel zin me daar zorgen om te maken. Voorlopig gaat de training door zoals gepland.

The road to London – deel 2

Aan het einde van het tweede trainingsblok (8 Dec – 19 Jan) van 6 weken richting London wordt het tijd om nog eens een stand van zaken op te maken.

Met een gemiddelde van 94 km per week en 24 km voor de langste wekelijkse loop kom ik dicht bij de geplande 100 km per week voor deze periode. Ook de geplande wekelijkse lange loop van 25 km werd vlot afgewerkt.

Dit blok werd gestart met een loop-analyse om te kijken welke de grootste verbeterpunten waren ter optimalisatie van de loopefficiëntie en waar dus gedurende de winter aan gewerkt kon worden. De beelden van zowel sprints als marathontempo werden hiervoor gebruikt. Bij de sprints viel het vooral op dat ik geen sprinter ben. Ik zakte teveel in elkaar en maakte me niet groot genoeg. Een patroon dat we ook terug zien tijdens het lopen van marathontempo: de heup aan de rechterkant zakt door wat gecorrigeerd wordt aan de linkerkant door de arm iets meer uit te steken. Hetzelfde zagen we ook al op foto’s in de laatste kilometers van de marathon. Het benenwerk onderaan was eigenlijk wel in orde, alleen was de timing net te traag om onder het zwaartepunt te landen waardoor ik nog een tikkeltje overstride. In de komende tijd zal het dus zaak zijn om de bilspieren verder te versterken en te activeren en me daarbij ook steeds groot te maken. Daarnaast zal er in beperktere mate ook op de explosiviteit gewerkt worden voor een betere timing. Ik startte samen met kine Dennis Laerte, zelf één van de Belgische top marathonlopers, een lange termijn programma met een zestal nieuwe oefeningen om de zes weken om er voor te zorgen dat alles gevarieerd en efficiënt bleef. De oefeningen zelf voerde ik 3 tot maximaal 4 keer in de week uit.

De looptraining concentreerde zich nu vooral op kortere – lees 5 en 10 km – afstanden en het snellere trainingswerk werd daar ook naar aangepast. Alles verliep naar wens tot ik tijdens een rustige loop op 16 december door een uitstekende stoeptegel uit evenwicht geraakte, struikelde en vol op mijn linkerzijde terecht kwam. Naast enkele schaafwonden was het vooral mijn heup die de volle slag had opgevangen. Na een minuutje zittend te zijn bekomen, was ik vooral opgelucht dat ik toch nog kon staan en lopen zij het niet pijnvrij. De volgende dagen was alles stijf en stappen en slapen ging moeilijk. Een extra rustdag drong zich op, maar daarna kon ik toch de training – met een gereduceerd volume – hervatten. De krachtoefeningen moest ik tijdelijk on hold zetten. Een marathontraining loopt zelden zonder onvoorziene tegenslagen en er was nog tijd, dus zeker geen reden tot paniek.

Het zou tot de week van de Eindejaarscorrida in Leuven duren voor alle wonden geheeld waren en ik terug normaal en met volle mogelijkheden kon lopen. De corrida, een thuiswedstrijd bevestigde samen met de NYRR virtuele nieuwjaarsloop en het Provinciaal crosskampioenschap te Gooik dat ik op de goede weg was. Zoals voorzien is de basissnelheid aanwezig en werken we gestaag aan een hoger trainingsvolume.

In het volgende en derde voorbereidingsblok (20 Jan – 1 Maa) van zes weken is de opbouw naar 135 km per week gepland. Daarbij gaat de volledige focus naar training zonder wedstrijden die nu teveel tijd kosten in taper en recuperatie. Naar het einde van dit blok, en bij het begin van het laatste blok staat er een test van 10 miles op het programma om te kijken waar we conditioneel staan. Optioneel staat nog het Vlaams cross kampioenschap in Rotselaar geprogrammeerd, maar dat zal eerder als training dan als doel worden gebruikt.

Chicago marathon | 13 Okt 2019 | 02:29:15

Om mijn vijfde “major” ster te verdienen moest ik terug de Atlantische Oceaan over. Na een vlekkeloze en blessurevrije voorbereiding had ik het vormpeil eindelijk terug bevestigd gezien tijdens het BK Halve marathon in Wevelgem. Ook de externe factoren zoals het weer kondigden zich excellent aan. In de laatste twee weken bleef de weersverwachting immers constant in de voorspelling van droog weer met ideale marathontemperaturen. Toch zakten de temperaturen van de voorspellingen eens in Chicago aangekomen stilaan naar het vriespunt. Gelukkig was ik opnieuw goed voorzien van wegwerpkledij bestaande uit een trainingspak en een Buff dit keer. In de Walgreens kocht ik nog een paar extra lichte wegwerphandschoenen.

De ultieme droom was nog steeds om onder de 2u30 te lopen, maar 2u34 leek mij een meer realistische en haalbare kaart.

Op de dag van de waarheid ging de wekker rond 5 uur af, zodat we twee uur voor de wedstrijd klaar waren met ontbijten. Het was een licht verteerbaar ontbijt dat uit “Belgisch” brood van de Pain Quotidien met confituur bestond. De voorraad die meeging bestond uit 5 Maurten 100 gels, 3 met en 2 zonder cafeïne en een hotshot tegen de krampen. Daarnaast was er nog een flesje met een Maurten 300 Drink mix om de eerste voorraad van koolhydraten te leveren, wat net voor de start genuttigd moest worden.

Met dit in de zakken stapten we nog in het donker de stoep van het Congress Plaza hotel af en sloten we aan in de rij om de startzone te betreden. Door handig een nieuw openende rij te kiezen voor lopers zonder gear check – naar het hotel terug gaan na de finish zou immers minder ver zijn, dan terug naar de gear check – konden we quasi onmiddellijk richting Corral A doorstappen.

De belangrijke beslissingen waren reeds de vorige avond genomen: singlet en korte broek ondanks de voorziene 6°C. Net voor het binnengaan van het Corral was er nog gelegenheid voor een laatste sanitaire stop. Eens in het Corral ontstond er een klein opwarmrondje achteraan waar in file de opwarming gebeurde. Ik deed mijn gebruikelijke opwarmingsoefeningen die ik vrijwel elke loop doe. Qua schoeisel konden we kort zijn 95% had ofwel groene ofwel roze Nike Vaporfly Next schoenen aan. Gegeven de prijs van dit schoeisel stond er voor een mooi kapitaal bij elkaar.

Omdat zonder bril de armbanden met tussentijden die ze op de Expo uitdeelden voor mij niet leesbaar zijn en al zeker niet wanneer ik aan het lopen ben en ze bovendien geen tussentijden onder 3u hadden, had ik de avond voordien wat studiewerk verricht om de tussentijden voor eindtijden tussen 2u30 en 2u34 van buiten te leren.

Een tiental minuten voor de start kwamen de dames en heren elite lopers van rechts uit de VIP area vooraan aansluiten. Met nog een drietal minuten te gaan was het moment aangebroken om de laatste kledingstukken uit te doen en naar de kant te werpen. Jaarlijks haalt de organisatie zo 9 ton kledij op die aan AmVets – Amerikaanse veteranen – gedoneerd wordt. Na het Amerikaans volkslied en de finale voorstelling van de toppers kon er gestart worden. Er werd een minuut tussen de elite en recreatieve lopers gewacht. Meteen na de start gingen we kort ondergronds. Omdat de straten breed genoeg waren, was het geen probleem om je weg te vinden. Na een wat langzame kilometer van 3m40s kwam ik langzaam in het ritme. Ik sloot aan in een groepje van vier lopers dat langzaam van groepje naar groepje naar voor liep.

Na drie kilometer zag ik plots een atlete stappen met de vlechten die ik als die van Jordan Hassay, één van de Amerikaanse topfavorieten thuisbracht. Toen ik er voorbij was keek ik bewust achterom om de bevestiging te krijgen op haar borstnummer dat zij het inderdaad was. Achteraf bleek een gescheurde hamstring de schuldige te zijn.

Na mijl 8 bereikten we het meest noordelijke punt van het parcours en hield ik me bewust wat in wetende dat de wind nu een paar mijl in het nadeel zou blazen. Ik zorgde ervoor dat ik goed uit de wind zat, er was nog tijd genoeg om energie te verbranden. Er vormde zich een groepje van een 10-tal atleten waar ik me steevast met gemak op de tweede rij kon handhaven. Halverwege kwamen we door in 1u14m31s, nog steeds op schema om een knappe tijd neer te zetten.

Op een normale dag begin ik na 25km de vermoeidheid te voelen, maar niet op deze dag. Op een normale dag val ik stilaan stil en beginnen er van achter weer lopers me in te halen, maar niet op deze dag. Op een normale dag begin ik na 32 km de opkomende krampen te voelen, maar niet op deze dag. Op deze uitzonderlijke dag bleven de vermoeidheid en de krampen weg en bleef ik onverminderd lopers en vooral veel sub-elite loopsters inhalen.

In de laatste 8km was het tempo toch lichtjes naar beneden gegaan. In de laatste kilometer wachtte nog Mount Roosevelt – een 200m lange helling waar de krampen tenslotte toch op de loer lagen, maar eens boven was het links afslaan en dan nog een 200 meter bergaf naar de finish. Ik keek nog een laatste keer op mijn uurwerk, maar ik wist dat ik nog ruimschoots genoeg tijd had om onder de 2u30 aan te komen om mijn lange termijn droom in vervulling te zien gaan. Na 2u29m15s ging ik met de armen in de lucht over de streep.

Daarna volgde de ontlading en ook het ongeloof. 133e en tweede in mijn leeftijdsgroep (M45), de kloof met de toppers in mijn leeftijdsgroep was eindelijk gedicht.

Dit was mijn persoonlijke geschiedenis, maar er waren ook Bashir Abdi met een Belgisch record in 2u06m14s en vijfde plaats en een nieuw wereldrecord bij de vrouwen van Brigid Kosgei in 2u14m04s, waarmee ze het 14 jaar oude record van Paula Radcliff die zelf ook aanwezig was verbeterde. Ook mijn vaste kamergenoot Werner Heselmans, die ook maar sneller wordt met de jaren, zorgde voor een PR met 2u49m37s. Kortom genoeg redenen om na een deugddoende opfrissing te gaan vieren in het trendy restaurant The Gage op Michigan Avenue met een bruisende coupe Champagne. Na al die koolhydraten viel de vettige hamburger met frietjes des te meer in de smaak.

En de volgende dag genoten we naast een dagje sight-seeing ook van de obligate fotosessie aan Cloud gate, één van de vele landmarks in Chicago en vanwege de boonvormige gelijkenis ook wel The Bean genoemd.

Met nationale trots…

Naar aanleiding van hun nationale feestdag in de maand Juli zet Abbott World Marathon Majors zes landen in de kijker door voor elk land aan één van hun hoogst gerangschikte lopers in de Wanda Age Group World Rangschikking te vragen hoe zij hun nationale feestdag vieren, wat hardlopen voor hen betekent en hoe zij zich voelen omtrent de deelname in het inaugurele wereldkampioenschap in London volgend jaar .

Lees in hun nieuwsbrief nummer 10 hoe het allemaal begon voor mij en hoe ik hoop om volgend jaar de Belgische kleuren te mogen verdedigen.

AbbottWMM Wanda Age Group World Rankings Series XII Age group M45-49 – 10de plaats

Na de uitreiking van de punten op basis van de resultaten van de Boston Marathon 2019 neem ik momenteel de 10de plaats in met 7710 punten op de “Abbott World Marathon Majors Wanda Age Group World Rankings”, de officieuze wereldwijde classificatie voor master marathon lopers.

Dit betekent dat ik momenteel gekwalificeerd ben voor het wereldkampioenschap volgend jaar in London. Met nog enkele maanden te gaan, zijn er nog een 20-tal marathons waar punten kunnen verdiend worden. Naar verwachting zal ik nog wel een beetje zakken op de lijst door de resultaten in London en Berlijn, maar dit zou toch moeten volstaan.

De Age Group World rankings Series XII houdt rekening met een periode van één jaar, startend en eindigend met de BMW Berlin marathon tussen September 2018 en 2019, waarin atleten boven de 40, verdeeld in leeftijdsgroepen van 5 jaar, van over de hele wereld zich kunnen kwalificeren in meer dan 50 marathons ter wereld door punten te verdienen. Op het einde van de kwalificatieperiode worden voor de leeftijdscategorie M45-50 de 85 hoogst geklasseerde lopers uitgenodigd om deel te nemen aan het eerste AbbottWMM Wanda Age Group Wereld Kampioenschap als onderdeel van de Virgin Money London Marathon 2020. De twee beste marathon resultaten in deze periode tellen mee voor de rangschikking.

Het maximum te behalen puntenaantal per kwalificatierace is 4000, toegekend aan de winnaar in de leeftijdscategorie. Elke atleet van dezelfde leeftijdsgroep binnen 29 seconden van de winnaar krijgt 10 punten minder, dus 3990 punten. Lopers binnen 30-59 seconden van de winnende tijd krijgen 20 punten minder dan de winnaar enz… . De punten van de twee beste marathons, gegeven dat dit officiële AbbottWMM Wanda Age Group World Ranking kwalificatiewedstrijden zijn, worden opgeteld en gerangschikt.

De volledige rangschikking kan geraadpleegd worden op:
https://www.worldmarathonmajors.com/agwr/rankings/

Bronnen:
https://www.worldmarathonmajors.com/agwr/how-it-works/

https://www.worldmarathonmajors.com/news-media/latest-news/one-thousand-places-available-for-inaugural-age-group-world-championships/

Boston marathon | 15 Apr 2019 | 02:38:29

De voorbereiding voor de oudste van alle marathons was verre van optimaal geweest. Na een spierscheur in de rechterkuit in Februari zorgde een geïrriteerde zenuw in de rug in Maart ervoor dat ik ook aan de start nog zorgen had over een stijf linkeronderbeen. Toch had ik de nodige kilometers gelopen om op een mooi resultaat te mogen hopen. Op vrijdagmorgen vertrok ik samen met DCLA clubgenoot Werner Heselmans richting Boston. Al tijdens de geplande tussenstop in Londen ging het mis; we misten de aansluiting en werden naar een vlucht 5u30 later verwezen. Uiteindelijk zouden we 23 uur onderweg zijn vooraleer we in het hotel in Boston aankwamen.

De volgende dag bestond onze belangrijkste opdracht erin om ons startnummer in de Expo op te halen. Na het trotseren van opnieuw een lange wachtrij konden we het Hynes Convention Center binnen. Daar ontmoetten we meteen landgenoot Kurt Van De Velde en samen bezochten we de uitgebreide expo. Op zondag kregen we nog een tip van Anne en Vincent Hardy die vorig jaar hadden meegedaan dat het wel handig was om andere schoenen te hebben aangezien het modderig kon worden in de tent in het atletendorp aan de start. Hierop waren we niet voorzien, maar gelukkig konden we na enig zoeken een goedkoop paar slippers op de kop tikken. Ook het late aanvangsuur van het ontbijt in het hotel hadden we door zelf een paar boterhammetjes met confituur te maken weten te omzeilen. Zondag hadden we nog uitgebreid gecarboload in the Cheese Cake Factory. Kortom we waren er helemaal klaar voor.

Om 5u45 vertrokken we naar de Gear check nabij Arlington metro station. Daar zorgden we ervoor dat we na de wedstrijd de nodige kledij zouden ter beschikking hebben. We konden nu nog slechts een miniscuul zakje naar de start meebrengen waarin onze boterhammen en pre-race drankjes net pasten. Om 6u15 stapten we aan boord van de officiële schoolbussen die ons van Charles Street tussen Boston Common park en Boston Public Garden naar Hopkinton brachten. Zoals voorspeld brak de regen en het onweer tijdens de rit pas echt los. Vanwege de aanhoudende regen en thunderstorms werd beslist om de bussen aan de kant te zetten. Hoewel het vrij warm werd in de bus vonden we het niet erg om droog en warm te zitten. Na een kleine 20 minuten ging de reis verder richting atletendorp. Rond 7u30 werden we afgezet en stapten we naar de grote tent na een baggle en drinken te hebben meegenomen in de bevoorrading. Na enig zoeken vonden we een plaatsje. Het regende nog steeds weliswaar niet meer in dezelfde mate. Binnen in de tent bleek het nog droog en enkel aan de uitgang was het een beetje modderig.

Rond 8u50 begaven we ons richting corrals. Ondertussen was het gestopt met regenen. Na het obligate kiekje (“I’ve got you babe”) werden we om 9u15 stipt toegelaten naar de corrals die nog een 800 meter stappen vereisten. We ontdeden ons reeds van de meeste extra laagjes kleren en deponeerden ze in de speciale zakken voor een tweede leven, we wensten elkaar good luck en begaven ons elk naar ons eigen corral. We zaten beiden in de eerste “rode” golf.

Na een noodzakelijke stop in een immens toiletpark konden we rustig in de corral plaatsnemen. Naast mij stond bladerunner Marko Cheseto die beide benen verloren was door bevriezing na een 55 uren durende loop in Alaska. Na de huldiging van enkele plaatselijke veteranen en een mooie vertolking van het Amerikaanse volkslied op de seconde gevolgd door een fly-by van twee F35 toestellen weerklonk om exact 10u02 het startschot en konden we vertrekken. Meteen na de start ging het steil bergaf wat meteen een beproeving was voor de kuiten. En hoewel het in de aanvangskilometers vooral bergaf was, had ik het moeilijk om in mijn ritme te komen door de afwisseling van bergop en bergaf. Ondanks de moeite die ik deed werd ik langs beide kanten voorbijgestoken. Uiteindelijk na 7km veel te veel afzien bereikten we Ashland waar het vlakker werd en ik mijn adem terugvond. Eindelijk vond ik het juiste tempo. Op weg naar Framingham zag ik een drietal lopers uit mijn categorie passeren. Na 10km in Framingham kwam ik door in 36m29s wat nog binnen het verwachte tijdschema lag.

Ook in de volgende kilometers bleef het terrein golven en toen we na 10 mijl Natick doorkruisten moest ik even denken aan Billy Rodgers die hier in 1975 zijn laatste tegenstander Drayton achterliet om naar de overwinning te soleren. Alles liep voorlopig nog gesmeerd, ik had ondertussen twee lopers van mijn categorie terug ingehaald, maar ik voelde toch reeds de eerste vermoeidheid in de benen. Het was duidelijk niet mijn beste dag. Maar veel tijd om hierbij stil te staan was er niet, want ik moest alweer een Maurten gel naar binnen werken. In de verte weerklonk plots een oorverdovend gejuich, onmiskenbaar de “Scream tunnel” in Wellesley, waar de meisjes uit de plaatselijke high school traditioneel kussen uitdelen aan de deelnemers, daarbij zichzelf aanprijzend met borden met zelfgemaakte slogans. Dit gaf opnieuw een adrenalinestoot, maar tijd om te kussen was er niet, het bleef bij high fives. We waren nu halfweg en op de klok was 1u17m04s te lezen. Ik was nog steeds op schema maar niet met de gewenste benen. Ik voelde hoe mijn kuiten aan het verstijven waren vooral door de snelle afdalingen (hoewel de hellingen ook wel hun deel deden).

Het was nu wachten op wat komen zou vanaf mijl 16. In de afdaling naar de voet van de Newton hills hield ik bewust nog even in om op gepaste manier de hellingen aan te snijden. Het ging duidelijk trager op de eerste helling, maar ik kon mijn plaats in de uitgerekte slang van lopers behouden. Het werd weer even iets vlakker. Desondanks voelde ik de eerste tekenen van krampen in mijn kuiten. Ik besloot mijn geheim wapen in te zetten en dronk een “Hot Shot“. Even stond mijn mond in brand, het gevoel van krampen verdween niet volledig, maar toch zouden ze deze keer niet echt doorbreken.

Ondertussen diende de tweede helling zich aan. Deze was steiler en ik werd genoodzaakt om kleinere passen te nemen en over het overslagpunt te gaan. Gelukkig duurde deze inspanning niet lang. Op mijl 19 snelden we voorbij het Johnny Kelley “the Elder” monument ter ere van de plaatselijke loper die in 1935 en 1945 won. Het volk stond nu dik en er waren vele aanmoedigingen.

Kort daarna was er de derde helling, die dan weer wel meeviel. Veel respijt was er niet want daar ging de weg weeral slingerend omhoog voor de gevreesde Heartbreak hill. Deze helling had zijn naam gekregen toen in 1936 Johnny Kelley hier meer dan een halve mijl achterstand op de leider Ellison “Tarzan” Brown goedmaakte. Toen hij aansluiting vond, klopte hij Tarzan op de rug die hierdoor zijn moed hervond en er opnieuw alleen vandoor ging om de marathon te winnen. De reporter Jerry Nason schreef dat het Johnny’s hart brak en de term “Heartbreak hill” was geboren.

Net voor de top zag ik links het Belgische legioen staan, waarover ik zaterdag getipt was door Dirk De Cock (3u26m40), die samen met zoon Olivier (3u57m17s) een prachtige marathon zou lopen. Even moesten ze wakker geschud worden, maar dan reageerden ze enthousiast.

Eindelijk was ik boven en kon ik de afdaling richting Brookline aanvatten. Mijn kuiten deden nu echt pijn bij elke stap in zulke mate dat de tranen me in de ogen stonden. Er was enkel nog de gedachte om vol te houden en zo snel te lopen als ik kon. Gelukkig bleven er vanuit het publiek aanmoedigingen komen zodat opgeven geen optie was.

Eindelijk kwam het beroemde Citgo teken na 25 mijl in zicht, nog één mijl. De tunnelpassage met bijhorende klim op Common wealth street zorgde bijna voor krampen, maar dan ging het eindelijk naar rechts Hereford street omhoog en dan naar links Boylston street in voor de laatste 600m naar de finish aan Copley plaza. Zonder grote versnelling op het einde finishte ik in een tijd van 2u38m29s, goed voor een 298e algemene plaats en 12de plaats in de M45 categorie. Geen PR, maar zeker een tijd waarmee ik tevreden kon zijn. De talrijke vrijwilligers overhandigde de mooie medaille steevast vergezeld van een “Congratulations” en dat voelde goed.

Collega Werner deed het ook uitstekend: ondanks zijn niet ideale voorbereiding pushte hij zichzelf nog net onder de drie uur (2u59m42s). Nadien was het tijd voor het genieten met een Amerikaanse burger en het speciale 26.2 bier.