The road to London – deel 3

Het derde trainingsblok (20 Jan – 1 Mrt) luidde ook de marathon specifieke training in. De kortere sprint intervaltrainingen verdwenen nagenoeg compleet uit het trainingsschema en langzaam werd opgebouwd met steeds langere tempo intervallen. Daarnaast was er vooral veel ruimte voor trage duurlopen.

Het doel om naar een gemiddelde van rond de 135 km per week te werken, werd (nog) niet volledig bereikt. Het trainingsvolume bleef beperkt tot een gemiddelde van 123 km/week en een gemiddelde lange loop van 29 km.

Eén van de redenen is ongetwijfeld de kuitblessure die ik opliep tijdens een doorgedreven tempo training in de laatste week van februari. Marathontraining is vaak op de rand van het haalbare en deze keer was ik er net over. Ook een extra rustdag kon niet verhinderen dat ik een zeurende pijn voelde als ik mijn rechterbeen naar voren plooide. Een bezoekje aan de kine drong zich dus op. Het verdict was een overwerkte digitorum longus, een diepe kuitspier aan de achterkant van het scheenbeen met een connectie naar de voetboog. De marathon en de training kwamen niet echt in gevaar, maar ik moest het even een beetje kalmer aan doen om de spier na (een pijnlijke) behandeling de kans te geven om tot rust te komen.

Ik stond nu voor een dilemma aangezien ik net in het weekend de 10 miles van Charleroi als testwedstrijd op het programma had staan. Medisch gezien was er geen reden om niet van start te gaan al was er een grote kans dat de spier bij extreme inspanning er opnieuw slechter aan toe zou zijn met een langer herstel tot gevolg. Aan de andere kant was deze wedstrijd ingepland als een graadmeter voor de conditie en een extra motivator om te blijven trainen (bij gunstig resultaat).

De vraag die ik dus moest beantwoorden was wat ik bij deze wedstrijd zou winnen en of dit opwoog tegen de mogelijke risico’s. En eigenlijk was deze afweging gauw gemaakt. Ik had net op training een hele goede sessie gelopen dus ik wist dat de conditie goed zat in die mate dat er misschien wel een PR in zat voor de 10 miles. Dit was echter niet mijn doelwedstrijd. Mijn gedachten en focus waren bij London en het leek mij gewoon verstandig om dan ook volledig deze kaart te trekken, daarbij gesteund door mijn coach die me enkel met een blessure wil zien racen als die licht is en als het om een echte doelwedstrijd gaat. Dus exit tripje naar Charleroi en in de plaats een lange duurloop, die ik trouwens volledig pijnvrij kon afwerken. Dus het ziet er naar uit dat we terug naar de gewenste loopvolumes zullen kunnen evolueren en dit op een pijnvrije manier.

In het komende vierde (2 Mrt – 12 Apr) en laatste voorbereidingsblok van 6 weken moet al het voorgaande trainingswerk culmineren in vier goede trainingsweken vooraleer de taper in te gaan. Op het einde van maart is een test voorzien met de halve marathon van Gent. Er zijn langere tempo intervallopen (tot 10 km per interval) gepland. De kracht- en fitnessoefeningen blijven nu op een constant volume (3 à 4 maal per week).

Verder blijft het vooral zaak om gezond te blijven in tijden van corona. Ook het gevaar van uitstel of afstel van de Londen marathon blijft reëel, na het annuleren van de marathon van Tokio voor het grote publiek en het verschuiven van de marathon van Parijs naar het najaar. Dit zijn echter externe omstandigheden waar ik sowieso geen vat op heb, dus het heeft niet veel zin me daar zorgen om te maken. Voorlopig gaat de training door zoals gepland.

Top 35 Runner’s World Lage landen marathonranglijst 2019

Net als vorig jaar was het ook dit jaar weer uitkijken naar het Februari nummer van Runner’s World NL/BE om te kijken hoe het er in marathonland aan toe gegaan was in het afgelopen jaar en op de hoeveelste plaats we onszelf zouden vinden.

De opwaartse curve werd ook deze keer volgehouden al wordt het steeds moeilijker om nog plaatsjes te winnen. Daar waar ik vorig jaar nog op de 50e plaats stond, legde ik nu beslag op de 34e plaats, zowaar 16 plaatsen winst.

Een vergelijking van het aantal lopers vermeld in de Runner’s World marathonlijst over de laatste drie jaar, leert ons dat er systematisch meer mannen en vrouwen in slagen om een marathon respectievelijk onder 3 uur dan wel 4 uur te lopen en dat zowel in Nederland als in België. Ik denk dat we er dus mogen vanuit gaan dat de marathonsport nog steeds aan populariteit wint in de Lage landen. Opvallend is dat bij de mannen de Nederlanders na een status quo jaar ons in aantal weer voorbijsteken, al zijn de aantallen tussen de twee landen zeer vergelijkbaar. Een heel ander verhaal zien we bij de dames, waar de Nederlandse vrouwen duidelijk meer vertegenwoordigd zijn met een gelijklopende stijgende tendens in beide landen de laatste drie jaar. De Belgische vrouwen hebben hier iets goed te maken.

Tot slot maakte ik me de bedenking dat de limieten voor mannen en vrouwen – respectievelijk 3 uur en 4 uur – toch vrij ver uit elkaar lagen. Ik was benieuwd of er éénzelfde aantal lopers zou zijn uit beide groepen als de limieten vergelijkbaar waren. Daarom heb ik me gebaseerd op de respectievelijke WR bij de mannen (02:01:39, Eliud Kipchoge) en vrouwen (02:14:04, Brigid Kosgei) en via een simpele regel van drie berekend wat het equivalent is bij de vrouwen voor een tijd van 3 uur bij de mannen: 3u18m22s. Het aantal vrouwen dat er in slaagt om deze tijd te lopen is zowel in België als Nederland stijgend, maar de aantallen liggen beduidend lager dan bij hun mannelijke collega’s. De Nederlandse vrouwen doen het opnieuw iets beter. Conclusie is dat we dringend op zoek moeten naar snelle vrouwen die het evenwicht kunnen herstellen.

Laat ons tot slot nog eens inzoomen op de prestaties van de Belgische mannen en vrouwen.

Bij de mannen neemt Bashir Abdi met een nieuw Belgisch record de fakkel over van Koen Naert, die de laatste twee jaar de lijst aanvoerde. Beiden schuiven systematisch dichter naar de absolute wereldtop en ze maken de kloof met de nummer drie groter. In het algemeen wordt er over de hele lijn sneller gelopen, maar zeker in de top 5. Ter ondersteuning van deze vaststelling, met mijn tijd van 2:29:15 word ik dit jaar 34e (2019), maar voorgaande jaren zou ik een stuk dichter eindigen in de lijst, respectievelijk 23e (2018) en 20e (2017).

Bij de vrouwen zien we een ander beeld. Daar treedt eerder een nivellering op in de top 5 en zelfs top 10, met toptijden die zelfs iets achteruit gaan in sommige gevallen. Nina Lauwaert blijft ook dit jaar de Belgische koningin van de marathon. Verder is er ook bij de vrouwen een algemene sneller tendens die zeer gelijklopend is met deze bij de mannen.

Bron cijfermateriaal: Runner’s World Feb 2018, 2019, 2020

The road to London – deel 2

Aan het einde van het tweede trainingsblok (8 Dec – 19 Jan) van 6 weken richting London wordt het tijd om nog eens een stand van zaken op te maken.

Met een gemiddelde van 94 km per week en 24 km voor de langste wekelijkse loop kom ik dicht bij de geplande 100 km per week voor deze periode. Ook de geplande wekelijkse lange loop van 25 km werd vlot afgewerkt.

Dit blok werd gestart met een loop-analyse om te kijken welke de grootste verbeterpunten waren ter optimalisatie van de loopefficiëntie en waar dus gedurende de winter aan gewerkt kon worden. De beelden van zowel sprints als marathontempo werden hiervoor gebruikt. Bij de sprints viel het vooral op dat ik geen sprinter ben. Ik zakte teveel in elkaar en maakte me niet groot genoeg. Een patroon dat we ook terug zien tijdens het lopen van marathontempo: de heup aan de rechterkant zakt door wat gecorrigeerd wordt aan de linkerkant door de arm iets meer uit te steken. Hetzelfde zagen we ook al op foto’s in de laatste kilometers van de marathon. Het benenwerk onderaan was eigenlijk wel in orde, alleen was de timing net te traag om onder het zwaartepunt te landen waardoor ik nog een tikkeltje overstride. In de komende tijd zal het dus zaak zijn om de bilspieren verder te versterken en te activeren en me daarbij ook steeds groot te maken. Daarnaast zal er in beperktere mate ook op de explosiviteit gewerkt worden voor een betere timing. Ik startte samen met kine Dennis Laerte, zelf één van de Belgische top marathonlopers, een lange termijn programma met een zestal nieuwe oefeningen om de zes weken om er voor te zorgen dat alles gevarieerd en efficiënt bleef. De oefeningen zelf voerde ik 3 tot maximaal 4 keer in de week uit.

De looptraining concentreerde zich nu vooral op kortere – lees 5 en 10 km – afstanden en het snellere trainingswerk werd daar ook naar aangepast. Alles verliep naar wens tot ik tijdens een rustige loop op 16 december door een uitstekende stoeptegel uit evenwicht geraakte, struikelde en vol op mijn linkerzijde terecht kwam. Naast enkele schaafwonden was het vooral mijn heup die de volle slag had opgevangen. Na een minuutje zittend te zijn bekomen, was ik vooral opgelucht dat ik toch nog kon staan en lopen zij het niet pijnvrij. De volgende dagen was alles stijf en stappen en slapen ging moeilijk. Een extra rustdag drong zich op, maar daarna kon ik toch de training – met een gereduceerd volume – hervatten. De krachtoefeningen moest ik tijdelijk on hold zetten. Een marathontraining loopt zelden zonder onvoorziene tegenslagen en er was nog tijd, dus zeker geen reden tot paniek.

Het zou tot de week van de Eindejaarscorrida in Leuven duren voor alle wonden geheeld waren en ik terug normaal en met volle mogelijkheden kon lopen. De corrida, een thuiswedstrijd bevestigde samen met de NYRR virtuele nieuwjaarsloop en het Provinciaal crosskampioenschap te Gooik dat ik op de goede weg was. Zoals voorzien is de basissnelheid aanwezig en werken we gestaag aan een hoger trainingsvolume.

In het volgende en derde voorbereidingsblok (20 Jan – 1 Maa) van zes weken is de opbouw naar 135 km per week gepland. Daarbij gaat de volledige focus naar training zonder wedstrijden die nu teveel tijd kosten in taper en recuperatie. Naar het einde van dit blok, en bij het begin van het laatste blok staat er een test van 10 miles op het programma om te kijken waar we conditioneel staan. Optioneel staat nog het Vlaams cross kampioenschap in Rotselaar geprogrammeerd, maar dat zal eerder als training dan als doel worden gebruikt.

The road to London – deel 1

Na de marathon in Boston stond ik nog op de 10e plaats in de WMM Series XII Age group ranking, maar het was duidelijk dat ik nog een aantal plaatsen zou zakken vooraleer het klassement na de marathon van Berlijn zou afgesloten worden. Uiteindelijk werd ik 23e en eerste Belg.

Dit volstond echter ruimschoots om uitgenodigd te worden voor het eerste Abbott Wanda wereldkampioenschap voor leeftijdsgroepen vermits er 85 plaatsen voorbehouden waren in onze leeftijdscategorie. Midden Oktober viel dus de uitnodiging voor het WK als onderdeel van de Virgin Money London marathon in de bus. Deze doelstelling was alvast gehaald en het was meteen ook duidelijk waar ik mijn volgende voorjaarsmarathon zou lopen. Ik zou terugkeren naar de Britse hoofdstad twee jaar na mijn eerste deelname. De voltooiing van de “six-star” reeks zou hierdoor nog een jaartje uitgesteld worden aangezien de marathon van Tokyo ook in het voorjaar plaatsvindt en één marathon per half jaar voldoende is.

Na de terugkeer van Chicago was de eerste opdracht om te rusten om lichaam en geest de tijd te geven om te recupereren, niet alleen van de marathon en de reis zelf, maar ook van het trainingsblok wat eraan vooraf ging. Het gaf meteen ook de tijd om samen met mijn coach na te denken over hoe we de voorbereiding naar Londen zouden aanpakken.

Uiteindelijk werd het schema als volgt opgedeeld in 4 blokken van 6 weken en een taper periode van 2 weken:

Eerste blok (28 Okt – 8 Dec): Eerste week rustig terug beginnen met lichte loopjes, nog geen echte “workouts”. Vanaf de tweede week de conditie die ondertussen een beetje verloren is gegaan terug opbouwen in combinatie met core en fitness trainingen, die gedurende het eerste blok een belangrijke rol zullen spelen. Hierbij worden voor het eerst ook oefeningen met gewichten voorzien. De looptrainingen spitsen zich toe op korte afstanden, er is niet echt een wekelijkse lange loop, enkel om de drie weken (20km). Ook wordt een loopanalyze gepland om specifiek aan de loopvorm te kunnen werken. Aan het einde van het blok zou ik in een nader te bepalen cross de conditie eens willen testen.

Tweede blok (8 Dec – 19 Jan): Vanaf nu wordt de gemiddelde wekelijkse loopafstand rond de 100km als direkte voorbereiding op de specifieke marathontraining die in de volgende blokken aanvangt. Er verschijnt weer een lange loop in het schema van ongeveer 25km. De meeste lange lopen zijn nog rustig. Er zal verder wel nog op snelheid en kracht gewerkt worden door vooral rond 5k tempo te werken. Op het einde van het jaar staat er al eens een race van 10km gepland en op 12 Jan 2020 de cross in Gooik. De fitness oefeningen worden ook verdergezet gebaseerd op de uitkomst van de loopanalyze (3x kracht per week). Aan het einde van dit blok is het doel om basis snelheid te combineren met een mooi trainingsvolume.

Derde en vierde blok (19 Jan – 12 Apr): Hier hebben we de 12 weken specifieke marathon training, met een snelheidstraining, een tempotraining en een lange loop per week. Nog steeds is er één rustdag per week voorzien voor de nodige recuperatie en om de 3 weken is er een down week waarin de snelheids- of tempotraining vervalt en het volume ongeveer 20% wordt terug geschroefd. De bedoeling is om het volume hier stelselmatig op te drijven naar een gemiddelde van 135km/week. Als ultieme voorbereiding volgt er eind maart of begin april een nog nader te bepalen halve marathon. Terwijl het loopvolume wordt verhoogd, blijft de fitness belasting constant.

Taper (12 Apr – 25 Apr): Gedurende de twee weken voor de marathon gaat het volume gradueel naar beneden en worden de marathon tempo trainingen korter.

London marathon (26 April): het doel is om in de 3m2xs/km en een PR te lopen.

In deze trainingscyclus werk ik dus eigenlijk verder volgens het vertrouwde recept. De focus is om gewoon verder hetzelfde te doen, gezond en blessurevrij te blijven. De verbetering moet komen door het toevoegen van een nieuwe trainingcyclus startend met een hogere basissnelheid, het lichtjes verhogen van de gemiddelde wekelijkse loopafstand en het introduceren van krachtoefeningen.

Het loopvorm thema voor London 2020 is: “hielen hoog en maak jezelf groot”. Dit is het werkpunt van en de rode draad door alle trainingen.

Chicago marathon | 13 Okt 2019 | 02:29:15

Om mijn vijfde “major” ster te verdienen moest ik terug de Atlantische Oceaan over. Na een vlekkeloze en blessurevrije voorbereiding had ik het vormpeil eindelijk terug bevestigd gezien tijdens het BK Halve marathon in Wevelgem. Ook de externe factoren zoals het weer kondigden zich excellent aan. In de laatste twee weken bleef de weersverwachting immers constant in de voorspelling van droog weer met ideale marathontemperaturen. Toch zakten de temperaturen van de voorspellingen eens in Chicago aangekomen stilaan naar het vriespunt. Gelukkig was ik opnieuw goed voorzien van wegwerpkledij bestaande uit een trainingspak en een Buff dit keer. In de Walgreens kocht ik nog een paar extra lichte wegwerphandschoenen.

De ultieme droom was nog steeds om onder de 2u30 te lopen, maar 2u34 leek mij een meer realistische en haalbare kaart.

Op de dag van de waarheid ging de wekker rond 5 uur af, zodat we twee uur voor de wedstrijd klaar waren met ontbijten. Het was een licht verteerbaar ontbijt dat uit “Belgisch” brood van de Pain Quotidien met confituur bestond. De voorraad die meeging bestond uit 5 Maurten 100 gels, 3 met en 2 zonder cafeïne en een hotshot tegen de krampen. Daarnaast was er nog een flesje met een Maurten 300 Drink mix om de eerste voorraad van koolhydraten te leveren, wat net voor de start genuttigd moest worden.

Met dit in de zakken stapten we nog in het donker de stoep van het Congress Plaza hotel af en sloten we aan in de rij om de startzone te betreden. Door handig een nieuw openende rij te kiezen voor lopers zonder gear check – naar het hotel terug gaan na de finish zou immers minder ver zijn, dan terug naar de gear check – konden we quasi onmiddellijk richting Corral A doorstappen.

De belangrijke beslissingen waren reeds de vorige avond genomen: singlet en korte broek ondanks de voorziene 6°C. Net voor het binnengaan van het Corral was er nog gelegenheid voor een laatste sanitaire stop. Eens in het Corral ontstond er een klein opwarmrondje achteraan waar in file de opwarming gebeurde. Ik deed mijn gebruikelijke opwarmingsoefeningen die ik vrijwel elke loop doe. Qua schoeisel konden we kort zijn 95% had ofwel groene ofwel roze Nike Vaporfly Next schoenen aan. Gegeven de prijs van dit schoeisel stond er voor een mooi kapitaal bij elkaar.

Omdat zonder bril de armbanden met tussentijden die ze op de Expo uitdeelden voor mij niet leesbaar zijn en al zeker niet wanneer ik aan het lopen ben en ze bovendien geen tussentijden onder 3u hadden, had ik de avond voordien wat studiewerk verricht om de tussentijden voor eindtijden tussen 2u30 en 2u34 van buiten te leren.

Een tiental minuten voor de start kwamen de dames en heren elite lopers van rechts uit de VIP area vooraan aansluiten. Met nog een drietal minuten te gaan was het moment aangebroken om de laatste kledingstukken uit te doen en naar de kant te werpen. Jaarlijks haalt de organisatie zo 9 ton kledij op die aan AmVets – Amerikaanse veteranen – gedoneerd wordt. Na het Amerikaans volkslied en de finale voorstelling van de toppers kon er gestart worden. Er werd een minuut tussen de elite en recreatieve lopers gewacht. Meteen na de start gingen we kort ondergronds. Omdat de straten breed genoeg waren, was het geen probleem om je weg te vinden. Na een wat langzame kilometer van 3m40s kwam ik langzaam in het ritme. Ik sloot aan in een groepje van vier lopers dat langzaam van groepje naar groepje naar voor liep.

Na drie kilometer zag ik plots een atlete stappen met de vlechten die ik als die van Jordan Hassay, één van de Amerikaanse topfavorieten thuisbracht. Toen ik er voorbij was keek ik bewust achterom om de bevestiging te krijgen op haar borstnummer dat zij het inderdaad was. Achteraf bleek een gescheurde hamstring de schuldige te zijn.

Na mijl 8 bereikten we het meest noordelijke punt van het parcours en hield ik me bewust wat in wetende dat de wind nu een paar mijl in het nadeel zou blazen. Ik zorgde ervoor dat ik goed uit de wind zat, er was nog tijd genoeg om energie te verbranden. Er vormde zich een groepje van een 10-tal atleten waar ik me steevast met gemak op de tweede rij kon handhaven. Halverwege kwamen we door in 1u14m31s, nog steeds op schema om een knappe tijd neer te zetten.

Op een normale dag begin ik na 25km de vermoeidheid te voelen, maar niet op deze dag. Op een normale dag val ik stilaan stil en beginnen er van achter weer lopers me in te halen, maar niet op deze dag. Op een normale dag begin ik na 32 km de opkomende krampen te voelen, maar niet op deze dag. Op deze uitzonderlijke dag bleven de vermoeidheid en de krampen weg en bleef ik onverminderd lopers en vooral veel sub-elite loopsters inhalen.

In de laatste 8km was het tempo toch lichtjes naar beneden gegaan. In de laatste kilometer wachtte nog Mount Roosevelt – een 200m lange helling waar de krampen tenslotte toch op de loer lagen, maar eens boven was het links afslaan en dan nog een 200 meter bergaf naar de finish. Ik keek nog een laatste keer op mijn uurwerk, maar ik wist dat ik nog ruimschoots genoeg tijd had om onder de 2u30 aan te komen om mijn lange termijn droom in vervulling te zien gaan. Na 2u29m15s ging ik met de armen in de lucht over de streep.

Daarna volgde de ontlading en ook het ongeloof. 133e en tweede in mijn leeftijdsgroep (M45), de kloof met de toppers in mijn leeftijdsgroep was eindelijk gedicht.

Dit was mijn persoonlijke geschiedenis, maar er waren ook Bashir Abdi met een Belgisch record in 2u06m14s en vijfde plaats en een nieuw wereldrecord bij de vrouwen van Brigid Kosgei in 2u14m04s, waarmee ze het 14 jaar oude record van Paula Radcliff die zelf ook aanwezig was verbeterde. Ook mijn vaste kamergenoot Werner Heselmans, die ook maar sneller wordt met de jaren, zorgde voor een PR met 2u49m37s. Kortom genoeg redenen om na een deugddoende opfrissing te gaan vieren in het trendy restaurant The Gage op Michigan Avenue met een bruisende coupe Champagne. Na al die koolhydraten viel de vettige hamburger met frietjes des te meer in de smaak.

En de volgende dag genoten we naast een dagje sight-seeing ook van de obligate fotosessie aan Cloud gate, één van de vele landmarks in Chicago en vanwege de boonvormige gelijkenis ook wel The Bean genoemd.

Met nationale trots…

Naar aanleiding van hun nationale feestdag in de maand Juli zet Abbott World Marathon Majors zes landen in de kijker door voor elk land aan één van hun hoogst gerangschikte lopers in de Wanda Age Group World Rangschikking te vragen hoe zij hun nationale feestdag vieren, wat hardlopen voor hen betekent en hoe zij zich voelen omtrent de deelname in het inaugurele wereldkampioenschap in London volgend jaar .

Lees in hun nieuwsbrief nummer 10 hoe het allemaal begon voor mij en hoe ik hoop om volgend jaar de Belgische kleuren te mogen verdedigen.

AbbottWMM Wanda Age Group World Rankings Series XII Age group M45-49 – 10de plaats

Na de uitreiking van de punten op basis van de resultaten van de Boston Marathon 2019 neem ik momenteel de 10de plaats in met 7710 punten op de “Abbott World Marathon Majors Wanda Age Group World Rankings”, de officieuze wereldwijde classificatie voor master marathon lopers.

Dit betekent dat ik momenteel gekwalificeerd ben voor het wereldkampioenschap volgend jaar in London. Met nog enkele maanden te gaan, zijn er nog een 20-tal marathons waar punten kunnen verdiend worden. Naar verwachting zal ik nog wel een beetje zakken op de lijst door de resultaten in London en Berlijn, maar dit zou toch moeten volstaan.

De Age Group World rankings Series XII houdt rekening met een periode van één jaar, startend en eindigend met de BMW Berlin marathon tussen September 2018 en 2019, waarin atleten boven de 40, verdeeld in leeftijdsgroepen van 5 jaar, van over de hele wereld zich kunnen kwalificeren in meer dan 50 marathons ter wereld door punten te verdienen. Op het einde van de kwalificatieperiode worden voor de leeftijdscategorie M45-50 de 85 hoogst geklasseerde lopers uitgenodigd om deel te nemen aan het eerste AbbottWMM Wanda Age Group Wereld Kampioenschap als onderdeel van de Virgin Money London Marathon 2020. De twee beste marathon resultaten in deze periode tellen mee voor de rangschikking.

Het maximum te behalen puntenaantal per kwalificatierace is 4000, toegekend aan de winnaar in de leeftijdscategorie. Elke atleet van dezelfde leeftijdsgroep binnen 29 seconden van de winnaar krijgt 10 punten minder, dus 3990 punten. Lopers binnen 30-59 seconden van de winnende tijd krijgen 20 punten minder dan de winnaar enz… . De punten van de twee beste marathons, gegeven dat dit officiële AbbottWMM Wanda Age Group World Ranking kwalificatiewedstrijden zijn, worden opgeteld en gerangschikt.

De volledige rangschikking kan geraadpleegd worden op:
https://www.worldmarathonmajors.com/agwr/rankings/

Bronnen:
https://www.worldmarathonmajors.com/agwr/how-it-works/

https://www.worldmarathonmajors.com/news-media/latest-news/one-thousand-places-available-for-inaugural-age-group-world-championships/

Boston marathon | 15 Apr 2019 | 02:38:29

De voorbereiding voor de oudste van alle marathons was verre van optimaal geweest. Na een spierscheur in de rechterkuit in Februari zorgde een geïrriteerde zenuw in de rug in Maart ervoor dat ik ook aan de start nog zorgen had over een stijf linkeronderbeen. Toch had ik de nodige kilometers gelopen om op een mooi resultaat te mogen hopen. Op vrijdagmorgen vertrok ik samen met DCLA clubgenoot Werner Heselmans richting Boston. Al tijdens de geplande tussenstop in Londen ging het mis; we misten de aansluiting en werden naar een vlucht 5u30 later verwezen. Uiteindelijk zouden we 23 uur onderweg zijn vooraleer we in het hotel in Boston aankwamen.

De volgende dag bestond onze belangrijkste opdracht erin om ons startnummer in de Expo op te halen. Na het trotseren van opnieuw een lange wachtrij konden we het Hynes Convention Center binnen. Daar ontmoetten we meteen landgenoot Kurt Van De Velde en samen bezochten we de uitgebreide expo. Op zondag kregen we nog een tip van Anne en Vincent Hardy die vorig jaar hadden meegedaan dat het wel handig was om andere schoenen te hebben aangezien het modderig kon worden in de tent in het atletendorp aan de start. Hierop waren we niet voorzien, maar gelukkig konden we na enig zoeken een goedkoop paar slippers op de kop tikken. Ook het late aanvangsuur van het ontbijt in het hotel hadden we door zelf een paar boterhammetjes met confituur te maken weten te omzeilen. Zondag hadden we nog uitgebreid gecarboload in the Cheese Cake Factory. Kortom we waren er helemaal klaar voor.

Om 5u45 vertrokken we naar de Gear check nabij Arlington metro station. Daar zorgden we ervoor dat we na de wedstrijd de nodige kledij zouden ter beschikking hebben. We konden nu nog slechts een miniscuul zakje naar de start meebrengen waarin onze boterhammen en pre-race drankjes net pasten. Om 6u15 stapten we aan boord van de officiële schoolbussen die ons van Charles Street tussen Boston Common park en Boston Public Garden naar Hopkinton brachten. Zoals voorspeld brak de regen en het onweer tijdens de rit pas echt los. Vanwege de aanhoudende regen en thunderstorms werd beslist om de bussen aan de kant te zetten. Hoewel het vrij warm werd in de bus vonden we het niet erg om droog en warm te zitten. Na een kleine 20 minuten ging de reis verder richting atletendorp. Rond 7u30 werden we afgezet en stapten we naar de grote tent na een baggle en drinken te hebben meegenomen in de bevoorrading. Na enig zoeken vonden we een plaatsje. Het regende nog steeds weliswaar niet meer in dezelfde mate. Binnen in de tent bleek het nog droog en enkel aan de uitgang was het een beetje modderig.

Rond 8u50 begaven we ons richting corrals. Ondertussen was het gestopt met regenen. Na het obligate kiekje (“I’ve got you babe”) werden we om 9u15 stipt toegelaten naar de corrals die nog een 800 meter stappen vereisten. We ontdeden ons reeds van de meeste extra laagjes kleren en deponeerden ze in de speciale zakken voor een tweede leven, we wensten elkaar good luck en begaven ons elk naar ons eigen corral. We zaten beiden in de eerste “rode” golf.

Na een noodzakelijke stop in een immens toiletpark konden we rustig in de corral plaatsnemen. Naast mij stond bladerunner Marko Cheseto die beide benen verloren was door bevriezing na een 55 uren durende loop in Alaska. Na de huldiging van enkele plaatselijke veteranen en een mooie vertolking van het Amerikaanse volkslied op de seconde gevolgd door een fly-by van twee F35 toestellen weerklonk om exact 10u02 het startschot en konden we vertrekken. Meteen na de start ging het steil bergaf wat meteen een beproeving was voor de kuiten. En hoewel het in de aanvangskilometers vooral bergaf was, had ik het moeilijk om in mijn ritme te komen door de afwisseling van bergop en bergaf. Ondanks de moeite die ik deed werd ik langs beide kanten voorbijgestoken. Uiteindelijk na 7km veel te veel afzien bereikten we Ashland waar het vlakker werd en ik mijn adem terugvond. Eindelijk vond ik het juiste tempo. Op weg naar Framingham zag ik een drietal lopers uit mijn categorie passeren. Na 10km in Framingham kwam ik door in 36m29s wat nog binnen het verwachte tijdschema lag.

Ook in de volgende kilometers bleef het terrein golven en toen we na 10 mijl Natick doorkruisten moest ik even denken aan Billy Rodgers die hier in 1975 zijn laatste tegenstander Drayton achterliet om naar de overwinning te soleren. Alles liep voorlopig nog gesmeerd, ik had ondertussen twee lopers van mijn categorie terug ingehaald, maar ik voelde toch reeds de eerste vermoeidheid in de benen. Het was duidelijk niet mijn beste dag. Maar veel tijd om hierbij stil te staan was er niet, want ik moest alweer een Maurten gel naar binnen werken. In de verte weerklonk plots een oorverdovend gejuich, onmiskenbaar de “Scream tunnel” in Wellesley, waar de meisjes uit de plaatselijke high school traditioneel kussen uitdelen aan de deelnemers, daarbij zichzelf aanprijzend met borden met zelfgemaakte slogans. Dit gaf opnieuw een adrenalinestoot, maar tijd om te kussen was er niet, het bleef bij high fives. We waren nu halfweg en op de klok was 1u17m04s te lezen. Ik was nog steeds op schema maar niet met de gewenste benen. Ik voelde hoe mijn kuiten aan het verstijven waren vooral door de snelle afdalingen (hoewel de hellingen ook wel hun deel deden).

Het was nu wachten op wat komen zou vanaf mijl 16. In de afdaling naar de voet van de Newton hills hield ik bewust nog even in om op gepaste manier de hellingen aan te snijden. Het ging duidelijk trager op de eerste helling, maar ik kon mijn plaats in de uitgerekte slang van lopers behouden. Het werd weer even iets vlakker. Desondanks voelde ik de eerste tekenen van krampen in mijn kuiten. Ik besloot mijn geheim wapen in te zetten en dronk een “Hot Shot“. Even stond mijn mond in brand, het gevoel van krampen verdween niet volledig, maar toch zouden ze deze keer niet echt doorbreken.

Ondertussen diende de tweede helling zich aan. Deze was steiler en ik werd genoodzaakt om kleinere passen te nemen en over het overslagpunt te gaan. Gelukkig duurde deze inspanning niet lang. Op mijl 19 snelden we voorbij het Johnny Kelley “the Elder” monument ter ere van de plaatselijke loper die in 1935 en 1945 won. Het volk stond nu dik en er waren vele aanmoedigingen.

Kort daarna was er de derde helling, die dan weer wel meeviel. Veel respijt was er niet want daar ging de weg weeral slingerend omhoog voor de gevreesde Heartbreak hill. Deze helling had zijn naam gekregen toen in 1936 Johnny Kelley hier meer dan een halve mijl achterstand op de leider Ellison “Tarzan” Brown goedmaakte. Toen hij aansluiting vond, klopte hij Tarzan op de rug die hierdoor zijn moed hervond en er opnieuw alleen vandoor ging om de marathon te winnen. De reporter Jerry Nason schreef dat het Johnny’s hart brak en de term “Heartbreak hill” was geboren.

Net voor de top zag ik links het Belgische legioen staan, waarover ik zaterdag getipt was door Dirk De Cock (3u26m40), die samen met zoon Olivier (3u57m17s) een prachtige marathon zou lopen. Even moesten ze wakker geschud worden, maar dan reageerden ze enthousiast.

Eindelijk was ik boven en kon ik de afdaling richting Brookline aanvatten. Mijn kuiten deden nu echt pijn bij elke stap in zulke mate dat de tranen me in de ogen stonden. Er was enkel nog de gedachte om vol te houden en zo snel te lopen als ik kon. Gelukkig bleven er vanuit het publiek aanmoedigingen komen zodat opgeven geen optie was.

Eindelijk kwam het beroemde Citgo teken na 25 mijl in zicht, nog één mijl. De tunnelpassage met bijhorende klim op Common wealth street zorgde bijna voor krampen, maar dan ging het eindelijk naar rechts Hereford street omhoog en dan naar links Boylston street in voor de laatste 600m naar de finish aan Copley plaza. Zonder grote versnelling op het einde finishte ik in een tijd van 2u38m29s, goed voor een 298e algemene plaats en 12de plaats in de M45 categorie. Geen PR, maar zeker een tijd waarmee ik tevreden kon zijn. De talrijke vrijwilligers overhandigde de mooie medaille steevast vergezeld van een “Congratulations” en dat voelde goed.

Collega Werner deed het ook uitstekend: ondanks zijn niet ideale voorbereiding pushte hij zichzelf nog net onder de drie uur (2u59m42s). Nadien was het tijd voor het genieten met een Amerikaanse burger en het speciale 26.2 bier.

Top 50 Runner’s World Lage landen marathonranglijst 2018

In het begin van het jaar kijk ik net als menig andere marathoner van de lage landen uit naar de marathonranglijst die jaarlijks in de februari editie van Runner’s World verschijnt. Het principe is simpel, de marathon tijden van alle Belgische en Nederlandse lopers van het voorbije jaar worden verzameld en vervolgens op basis van de best geregistreerde tijd per land en geslacht gerangschikt. Voorwaarde is wel dat je als man onder 3 uur en als vrouw onder 4 uur gelopen hebt, iets waar dit jaar 640 mannelijke en 745 vrouwelijke Belgen in slaagden.

Ik dus volle goede moed naar de winkel om een nummer van het welbekende lopers magazine aan te schaffen. Om er de spanning enigszins in te houden weersta ik – zij het met enige moeite – de drang om reeds in de winkel het blad open te slaan. Na het uitladen van de boodschappen heeft het wachten echter lang genoeg geduurd en ik blader direct door naar de laatste pagina’s van het blad waarna ik gewapend met mijn bril het speurwerk in de lijst begin. Op de eerste plaats staat net als vorig jaar – hoe kan het ook anders – onze regerende Europese kampioen Koen Naert en nadat ik ook enkele bekende namen van onze DCLA club ben tegengekomen vind ik mezelf al vrij snel terug op de 50e plaats. Dus na net Top 300 in 2016 en Top 150 vorig jaar stijg ik weer iets in de Belgische marathon hiërarchie. Een warm gevoel van voldoening overvalt me en ik vraag me stiekem af of er volgend jaar nog beterschap te verwachten valt. Het wordt weer uitkijken naar het spannend moment begin februari volgend jaar.

Berlijn marathon | 16 Sep 2018 | 02:36:06

Midden September wachtte mij in Berlijn mijn tweede grote doel van dit jaar: een marathon in 2u33m proberen te lopen. De omstandigheden waren bijna perfect (een goede trainingscyclus achter de rug en ideaal marathonweer, echt wereldrecord omstandigheden :-)). Aan de start stond ik slechts een twintig meter achter de elite, de adrenaline kolkte. In zo een omstandigheden probeerde ik langzaam te starten maar natuurlijk vertrok ik te snel met de eerste vijf km tussen 03m25s en 03m30s/km. Aan de Siegessäule op het einde van de grote boulevard sloot ik me aan bij een groep vrouwelijke elite subtoppers en besloot bij hen te blijven. Ondanks de matige temperatuur drupte het zweet al vanaf de eerste kilometer.

In de komende tien kilometer voelde ik me niet geweldig (34m50s), maar ik klampte achter in het groepje aan. Dan begon het eindelijk beter te gaan. De ademhaling was nu onder controle en de volgende vijf kilometer waren de beste van de ganse wedstrijd. Ondertussen werd de groep van ongeveer tien vrouwen gelijkmatig door Antonio gehaasd en alles bleef rustig samen tot km 21 (1u13m36s) vooraleer het tempo plots naar boven ging (03m22/km) alsof we reeds aan de aankomst waren. De gevolgen lieten niet op zich wachten; het groepje explodeerde compleet. Ik liet twee vrouwen gaan en besloot dat mijn beste optie was om bij Antonio te blijven in een groepje van nog slechts vijf. Aan km 25 was Antonio klaar en stapte hij uit de wedstrijd. Het groepje verbrokkelde verder en net als Kipchoge had ik nog 17 lange eenzame kilometers te gaan. In tegenstelling tot hem was ik echter een beetje aan het vertragen, maar ik was toch nog steeds op schema voor een prachtige tijd. Na twee uur bij het 34km punt hoorde ik de speaker aankondigen dat Kipchoge een ongelooflijke wereldrecord aan het vestigen was inn 02u01m … 36,37,38,39s. Dat gaf me terug enige hoop om ook een mooi resultaat te behalen. Ik voelde me moe maar nog niet gebroken. Als ik in de laatste 8 km 4m00/km kon lopen, zou ik mijn doel bereiken! Ik zei tegen mezelf dat de marathon nu echt zou beginnen en dat ik moest volhouden. Ik wist dat mijn zoon en vrouw rond km37 zouden staan met een frisse Cola en ik wou hen zeker niet teleurstellen. Rond die tijd voelde ik echter ook dat de benen aan het verkrampen waren.

Plotseling bij km 39 net aan de voet van een brug met minimale stijging, verkrampte mijn rechterbeen compleet en kwam ik abrupt tot stilstand. Onmiddellijk schoot een vriendelijke steward me ter hulp en bood me aan om – op hem steunend – mijn rechterbeen te strekken. Elke tien seconden probeerde ik opnieuw te vertrekken, maar tevergeefs. Onnodig te zeggen dat dit alles werd vergezeld door enkele Vlaamse krachttermen, die echter door de Berlijnse steward maar al te goed begrepen werden. Ondertussen kwamen enkele medici vanuit de nabijgelegen drinkpost drie bekers water brengen en boden me aan om in de tent te gaan liggen, iets wat ik vriendelijk weigerde. Ik wist inmiddels dat de kans om de doeltijd en een mooie plaats te lopen verkeken was.

Maar de meedogenloze marathon is 42,195 km en geen kilometer minder.

Eindelijk na drie kostbare minuten kon ik weer voorzichtig vertrekken. Vanaf dan zat er niets anders op dan vlak onder de drempel proberen te blijven zodat de krampen niet terug zouden keren. Iets wat helaas niet volledig succesvol was, want even later moest ik opnieuw een korte stop maken voordat ik in de laatste twee km langzaam weer kon versnellen. Uiteindelijk finishte ik in 02u36m06s als 212e en 14e in mijn leeftijdscategorie (M45). Ondanks het feit dat dit een verbetering was van mijn persoonlijk record met drie minuten bleef ik met een ontevreden gevoel achter omdat ik mijn doel niet had gehaald hoewel ik er zo dichtbij was. Maar de meedogenloze marathon is 42,195 km en geen kilometer minder. Het is wel leuk om de vrouwen met wie ik liep te zien eindigen in de top 20 resultaten (meestal tussen 2u28 en 2u32). Nu is het moment aangebroken om te rusten, te herstellen en alles te laten bezinken … Boston wacht al op me voor een nieuwe poging.