New York City marathon | 02 Nov 2025 | 02:30:32 | World champion

Na de winst op het Europees kampioenschap in Jyväskylä in September, diende zich nu het grote doel van dit jaar aan, het wereldkampioenschap als onderdeel van de NYC marathon. De voorbereiding verliep vlekkeloos tot aan de taper. Maar anderhalve week voor de race werd ik ziek. Smaakverlies verraadde dat het hier om COVID ging. Twee dagen in bed en drie dagen rust waren nodig om het lichaam de kans te geven om zich te herstellen. De week voordien resulteerde een valpartij weliswaar aan lage snelheid ook al in een pijnlijke heup. Maar als bij wonder gingen stappen en lopen pijnloos. Alsof dat nog niet genoeg was kwam er op woensdag voor de marathon nog maar eens een valpartij bij op de High end line in New York bij de laatste interval training. Ik struikelde over een bankje terwijl ik te veel aan het sight seeing was. Ik had het gevoel even in de lucht te zweven vooraleer ik voorover de grond op ging. Vermits het hier om één van de toeristische trekpleisters van New York ging, had ik heel wat bekijks. Gelukkig kwam er al gauw iemand helpen om me recht te laten krabbelen met de goede raad om even uit te rusten op het bankje waar ik juist over gevallen was. O ondoorgrondelijk lot. Het resultaat was twee verstuikte vingers. Buiten pijnlijk en gezwollen viel het wel mee. Vingers heb je tenslotte niet nodig om te lopen.

De dag daarna begon het hoesten opnieuw. Ik stond dus wel met wat vragen in corral A van de eerste oranje wave hoe het lichaam zou reageren op de enorme aanslag die een marathon on-the-edge lopen is. Voor we daar echter in het startvak beland waren hadden we al onze emoties en stress gekend. We waren met een Belgische delegatie op tijd naar het busvervoer afgezakt bestaande uit Kurt Van de Velde, meer dan honderd marathons op de teller vooral in Italië, Marie Billen, Belgische uit de Chicago area, Werner Heselmans en Davy Mesotten mijn hotelgenoten en Kim Geypen en Joost Talloen, clubgenoten van DCLA. Hoewel we op tijd aanwezig waren gingen we in een vlaag van beleefdheid op een zijspoor aanschuiven. Het duurde een kleine twintig minuten toen we doorhadden dat er aan alle kanten mensen inschoven. Wij geraakten niet vooruit. Tot overmaat van ramp begon iedereen in te schuiven op het moment dat wij beslisten om onze plaats af te dwingen. Kortom we verloren daar bijna driekwartier vooraleer we aan de bibliotheek op de bus op geraakten. Nadat we onze laatste bevoorrading en ook nog een sanitaire stop op de bus hadden gemaakt kwamen we eindelijk aan bij de start. Maar hier moesten we opnieuw zeer lang wachten om af te stappen. Het was het ondertussen 7u45 geworden. Er restte nog één uur voor het sluiten van de corrals en er stonden nog duizenden mensen voor ons aan te schuiven die door de security controle moesten.

Het was tijd om onze plaats af te dwingen als we nog op tijd aan de start wilden geraken. Werner nam het voortouw en begon zich een weg te banen door de massa hierbij “wave 1” roepend, goed wetend dat er nog honderden stonden te wachten die ook wave 1 waren. Wij volgden “file Indienne” gewijs en in ons zog nog een deel anderen. Ik was dankbaar dat ik gewoon kon volgen en de stress van het moment wat kon verminderen. Onnodig te zeggen dat we ons niet al te populair maakten en er werd al eens getrokken en geduwd. Uiteindelijk slaagden we er toch in om een kwartier voor het sluiten van de corrals de security controle te passeren. De speciaal opgezette area voor de Age Group World Champion (AGWC) runners hebben we niet meer gezien. We speelden onze extra kleren uit, staken de gellekes weg en repten ons naar ons corral. Door een ultieme sanitaire stop raakte ik de anderen kwijt, maar nu was het toch vooral belangrijk om genoeg vooraan te staan.

Op één van de eerste rijen kwam ik Wim De Maeyer tegen zodat het klein beetje wachten aangenaam verliep. Daarnaast waren er natuurlijk een aantal bekende concurrenten die even dag kwamen zeggen: Farnese Da Silva, “Memo” Guillermo Pineda Morales en Gamini Sugathadasa. Maar mijn oog viel vooral op de Spanjaard die reclame aan had voor het Enrique Carvillo hotel, omdat mijn pre-race analyze mij geleerd had dat dit de favoriet was met een recente 2u26 in de Valencia marathon 2024. Ook zijn gezicht paste bij de foto’s die ik had opgezocht en wat is de kans dat iemand met de reclame van iemands anders naam daar aan de start stond. Van dan af was er maar één focus meer: die mag ik niet meer loslaten tenzij het niet anders kon. In de NYC marathon wordt je eerst in corrals in afwachting gehouden waar je je al kan klaarmaken. Een twintig minuten voor de start wordt er door militairen een haag gevormd, gaan de corrals open en stappen de militairen arm in arm naar de start om de lopers in toom te houden. Belangrijk hier was om mijn concurrent niet uit het oog te verliezen en net zoals hij op de vijfde rij aan de start te staan.

Ondertussen was het 9u geworden en na het Amerikaanse volkslied, weerklonk het kanonschot voor de start van een beperkt groepje elite mannen. Deze starten in de blauwe wave aan de rechterkant van het bovenste dek van de Verrazano-Narrows brug. Onze oranje wave zou aan de linkerkant starten en de pink wave op het onderste dek van de brug. Nog vijf minuutjes en we konden ook aan onze marathon beginnen. De militairen ruimden plaats, iedereen werd nog eens gevraagd of ze er klaar voor waren en dan weerklonk ook voor ons het kanonschot. Ik treuzelde nog een beetje om mijn concurrent een aantal seconden voor mij over de mat te laten lopen. In het AGWC telt de chip time (en niet de gun time). In het begin is het vrij eenvoudig om die paar seconden goed te maken en je weet nooit of het er aan de meet op aan komt. Elk detail is nu belangrijk. The game is on.

Eén van de moeilijkheden is wel dat het meteen een mijl bergop gaat om de brug over te komen. Enrique was niet van plan om af te wachten en begon direct met een inhaalrace naar voor. Er zat niets anders op dan te volgen. Hij hield niet op met concurrenten in te halen tot we zowat in 20e positie liepen. De eerste kilometer ging in 3m47s, stevig maar toch zeer comfortabel. De benen voelden alleszins goed, wat een geruststelling. Na de top van de brug volgde een snelle kilometer bergaf. Er begonnen zich al een aantal groepjes te vormen. Terwijl de Spanjaard onverminderd aan de kop sleurde, hield ik me een beetje schuil in het groepje, er altijd wel voor zorgend dat de aansluiting niet verloren ging. Regelmatig kwam er een kleine versnelling en moest ik aan de bak om een klein gaatje te dichten, daarna viel het dan weer stil. Na twee van dergelijke versnellingen, besloot ik om niet langer direct te reageren en gewoon een egaal tempo te lopen. Er waren er nog anderen die in de groep van een 7-tal man er zo over dachten en van dan af ging het mij ook beter af. Ik had nog steeds niet het gevoel dat ik over mijn toeren moest gaan, dus volgen bleef de boodschap. Na de brug waren er een aantal lopers van de blauwe wave aangesloten, maar we liepen nog steeds goed vooraan en ik ging er dus wel vanuit dat ik in de kop van de M50 race zat. Door een fout bij het drukken van de rugnummers waarop de leeftijd stond was er door de organisatie beslist om al deze nummers uit de pakketjes te halen en enkel borstnummers mee te geven. Hierdoor was het dus eigenlijk onmogelijk geworden om nog maar te weten waar je concurrenten liepen.

Mijn concentratie was volledig bij de wedstrijd en ik merkte weinig van de omgeving, zelfs niet als we het Barclays stadium in Brooklyn voorbij liepen waar we in augustus nog naar een WNBA match van New York Liberty met Big Mees waren gaan kijken. Na twintig minuten was het tijd voor mijn eerste Maurten 160 gel. Na 10km keek ik voor het eerst op mijn uurwerk en zag 34m32s, het ideale tempo. De volgende Maurten 160 na 40 minuten was ook geen probleem. Tussendoor probeerde ik zoveel mogelijk water binnen te krijgen. Na 12 mijl (19km) was er de eerste Maurten stand en nam ik een cafeïne gel. Zowel voeding als tempo bleven correct verlopen. Tot het halfweg punt bleven we een constant tempo houden van 5m30/mijl. Achteraf zou ik pas zien dat we halverwege doorkwamen in 1u13m13s. Ik had ondertussen wel al opgemerkt dat mijn concurrent weinig bevoorrading nam. Eén keer een gel en verder wel beperkt Gatorade Endurance. Na halverwege nam ik verkeerd Gatorade aan i.p.v. water en liet ik me toch verleiden om een slok binnen te nemen. Nu kwamen we stilaan aan het ogenblik van de waarheid: de Pulaski Bridge, een kortere helling. In de laatste 50 meter van de klim voelde ik me een eerste keer onwel en moest ik een 15 meter toegeven. De benen voelen nog goed, maar ik draai in mijn hoofd. In de afdaling liep ik het gat terug dicht. Maar daar diende zich de Queensboro bridge al aan. De klim start op km 24 en vrijwel onmiddellijk moet ik het tempo laten zakken door opnieuw een zwaar gevoel in de maag. Snel loopt mijn groepje 50 meter weg en ik verman me om ze niet volledig te laten gaan. Het verschil stabiliseert zich maar de maag niet. Het wordt al vlakker en ik ben dicht bij de top als mijn hoofd begint te draaien en ik voel dat ik moet overgeven. Ik moet stoppen en voel alles naar boven komen. Na nog twee keer is het meeste eruit en voel ik me opeens weer veel beter. In die 35 seconden is het groepje natuurlijk ver weg samen met nog een hele rits anderen die mij voorbij gelopen zijn. Dit is een domper, maar het koppeke zit nog goed en ik zet onmiddellijk de achtervolging in in de afdaling naar First avenue. Hier worden de aanmoedigingen nog maar eens versterkt en ik pik het tempo terug goed op in de eindeloze klim naar de Bronx. “Tweede is ook mooi” flitst er Hilbert van der Duim gewijs door mijn hoofd, maar omdat ik gezien had dat ook Enrique uit het groepje gevallen was op de Queensboro bridge, wou ik toch nog niet opgeven. Net voor het binnengaan van de Bronx zie ik terug een witte loper enkele honderden meters voor mij met de licht gebogen stijl. Ik twijfel of het waar kan zijn, maar nader nu snel. Even inhouden vooraleer met een kleine versnelling het gat te maken. Ik hoef niet om te kijken want ik weet dat hij niet meer in mijn buurt zit. Nog altijd 10km te gaan, de marathon moet nog beginnen. Zal ik de laatste kilometers het tempo kunnen volhouden ?

Ik vrees vooral dat ik zonder brandstof ga vallen. Na mijn maaglediging had ik toch terug op mijl 18 (km 29) een gel van de Maurten stand genomen en met moeite naar binnen gewerkt. Voorlopig blijft alles beneden. De benen doen serieus pijn, maar op een manier dat je het als marathoner verdragen kunt. Het tempo zakt enkel seconden per km, maar ik haal nog steeds volk in, terwijl ikzelf ook wel wordt ingehaald. Qua positie blijft het ongeveer status quo.

Net voor het begin van 5th avenue haal ik Toyoki Sato terug bij, die ook in London bij mij liep. Het publiek stuwt me nu vooruit langs Central Park de eindeloze helling op. Eindelijk zie ik het reclame bord waar we Central Park inlopen. Ik voel me nog steeds goed, de hamstrings beginnen wel wat onder spanning te komen, maar er is nog geen spoor van krampen te bekennen. De afdaling in het park is steil, maar ondertussen wel gekend terrein. Nu is het wachten om af te slaan richting Columbus Circle en langs de paarden koetsen de voorlaatste helling aan te vatten. Nog 800m nu, twee rondjes op de piste. In de laatste 200m versnel ik nog om de laatste seconde eruit te halen: de armen gaan de lucht in. Alweer een marathon onder de belt. De klok zegt 2u30m32s. De onvermijdelijke vraag speelt natuurlijk in mijn hoofd: zou ik gewonnen hebben? Ik blijf er uiterst rustig en gelaten bij beseffend dat ik alles gegeven heb en het beste uit mezelf heb gehaald. Dan zal het zijn zoals het zal zijn. De vrijwilligers wensen mij onophoudelijk proficiat en ik krijg alvast de finisher medaille en de befaamde poncho in het oranje deze keer. Kou zal ik alvast niet leiden.

Uit de recovery bag grits ik het water, ik heb een enorme dorst. Op mijn voorhoofd wrijf ik het zout weg. Gelukkig kunnen we gebruik maken van een shortcut om onze Age Group World Championship (AGWC) medaille te ontvangen. Dat scheelt toch een mijl wandelen. Tijdens het wandelen komt er een gelukzalig gevoel over me heen. Ik besef dat ik een uitzonderlijke prestatie heb geleverd. Het aantrekken van een trui gaat moeizaam. Ik snak vooral naar een bed en douche. In de metro vliegen de congratulations opnieuw talrijk mijn richting uit, voor alle lopers trouwens. Eindelijk kom ik op mijn kamer, eerst maar eens de schoenen uittrekken. En dan de vele berichtjes lezen. Ik scroll direct naar de chat met mijn broer. Daar staat de uitslag, opluchting als ik zie … terug wereldkampioen. Al het werk is niet voor niks geweest. Even een telefoontje met Dennis Laerte, de coach die ook in het succes deelt natuurlijk. Je kan geen kampioen worden zonder dat er vele mensen je helpen. Tweede is Pablo Alonso Villa (ESP) op 2 minuten, Blaine Penny (CAN) is derde op 3,5 minuten. Enrique Calvillo Trujillano (ESP) eindigt een beetje zuur vierde in het kampioenschap op 5 minuten. Mijn hotelgenoten Davy Mesotten (2u44m18s) en Werner Heselmans (3u04m22s) finishen kort nadien. Kim Geypen (2u47m04), clubgenote van DCLA legt beslag op zilver in de F40 categorie. Ze komt slechts 25 seconden te kort voor de titel. Joost Talloen had maagproblemen en finishte in 3u12m15.

Na een beetje rust is het tijd voor een hamburger met frietjes. Na al de carbs is het tijd om een beetje vet op te slaan. ’s Avonds volgt de medaille uitreiking in de Hammerstein ballroom, die toevallig net naast ons hotel ligt. We weten dat het zaak is om er op tijd te zijn om een tafeltje te bemachtigen. Als één van de eersten geraken we binnen en omdat we een van de weinigen reeds aanwezig zijn komen de hapjes massaal naar ons. Ik deel mijn blijdschap met Danny Coyle, COO van de marathon majors. Dan is het allereerst aan Kim om haar zilveren medaille op te halen. Spijtig genoeg ben ik daarna de enige die bij de M50 op het podium sta. Daardoor laat ik de pret echter niet bederven. Het is genieten nu, je wordt niet elk jaar wereldkampioen.

Daarna volgt nog een uitgebreide foto shoot met de Belgen. Wim De Maeyer wordt 14e in M45. Hoewel de receptie goed was, waren er deze keer geen elite lopers waardoor er toch een dimensie ontbrak. Na de Prosecco gingen we nog een zwaarder biertje drinken in een Belgisch cafe rond Times square om het te vieren. Het is mooi om terug wereldkampioen te zijn. In Mei verdedigen we de titel in Kaapstad… hopelijk sta ik met dezelfde conditie aan de start.

Tokyo marathon | 03 Maa 2024 | 02:30:39

Er ontbrak me nog één, zesde ster om de queeste van deelname aan de zes major marathons te voltooien en dat was de Tokyo marathon. Het is niet alleen geografisch de verste marathon voor ons, maar ook een moeilijk marathon om aan te kunnen deelnemen aangezien er jaarlijks meer dan 300.000 mensen inschrijven waarvan slechts 1/10 geselecteerd wordt. Deelname in 2023 was al helemaal hopeloos, omdat het aantal te verloten plaatsen nog beperkter was, door de overdracht van deelname na een coronajaar zonder Tokyo marathon. Samen met mijn vaste loopbuddy Werner Heselmans vatten we dus het plan op om in het voorjaar van 2024 mee te doen. Waar hij via de lotterij en virtuele runs probeerde een plaatsje te bemachtigen, probeerde ik het ook via het RUN as ONE Semi-Elite programma, waarin ik dankzij mijn uitstekende prestatie in London in 2022 aanspraak maakte op een startplaats indien ik bij de 25 snelste buitenlandse atleten zou zijn die zich aanmelden. Eind augustus kwam voor mij het verlossende antwoord, maar voor Werner bleef het goede nieuws uit, waardoor ik dus noodgedwongen alleen naar Tokyo moest. Ik vond het dubbel jammer enerzijds omdat ik het fijne gezelschap zou missen, maar anderzijds ook omdat we nu niet samen de six-star medaille in ontvangst zouden kunnen nemen.

Een hardnekkige blessure aan de onderkant van de voet (fascia plantaris) had al de hele winter voor ongemak gezorgd en ook nu in het vooruitzicht van de Tokyo marathon zaaide het twijfels of ik wel zonder problemen zou kunnen uitlopen. De conditie was zeker goed, maar niet optimaal omdat in de trainingen een keuze moest gemaakt worden tussen ofwel lange rustige lopen of korte intensieve trainingen om de pijn onder controle te houden. De training schoot dus een beetje tekort, wetende dat een marathon een intensieve lange inspanning is waarbij juist stamina erg belangrijk is.

Zoals steeds probeerde ik de stress weg te houden door de reis zoveel mogelijk op voorhand te plannen. Om te acclimatiseren – er is 8 uur tijdverschil – vond ik het opportuun om reeds een week op voorhand naar Tokyo af te reizen. Dat gaf het bijkomend voordeel dat er de eerste dagen nog wat sightseeing kon gebeuren inclusief een daguitstapje met de Shinkansen trein naar Kyoto. Deze culturele uitstapjes hadden hun doel niet gemist en ik was danig onder de indruk van dit land en nog meer van zijn inwoners. Voor westerlingen valt de netheid, de georganiseerdheid en de beleefdheid van de mensen op. Maar vanaf vrijdag ging de knop om en begon de gerichte focus naar de marathon op zondag. s’ Morgens nam ik de Yurikamome monorail van mijn hotel in Shiodome naar Tokyo Big Sight, het grootste exhibitie centrum van Japan waar de marathon expo doorging. Door de unieke architectuur is het moeilijk om niet in verwondering te staan voor dit kolossale gebouw dat er uitziet als ware het vier aaneengesloten lotusbloemen. Het gebouw dateert uit mid jaren 1990 en had recent nog dienst gedaan als communicatie- en perscentrum voor de Olympische spelen.

Ik kwam er als één van de eersten van die dag aan en zowat om de twintig meter stond er een vrijwilliger die elk van de deelnemers die voorbijkwam begroette met buiging. Wetende dat er nog duizenden na mij zouden volgen, was ik zeer onder de indruk van deze persoonlijke aanpak. Zoals steeds werden we omwille van de organisatie vriendelijk aangemaand om juist één rij te vormen op de roltrappen. De eerste stop na het betreden van de eerste hal betrof het allerbelangrijkste: het ophalen van de BIB. De rijen waren goed verdeeld en dit verliep allemaal bijzonder vlot. Naast een nummer vooraan, was er ook een nummer voor achteraan en bovendien nog een extraatje om aan te geven dat dit de zesde ster was. Het zou nog wat gepuzzel en aanpassing vergen om alle nummers op mijn wedstijdtruitje te krijgen. Om identiteitsfraude te vermijden, kreeg je ook een armbandje hetwelk niet meer af mocht tot aan de race op zondag. Nadien werd in een aparte rij nogmaals getest of de chip in je nummer werkte. In minder dan 10 minuten was ik er volledig door. Het weerbericht voorspelde een temperatuur van rond de 6°C en dus was ik van plan om toch wegwerpkleren mee te nemen. In hun streven naar minimaal afval werd er echter op gewezen dat je alles zou moeten meenemen, en er werd nogal dubieus gedaan of je wel kleding zou kunnen achterlaten. Ook op de expo kon ik geen eenduidig antwoord vinden, maar ik besloot toch om minimaal een trui aan te doen die ik zou achterlaten wat uiteindelijk ook geen probleem vormde. Ik kon het aan een official afgeven die het mooi aan de kant legde.

Daarna volgde het obligate bezoek aan de kledingsponsor, niet toevallig het Japanse Asics. De foto’s van lege rekken circuleerden al op de sociale media en ook deze tweede dag van de expo zouden er veel te weinig T-shirts zijn. Enkel XL of hogere maten bleven over – en al vielen ze wat klein uit, dit zijn niet meteen maten voor marathonlopers – en je zag de wanhoop in de ogen van sommigen. Dit was waarschijnlijk de grootste smet op de anders perfecte organisatie. Vermits mijn kast al uitpuilt van de T-shirts vond ik het niet echt een probleem en in de Tokyo marathon shop van de organisatie vond ik wel een aantal kleine souvenirs. Tot slot passeerde ik nog aan de Abbott stand. Daar liet ik vooreerst checken of alles in orde was voor de ontvangst van de stervormige medaille aan de aankomst. Terloops kreeg ik ook nog een klein cadeautje vanwege de Gold club en kon ik voortijdig ook de medaille ophalen voor de virtuele Global run, een virtuele run die ik tijdens de marathon ook zou lopen. Verder was er weinig nieuws onder de zon in de talrijke standjes en na een uurtje was ik terug op weg naar de uitgang terwijl het volk onverminderd bleef toestromen. De vrijwilligers hadden zich ondertussen ook overgegeven en stonden er gewoon bij te kijken … hun enthousiasme was begrijpelijkerwijze al wat gaan liggen.

Zaterdag na het Ontbijt met de Boss en de verkenning van de start site was het tijd voor nog een laatste snelle kilometer om de benen nog eens los te maken en dan was het alles klaarleggen en platte rust. Na een rustige nacht en een goed ontbijt vertrok ik om 7u richting de start. Ik was totaal ontspannen, het gevoel zat goed en voor één keer was mijn Garmin horloge het hiermee eens. Een half uurtje later stapte ik uit in het Nishi-Shinjuki station op de Marunouchi metrolijn. Van hieraf zorgden de vrijwilligers met richtingaanwijzers dat ik vlot aan Gate 1 geraakte waar je jouw armbandje moest tonen om binnen te geraken. Daarna volgde in een volgende rij de controle van de zakken die je op een vrachtwagen kon achterlaten en die naar de finish zouden worden gebracht. Ik had enkel een trui en broek mee voor na de wedstrijd. Mijn mobiele telefoon zou ik in een gordel meenemen op de rug. Tot hiertoe verliep alles razend vlot. Op minder dan 10 minuten stond ik onder de start in een speciaal afgesloten gedeelte voor de semi-elite. Het was er bijzonder kalm en ik genoot ervan om in alle rust te kunnen opwarmen, naast een gelijkaardig vak voor de Elite lopers. Rond 8u10 zat de opwarming erop. Ik besliste om enkel nog een trui , een buff en handschoenen aan te houden en de rest af te geven voor na de wedstrijd. Vervolgens de trap op naar het wegdek boven op zoek naar Corral A. Er was nog bijna niemand in het vak aanwezig, dus ik zocht nog even het voorbehouden toilet op. Het was nog steeds fris, maar in het zonnetje was het best aangenaam om te staan wachten. Het moet gezegd, de condities waren quasi perfect. In het vak stond ook Toyoki Sato, een Japanse collega loper waarmee ik in London 2022 lang samengelopen had. Hij mikte op 2u35, mijn doel was om onder 2u30 te blijven. Tijdens het wachten zag ik dat ook Nick Bitel, de Londense race director die ik de dag ervoor nog op het ontbijt gezien had, een kijkje kwam nemen. Hij had mij ook gezien en riep me naar voor om even nog dag te zeggen en me succes te wensen. Daarna verdween hij weer even om daarna terug te keren om me voor te stellen aan Wayne Larden, de Sydney marathon race director. Ik vertelde hem dat ik uitkeek naar het komende WK in zijn stad. Terwijl ik aan het wachten was overliep ik nog eens het parcours. Het hoogteprofiel is erg gelijkaardig aan dat in London. In de eerste 5km gaat het eveneens naar beneden (35 meter), daarna is het zogezegd vlak. Maar anders dan in London gaat het in realiteit altijd licht golvend.

Vliegende start onder confetti met Toyoki in het blauw net voor mij

Om 9u10 stipt onder de confetti en de witte rook nam ik samen met de anderen in Corral A een vliegende start. Ik liet me meedrijven met de stroom en kwam al vlug in een groep van een veertigtal lopers terecht. Het ging best snel (eerste 5km in 16m44s), maar ik had niet het gevoel dat ik al over mijn toeren ging. Toch ging het fout na het eten van een eerste gel na amper 7km. Ik kreeg steken in de zij en er zat niks anders op dan tijdelijk het tempo een beetje te laten zakken. Na minder dan een kilometer was de stekende pijn weg samen met mijn ideale groep. Van dan af zou ik me niet meer schuil kunnen houden. Af en toe kwam er een groepje tot stand van maximum vier lopers, maar nooit voor lang. Toch hield ik er het tempo goed in. Ik zorgde ook dat ik regelmatig kon drinken. Het was de eerste keer dat het eindcijfer van mijn BIB, 4 in mijn geval, dicteerde aan welke tafeltjes je bij voorkeur drank nam. Had ik al gezegd dat alles georganiseerd en gedisciplineerd verloopt in Japan?

Vooraf had ik gelezen dat het Japanse publiek nogal gereserveerd was, maar dat moet ik hier toch formeel tegenspreken. Ik heb honderden keren Ganbatté To of Ganbare To gehoord (Ga ervoor Tom en Zet hem op Tom). Niet alleen ontbrak de m bij de uitspraak van mijn naam die op mijn singlet stond, maar door de manier waarop ze het uitspraken klonk het in mijn hoofd een beetje als “sneller he Tom”. Aan aanmoediging zal het dus zeker niet gelegen hebben, toch voelde ik dat vanaf km35 de hamstrings aan het verduren waren. Halverwege was ik nochtans doorgekomen in 1u12m10s, ruimschoots sneller dan ik gehoopt en verwacht had.

Op één van de stukken waar de eerste elite ons tegemoet kwamen had ik al vastgesteld dat Eliud niet meer in de kopgroep zat, nu zag ik hem aan de overkant aan wat voor hem km40 was eenzaam lopen. Dat was al 5km voor mij, maar ik voelde mij niet de enige die beestig aan het afzien was. Doordat de rechterhamstring in de daaropvolgende kilometers nog stijver werd, kreeg ik de benen niet meer omhoog zoals ik zou willen. Ik was nu ook in het segment aangekomen waar de vertering lamgelegd wordt en eten eigenlijk niet meer gaat en zoals voorzien schakelde ik over op de aangeboden plaatselijke energydrank Pocari Sweat. Op de sociale media had ik al van alles gelezen over de smaak van deze drank. En omdat ik niks aan het toeval wilde overlaten en de drank in elk metrostation in de automaten verkrijgbaar is, had ik de dagen ervoor al geproefd. Eigenlijk kwam het in de buurt van de limoen versie van Aquarius en ik begreep dus de hele heisa niet. Omdat ik de vorige drankstations amper iets binnengekregen had omdat de bekertjes wel heel karig gevuld waren en er altijd een deel verspild wordt als je met snelheid een bekertje grijpt, besloot ik zelfs om even halt te houden en eens even de tijd te nemen om goed te drinken. Het bracht mij weer wat verder, maar een viertal kilometer voor de meet kwam een Japanse leeftijdsgenoot voorbij, de wil om aan te pikken was er wel, de fysieke kunde echter niet meer. In de laatste twee kilometer voelden de benen als lood en liep ik zelfs twee kilometer boven 4min/km. Eindelijk was daar na 42km de bocht naar links en konden de armen de hoogte in. Op de klok stond 2u30m39s. Het was niet onder 2u30m, maar toch was er geen ontgoocheling, eerder opluchting. Door de moeilijke voorbereiding was ik toch een beetje gaan twijfelen of ik nog ooit op niveau zou kunnen geraken. En hoewel ik het niet had kunnen volhouden, had de eerste helft van de marathon mij weer het gevoel gegeven dat er wel degelijk nog snelheid in mij zat. Moeizaam stapte ik verder terwijl ik eerst een poncho kreeg en een beetje drank en eten.

Dan was het vooral genieten bij de uitreiking van de six-star medaille. Een avontuur gestart in de herfst van 2017 in New York kwam hier tot een hoogtepunt. Ook dat droeg bij aan het positieve gevoel dat ik bij deze marathon overhoud. Daarna werden we opnieuw naar een aparte tent geleid om ons om te kunnen kleden. Het voelde eigenlijk aan als een soort criterium loop dicht bij huis qua rust en faciliteiten, terwijl dit toch één van de grootste marathons van de wereld was. Op mijn hotelkamer kroop ik in een warm bad op Japans maat met badzout – één waar je je benen niet kan strekken – om weer de oude te worden. Dan pas werd het duidelijk hoe de voet eraan toe was, die avond kon ik niet meer stappen zonder stekende pijn en al manken ging ik nog terug naar het Westin hotel, het wedstrijdhotel, waar er een receptie was voor six-star finishers. Toen er een demonstratie van compressie beenstukken werd aangeboden, ging ik daar maar al te graag op in. Slechter zou het sowieso toch niet worden. De fluctuerende druk in de beenstukken brachten me een kwartiertje (ont)spanning. De volgende morgen ging het gelukkig al iets beter. Een echte marathon stopt niet aan de finishlijn.

Chicago marathon | 08 Okt 2023 | 02:30:14

3e Abbott Wanda Age Group World championships – bronze medaille

Na de overwinning op het vorige wereldkampioenschap in London vorig najaar en nadat de euforie een beetje was gaan liggen, had ik nood om mentaal te herbronnen. Na een periode van vijf jaar had ik mijn doel eindelijk bereikt en de logische vraag was: wat is nog groter, moeilijker en ook motiverend genoeg dan wereldkampioen worden? Zelfs na een drie maanden lange loop-sabbatical met zeer beperkt loopvolume bleef het grote doel vaag. Focussen op de verdediging en verlenging van de titel leek het meest logische, maar aanvankelijk kon ik me er niet echt meer voor opladen in die mate dat ik me zelfs niet inschreef voor het volgende wereldkampioenschap ondanks de uitnodiging. Dit was mede ingegeven doordat mijn trouwe reismaat Werner te kampen had met aanslepende gezondheidsproblemen zodat ook hij moest passen. Tenslotte stond ik op het punt me voor de marathon van Berlijn in te schrijven, toen er alsnog een tweede kans in de bus viel om me voor Chicago – de plaats van het volgende wereldkampioenschap – in te schrijven. Tenslotte werd de zaak beklonken toen mijn broer, mijn trouwste supporter akkoord was om mee te gaan ter ondersteuning. Ik zou de handschoen opnemen om mijn titel te verdedigen, een zo mogelijk nog grotere uitdaging dan om hem te veroveren. Ik maakte dit hét doel van dit loopseizoen. Tevens hoopte ik, mits een goede prestatie in de buurt te komen van het Belgisch record hetwelk Stefaan Van den Broek in het voorjaar in Enschede op 2u24m41s had gebracht.

Ik merkte echter al vlug dat er veel verloren gegaan was in de rustperiode en ik besefte dat het heel wat moeite en tijd zou kosten om terug op niveau te geraken, als het al mogelijk zou zijn om er terug te geraken. De voorjaarsresultaten waren in elk geval minder dan het vorige jaar, maar ik bleef er rustig bij en werkte gestaag verder, erop vertrouwend dat conditie met consistentie terugkomt. Door de DCLA halve fond trainingen met de masters van Michel Jordens werkte ik aan de snelheid op de kortere afstanden, een welgekomen afwisseling met de vooral uithoudingsgerichte marathontrainingen. Hoewel dit niet direct bijdroeg aan mijn marathoncapaciteiten, voelde ik me wel een completer atleet en vooral de groepstrainingen, ook met de Brokkenlopers brachten me het plezier voor het lopen terug. In de laatste maanden stonden ze me ook actief bij voor de hardere tempotrainingen wat ik zeer kon appreciëren. Dat maakte dat ik begin September toch weer een beter gevoel in de benen kreeg en de hoop op een goed resultaat terug toenam. Zo zakte ik zonder noemenswaardige problemen in de trainingscyclus vrijdag voor de marathon naar Chicago af.

De expo in het Mc Cormick Trade center was drukbezocht met 47000 deelnemers die hun BIB moesten komen afhalen. Ondanks het feit dat ik op drie standen nummers moest gaan ophalen (voor Chicago 5k op zaterdag, het marathon nummer voor vooraan en het nummer voor het WK achteraan voor zondag) verliep het ophalen verbazend vlot dankzij de uitstekende organizatie. Het is altijd leuk om eens door de standen te struinen om te kijken of er nieuwe evoluties of producten aangeprezen worden. Dat gaat van nieuwe massage guns, een prijzige soort broek die je benen masseert via compressie, armbanden met kralen voor elke marathon major tot ketonen. Het aanschuiven voor alle soorten swag liet ik aan mij voorbijgaan. Net als de vorige twee jaren kregen we wel een heuptas als herinnering aan onze deelname aan het Age group wereldkampioenschap. De receptie die de vorige jaren op vrijdagavond in een glamoureus kader werd georganizeerd, was vervangen door een verwarmde tent met ontbijt op de marathondag zelf. Waarschijnlijk heeft het toenemende aantal van deelnemers aan het WK hier iets mee te maken (2500 deelnemers in 18 categorieën, van M40 tot M80+). Dit maakt dat de exclusieve beleving en de verwezenlijking om überhaupt te worden uitgenodigd vervangen is door een businessmodel waar er door Abbott een mooi centje kan verdiend worden door het niet gering inschrijvingsgeld van om en bij de 400€ (weliswaar inschrijving van de marathon inclusief). Ik vermoed dat weinig medaillekandidaten hun kansen hebben gehypothekeerd door daar net voor de wedstrijd een ontbijt te gaan eten. Ik had in elk geval op voorhand al het ontbijt gegeten dat ik gewoon ben. Voor ik echter in de tent raakte had ik net als velen al 45 minuten in de rij gestaan om nog maar binnen te geraken op het terrein. Goed bedoeld hadden ze een speciale ingang voorzien voor de deelnemers aan het wereldkampioenschap. In twee rijen moest iedereen zijn blauwe armband en zijn nummer laten zien waar een blauwe sticker moest op staan. Een deel bleek geen blauwe sticker te hebben omdat die niet op het nummer, maar op de envelop van het nummer was geplakt door de organizatie. De vertraging dat dit teweeg bracht ging zo ver dat we zelfs niet op tijd aan de start dreigden te geraken. Dus werd er beslist dat iedereen zijn armband moest omhoogsteken, waarna iedereen doodleuk werd binnengelaten. De eerste maar zeker niet laatste organizatorische miskleun. Dan maar in draf naar de tent waar ik mezelf vlug omkleedde alvorens met mijn doorzichtige zak naar de “gear check” te gaan. Doordat iedereen daar zo laat aankwam was het daar ook één en al chaos. Er waren een achttal rijen, echter niet afgescheiden. Het kwam erop naar dat iedereen zijn zak daar op een grote hoop mocht gooien. Ik dacht toen al, dat gaat hier wat worden voor die vrijwilligers om in die 2000 zakken mijn gerief terug te vinden, maar gelukkig hebben ze nog wat tijd om dit te organizeren. Maar lang tijd om hierover na te denken was er niet want het startvak ging al binnen minder dan een half uur sluiten en we moesten nog een kwartier stappen ernaar toe. Onder begeleiding geraakten we ter plekke. Opwarming werd gereduceerd tot drie rondjes in het startvak zelf, want dan was het meer dan tijd om aan te sluiten. Slotsom al dat prioritair gedoe had veel meer tijd en moeite gekost dan de vorige keer in 2019 toen ik op minder dan een kwartier van het hotel in het startvak stond. Desalniettemin was het moreel onaangetast en nadat de “star-spangled banner” a capella gezongen was, konden de rolstoelatleten en profs van start gaan.

Een dertigtal seconden later werd ook ons startvak op gang geschoten. Het duurde echter nog een minuut voor ik de start streep kon passeren. Ik had mezelf voorgenomen om voorzichtig te starten, maar toen ik na de eerste kilometer bijna 4minuten per kilometer liep, besefte ik dat het toch sneller zou moeten. Er liepen echter nog steeds veel tragere lopers voor me waar ik mij op links voorbij moest wringen. Vanaf kilometer 3 kwam ik stilaan op dreef. De handschoentjes konden letterlijk uitgedaan worden want er was werk aan de winkel. Ik hoorde aan de lichte paniek in de stem van mijn broer na 6 kilometer dat ik al in een schier onmogelijke positie liep (achteraf vertelde hij dat ik al in de 7de groep liep met minstens 5 concurrenten voor mij en hij het al niet meer zag zitten). Ik had mijn start dus compleet gemist en mijn concurrenten waren niet alleen anderhalve minuut eerder gestart omdat ze van voor in het vak stonden, maar waren nog een extra minuut uitgelopen door mijn trage aanvang. Gelukkig kwam ik van dan af onder stoom, ik liep nu constant mensen voorbij. Van in een groepje zitten was echter geen sprake, ik stond er alleen voor en de eerste 12km waren tegenwind. Enerzijds was ik tevreden dat ik kon blijven naar voor opschuiven, maar anderzijds was het toch werken om het tempo te kunnen ophouden. Na 19km stond mijn versie van Kipchoge’s “bottle” Claus klaar om mij twee Maurten gels aan te geven. Er was nog één concurrent die slechts 10 seconden voor mij liep, virtueel liep ik dus al in eerste positie. Op een twaalftal kilometer leek de situatie weer rechtgezet. Voor het eerst zag ik een groepje waar ik zou in kunnen meelopen, maar dat liep dus nog net voor mij. Ondertussen had ik het halfwegpunt bereikt in 1u12m, wat een mooie tijd was wetende dat de start niet denderend was. Het duurde nog 5km voor ik bij het groepje kon aansluiten en net dan spatte het groepje uit elkaar. Kortom het zou een solotocht worden. Erger dan dat was echter dat ik een eerste keer een krampscheut had gevoeld. Met nog 16km te gaan besefte ik al dat dit geen goede afloop zou kennen. Dit had ik al meerdere keren meegemaakt, maar niet meer sinds 2019. Terwijl ik ook de laatste concurrent had bijgebeend en achtergelaten, begonnen de benen steeds zwaarder te worden en de kilometertijden gingen evenredig omhoog. Mijn bovenbenen (quads en hamstrings) verduurden helemaal. Ze opheffen koste mij meer en meer moeite, maar ik trooste mij met de gedachte dat in deze faze het voor iedereen afzien geblazen is. Toch kon ik niet naast het feit kijken dat ik nu werd ingehaald, eerst amper, maar daarna meer en meer. Op km36 na nog een aantal waarschuwingen in de benen sloegen de krampen echt in het rechterbeen toe. Stoppen en dertig seconden stretchen waren nodig om daarna terug langzaam op gang te komen. De concurrenten waren ondertussen echter al voorbij gelopen zonder dat ik ze gezien had. Niet dat dit er veel toe deed. Telkens als ik mijn pas wilde vergroten, sloegen de benen toe. Er bleef niets anders dan te blijven lopen met dezelfde pas en zelfs dat deed ongelooflijk veel pijn. Ergens was er nog een beetje hoop dat ik genoeg voorsprong zou overhouden, maar ik voelde dat het tempo van kwaad naar erger ging. Ik bereikte de finish na 2u30m14s, niet de tijd waar ik op gehoopt had, verre van zelfs en amper voldoende om nog op het podium te staan. Ken Rideout liep één minuut sneller en Wayne Spies 20 seconden. Het was dus zeer speelbaar geweest zonder krampen. De oorzaak is niet ver te zoeken. Een gebrek aan krachttraining in de laatste maanden in combinatie met een niet al te goed wedstrijdverloop in de eerste kilometers. Toch kan ik me weinig beklagen in de wedstrijd zelf. Ik had alles gegeven wat er op de tafel lag en ik kon amper nog stappen. De (relatief) slechtste marathons zijn ook diegene waar je het meest van afziet. Natuurlijk kwam ik voor meer, ik wilde alle verwachtingen inlossen zondermeer, maar een wedstrijd moet gelopen worden… dat is sport. De marathon is 42km en geen 36km. Na de eerste ontgoocheling kan ik toch de rust vinden om tevreden te zijn met die derde plaats.

Als WK deelnemer kunnen we nu terug naar de tent (nog steeds verwarmd) om ons gerief op te halen. Ondanks het rare loopje kom ik nog als één van de eersten aan. Tot mijn ontsteltenis is er niks gebeurd met de hoop zakken. Een tiental vrijwilligers staat midden in de zee van ongeorganizeerde zakken met de wanhoop in hun ogen. Iedereen roept nu zijn nummer en dan begint de loterij. Als je geluk hebt vinden ze je zak snel of zie je hem zelf liggen. Bij mij duurt het een kwartier, sommigen na mij zullen het na 1uur45min opgeven en zonder zak vertrekken. Een echte blamage voor de organizatie. Dan maar de tent verder in waar ze me na het zien van mijn “funny walk” direct naar de massage leiden als een zwaar geval. Gelukkig ben ik niet alleen. Na ongeveer een half uur en heel wat pijnscheuten later krijgen ze mijn bovenbenen en rug min of meer los. Dan denk je als atleet dat je alles gehad hebt bij de finish, maar dit kon ook tellen qua pijnbeleving. Echter daarna zal ik geen krampen meer krijgen, dus job well done. Daarna kan ik stapjes gewijs de weg naar het hotel terug aanvatten.

Abbott had in de voorafgaande instructies laten weten dat voor diegenen die op het podium staan er nog een receptie zou zijn met alle kampioenen. We zouden nog een email ontvangen met de plaats en het uur van de receptie. Ondertussen is het me ook duidelijk dat er een nieuw WR gelopen is door Kelvin Kiptum en een ER door Sifan Hassan. Ik kijk er als gewone sterveling wel naar uit om net als vorig jaar met de profs een receptie te hebben. Eerst wel nog een beetje opfrissen natuurlijk. Ondertussen wordt het vijf uur en heb ik nog steeds geen email ontvangen van de organizatie en ik ben niet de enige. Hoe moeilijk is het om 50 mensen uit te nodigen. Deze WK organizatie is echt rampzalig… ik kan niets anders dan zelf het heft in handen nemen. Gelukkig weet Ken Rideout (die ook geen email krijgt) wel het uur waarop de receptie in het Hilton hotel doorgaat. Blijkbaar zou er ook eten zijn. Er mag ook een gast uitgenodigd worden. Dat komt goed uit zo kan mijn broer ook mee. We hebben juist al eten gereserveerd. Dan maar cancellen en op minder dan een uur naar het stadcentrum voor de receptie. Daar aangekomen lopen we gelukkig mensen van de organizatie tegen het lijf die ons naar de juiste zaal leiden. Dan nog een spannend momentje of we zouden binnen mogen zonder mail, maar gelukkig zit Danny Coyle van Abbott die mij geïnterviewed heeft voor een artikel aan de ingang zodat we toch nog kunnen genieten van (meerdere alcoholische) drankjes en een lekker buffet. Deze receptie ontgoocheld niet. Beide recordhouders zijn aanwezig net als de top drie. Vooral nummer drie bij de mannen, onze nationale trots Bashir Abdi, interesseert ons als Belgen natuurlijk. We knopen een praatje met hem aan. Hij kijkt wel tevreden terug op zijn marathon, maar moet toch ook erkennen dat Kiptum outstanding was.

Daarna mag ik samen met de vrouwen W50 op het podium. Op zo een moment wint de trots het toch van de ontgoocheling in je. Ik ben de enige van de M50 mannen op het podium wat ik wel jammer vind. Het is altijd leuk om je concurrenten te leren kennen. Ken had mij laten weten dat hij reeds op weg naar huis was, van Wayne weet ik zelfs niet of hij de plaats en tijdstip van het gebeuren had doorgekregen. Ook bij de andere “age group ” kampioenen heerst er grote onvrede over de belabberde organisatie. En dan hadden wij nog de receptie mogen meemaken. Vooral zij die London hebben meegemaakt, vinden het contrast groot. Voor dat inschrijvingsgeld mag het wel iets meer zijn Abbott. Volgend jaar is het WK in Sydney (waarschijnlijk de 7de major vanaf 2025). Als ze willen dat dit event verder blijft bestaan, zullen de standaarden terug omhoog moeten. London was fantastisch, hopelijk wordt Sydney dat ook! Of ik erbij zal zijn, weet ik nog niet. Ik ben in ieder geval wel reeds gekwalificeerd…

London marathon | 02 Okt 2022 | 02:25:38

Abbott Wanda Age group World Champion, Wereldkampioen, Champion du monde… het is gelukt!!!

Als ik op de Mall tegenover Buckingham Palace de eindstreep overkom staat er nog 2u25 op het bord, het lijkt allemaal zo onwezenlijk. De laatste 2 mijlen waren eindeloos, ik lig eerste…, maar wat als er nu nog iemand terugkomt? De benen wegen als lood en verkrampen regelmatig, ik bedenk me dat van reageren geen sprake meer zal zijn. Achter mij is er echter honderden meters ver niemand te zien, voor mij kruipen de laatste overblijvers van een groep die zich rond km10 gevormd had, metertje per metertje weg. Dan maar weer proberen rechtop te lopen met grote passen en … te onstpannen. Er speelt nog iets anders door mijn hoofd: het nationale record M50. Ik moet er dicht bij zijn, maar mijn hersenen -verstoken van energie – laten niet meer toe om in te schatten of en hoeveel overschot ik nog heb. Nee, de laatste energieshot die ik nog uit een “frisse” Cola aangereikt door mijn broer op km35 kreeg, is uitgewerkt nu. Mijn lichaam doet zijn best om mijn dwingende vraag om niet op te geven en nog vol door te gaan te beantwoorden door alle beschikbare reserves naar de benen te sturen. Eindelijk kunnen de armen de hoogte in en stopt de pijn (even) om plaats te maken voor ongeloof en dan een enorme voldoening.

Al mijn loopdoelen zijn in één klap afgevinkt !

Al mijn loopdoelen (voor dit jaar) zijn in één klap afgevinkt:
v Abbott Age Group M50 Wereldkampioen
v Belgisch Nationaal Marathon Record M50
v London Marathon Major M50 winnaar
v DCLA Marathon M50 Club Record
v Persoonlijk Marathon Record

Ik bedenk me hoeveel keer ik mezelf moed ingesproken heb op training tijdens de laatste vijf jaar met “ik wil wereldkampioen worden”. Het moeten ondertussen honderden keren geweest zijn, vaak slechts een klein ogenblik gedurende de lange loop, een recuperatieloop in de regen of bij die laatste intervalrepetitie. Motiverende selftalk zou de sportpsycholoog zeggen, maar het werkte. Toen ik vijf jaar geleden van het Abbott Wanda Age group wereldkampioenschap hoorde wou ik eerst en vooral meedoen aan de wedstrijd. Het leek allemaal zo veraf en zeer onzeker of überhaupt haalbaar, maar naarmate de jaren vorderden en de resultaten verbeterden, legde ik mijn lat steeds hoger: ik droomde van het podium en dan wereldkampioen. Verleden jaar ging de eerste versie van het wereldkampioenschap door. Ik werd vijfde, toen nog in leeftijdsgroep M45. Ik herinner me nog het gevoel van ontgoocheling op de avondceremonie bij de prijsuitreiking na de wedstrijd… dat wou ik dit jaar ten allen koste vermijden. Nochtans zag het er enkele maanden tevoren niet echt veelbelovend uit.

In de winter had ik een zware trainingsperiode met veel krachtoefeningen ingelast en ik voelde me beter dan ooit. Echter na 5 maanden van intense training, begon de mentale en fysieke vermoeidheid plots de kop op te steken. De vele trainingsuren hadden hun effect op het gezinsleven niet gemist en ook de achillespees begon weer op te spelen. Desalniettemin werd ik eind april – ook al niet blessurevrij -nog Belgisch kampioen op 10km. Eind mei tijdens de Interclub kampioenschappen waar ik voor mijn club DCLA de 5000m voor mijn rekening zou nemen, ging het acht ronden goed alvorens de kuit het langzaamaan begaf. Ik voelde de pijn met elke ronde toenemen. De laatste ronde werd een marteling, waarbij ik nog net niet hinkend over de streep kwam… maar ik wou het team ook niet in de steek laten. Zoals later zou blijken hadden we de punten nodig om de eerste plaats en de promotie naar de eerste klasse veilig te stellen. De volgende dagen nam ik de schade op. Ik herkende het gevoel in mijn linker kuit van mijn spierscheurtje in 2019. Een blessure die negen weken nodig heeft om te genezen. Ik herinner me nog dat ik aan mijn coach Claire liet weten dat het voorbij was, ik zou pas in augustus terug kunnen doortrainen, amper 8 weken voor de London marathon. Toch hield ik het hoofd koel en laste eerst 6 weken in van niks naar zeer beperkt (15km, 35km, 52km, 60km) lopen. Fysiek ging het dan wel iets beter, maar mentaal had ik toch nog mijn zorgen. Het was ondertussen half juli met nog 11 weken te gaan. Ik had nog steeds last, maar ik kon het onder controle houden. Ik had in al deze weken geen snelheidstraining gedaan, enkel rustige lopen. De laatste week van juli haalde ik voor het eerst 100km/week. Ondanks alles voelde ik dat de conditie niet helemaal weg was en op één van de babbelloopjes met mijn trouwe reisgezel Werner die me ook nu weer naar London zou vergezellen, sprak ik de hoop uit om toch nog naar het podium te dingen. Het zou nu zaak zijn consistent te trainen en geen verdere blessures op te lopen. Na een weekje vakantie volgden 6 intensieve weken die me stelselmatig naar 170km/week brachten. Ik had nog nooit zo veel getraind op zo een korte periode, maar omdat ik nog fris zat, bleek het geen probleem om dit te verteren. Er was echter iets wat me ongerust maakte: ik had amper op snelheid getraind, slechts één keer per week in die laatste zes weken (t.o.v. gemiddeld twee keer in vorige trainingscycli). De resultaten van de voorbereidingswedstrijden konden mijn gemoed gelukkig wat kalmeren. Op het PK halve marathon in Gooik liep ik onder soortgelijke warme condities op 5 seconden na de tijd van het jaar tevoren met een veel beter gevoel. Drie weken voor de grote dag deed ik mijn laatste grote trainingsweek met als afsluiter een 35km duurloop (inclusief bevoorradingsstrategie) met 7km gelijkmatig marathontempo (3:30min/km) op het einde. Drie taper weken is lang, maar ik troostte mij met de gedachte dat er nog een aantal marathontempo’s op het programma stonden. Ik reduceerde ook de krachttraining drastisch. Op de laatste gewichtstraining twee weken voor d-day sloeg het noodlot weer toe. Ik voelde kort nadien pijn in mijn quadriceps, in die mate dat ik de volgende dag een rustige loop van 15km moest inkorten. Nog geen paniek… dan maar twee dagen gedwongen rust nemen. De pijn verdween bij het stappen, maar na alweer een rustige loop kwam de pijn terug. Paniek! Gelukkig kon ik de volgende dag al terecht bij Dennis, de kinesist, die mij na een hele batterij oefeningen die ik pijnloos kon uitvoeren gerust stelde. Ik zou volledig hersteld aan de marathon kunnen beginnen. We waren ondertussen al op iets meer dan een week voor de marathon aanbeland en omdat er in de laatste week weeral geen tempo was gelopen, werden nog twee kortere tempolopen ingelast om niet te veel conditieverlies te lijden. Beide lopen verliepen uitstekend en de rust in mijn hoofd keerde terug. Er waren twee zaken die mij veel vertrouwen gaven: de uitstekende winter en mijn frisheid ondanks de zware training. Ik was er klaar voor.

Er waren twee zaken die mij veel vertrouwen gaven: de uitstekende winter en mijn frisheid ondanks de zware training. Ik was er klaar voor.

Omdat ik vorig jaar reeds met Werner Heselmans naar London was afgezakt, verliepen de dagen voor de marathon ontspannen. De Eurostar bracht ons vrijdagmorgen naar ons hotel in de buurt van Victoria station. Daarna bezochten we de expo voor het afhalen van de startnummers met daarna ook de obligate passage door de New Balance merchandise stand. Al bij al kwamen we er nog vrij goedkoop door deze keer. Op den duur heb je ook alles al in veelvoud. Omdat we ook ingeschreven waren voor de virtuele Abbott Global run marathon die we op hetzelfde moment als de London marathon zouden lopen, konden we daar ook meteen al onze eerste, maar zeker niet de laatste medaille ophalen: die was gemakkelijk verdiend. Voor de andere twee medailles zouden we wel de finish moeten bereiken. Tenslotte werd ook de carbo loading gestart met een eerste keer “penne” op het menu. ’s Avonds onder een druilerige regen werden we verwacht op een receptie in het Maritieme museum in Greenwich samen met de andere deelnemers aan het wereldkampioenschap . We maakten er kennis met Franz Weixenbaum, een Oostenrijker die net Berlijn had afgewerkt en die in onze leeftijdsgroep aantrad. Hij had er duidelijk nog zin in. We zouden hem nog de volgende dag tijdens het loslopen en natuurlijk ook op zondag terugzien. Naast de Londense race director Hugh Brasher, die ons uitvoerig welkom heette, waren ook alle andere race directors van de vijf andere majors aanwezig. We genoten van een glaasje en de excellente hapjes. Vooraleer naar het hotel terug te keren, poseerden we naast de enorme winnaarsbeker.

Zaterdag is traditioneel een dagje van platte rust op een kort losloopje na. De dag bestond uit op ons bed liggen, ons naar een restaurant begeven voor meer pasta, nauwgezet het weerbericht volgen en terug op ons bed liggen. De aangekondigde regen baarde ons een beetje zorgen. Net zondagvoormiddag zou er een buienfront over de Britse hoofdstad trekken. We legden onze poncho’s klaar voor de volgende ochtend. Tenslotte aten we ook nog drie keer pasta: één keer penne en twee keer spaghetti. De laatste keer in een gezellig Italiaans restaurant samen met de familie die speciaal naar London was meegereisd. De koolhydraten kwamen onze oren uit. ’s Middags in de trattoria waren we al in gesprek geraakt met de sympathieke Amerikaanse Braziliaan Farnese Dasilva uit New Jersey. Omdat er voor de volgende dag regen voorspeld was, hadden we onze verplaatsing met de trein een half uur verlaat om zo kort mogelijk in de regen te moeten wachten.

Grote verrassing als we zondagmorgen opstonden: na dagen van aangekondigde regen, zou deze net onder London voorbijtrekken en zou het hooguit een beetje miezeren aan de start. Tenslotte zouden we helemaal geen regen zien. De treinreis naar Blackheath verliep rustig en buiten het feit dat we aanvankelijk in het verkeerde startvak stonden verliep alles voorspoedig. Gelukkig gaf de speaker wel de juiste instructies want de Championship runners werden in een apart startvak verwacht. Daardoor was er eigenlijk weinig vrije tijd meer en na een korte opwarming drumden we allemaal samen in een hoek om ons naar de start te begeven. In tegenstelling tot vorige jaar stond ik deze keer samen met Werner in de eerste groep. Net naast ons waren de elite aan het opwarmen en na het roepen van een Nederlandse aanmoediging kwam Bashir Abdi ons persoonlijk high-fiven en succes wensen. Een mooi gebaar, want slechts enkele minuten voor de start. Plots begon het aftellen en langzaam zette de groep zich in beweging. Ik nam een behouden, maar toch stevige start. Ik trachtte zo snel mogelijk in de flow te geraken. In ieder geval was het veel vrijer lopen dan vorig jaar, nergens werd ik opgehouden.

Het duurde tot km10 rond het zeilschip de “Cutty Sark” voor er zich een groepje van 15 lopers vormde. Ik hield mij in de buik van het groepje. Daardoor hoorde ik pas (te) laat de aanmoedigingen van mijn meegereisde supporters. We hadden afgesproken dat ze nog één Maurten gel zouden geven, zelf had ik er 5 op zak, t.t.z. ik was net al aan mijn tweede gel bezig op dat ogenblik. Maar niet getreurd er waren nog punten waarop we elkaar zouden kunnen zien. Ik zat nu wel in een groepje en ik had de eerste 10km net onder de 34 minuten afgehaspeld, maar had geen idee hoeveelste ik liep in mijn leeftijdscategorie ondanks het feit dat ik in de eerste kilometers een aantal leeftijdsgenoten had ingehaald. De situatie werd al iets duidelijker op km12 toen ik plots Jonathan Walton voor mij zag, de wereldkampioen M50 van 2021. Ik wist uit de tussentijden van vorig jaar dat hij een snelle starter is, dus vermoedde ik dat er niet veel meer 50’ers voor mij zouden lopen. Omdat we hem inliepen met het groepje en ik nog comfortabel meeliep, maakte ik mij voorlopig weinig zorgen. Terecht want toen ik een vijftal kilometer later eens rondkeek in het groepje was hij niet meer te bekennen. Halverwege kwam ik door in 01:11:51, slechts luttele seconden trager dan op het BK Halve marathon in Gentbrugge in het voorjaar, met een voorsprong van 1 minuut. Ik was nog steeds ruim voor op het nationaal record schema van 1u13m. Hoewel ik me nog goed voelde, merkte ik wel dat ik al redelijk wat energie had verbruikt.

Net na London bridge had ik opnieuw mijn bevoorraders gemist, erger nog deze keer had ik ze niet eens gezien. Ondertussen was ik aan gel nummer 4. Gelukkig lukte het wel op km25, ik nam de gel aan en stak hem weg. Het eten ging steeds moeilijker nu. Mijn voorsprong stagneerde op één minuut. Ondertussen waren mijn supporters erachter gekomen dat op het rugnummer de leeftijdscategorie stond. Ikzelf wist op dat ogenblik nog steeds niet in welke positie ik liep, maar dat was op dat moment het minste van mijn zorgen. Ik trachtte mij vooral te concentreren en zo weinig mogelijk energie te verspillen. Het groepje was ondertussen al uitgedund tot een 7-tal lopers, de afvalrace ging door.

En dan op km26 voelde ik de eerste lichte kramp in mijn rechterbeen… een eerste waarschuwing van het lichaam. In de daarop volgende kilometers zouden de krampen in beide benen geregeld opspelen, maar we kwamen nu aan het stuk tegen de wind vanaf km34 en ik wou zo lang mogelijk in het groepje blijven, zelfs als het een beetje boven mijn tempo ging. We raapten twee lopers die op km17 uit het groepje waren weggelopen en nooit verder dan 100 meter voor waren geraakt terug op, alvorens ze achter te laten . Ik begon nu te voelen dat ik sinds km25 niets meer had gegeten en ik hing op 10 meter van het groepje. Gelukkig stonden mijn begeleiders er een laatste keer rond km35 en hoewel ik naar de andere kant van de straat moest lopen, miste ik het flesje cola deze keer niet. Nadat de eerste bruis eruit was, deed ik een allerlaatste poging om zoveel mogelijk suikers binnen te krijgen. Ik mocht nu niet meer versagen, want naast de bevoorrading had mijn broer ook toegeroepen dat ik eerste liep. De cola en deze wetenschap zorgde ervoor dat ik op de rand van krampen verder aanklampte in het groepje.

Wat ik niet wist, was dat in werkelijkheid Jonathan Walton – de tweede in de wedstrijd – na km25 serieus vertraagd was en daar al 5 minuten achter liep.

Tenslotte moest ik de anderen laten gaan en op karakter en onder luide aanmoediging bereikte ik de finish in 2u25m38s, 23e niet-elite, 50e algemeen, 7e master, 1e M50’er. Het Belgisch record van Chris Verbeeck uit 2009 (2u26m59s) was uit de boeken gelopen. De tweede M50’er eindigt op 8 minuten, op de derde is het zelfs 10 minuten wachten.

Ik finishte in 2u25m38s, 23e niet-elite, 50e algemeen, 7e master, 1e M50’er. Het Belgisch record van Chris Verbeek uit 2009 (2u26m59s) was uit de boeken gelopen.

Na de finish is het zaak om niet volledig te verkrampen. Ik bel met mijn Amerikaanse coach Claire Bartholic die speciaal vroeg is opgestaan om de kunnen volgen. We zijn door het dolle heen. In alle emotie vergeet ik mijn Abbott World Championship medaille op te halen. Een vergetelheidje die mij nog eens twee kilometer extra doet terugwandelen, maar dat heb ik er op dit moment allemaal voor over. Ik stap stijf door London, maar op een roze wolk… wat een race was dat! Als ik op de kamer kom is Werner er reeds. Ook hij heeft weeral een mooie prestatie neergezet: 2u51m22s, 43e M50.

Net zoals vorig jaar gaat de avondreceptie met prijsuitreiking door in het chique Park Plaza Westminster hotel. Abbott had duidelijk geluisterd naar de feedback want deze keer geen staande receptie, maar tafels met stoelen. ’t Is te zeggen voor diegenen die voor het aanvangsuur aankomen. Bij onze stipte aankomst blijken alle stoelen reeds bezet, dus toch weer een staande receptie voor ons. We ontmoeten er opnieuw Franz (2u52m36s) en Farnese (2u49m51s) en ook onze Amerikaanse landgenote Marie Billen. Haar aanstekelijk enthousiasme zorgt meteen voor sfeer. Ze stelt ons voor aan een trainingspartner uit haar loopgroep, Dave Walters (M60 wereldkampioen). Hij vertelt me dat hij als vliegtuigpiloot goede herinneringen aan Brussels overhoudt en dat dit de 16e major is die hij in zijn age group wint. Dan ben je blij als je mee op de foto mag.

Na een halfuurtje is het tijd voor het officiële gedeelte. Eerst wordt de aanstelling van kersvers CEO Dawna Stone aangekondigd. Wanneer er niet genoeg enthousiasme is bij haar opkomst op het podium, laat ze ons alles nog eens overdoen. Straffe madam! Toch blijft het geroezemoes in de zaal groot en krijgt ze het druk pratende publiek niet echt stil. Dan volgt de prijsuitreiking die begint met “we hebben geprobeerd om één van de toplopers van vandaag hier te krijgen voor de overhandiging van de trofeeën, maar dat is helaas niet gelukt. We hebben dan maar een beroep gedaan op een viervoudig winnaar van de London marathon. Please welcome Eliud Kipchoge!” Een deur zwaait open en daar komt de minzame man het podium opgestapt. Plots valt de zaal compleet stil… en dan stormt iedereen naar voor met de smartphone in de hand. Ik heb nog nooit iemand gezien die zo een impact had op een volle zaal. Zelfs voor de officiële fotografen is er voor het podium plots geen plaats meer, iedereen wil die selfie nemen met de grootste marathoner aller tijden.

Als ik besef welke eer me te beurt zal vallen door van hem de trofee te krijgen, gaat er een golf van opwinding door mijn bloed. Dit is nog mooier dan wereldkampioen worden. Als ik op het podium kom laat ik mijn emoties eventjes los en werp mijn handen wild de lucht in. Ik krijg felicitaties, een handdruk en een arm om me heen. Dit is adrenaline, dopamine… en alle andere andere -ines tegelijk. Puur genieten. Ik onderdruk een glimlach als ik nog net zie hoe Werner het aan de stok krijgt met de organisatie omdat hij naar voor springt in de no-fly zone om de ideale foto te maken. Tenslotte mogen alle medaillewinnaars samen nog eens op het podium. Ik verwonder er me steeds om hoeveel rust er van Kipchoge uitstraalt. Zelfs al loopt de ceremonie niet zoals gepland, hij blijft rustig lachen en wachten. En dan … even plots als hij gekomen was, verdwijnt hij weer van het podium. Iedereen keert terug naar zijn plaats, nog steeds napratend over wat er allemaal gebeurd was.

Terwijl we nog een glas drinken, komen ze me halen voor een interview voor de camera. Toch wel een spannend momentje om uit het niets in het Engels op vragen te antwoorden. Tenslotte vragen ze me om een oproep in te spreken voor het volgende wereldkampioenschap in Chicago in 2023. Na een keer of drie staat het erop zoals ze willen. Nu kan ik echt ontspannen en rustig aan tafel gezeten van een pintje genieten. Het is een drukke dag geweest.

Het is een ongelooflijke tocht geweest de laatste jaren met een apotheose om u tegen te zeggen.

Een record raak je kwijt, maar een wereldtitel die blijft en nemen ze je niet meer af

Coach Jeroen Van Nieuwenhove

Tenslotte wil ik een aantal mensen expliciet bedanken: mijn gezin die mij vele uren heeft moeten missen, Joost, Griet, Astrid en Sterre die het allemaal vanop de eerste rij mochten beleven, maar ook alle supporters die vanop het thuisfront mee supporterden. Coach Claire die in al die jaren toch altijd weer met een werkbaar schema op de proppen kwam, Werner, klankbord, fotograaf, reisgezel en kamergenoot bij mijn buitenlandse marathons, kinesist Dennis die af en toe wat werk met me had, DCLA en vooral de Brokkenlopers voor de wekelijkse gezellige babbelloopjes en alle andere sympathisanten die mij een berichtje stuurden. Bedankt!

Abbott World Marathon Majors Wanda Age Group World Championships Awards – The aftermovie

https://fb.watch/gdbyewbBhq/

Boston marathon | 15 Apr 2019 | 02:38:29

De voorbereiding voor de oudste van alle marathons was verre van optimaal geweest. Na een spierscheur in de rechterkuit in Februari zorgde een geïrriteerde zenuw in de rug in Maart ervoor dat ik ook aan de start nog zorgen had over een stijf linkeronderbeen. Toch had ik de nodige kilometers gelopen om op een mooi resultaat te mogen hopen. Op vrijdagmorgen vertrok ik samen met DCLA clubgenoot Werner Heselmans richting Boston. Al tijdens de geplande tussenstop in Londen ging het mis; we misten de aansluiting en werden naar een vlucht 5u30 later verwezen. Uiteindelijk zouden we 23 uur onderweg zijn vooraleer we in het hotel in Boston aankwamen.

De volgende dag bestond onze belangrijkste opdracht erin om ons startnummer in de Expo op te halen. Na het trotseren van opnieuw een lange wachtrij konden we het Hynes Convention Center binnen. Daar ontmoetten we meteen landgenoot Kurt Van De Velde en samen bezochten we de uitgebreide expo. Op zondag kregen we nog een tip van Anne en Vincent Hardy die vorig jaar hadden meegedaan dat het wel handig was om andere schoenen te hebben aangezien het modderig kon worden in de tent in het atletendorp aan de start. Hierop waren we niet voorzien, maar gelukkig konden we na enig zoeken een goedkoop paar slippers op de kop tikken. Ook het late aanvangsuur van het ontbijt in het hotel hadden we door zelf een paar boterhammetjes met confituur te maken weten te omzeilen. Zondag hadden we nog uitgebreid gecarboload in the Cheese Cake Factory. Kortom we waren er helemaal klaar voor.

Om 5u45 vertrokken we naar de Gear check nabij Arlington metro station. Daar zorgden we ervoor dat we na de wedstrijd de nodige kledij zouden ter beschikking hebben. We konden nu nog slechts een miniscuul zakje naar de start meebrengen waarin onze boterhammen en pre-race drankjes net pasten. Om 6u15 stapten we aan boord van de officiële schoolbussen die ons van Charles Street tussen Boston Common park en Boston Public Garden naar Hopkinton brachten. Zoals voorspeld brak de regen en het onweer tijdens de rit pas echt los. Vanwege de aanhoudende regen en thunderstorms werd beslist om de bussen aan de kant te zetten. Hoewel het vrij warm werd in de bus vonden we het niet erg om droog en warm te zitten. Na een kleine 20 minuten ging de reis verder richting atletendorp. Rond 7u30 werden we afgezet en stapten we naar de grote tent na een baggle en drinken te hebben meegenomen in de bevoorrading. Na enig zoeken vonden we een plaatsje. Het regende nog steeds weliswaar niet meer in dezelfde mate. Binnen in de tent bleek het nog droog en enkel aan de uitgang was het een beetje modderig.

Rond 8u50 begaven we ons richting corrals. Ondertussen was het gestopt met regenen. Na het obligate kiekje (“I’ve got you babe”) werden we om 9u15 stipt toegelaten naar de corrals die nog een 800 meter stappen vereisten. We ontdeden ons reeds van de meeste extra laagjes kleren en deponeerden ze in de speciale zakken voor een tweede leven, we wensten elkaar good luck en begaven ons elk naar ons eigen corral. We zaten beiden in de eerste “rode” golf.

Na een noodzakelijke stop in een immens toiletpark konden we rustig in de corral plaatsnemen. Naast mij stond bladerunner Marko Cheseto die beide benen verloren was door bevriezing na een 55 uren durende loop in Alaska. Na de huldiging van enkele plaatselijke veteranen en een mooie vertolking van het Amerikaanse volkslied op de seconde gevolgd door een fly-by van twee F35 toestellen weerklonk om exact 10u02 het startschot en konden we vertrekken. Meteen na de start ging het steil bergaf wat meteen een beproeving was voor de kuiten. En hoewel het in de aanvangskilometers vooral bergaf was, had ik het moeilijk om in mijn ritme te komen door de afwisseling van bergop en bergaf. Ondanks de moeite die ik deed werd ik langs beide kanten voorbijgestoken. Uiteindelijk na 7km veel te veel afzien bereikten we Ashland waar het vlakker werd en ik mijn adem terugvond. Eindelijk vond ik het juiste tempo. Op weg naar Framingham zag ik een drietal lopers uit mijn categorie passeren. Na 10km in Framingham kwam ik door in 36m29s wat nog binnen het verwachte tijdschema lag.

Ook in de volgende kilometers bleef het terrein golven en toen we na 10 mijl Natick doorkruisten moest ik even denken aan Billy Rodgers die hier in 1975 zijn laatste tegenstander Drayton achterliet om naar de overwinning te soleren. Alles liep voorlopig nog gesmeerd, ik had ondertussen twee lopers van mijn categorie terug ingehaald, maar ik voelde toch reeds de eerste vermoeidheid in de benen. Het was duidelijk niet mijn beste dag. Maar veel tijd om hierbij stil te staan was er niet, want ik moest alweer een Maurten gel naar binnen werken. In de verte weerklonk plots een oorverdovend gejuich, onmiskenbaar de “Scream tunnel” in Wellesley, waar de meisjes uit de plaatselijke high school traditioneel kussen uitdelen aan de deelnemers, daarbij zichzelf aanprijzend met borden met zelfgemaakte slogans. Dit gaf opnieuw een adrenalinestoot, maar tijd om te kussen was er niet, het bleef bij high fives. We waren nu halfweg en op de klok was 1u17m04s te lezen. Ik was nog steeds op schema maar niet met de gewenste benen. Ik voelde hoe mijn kuiten aan het verstijven waren vooral door de snelle afdalingen (hoewel de hellingen ook wel hun deel deden).

Het was nu wachten op wat komen zou vanaf mijl 16. In de afdaling naar de voet van de Newton hills hield ik bewust nog even in om op gepaste manier de hellingen aan te snijden. Het ging duidelijk trager op de eerste helling, maar ik kon mijn plaats in de uitgerekte slang van lopers behouden. Het werd weer even iets vlakker. Desondanks voelde ik de eerste tekenen van krampen in mijn kuiten. Ik besloot mijn geheim wapen in te zetten en dronk een “Hot Shot“. Even stond mijn mond in brand, het gevoel van krampen verdween niet volledig, maar toch zouden ze deze keer niet echt doorbreken.

Ondertussen diende de tweede helling zich aan. Deze was steiler en ik werd genoodzaakt om kleinere passen te nemen en over het overslagpunt te gaan. Gelukkig duurde deze inspanning niet lang. Op mijl 19 snelden we voorbij het Johnny Kelley “the Elder” monument ter ere van de plaatselijke loper die in 1935 en 1945 won. Het volk stond nu dik en er waren vele aanmoedigingen.

Kort daarna was er de derde helling, die dan weer wel meeviel. Veel respijt was er niet want daar ging de weg weeral slingerend omhoog voor de gevreesde Heartbreak hill. Deze helling had zijn naam gekregen toen in 1936 Johnny Kelley hier meer dan een halve mijl achterstand op de leider Ellison “Tarzan” Brown goedmaakte. Toen hij aansluiting vond, klopte hij Tarzan op de rug die hierdoor zijn moed hervond en er opnieuw alleen vandoor ging om de marathon te winnen. De reporter Jerry Nason schreef dat het Johnny’s hart brak en de term “Heartbreak hill” was geboren.

Net voor de top zag ik links het Belgische legioen staan, waarover ik zaterdag getipt was door Dirk De Cock (3u26m40), die samen met zoon Olivier (3u57m17s) een prachtige marathon zou lopen. Even moesten ze wakker geschud worden, maar dan reageerden ze enthousiast.

Eindelijk was ik boven en kon ik de afdaling richting Brookline aanvatten. Mijn kuiten deden nu echt pijn bij elke stap in zulke mate dat de tranen me in de ogen stonden. Er was enkel nog de gedachte om vol te houden en zo snel te lopen als ik kon. Gelukkig bleven er vanuit het publiek aanmoedigingen komen zodat opgeven geen optie was.

Eindelijk kwam het beroemde Citgo teken na 25 mijl in zicht, nog één mijl. De tunnelpassage met bijhorende klim op Common wealth street zorgde bijna voor krampen, maar dan ging het eindelijk naar rechts Hereford street omhoog en dan naar links Boylston street in voor de laatste 600m naar de finish aan Copley plaza. Zonder grote versnelling op het einde finishte ik in een tijd van 2u38m29s, goed voor een 298e algemene plaats en 12de plaats in de M45 categorie. Geen PR, maar zeker een tijd waarmee ik tevreden kon zijn. De talrijke vrijwilligers overhandigde de mooie medaille steevast vergezeld van een “Congratulations” en dat voelde goed.

Collega Werner deed het ook uitstekend: ondanks zijn niet ideale voorbereiding pushte hij zichzelf nog net onder de drie uur (2u59m42s). Nadien was het tijd voor het genieten met een Amerikaanse burger en het speciale 26.2 bier.

Berlijn marathon | 16 Sep 2018 | 02:36:06

Midden September wachtte mij in Berlijn mijn tweede grote doel van dit jaar: een marathon in 2u33m proberen te lopen. De omstandigheden waren bijna perfect (een goede trainingscyclus achter de rug en ideaal marathonweer, echt wereldrecord omstandigheden :-)). Aan de start stond ik slechts een twintig meter achter de elite, de adrenaline kolkte. In zo een omstandigheden probeerde ik langzaam te starten maar natuurlijk vertrok ik te snel met de eerste vijf km tussen 03m25s en 03m30s/km. Aan de Siegessäule op het einde van de grote boulevard sloot ik me aan bij een groep vrouwelijke elite subtoppers en besloot bij hen te blijven. Ondanks de matige temperatuur drupte het zweet al vanaf de eerste kilometer.

In de komende tien kilometer voelde ik me niet geweldig (34m50s), maar ik klampte achter in het groepje aan. Dan begon het eindelijk beter te gaan. De ademhaling was nu onder controle en de volgende vijf kilometer waren de beste van de ganse wedstrijd. Ondertussen werd de groep van ongeveer tien vrouwen gelijkmatig door Antonio gehaasd en alles bleef rustig samen tot km 21 (1u13m36s) vooraleer het tempo plots naar boven ging (03m22/km) alsof we reeds aan de aankomst waren. De gevolgen lieten niet op zich wachten; het groepje explodeerde compleet. Ik liet twee vrouwen gaan en besloot dat mijn beste optie was om bij Antonio te blijven in een groepje van nog slechts vijf. Aan km 25 was Antonio klaar en stapte hij uit de wedstrijd. Het groepje verbrokkelde verder en net als Kipchoge had ik nog 17 lange eenzame kilometers te gaan. In tegenstelling tot hem was ik echter een beetje aan het vertragen, maar ik was toch nog steeds op schema voor een prachtige tijd. Na twee uur bij het 34km punt hoorde ik de speaker aankondigen dat Kipchoge een ongelooflijke wereldrecord aan het vestigen was inn 02u01m … 36,37,38,39s. Dat gaf me terug enige hoop om ook een mooi resultaat te behalen. Ik voelde me moe maar nog niet gebroken. Als ik in de laatste 8 km 4m00/km kon lopen, zou ik mijn doel bereiken! Ik zei tegen mezelf dat de marathon nu echt zou beginnen en dat ik moest volhouden. Ik wist dat mijn zoon en vrouw rond km37 zouden staan met een frisse Cola en ik wou hen zeker niet teleurstellen. Rond die tijd voelde ik echter ook dat de benen aan het verkrampen waren.

Plotseling bij km 39 net aan de voet van een brug met minimale stijging, verkrampte mijn rechterbeen compleet en kwam ik abrupt tot stilstand. Onmiddellijk schoot een vriendelijke steward me ter hulp en bood me aan om – op hem steunend – mijn rechterbeen te strekken. Elke tien seconden probeerde ik opnieuw te vertrekken, maar tevergeefs. Onnodig te zeggen dat dit alles werd vergezeld door enkele Vlaamse krachttermen, die echter door de Berlijnse steward maar al te goed begrepen werden. Ondertussen kwamen enkele medici vanuit de nabijgelegen drinkpost drie bekers water brengen en boden me aan om in de tent te gaan liggen, iets wat ik vriendelijk weigerde. Ik wist inmiddels dat de kans om de doeltijd en een mooie plaats te lopen verkeken was.

Maar de meedogenloze marathon is 42,195 km en geen kilometer minder.

Eindelijk na drie kostbare minuten kon ik weer voorzichtig vertrekken. Vanaf dan zat er niets anders op dan vlak onder de drempel proberen te blijven zodat de krampen niet terug zouden keren. Iets wat helaas niet volledig succesvol was, want even later moest ik opnieuw een korte stop maken voordat ik in de laatste twee km langzaam weer kon versnellen. Uiteindelijk finishte ik in 02u36m06s als 212e en 14e in mijn leeftijdscategorie (M45). Ondanks het feit dat dit een verbetering was van mijn persoonlijk record met drie minuten bleef ik met een ontevreden gevoel achter omdat ik mijn doel niet had gehaald hoewel ik er zo dichtbij was. Maar de meedogenloze marathon is 42,195 km en geen kilometer minder. Het is wel leuk om de vrouwen met wie ik liep te zien eindigen in de top 20 resultaten (meestal tussen 2u28 en 2u32). Nu is het moment aangebroken om te rusten, te herstellen en alles te laten bezinken … Boston wacht al op me voor een nieuwe poging.

New York City marathon | 5 Nov 2017 | 02:42:17

Dé wedstrijd door de vijf wijkbuurten. Laat ik om te beginnen zeggen – wat een ongelooflijke evenement en organisatie! Bedankt New York.

Ik had reeds tijdens de inschrijving beslist om met de bus en niet met de ferry naar de start in Staten Island te gaan. Ik was ingedeeld in de eerste rit en op dit ontiegelijlk vroeg uur ging alles zo vlot dat ik reeds om 5u45 op de startsite was. Na de controle van de zakken restte me nog 4 uur voor de start. Meer dan voldoende tijd dus om de wedstrijd te overdenken en bloednerveus te worden. Eindelijk mochten we in het vak om ons klaar te maken en nog eens twintig minuten later konden we ons naar de start begeven. Door me op de derde rij van de eerste groene golf te wurmen verzekerde ik me van een probleemloze en vlotte start.

Ik denk dat heel Brooklyn naar buiten gekomen was want de menigte stond in bepaalde wijken rijen dik. In andere wijken was er dan weer niemand te zien en werd het angstvallig stil.

Met in de eerste km meteen de beklimming van de Verrazano-brug deed ik het kalm aan om niet te veel energie te spenderen en bovendien zou ik in de afdaling van de brug wat tijd terug winnen. De eerste 10 km voelde ik me echter niet zo goed, maar ik zat op mijn marathontempo van 03m50s/km en hoewel lopers me passeerden, kon ik min of meer mijn positie behouden. Ik verstopte me in groepen omdat de wind van de zijkant waaide en het vaak ook gewoon tegenwind was. Ik denk dat heel Brooklyn naar buiten gekomen was want de menigte stond in bepaalde wijken rijen dik. In andere wijken was er dan weer niemand te zien en werd het angstvallig stil. Vanaf km 10 begon ik me beter te voelen. Halverwege de marathon in Queens was ik nog steeds op schema (1:20:50) voor een 2u41m of 2u42m. Toen we aan km 25 op de eenzame Queensboro-brug liepen – want hier is geen publiek toegestaan – hield ik even in tijdens de klim en opnieuw passeerden enkele lopers me. In de afdaling kwam het ronkende geluid van de joelende menigte op 1st Ave steeds dichterbij. Een bocht naar links leidde ons naar 1st Ave en dit was voor mij het moment om opgezweept door het publiek het tempo opnieuw op te nemen. Ik voelde me nog steeds goed en enkel het tempo vasthouden zorgde er al voor dat ik andere lopers begon op te pikken.

In de afdaling kwam het ronkende geluid van de joelende menigte op 1st Ave steeds dichterbij. Een bocht naar links leidde ons naar 1st Ave en dit was voor mij het moment om opgezweept door het publiek het tempo opnieuw op te nemen.

Na een korte passage door de Bronx was ik nu volledig geconcentreerd op de klim van 5th Ave naar Central Parc in Manhattan. In de laatste 500 m voordat ik Central Parc betrad, begon ik plots de vermoeidheid te voelen, de marathon had mij ingehaald. Net op dat moment zag ik een 50 meter voor me  een Colombiaanse loper die hetzelfde tempo als ik liep en ik besloot naar hem te lopen en erbij te blijven. De laatste tien meters dichten ging heel moeizaam, maar op de top bij het afdraaien naar Central Parc was ik bij hem en in de daaropvolgende afdaling kon ik snel wat herstellen. Op dat moment realiseerde ik me dat ik al in mijl 24 was en visualiseerde ik me een 4 km die ik al zo vaak in tempo op training gelopen had. Nog slechts 16 minuten volhouden. Ondertussen versnelde de Colombiaan weer, maar ik kon de kloof terug dichten. Met nog één mijl te gaan besloot ik dat mijn moment gekomen was en ik versnelde zelf op een van de kleine heuvels in Central Parc. Het gat werd echter niet meer dan 25m en bij mijl 26 passeerde hij me weer (we waren nu constant lopers aan het passeren). Tenslotte waren we op de laatste twee heuvels voor de finishlijn. In de laatste 250 meter speelde ik alles of niets en forceerde een finale eindsprint waardoor ik 2 seconden voor hem zou eindigen. Door te concurreren hadden we het tempo hoog gehouden en was ik geëindigd in 02:42:17 een nieuw persoonlijk record met 5m30s !!!. Mijn hard bevochten overwinning smaakte zoet, maar slechts voor korte tijd omdat ik achteraf moest vaststellen dat hij 10 seconden achter mij was begonnen, vandaar was zijn netto tijd beter en dus eindigde ik als 7e  en niet als 6e in mijn leeftijdsgroep. Ik was 170e algemeen (van 50643 finishers). Achteraf was het nagenieten in een warme poncho met een medaille die je persoonlijk om de hals gehangen werd door één van de vele vrijwilligers.

Het was ongetwijfeld de best uitgevoerde wedstrijd met de middelen die ik vandaag ter beschikking had. Het publiek was geweldig en ik beveel de race aan iedereen aan. Ik verliet New York blij en tevreden na een klein feestje met hamburger en wijn. Ik begrijp nu beter dan ooit waarom lopers zo graag naar New York terug willen komen.

Stockholm marathon | 3 Jun 2017 | 02:47:47

Stockholm marathon – main objective of this year. New PB on Marathon: 02:47:47 and Half marathon: 01:22:20. It was a FANTASTIC day. Everything went as planned, conditions were perfect. I had the splits printed around my arm and I stayed on pace when running on feel. First km I was spot on the 4min/km pace. My previous PB dated 25 years ago when I did run 3 marathons (2:47:58). After 10 years of sports inactivity it took me nearly 2 years and 3 marathons to break my PB and hence achieve my main goal. On top I finished 83th/16860 participants, 5th in my age category. I knew I had found great shape but this still exceeded my wildest expectations. The slight uphill (very little but noticeable at the end of a marathon) in the last ten km’s made it really hard. The crowd in the Olympic stadion at the finish was amazing. This marathon is organized excellently. Now I have to find a new goal… But first I will take some good rest and then race some 10km. Recovery went well so far, today my legs felt normal again. Still I will take the 2 to 3 weeks rest from workouts.

Frankfurt marathon | 30 Okt 2016 | 02:55:40

Frankfurt marathon run: 02:55:40. It’s been long time I had such fullfilling feeling. I worked for sub 3h and I did it!!! Conditions were perfect (15C no wind, flat parcours). I ran the race according to plan and according to my current possibilities. Slower start and then race pace as trained for. Half way 01:28:26. As of km30 I started to pass other runners. Very motivational! I kept my cool and stayed on pace though. With 2 km to go I felt I would make it and pushed it: my first negative marathon split. Above all I could enjoy the race. I felt tired but not wasted at the red carpet finish line. 
The training plan and your support kept me on track for this effort. Thank you coaches, thank you all…

Special thanks also to rc’er Oumer Teyeb who made this weekend really enjoyable. Having him running with me inspired me even more. We will definitely meet again..