Linden Bosloop 2019 – gezellig onderonsje van de Brokkenlopers

Op vrijdagavond 16 augustus was het verzamelen geblazen voor de fine fleur van de Lubbeekse loopscene op de Lindense bosloop, één van de vier manches van de “marathon van Lubbeek”. Er stonden drie afstanden geprogrammeerd: 4, 7 en 14km. Het parcours was nagenoeg hetzelfde als verleden jaar, alleen waren start en finish verschoven naar het Chirolokaal in de Kerkdreef. Dat betekende dus voor de langste afstand dat er – na een inlooprondje – in 2 rondes heel wat geklommen mocht worden.

Het voordeel van een wedstrijd zo dicht bij huis is dat je er als opwarming naartoe kan lopen. De benen voelde nog wat zwaar aan van de trainingen van de laatste weken. Ik had dan ook geen speciale rust gehouden als voorbereiding. Het was eerder een goede manier om een doorgedreven training te hebben. Naast een ruime aanwezigheid van Brokkenlopers, was er ook een ruime vertegenwoordiging van de familie Heselmans want naast Werner was ook de tweeling van de partij.

De warm-up gebruikten we om Tibo en Tobi aan te moedigen die in de 4km beslag legden op de 6de en 7de plaats. Tobi bleek net iets sterker te zijn vandaag.

Dan werd het voor ons ook tijd om ons naar de startlijn te begeven. Afgaande op Werner’s tempo op training schatte ik dat we ongeveer aan hetzelfde tempo zouden lopen. Met enige vertraging klonk het startschot. In de inloopronde van ongeveer één km legde de wedstrijd zich meteen in een min of meer definitieve plooi. Ikzelf sloot aan bij Alain Iwens en zonder een woord te zeggen, vonden we elkaar in het regelmatig afwisselen aan de kop. Soms nam de éné een beetje voorspong dan de andere maar nooit meer dan een paar meter. Bij de eerste passage aan de meet vernamen we dat we op een 5de en 6de plaats lagen.

Voor ons zagen we nog Frank Van De Weyer in 4de stelling lopen. Bij het afslaan van de Nachtegalenstraat zag ik dat Werner een 25m achter ons liep. Bij de bevoorrading boven op de Kasteeldreef had ik de indruk dat hij zelfs dichterbij kwam en ik besloot om hem een beetje op te wachten, met het idee dat we misschien een groepje van drie konden vormen. Net toen hij op het punt stond aan te sluiten in de steile afdaling uit het bos hoorde ik een scherpe kreet achter mij. In de donkerte van het bos had Werner zich mistrapt en zijn enkel omgeslagen. Ondanks de pijn ging hij gewoon door. Ondertussen was de kloof met Alain iets te groot geworden om nog terug te keren. We hielden het tempo wel strak en kwamen met de glimlach binnen op een 6de (Werner) en 7de plaats (Tom).

Vijf minuten eerder had Kevin Verluyten afgetekend gewonnen voor Chriske Wouters en Bart Geldof. Voor de rest werd het bijna een clean sweep van de Brokkenlopers in de top 10, toch wel een indrukwekkende prestatie. Die doorgedreven trainingsmethodes van Jeroen werpen duidelijk hun vruchten af…

BK 10km op de weg – anonieme 117e plaats

Reeds een tijdje stond het BK 10km aangevinkt op de agenda als de volgende voorbereidingswedstrijd voor de najaarsmarathon in Chicago. Het zou een goede graadmeter moeten worden van waar ik stond aan het begin van de marathonspecifieke training en ik koesterde ook wel de ambitie op een goed resultaat.

Op het BK5000m in Sint-Niklaas begin Juni had ik toch een beetje geforceerd zodat de sluimerende zeurende pijn aan de buitenkant van het rechterbeen opeens heel acuut werd. Toen na het nemen van een beetje rust bleek dat bij het hernemen van de training de pijn terug kwam, werd het dus tijd om medische assistentie in te roepen. Het verdict was hard: een ontsteking op de pereonale pezen, een blessure die niet zo gemakkelijk geneest. Hier moest een specialist bij geroepen worden. Mijn kamergenoot in Boston, Werner Heselmans had goede evaringen met kinesist en gerenommeerd marathonloper Dennis Laerte. Al bij het eerste bezoek werden een aantal zaken duidelijk: ten eerste waren mijn bilspieren te zwak waardoor er teveel gevergd werd van de onderbenen en ten tweede zou de correctie hiervan tijd vergen, meer dan de voorbereidingstijd voor dit BK. Ik moest dus elke ambitie opgeven vermits er in de voorbereiding wel zou kunnen gelopen worden, maar met een lager volume en zonder het snelheidswerk. Voor de versterking van de bilspieren werden squat-achtige oefeningen dagelijkse kost. Volgens Jay Dicharry moet je de spieren die je wil stimuleren 4 tot 6 duizend keer gebruiken vooraleer ze in het spiergeheugen zitten. Dus werd er vanaf dan 120 keer per dag ge-squat. Als we daarbij nog de vakantie optellen, wat traditioneel een periode is waarin het moeilijker is om de strikte looproutine te vrijwaren, dan besefte ik maar al te goed dat ik geen enkele aanspraak zou kunnen maken op een goed resultaat. Meer nog de deelname kwam zelfs volledig in het gedrang toen ik een week voor het kampioenschap een terugval kende en opnieuw pijn had bij het stappen.

Hoewel mijn coach er niet echt achterstond, wou ik toch graag naar de wedstrijd voor de sfeer en om de concurrenten eens terug te zien. Een lichte pijnvrije test van 10km daags voordien, gaf mij genoeg vertrouwen om de volgende dag naar Lokeren af te zakken. Om mezelf toch een uitdaging te geven was het doel om 36m30s te proberen lopen.

Ik moest even glimlachen toen mijn naam werd afgeroepen als Belgisch kampioen op de piste op deze afstand en één van de kanshebbers in het duel om de Belgische titel bij M45. Ik wist wel beter… en aangezien ik toch geen ambitie had om met de eersten te lopen nam ik meer achteraan in het startvak plaats, wat toch meteen al een achterstand van 10 à 20 seconden oplevert vooraleer je echt kan beginnen lopen.

In de eerste kilometer passeerde ik nog heel wat lopers, maar in de volgende kilometer stabiliseerde zich de plaatsen en liep ik gewoon mee met de lange loopslang. Ik zag dat Eddy Vierendeels ongeveer 15 meter voor mij liep en hoewel ik graag wou, was ik niet in staat om het laatste gat te dichten. Wegens een schrijnend gebrek aan snelheidskilometers ging het heus niet van harte in deze eerste kilometers en het duurde tot km 7 vooraleer het lopen een beetje comfortabeler werd. Sneller dan verwacht kwam de finish in zicht, er restte nog een laatste ronde op de piste. Ik was verbaasd toen mijn clubgenote Charlotte Dewilde mij sprintend passeerde met nog een halve ronde te gaan, vooraleer uit te lopen en zich naast de piste te vleien. Ik riep haar nog toe dat de finish na de bocht lag. Later vertelde ze me dat ze dacht dat daar al de finish was. Een beetje bizar terwijl ze juist zo een mooie wedstrijd liep, want het koste haar natuurlijk wel enkele extra plaatsen. Toen ik de finish in 36m10s overschreed liep ik nog steeds 3 seconden achter kersvers Belgisch kampioen Eddy (M65). Ik kon zeker leven met dit resultaat, temeer daar de blessure niet opgespeeld had. Het feit dat ik slechts 117e was is een goede weerspiegeling van de sterkte van het deelnemersveld.

In mijn leeftijdscategorie was het goud voor Stefaan Van Den Broek die een mooie reeks van overwinningen in deze wedstrijd aan het neerzetten is, voor Chriske Wauters en de Belgische kampioen op de 5000m, Dirk Vermeiren. Mijn rechtstreekse concurrent van het BK10km op de piste Gert Stuyven werd zesde, terwijl ikzelf negende werd.  Koen Naert onze Europese marathon kampioen was de snelste bij de senioren. Marijke Willekens (M55) van DCLA tenslotte heeft al gans het jaar een abonnement op zilver en dat was in Lokeren niet anders.

Met nationale trots…

Naar aanleiding van hun nationale feestdag in de maand Juli zet Abbott World Marathon Majors zes landen in de kijker door voor elk land aan één van hun hoogst gerangschikte lopers in de Wanda Age Group World Rangschikking te vragen hoe zij hun nationale feestdag vieren, wat hardlopen voor hen betekent en hoe zij zich voelen omtrent de deelname in het inaugurele wereldkampioenschap in London volgend jaar .

Lees in hun nieuwsbrief nummer 10 hoe het allemaal begon voor mij en hoe ik hoop om volgend jaar de Belgische kleuren te mogen verdedigen.

BK 5000m Masters Outdoor – ondankbare 4de plaats

Na de eerste snikhete test op de 5000m in Merksem als onderdeel van de BvV Interclub, stond op 16 juni om 16u45 in het G. Bontinckstadion in Sint-Niklaas, de thuisbasis van AC Waasland het Belgisch kampioenschap op het menu. Naast een beperkte DCLA delegatie waren ook mijn ouders van de partij wat altijd een mooie extra stimulans is. Hoewel ik nog steeds lichtjes geplaagd werd door een zeurende blessure aan het rechteronderbeen zou deze door een goede warm-up geen enkele betekenis spelen in de prestatie. Vooraf had ik het podium halen als doelstelling vooropgesteld, iets wat gezien de sterke deelnemerslijst en de enigszins beperkte specifieke voorbereiding op deze kortere afstand waarschijnlijk het hoogst haalbare zou zijn. In deze wedstrijd zou ik trouwens niet de enige DCLA’er zijn, ook Davy Segers (M40/DCLA) stond – ook al onzeker vanwege blessurelast – samen met een twintigtal andere atleten aan de start. In de opwarming voor de start was ik met Gert Stuyven (M45/AVLO) de nummer 2 van het BK 10000m al een oude bekende tegengekomen. Hij had de dag ervoor reeds het goud in de 3000m steeple veroverd, maar ik wist dat hij er alles aan zou doen om op sportieve wijze revenge te nemen. Aan de start kon ik weeral rekenen op de deskundige analyse van de tegenstanders door Michel Jordens, wat natuurlijk erg handig is als je de tegenstanders niet echt kent. Naast Gert werden vooral Christophe Colpaert (M45/KKS), Dirk Vermeiren (M45/ACBR), Fabrice Hastir (M45/ARCH) en Henk De Keukelaere (M45/AZW) getipt. Ook Marc Neefs (M50/DCLA/4m30s39) die op ongelooflijke wijze het goud had veroverd op de 1500m na de verzuring van de gedoodverfde favoriet David Hellinx (M50/AVKA) en een onwaarschijnlijke eindsprint, kwam me nog aanmoedigen. Op dezelfde afstand was de immer sympathieke Wim Herman (M45/WIBO) uit Boom in onze leeftijdscategorie de onbetwiste kampioen geworden. Na een trage wedstrijd haalde hij het met een vlijmscherpe eindsprint ten nadele van Luc Berghoms (M45/ATLA) voor wie deze nederlaag totaal onverwacht kwam en moeilijk te verkroppen zodat hij zich van zijn kleinste kant liet zien door afwezig te blijven van het podium

Maar terug naar de wedstrijd. Na het startschot werd de pas er direct stevig ingezet (km1: 3m12s). Ik volgde in pakweg 8ste positie in het spoor van Christophe Colpaert. Ik rekende erop dat het vooral M40 atleten waren die zich in de voorste gelederen zouden bevinden. Ik zag in ieder geval dat Davy zich rond een podiumpositie ophield. Mijn vermoeden werd in de volgende ronde door Michel bevestigd, ik lag in derde positie en was dus nog op schema. Na een drietal rondes scheurde zich vooraan een groepje een tiental meter af. Het was Dirk Vermeiren die vanuit de positie vlak voor Christophe naar vooraan in het groepje liep om het gat te dichten. Dat resulteerde in een nog snellere tweede kilometer (km2: 3m08s). Het was toen voor ons allen al duidelijk wie de sterkste was, want terwijl Dirk nog woekerde met zijn krachten ging het voor mij iets te snel. Ik liet ze met tegenzin op zes rondes van het einde gaan en terwijl ik nog altijd in derde positie lag probeerde ik mijn eigen tempo te vinden. Dat lukte wel maar het tempo lag niet hoog genoeg om te verhinderen dat Gert op sleeptouw genomen door Denis Van Driessche (M40/ACP) op twee rondes van het einde kwam aansluiten. Ik pikte wel nog aan, maar toen Gert in de laatste ronde met een verschroeiende demarrage kwam kon ik geen passend antwoord meer bieden. Hij keek nog een laatste keer om om zich ervan te verzekeren dat ik niet meer terug zou keren en ging dan solo op zoek naar het brons. Ik onderhield het tempo om te eindigen in 16m37s94 onder het goedkeurend oog van mijn ouders. Een persoonlijk record, maar een magere troost. Nadat we op adem waren gekomen kon ik samen met Gert de analyse van de wedstrijd maken. Ik was op waarde geklopt en kon niet anders dan ruiterlijk toegeven dat hij vandaag de slimste en de beste was. Onze tussenstand is dus terug in evenwicht gebracht: 1-1.

Het werd dus een ondankbare vierde plaats, iets waar we bij DCLA blijkbaar patent op hadden want naast Davy Segers (M40/ 5000m/ 16m00s14) waren er nog drie vierde plaatsen: Marijke Willekens (W55 /800m / 2m54s19), Erika De Raeve (W55/ kogel / 6m23) en (W55/ discus/ 15m36).

In de volgende reeks kon een regenbui Oetingnaar Eddy Vierendeels (M65/ACP) niet van een verbetering van het Belgisch record houden. Hij stelde het 3 seconden scherper tot 17m38s63. Eddy was reeds aan zijn tweede trappist toe, toen François Boonen (M80/OEH/38m58s15) ook als kampioen in zijn leeftijdsklasse over de streep kwam.

Verder waren er nog zilveren medailles voor DCLA voor Marijke Willekens (W55/ 5000m /19m58s71), Leen Lauwers (W55 / 800m /2m47s85), André D’Haeyer (M75 / 5000m / 25m20s41), Marc Neefs (M50 / 800m/ 2m11s03) , Raymond Houry (M75 /800m  /3m12s49) en Thierry Huberland (M55 /3000m steeple /12m16s91).

En ook nog brons voor Marc Groeninckx (M60 / 400m /69s21) en Leen Lauwers (W55 /400m /73s99).

Lees ook het verslag van Michel Jordens op de DCLA site.

BvV Interclub Masters 2B – 5000m 4de – DCLA 3e plaats

Toen ik me dit seizoen aansloot bij Daring Club Leuven Atletiek, of kortweg DCLA was het doel drieledig: het deelnemen aan crossen, individuele en clubkampioenschappen. Alleen het laatste moest nog afgevinkt op het lijstje en dus stelde ik me kandidaat om de rood-witte clubkleuren in team te verdedigen toen er een uitnodiging kwam om aan Interclub mee te doen.

In Interclub nemen een twaalftal tal clubs het tegen elkaar op met een vrouwen- en mannenteam in 21 disciplines (10 disciplines voor vrouwen, 11 disciplines voor mannen). Eénzelfde master atleet mag aan meer dan één discipline deelnemen. In elke discipline worden punten uitgedeeld op basis van de plaats beginnend met het hoogste aantal punten voor de eerste plaats (13, 11, 10, 9, … 1). Er wordt geen correctie uitgevoerd voor de leeftijd. Deze punten worden opgeteld per club en de club met de meeste punten wint. De eerste club stijgt naar de hogere divisie en de twee laatste clubs zakken naar een lagere divisie. Er zijn drie divisies. Momenteel zijn de DCLA masters in de tweede divisie ingedeeld.

Het was de masters vrouwencoach Catherine Wittenbergh die het op zich had genomen om opnieuw een team op de been te brengen. Door de verjonging van het vrouwenteam was dit snel in orde; maar voor het mannenteam waren er enkele rondes nodig om genoeg atleten te ronselen. Ik werd ingeschakeld als 5000m loper en daarbovenop werd ik – bij gebrek aan lange spurters – ook nog eens ingedeeld in de 4x400m estafetteploeg als slotloper. Vooral dat laatste lag ver buiten mijn comfortzone, maar ik was vooral benieuwd naar een dergelijke competitie.

De atletiekpiste van OLSE Merksem was de plaats van het gebeuren bij een temperatuur van meer dan 30°C. De meeting was reeds een tijdje aan de gang toen ik bij zowel supporters als atleten aansloot achter de DCLA vlag in de tribune . Het waren allemaal nieuwe gezichten voor mij, op Mieke na die ik al kende van de conditietraining waarmee het een 4-tal jaar geleden allemaal begonnen was.

De spurters hadden toen reeds hun wedstrijden gelopen. Bij de mannen was Dawie Punga|100m |13s47 door een niet ideale reeksindeling 10e en Gert Rom |400m|63s10 7e geworden. Bij de vrouwen eindigde Leen Lauwers |100m| 16s65 8e, terwijl Kathelijn Polspoel|200m|28s16 autoritair naar de overwinning snelde. Daarvoor was ze ook al 4e geworden in het verspringen met een sprong van 4m16.

Bij aankomst rond de piste zag ik net hoe Mark Neefs zich op de 1500m naar een 5e plek spurtte in 4m38s80 na lang kopwerk in de tweede groep te hebben gedaan. Even te voor had Marijke Willekens zich in haar 1500m van een mooie derde plaats verzekerd in 5m41s58. Charlotte Debroux had dan al op de 800m het maximum van de punten binnenghaald in 2m23s41.

Vermits ik nog nooit in dergelijke setting gelopen had was ik vooral op zoek naar een beetje goede raad i.v.m. tactiek en te verwachten tegenstand. Zonder enige richttijd (het was mijn eerst 5000m ooit) werd het sowieso moeilijk in te schatten hoe snel te starten. Een eerste beslissing was of ik al dan niet met spikes zou lopen. Na consultatie van mijn collega 3000m loper Tom Artoos besloot ik toch voor de Nike Vaporfly’s te gaan. Tijdens de opwarming was het al puffen en dat was nog in de schaduw.

Ondertussen deden onze “meer ervaren” dames het ook fantastisch in de kampnummers: Mieke Van den Wouwer|speer|15m49|7e, Catherine Wittenbergh|discus|18m61|8e en An Vanhellemont|kogel| 6m68|9e. Aan de kant van de heren haalde Friedhelm Dreckmeier een hoogte van 1m45|7e en werd hij 11e met een sprong van 4m40. Serge hiroux werd 11e in het kogelstoten met 7m69.

Dan werd het tijd voor de langere loopnummers. In de 3000m deed Tom Artoos het aan kop meer dan behoorlijk om de tegenstand af te schudden, maar hij geraakte niet los om dan op het einde op ondankbare wijze een beetje snelheid tekort te komen in de eindspurt. Hij werd 9e in een tijd van 10m25s90. Op dezelfde afstand kon Kim Geypen nog maar eens het maximum van de punten voor het vrouwenteam binnenhalen in 10m33s82.

Dan was het mijn beurt. Gelukkig had ik coach Michel Jordens die mij de voornaamste tegenstanders kon aanduiden en die me ook met raad en daad wou bijstaan. Ik ging onbevangen van start en de eerste ronden gingen snel maar gecontroleerd, maar vanaf de vierde ronde begon het zwaarder te worden. Elke ronde kwam er wel een tip, een bemoedigend woord of nuttige informatie en ik keek er altijd naar uit om aan het 250m punt door te komen niet in het minst omdat de strakke wind daar in de rug kwam te zitten. Na in de 5de ronde nog eens het gat van twee meter op de eerste loper te hebben toe gelopen, voelde ik dat ik serieus boven de drempel aan het gaan was en liet ik de twee overblijvende koplopers noodgedwongen gaan. Nu was het nog een 7-tal lange rondes volhouden. Ondanks de beperkte sprinkler op de piste geraakte ik volledig gebakken en gebraden (in alle betekenissen) in de laatste twee km tot op het punt dat ik mijn lippen niet meer van elkaar kreeg. Een drietal rondes voor het einde werd ik naar de uiteindelijke vierde plaats verwezen. Ik eindigde in 17m12s17, een tijd die zeker nog voor verbetering vatbaar is.

Ondertussen was Kris Vekemans reeds met het discuswerpen begonnen. Net zoals met de speer (speer|39m18) zou hij hierbij (discus|33m53) mooi derde eindigen. Het was wachten tot deze competitie afgelopen was vooraleer de dames in hun slotevenement, de 4x100m hun opwachting konden maken. Hierin toonde het viertal Leen Lauwers, Kim Geypen, Charlotte Debroux en Kathelijn Polspoel nog eens hun suprematie met een klinkende afsluitende overwinning in 56s72.

Met Gert Rom en Mark Neefs had het 4x400m mannenteam twee ervaren mannen aan boord. Voor Tom Artoos en mezelf was het echter de eerste keer dat we een estafette race zouden lopen. Daardoor ontstond er een gezonde nervositeit over de do and don’ts bij de stokwissel. Gelukkig kwam onze clubfotograaf alias voorzitter Eric Herssens ons ter hulp met een deskundige uitleg zodat we perfect wisten in welke zone we de stok konden doorgeven. Het werd ons hierbij ten stelligste op het hart gedrukt dat we in dezelfde volgorde diende te blijven staan, omdat dat reeds tot uitsluiting geleid had in een voorgaande editie.

Gert Rom was onze startloper. Door zijn ervaring zag ik dat hij zijn inspanning excellent doseerde, zodat hij Mark Neefs goed op weg kon zetten. Ook Mark hield dankzij een sterke finish onze kansen gaaf. Tom Artoos hield stand en kon de stok doorgeven in een groepje met vier. Als slotloper probeer ik de paar meters verlies die we bij de stokwissel hadden opgelopen dicht te lopen, maar hoe ik ook probeerde ik geraakte niet dichterbij. Met nog 150m te gaan, zag ik de kloof stilaan groter worden. Ik besefte dat ik niet meer in staat was om in de laatste rechte lijn nog een laatste versnelling te doen. We finishten 8e in een eindtijd van 4m11s25.

In de eindstand pakte DCLA het brons dankzij een overwinning van de dames en een 8e plaats van de heren. Het wordt dus zaak voor de heren om volgend jaar de dames bij te benen en dat zal nog niet zo gemakkelijk zijn.

Terugkijkend op mijn eerste Interclub, vind ik de combinatie van vrouwen en mannenploeg zeker geslaagd. Ik vind echter dat er met age-grading gewerkt zou moeten worden in de competitie. Momenteel is er teveel voordeel voor jonge masters. Invoeren van een voordeel op basis van leeftijd zou zowel een stimulatie zijn voor oudere atleten om te blijven meedoen alsook een tactische component aan de competitie toevoegen omdat de keuze voor de in te zetten atleet door de club coach dan niet langer voornamelijk door leeftijd wordt gestuurd, maar door relatieve prestatie.

Tot slot nog dit: Het was een zeer aangename kennismaking met de andere masters en coaches van DCLA en een prettige sportnamiddag. Dit smaakt zeker naar meer.

BK 10000m Masters Outdoor – Belgisch kampioen (M45)

Nadat ik er met enkele collega’s op de club had over gesproken, was het reeds een tijdje het plan om bij goede recuperatie na de Boston marathon met de marathonconditie aan het BK 10000m Masters Outdoor mee te doen. Ik had nog nooit op de piste een wedstrijd gelopen en hoewel ik er geen heb, zou je kunnen zeggen dat dit nog op de bucketlist afgevinkt moest worden.

Ondanks de spanning in de dagen ervoor zakte ik toch tamelijk onbezonnen naar het Burgemeester Thienpont stadion in Oudenaarde af. Gelukkig had ik een marge ingecalculeerd want het onvermijdelijke ongeval op de Brusselse ring en een gesloten afrit in De Pinte zorgde voor 35 minuten vertraging, in zoverre dat ze bij de inschrijvingen dachten dat ik niet meer ging komen opdagen. Ik leerde later dat je vanaf woensdag te voor op de site van de VAL een deelnemerslijst vindt en moet kijken of je geselecteerd ben. Gelukkig waren er geen selectiecriteria want ik had daar mooi gestaan. Zoals ik al zei niet alleen onbezonnen, maar ook tamelijk onwetend.

Dan hadden mijn collega’s zoals Wim Herman uit Boom duidelijk wel hun huiswerk gedaan. In de kleedkamer vroegen ze meteen al of ik diegene was die in Boston een marathon in 2u38 had gelopen. Ik was danig onder de indruk en voelde mij nog meer een groentje, ik had niet eens de deelnemerslijst bekeken, laat staan de concurrenten op Strava gescreend.

Tijdens de opwarming maakte ik de bedenking dat de omstandigheden niet echt ideaal waren bij 7°C en een aanhoudende wind, die vooral in de bocht na de finish hard in het gezicht blies. Hier zou je veel energie kunnen verliezen. Ook besliste ik last minute om niet met spikes maar met de Nike Vaporfly 4% Flyknit te lopen omwille van de niet al te frisse staat van de piste en na navraag bij de concurrenten.

Anders dan bij normale wedstrijden diende het baannummer – in mijn geval 28 – op de borst gespeld worden, terwijl het VAL nummer naar de rug verwezen werd. Het zou nog duidelijker en gemakkelijker zijn voor de deelnemers als zoals bij de Marathon Majors ook de categorie op de rug zou aangegeven worden (in mijn geval M45), zodat je in een race met drie categorieën onmiddellijk je directe tegenstanders kan herkennen, maar dat hadden we dus niet. Aangezien we met meer dan 30 lopers waren, werden we in twee groepen opgedeeld. Ik stond in de groep die de eerste 150 meter in de buitenbanen moest blijven.

Van bij het startschot had ik mij voorgenomen om direct het tempo op te pikken en eventueel aan te pikken bij de jongere categorieën. Al in de eerste ronde ging Stijn Fincioen/AVMO (M35) er vandoor en hij zou niet meer verzwakken om met een prachtige tijd in moeilijke omstandigheden van 31:12:39 te eindigen. Daarachter nestelde ik me vanachter in een groepje met drie jongere lopers. In de derde ronde voelde ik echter dat het tempo te hoog lag om te kunnen blijven volhouden en moest ik beslissen of ik nog verder wou aanhaken – met het risico volledig op te blazen – of ik zou afhaken en alleen zou vallen. Ik keek eens achterom en zag al een versnipperd veld, dus leek het mij best de eersten te laten gaan en op eigen tempo verder te gaan.

Nu ik het tempo liet zakken en een beetje probeerde te recupereren liep het groepje verbazend snel van me weg. Ik hoorde de speaker zeggen dat ik een voorsprong had van 11 seconden dankzij mijn blits-start. Tegelijkertijd besefte ik maar al te goed dat het nog ver was en het zaak was in een tempo te komen dat ik kon volhouden. Ik stond er immers alleen voor.

In de volgende ronden had ik het moeilijk om de ademhaling terug onder controle te krijgen. Bovendien kregen we rond halfweg nog een regenbui met aantrekkende wind te verduren. Pas nu keek ik de eerste keer naar het nog resterende aantal ronden en er stond 16. Mijn voorsprong was lichtjes verminderd naar 8 seconden. Rond die tijd werd ik de eerste keer gedubbeld door Stijn. Vanaf nu moest ik dus rekening houden met een extra ronde als ik naar het aantal nog resterende rondes aan de finish keek. Achter mij voelde ik de hete adem van Jeroen Aelterman/ROBA (M40), maar daar maakte ik mij minder zorgen over dan de voorsprong op Gert Stuyven/AVLO (M45) die met een zestal ronden te gaan tot 5 seconden was geslonken. De speaker merkte terecht op dat de strijd nog volledig open lag. Ik had sinds die eerste keer niet meer omgekeken en ook nu keek ik gewoon voor me en bleef ik het tempo onderhouden. De volgende ronde werd de achterstand nog op 3 seconden geklokt. Even gaat door mijn hoofd dat tweede toch ook nog mooi zou zijn, maar dan verman ik mezelf en maak ik mezelf wijs dat ik toch nog sneller zou moeten kunnen. Nog 4 ronden en nog slechts twee luttele seconden voorsprong. Ik begin me schrap te zetten om nog te proberen aan te pikken als ik voorbij wordt gelopen. En dan hoor ik een supporter naar mijn concurrent roepen “gaan, je kunt er naartoe”, gevolgd door “jawel je kunt het wel”. Ergens maak ik – terecht of niet – op dat Gert nee geschud had en dat geeft mij weer hoop. Na de lastige bocht tegen wind waar je normaal een beetje recupereert, besluit ik deze keer een rechte lijn sneller te lopen – voor zover nog mogelijk – in een poging om een fysieke, maar vooral een morele voorsprong te krijgen. Na de bocht moet ik terug naar mijn vertrouwde tempo, maar aan de finish hoor ik de speaker zeggen dat ik een tussensprint had ingezet en de voorsprong weer vergroot was. Met nog drie ronden te gaan komt Stijn Fincioen mij nog eens voorbij geraasd in wat zijn eindsprint is. Hoewel er nu nul ronden te gaan staan, maakt mijn jurylid mij duidelijk dat er nog twee ronden te wachten staan. En hoewel het nog 800m is, lijkt de strijd toch gestreden. Het is nu kwestie van tempo houden. Eindelijk gaat de bel, de laatste ronde met nog een eindsprint in de laatste rechte lijn. Ik ben te moe om mijn handen in de lucht te steken als ik na 34:04.28 over de streep kom. Even verder kom ik tot stilstand en kan ik net het gevoel van overgeven onderdrukken. Ik ben diep moeten gaan. Gert wordt mooi tweede in 34:11.95 en 25 seconden later komt Wim Herman/WIBO in 34:37.80 het podium vervolledigen.

Een uurtje later worden de medailles bibberend van de kou in ontvangst genomen. Ik kijk tevreden terug op een fantastische strijd en een geweldig belevenis en resultaat.

Tot slot wil ik ook nog de resultaten in de verf zetten van de DCLA clubgenoten: Marijke Willekens/W55 (41:48.76) en André D’hayer/M75 (50.44.03) behaalden zilver. Joris Steenput/M55 liep een PB in 38.13.63. En op de 3000m steeple behaalde Charlotte Sijmens een verdienstelijke 4de plaats in 11.23.48.

Veel respect ook voor mijn Oetingse oud-dorpsgenoot Eddy Vierendeels/M65 die het Europees record verbeterde en op 35:52.00 bracht.

Meer over het BK 10000m Masters Outdoor in Atletiekleven.

AbbottWMM Wanda Age Group World Rankings Series XII Age group M45-49 – 10de plaats

Na de uitreiking van de punten op basis van de resultaten van de Boston Marathon 2019 neem ik momenteel de 10de plaats in met 7710 punten op de “Abbott World Marathon Majors Wanda Age Group World Rankings”, de officieuze wereldwijde classificatie voor master marathon lopers.

Dit betekent dat ik momenteel gekwalificeerd ben voor het wereldkampioenschap volgend jaar in London. Met nog enkele maanden te gaan, zijn er nog een 20-tal marathons waar punten kunnen verdiend worden. Naar verwachting zal ik nog wel een beetje zakken op de lijst door de resultaten in London en Berlijn, maar dit zou toch moeten volstaan.

De Age Group World rankings Series XII houdt rekening met een periode van één jaar, startend en eindigend met de BMW Berlin marathon tussen September 2018 en 2019, waarin atleten boven de 40, verdeeld in leeftijdsgroepen van 5 jaar, van over de hele wereld zich kunnen kwalificeren in meer dan 50 marathons ter wereld door punten te verdienen. Op het einde van de kwalificatieperiode worden voor de leeftijdscategorie M45-50 de 85 hoogst geklasseerde lopers uitgenodigd om deel te nemen aan het eerste AbbottWMM Wanda Age Group Wereld Kampioenschap als onderdeel van de Virgin Money London Marathon 2020. De twee beste marathon resultaten in deze periode tellen mee voor de rangschikking.

Het maximum te behalen puntenaantal per kwalificatierace is 4000, toegekend aan de winnaar in de leeftijdscategorie. Elke atleet van dezelfde leeftijdsgroep binnen 29 seconden van de winnaar krijgt 10 punten minder, dus 3990 punten. Lopers binnen 30-59 seconden van de winnende tijd krijgen 20 punten minder dan de winnaar enz… . De punten van de twee beste marathons, gegeven dat dit officiële AbbottWMM Wanda Age Group World Ranking kwalificatiewedstrijden zijn, worden opgeteld en gerangschikt.

De volledige rangschikking kan geraadpleegd worden op:
https://www.worldmarathonmajors.com/agwr/rankings/

Bronnen:
https://www.worldmarathonmajors.com/agwr/how-it-works/

https://www.worldmarathonmajors.com/news-media/latest-news/one-thousand-places-available-for-inaugural-age-group-world-championships/

Boston marathon | 15 Apr 2019 | 02:38:29

De voorbereiding voor de oudste van alle marathons was verre van optimaal geweest. Na een spierscheur in de rechterkuit in Februari zorgde een geïrriteerde zenuw in de rug in Maart ervoor dat ik ook aan de start nog zorgen had over een stijf linkeronderbeen. Toch had ik de nodige kilometers gelopen om op een mooi resultaat te mogen hopen. Op vrijdagmorgen vertrok ik samen met DCLA clubgenoot Werner Heselmans richting Boston. Al tijdens de geplande tussenstop in Londen ging het mis; we misten de aansluiting en werden naar een vlucht 5u30 later verwezen. Uiteindelijk zouden we 23 uur onderweg zijn vooraleer we in het hotel in Boston aankwamen.

De volgende dag bestond onze belangrijkste opdracht erin om ons startnummer in de Expo op te halen. Na het trotseren van opnieuw een lange wachtrij konden we het Hynes Convention Center binnen. Daar ontmoetten we meteen landgenoot Kurt Van De Velde en samen bezochten we de uitgebreide expo. Op zondag kregen we nog een tip van Anne en Vincent Hardy die vorig jaar hadden meegedaan dat het wel handig was om andere schoenen te hebben aangezien het modderig kon worden in de tent in het atletendorp aan de start. Hierop waren we niet voorzien, maar gelukkig konden we na enig zoeken een goedkoop paar slippers op de kop tikken. Ook het late aanvangsuur van het ontbijt in het hotel hadden we door zelf een paar boterhammetjes met confituur te maken weten te omzeilen. Zondag hadden we nog uitgebreid gecarboload in the Cheese Cake Factory. Kortom we waren er helemaal klaar voor.

Om 5u45 vertrokken we naar de Gear check nabij Arlington metro station. Daar zorgden we ervoor dat we na de wedstrijd de nodige kledij zouden ter beschikking hebben. We konden nu nog slechts een miniscuul zakje naar de start meebrengen waarin onze boterhammen en pre-race drankjes net pasten. Om 6u15 stapten we aan boord van de officiële schoolbussen die ons van Charles Street tussen Boston Common park en Boston Public Garden naar Hopkinton brachten. Zoals voorspeld brak de regen en het onweer tijdens de rit pas echt los. Vanwege de aanhoudende regen en thunderstorms werd beslist om de bussen aan de kant te zetten. Hoewel het vrij warm werd in de bus vonden we het niet erg om droog en warm te zitten. Na een kleine 20 minuten ging de reis verder richting atletendorp. Rond 7u30 werden we afgezet en stapten we naar de grote tent na een baggle en drinken te hebben meegenomen in de bevoorrading. Na enig zoeken vonden we een plaatsje. Het regende nog steeds weliswaar niet meer in dezelfde mate. Binnen in de tent bleek het nog droog en enkel aan de uitgang was het een beetje modderig.

Rond 8u50 begaven we ons richting corrals. Ondertussen was het gestopt met regenen. Na het obligate kiekje (“I’ve got you babe”) werden we om 9u15 stipt toegelaten naar de corrals die nog een 800 meter stappen vereisten. We ontdeden ons reeds van de meeste extra laagjes kleren en deponeerden ze in de speciale zakken voor een tweede leven, we wensten elkaar good luck en begaven ons elk naar ons eigen corral. We zaten beiden in de eerste “rode” golf.

Na een noodzakelijke stop in een immens toiletpark konden we rustig in de corral plaatsnemen. Naast mij stond bladerunner Marko Cheseto die beide benen verloren was door bevriezing na een 55 uren durende loop in Alaska. Na de huldiging van enkele plaatselijke veteranen en een mooie vertolking van het Amerikaanse volkslied op de seconde gevolgd door een fly-by van twee F35 toestellen weerklonk om exact 10u02 het startschot en konden we vertrekken. Meteen na de start ging het steil bergaf wat meteen een beproeving was voor de kuiten. En hoewel het in de aanvangskilometers vooral bergaf was, had ik het moeilijk om in mijn ritme te komen door de afwisseling van bergop en bergaf. Ondanks de moeite die ik deed werd ik langs beide kanten voorbijgestoken. Uiteindelijk na 7km veel te veel afzien bereikten we Ashland waar het vlakker werd en ik mijn adem terugvond. Eindelijk vond ik het juiste tempo. Op weg naar Framingham zag ik een drietal lopers uit mijn categorie passeren. Na 10km in Framingham kwam ik door in 36m29s wat nog binnen het verwachte tijdschema lag.

Ook in de volgende kilometers bleef het terrein golven en toen we na 10 mijl Natick doorkruisten moest ik even denken aan Billy Rodgers die hier in 1975 zijn laatste tegenstander Drayton achterliet om naar de overwinning te soleren. Alles liep voorlopig nog gesmeerd, ik had ondertussen twee lopers van mijn categorie terug ingehaald, maar ik voelde toch reeds de eerste vermoeidheid in de benen. Het was duidelijk niet mijn beste dag. Maar veel tijd om hierbij stil te staan was er niet, want ik moest alweer een Maurten gel naar binnen werken. In de verte weerklonk plots een oorverdovend gejuich, onmiskenbaar de “Scream tunnel” in Wellesley, waar de meisjes uit de plaatselijke high school traditioneel kussen uitdelen aan de deelnemers, daarbij zichzelf aanprijzend met borden met zelfgemaakte slogans. Dit gaf opnieuw een adrenalinestoot, maar tijd om te kussen was er niet, het bleef bij high fives. We waren nu halfweg en op de klok was 1u17m04s te lezen. Ik was nog steeds op schema maar niet met de gewenste benen. Ik voelde hoe mijn kuiten aan het verstijven waren vooral door de snelle afdalingen (hoewel de hellingen ook wel hun deel deden).

Het was nu wachten op wat komen zou vanaf mijl 16. In de afdaling naar de voet van de Newton hills hield ik bewust nog even in om op gepaste manier de hellingen aan te snijden. Het ging duidelijk trager op de eerste helling, maar ik kon mijn plaats in de uitgerekte slang van lopers behouden. Het werd weer even iets vlakker. Desondanks voelde ik de eerste tekenen van krampen in mijn kuiten. Ik besloot mijn geheim wapen in te zetten en dronk een “Hot Shot“. Even stond mijn mond in brand, het gevoel van krampen verdween niet volledig, maar toch zouden ze deze keer niet echt doorbreken.

Ondertussen diende de tweede helling zich aan. Deze was steiler en ik werd genoodzaakt om kleinere passen te nemen en over het overslagpunt te gaan. Gelukkig duurde deze inspanning niet lang. Op mijl 19 snelden we voorbij het Johnny Kelley “the Elder” monument ter ere van de plaatselijke loper die in 1935 en 1945 won. Het volk stond nu dik en er waren vele aanmoedigingen.

Kort daarna was er de derde helling, die dan weer wel meeviel. Veel respijt was er niet want daar ging de weg weeral slingerend omhoog voor de gevreesde Heartbreak hill. Deze helling had zijn naam gekregen toen in 1936 Johnny Kelley hier meer dan een halve mijl achterstand op de leider Ellison “Tarzan” Brown goedmaakte. Toen hij aansluiting vond, klopte hij Tarzan op de rug die hierdoor zijn moed hervond en er opnieuw alleen vandoor ging om de marathon te winnen. De reporter Jerry Nason schreef dat het Johnny’s hart brak en de term “Heartbreak hill” was geboren.

Net voor de top zag ik links het Belgische legioen staan, waarover ik zaterdag getipt was door Dirk De Cock (3u26m40), die samen met zoon Olivier (3u57m17s) een prachtige marathon zou lopen. Even moesten ze wakker geschud worden, maar dan reageerden ze enthousiast.

Eindelijk was ik boven en kon ik de afdaling richting Brookline aanvatten. Mijn kuiten deden nu echt pijn bij elke stap in zulke mate dat de tranen me in de ogen stonden. Er was enkel nog de gedachte om vol te houden en zo snel te lopen als ik kon. Gelukkig bleven er vanuit het publiek aanmoedigingen komen zodat opgeven geen optie was.

Eindelijk kwam het beroemde Citgo teken na 25 mijl in zicht, nog één mijl. De tunnelpassage met bijhorende klim op Common wealth street zorgde bijna voor krampen, maar dan ging het eindelijk naar rechts Hereford street omhoog en dan naar links Boylston street in voor de laatste 600m naar de finish aan Copley plaza. Zonder grote versnelling op het einde finishte ik in een tijd van 2u38m29s, goed voor een 298e algemene plaats en 12de plaats in de M45 categorie. Geen PR, maar zeker een tijd waarmee ik tevreden kon zijn. De talrijke vrijwilligers overhandigde de mooie medaille steevast vergezeld van een “Congratulations” en dat voelde goed.

Collega Werner deed het ook uitstekend: ondanks zijn niet ideale voorbereiding pushte hij zichzelf nog net onder de drie uur (2u59m42s). Nadien was het tijd voor het genieten met een Amerikaanse burger en het speciale 26.2 bier.

10 km van Mechelen – mooi 4de

Voor de tweede keer al had ik de 10km van Mechelen uitgekozen als de ultieme warm-up naar mijn lente marathon. Eén week voor het grote moment mochten de benen nog eens snelheid maken en kon nog eens alles gegeven worden. Daarom zakte ik – deze keer op zondag – af naar De Nekker, het Provinciale sport- en recreatiedomein in Mechelen.

Tijdens de warm-up bleek mijn linkerbeen nog steeds last te hebben van stijfheid, maar dat was ik ondertussen gewoon en het hoefde geen belemmering te zijn voor het verdere wedstrijdverloop. Het weer zat deze keer wel tamelijk goed; zolang de zon achter de wolken bleef waren het goede looptemperaturen, enkel de wind zat vrij strak uit het Oosten. Samen met 200 anderen verzamelde ik aan de start.

Verrassend klonk het startschot twee minuten voor de officiële tijd en meteen werd goed tempo gemaakt. Migou Hachem liep toen al weg en die zouden we niet meer terug zien voor de finish. Daarachter schoof ik na een iets tragere start geleidelijk op. Er had zich een groepje van twee gevormd en daarachter zat ik in een groepje van vier. Ik voelde me nog redelijk goed na de eerste snelle kilometer en besloot om de leiding te nemen en het tempo erin te houden. Al gauw was ik alleen en ook voor mij waren het nu twee enkelingen vechtend tegen de wind die langzaam maar zeker van mij wegschoven. Na de eerste kilometers naast de Dijle, was het tijd voor een kleine lus om daarna langs de andere kant van de rivier terug te keren. Het was nu licht bergop en volle wind tegen en het ging niet van harte. Bij de tweede bevoorrading na kilometer 6 keek ik even om en zag een eerste achtervolger op 20 meter. Ik besloot mijn vel duur te verkopen en hield het tempo hoog zonder in overslag te gaan. Ondertussen verloor ik verder terrein op het podium, maar ze gingen niet uit het zicht. Toen ik terug omkeek met nog 1 km te gaan bleek het gat achter mij nog steeds hetzelfde en met de wetenschap dat ik nog iets had achtergehouden, wist ik dat een vierde plaats zeker mogelijk was. Toen ik de piste opkwam keek ik nog een keer om en zag dat ik ruim 75 meter had, waardoor ik rustig als vierde over de finish kon bollen in een tijd van 35m34s. Achter mij wist Wim De Maeyer zich nog in extremis van de 5de plaats te verzekeren. Vergeleken met vorig jaar was ik 50 seconden minder snel, toen wel in een veel sterkere bezetting.

Vijverrun33 – onverhoopte 2de plaats

De 15de editie van de Vijverrun was reeds lang aangekruist in de agenda, maar toch zakte ik geplaagd door wat blessureleed zonder ambitie naar het Limburgse Bolderberg af. Het weer was typisch voor deze tijd van het jaar: niet bijster warm bij 9°C behoorlijk wat wind en af en toe een (hagel) bui.

Dit was ze dan, de generale repetitie voor Boston. Het plan voor Boston was om naar Maurten producten over te schakelen, maar dit moest natuurlijk eerst getest worden. Dit betekende dat ik volledig uitgerust was met drie Maurten Hydrogel-100 gels, na eerst al een oplossing van Maurten Drink Mix 320 te hebben gedronken.

Ondanks één dagje taper liet de warming up alleszins niet veel goeds vermoeden. Het linkerbeen speelde nog steeds op en zelfs na de warmup voelde ik nog tintelingen die het lopen onaangenaam maakten. Daarom maakte ik voor mezelf uit dat een behouden start het beste was. Ik hield me wel voorin, maar zag eerst een groepje van twee en daarachter een groepje van drie lopers wegschuiven. Hoewel het laatste groepje van drie niet uit het zicht verdween liep de achterstand op tot een 40-tal seconden aan de eerste controlepost na 5 km. Daarna stagneerde het verschil en had ik het gevoel dat ik op de zwaardere stroken door het veld en in het bos dichterbij kwam. Vanaf km 10 werd het duidelijk dat de kloof nu wel echt kleiner werd. Toch zou het nog 5 km duren voor de laatste meters tegen de wind langs het Albertkanaal gedicht waren. Onder aanmoediging van de ganse familie kon ik net voor hen aansluiten. Na de tijd genomen te hebben voor een eerste gel kwam het moment om door te drukken; het was nu wind mee op de weg en dat gaf vleugels. Ogenblikkelijk haakten de anderen af, we waren nog niet half race maar ik zat nog relatief fris.

Klaar voor de start om 12u.

Vanaf km 20 lieten we het deel van het parcours op de weg achter ons en na een nogal natte modderige passage enigszins verlicht door planken zodat je niet teveel in de modder zou zakken draaiden we links de Vrunstraat in aangemoedigd door een groep luidruchtige supporters met een spandoek “Hup Tom”. Even dacht ik dat ik een geheime fanclub in Limburg had, maar zoals we na de finish zouden leren was het bedoeld voor een andere Tom die 40 jaar werd en dit vierde door de Vijverrun te lopen.

Vanaf km 23 begon de inspanning zich te laten voelen bij het afdraaien van de Vrunstraat toen het heuvelend door het bos ging. Aan de voet van de Kluis maakten de jachthoornblazers zich klaar. Hier zouden we een twee kilometer voor het einde nog eens voorbijkomen. De derde plaats leek nu wel geconsolideerd, maar nog steeds speelde de gedachte dat het bij verzwakking snel kon gaan, dus hield ik het tempo hoog.

Aan km 25 kwam er een kort stukje waar je de andere deelnemers tegemoet liep, met ook tijd voor een korte drankbevoorrading. Nog 8 lange kilometers te gaan voornamelijk op onverharde wegen.

Bij km 29 zag ik plots in de verte een witte loper die ik traag maar stelselmatig inliep. Aangezien hij hetzelfde parcours volgde kwam ik tot de conclusie dat dit de nummer twee in de wedstrijd was. Ik bedwong de drang om te vlug in te halen want ik wist dat de kilometer lange klim naar de Kluis nog lag te wachten. Net aan de voet, bij de tweede passage aan de jachthoornblazers vond ik de aansluiting. Hoewel ik de paslengte nu verkleinde tijdens de helling en ik de ademhaling onder controle bleef houden, ontstond er toch vrij snel een gat. Op de top restte enkel nog een snelle afdaling alvorens voldaan de finish te bereiken. De nummer 1, Cedric Hauben was al bijna drie minuten binnen. Ik was onverhoopt tweede geworden.

Gelukkig kon de recuperatie vrij snel ingezet worden met een lokale Bolderbergse Tripel. Onder klaroengeschal mochten we het podium bestijgen om onze medaille van de plaatselijke Schepen Yasin Gül in ontvangst te nemen. Het was weer al even geleden dat ik nog eens bij de beste drie was. Het blijft een beetje onwennig zo een podiumceremonie, maar mij hoor je niet klagen.