New York City marathon | 02 Nov 2025 | 02:30:32 | World champion

Na de winst op het Europees kampioenschap in Jyväskylä in September, diende zich nu het grote doel van dit jaar aan, het wereldkampioenschap als onderdeel van de NYC marathon. De voorbereiding verliep vlekkeloos tot aan de taper. Maar anderhalve week voor de race werd ik ziek. Smaakverlies verraadde dat het hier om COVID ging. Twee dagen in bed en drie dagen rust waren nodig om het lichaam de kans te geven om zich te herstellen. De week voordien resulteerde een valpartij weliswaar aan lage snelheid ook al in een pijnlijke heup. Maar als bij wonder gingen stappen en lopen pijnloos. Alsof dat nog niet genoeg was kwam er op woensdag voor de marathon nog maar eens een valpartij bij op de High end line in New York bij de laatste interval training. Ik struikelde over een bankje terwijl ik te veel aan het sight seeing was. Ik had het gevoel even in de lucht te zweven vooraleer ik voorover de grond op ging. Vermits het hier om één van de toeristische trekpleisters van New York ging, had ik heel wat bekijks. Gelukkig kwam er al gauw iemand helpen om me recht te laten krabbelen met de goede raad om even uit te rusten op het bankje waar ik juist over gevallen was. O ondoorgrondelijk lot. Het resultaat was twee verstuikte vingers. Buiten pijnlijk en gezwollen viel het wel mee. Vingers heb je tenslotte niet nodig om te lopen.

De dag daarna begon het hoesten opnieuw. Ik stond dus wel met wat vragen in corral A van de eerste oranje wave hoe het lichaam zou reageren op de enorme aanslag die een marathon on-the-edge lopen is. Voor we daar echter in het startvak beland waren hadden we al onze emoties en stress gekend. We waren met een Belgische delegatie op tijd naar het busvervoer afgezakt bestaande uit Kurt Van de Velde, meer dan honderd marathons op de teller vooral in Italië, Marie Billen, Belgische uit de Chicago area, Werner Heselmans en Davy Mesotten mijn hotelgenoten en Kim Geypen en Joost Talloen, clubgenoten van DCLA. Hoewel we op tijd aanwezig waren gingen we in een vlaag van beleefdheid op een zijspoor aanschuiven. Het duurde een kleine twintig minuten toen we doorhadden dat er aan alle kanten mensen inschoven. Wij geraakten niet vooruit. Tot overmaat van ramp begon iedereen in te schuiven op het moment dat wij beslisten om onze plaats af te dwingen. Kortom we verloren daar bijna driekwartier vooraleer we aan de bibliotheek op de bus op geraakten. Nadat we onze laatste bevoorrading en ook nog een sanitaire stop op de bus hadden gemaakt kwamen we eindelijk aan bij de start. Maar hier moesten we opnieuw zeer lang wachten om af te stappen. Het was het ondertussen 7u45 geworden. Er restte nog één uur voor het sluiten van de corrals en er stonden nog duizenden mensen voor ons aan te schuiven die door de security controle moesten.

Het was tijd om onze plaats af te dwingen als we nog op tijd aan de start wilden geraken. Werner nam het voortouw en begon zich een weg te banen door de massa hierbij “wave 1” roepend, goed wetend dat er nog honderden stonden te wachten die ook wave 1 waren. Wij volgden “file Indienne” gewijs en in ons zog nog een deel anderen. Ik was dankbaar dat ik gewoon kon volgen en de stress van het moment wat kon verminderen. Onnodig te zeggen dat we ons niet al te populair maakten en er werd al eens getrokken en geduwd. Uiteindelijk slaagden we er toch in om een kwartier voor het sluiten van de corrals de security controle te passeren. De speciaal opgezette area voor de Age Group World Champion (AGWC) runners hebben we niet meer gezien. We speelden onze extra kleren uit, staken de gellekes weg en repten ons naar ons corral. Door een ultieme sanitaire stop raakte ik de anderen kwijt, maar nu was het toch vooral belangrijk om genoeg vooraan te staan.

Op één van de eerste rijen kwam ik Wim De Maeyer tegen zodat het klein beetje wachten aangenaam verliep. Daarnaast waren er natuurlijk een aantal bekende concurrenten die even dag kwamen zeggen: Farnese Da Silva, “Memo” Guillermo Pineda Morales en Gamini Sugathadasa. Maar mijn oog viel vooral op de Spanjaard die reclame aan had voor het Enrique Carvillo hotel, omdat mijn pre-race analyze mij geleerd had dat dit de favoriet was met een recente 2u26 in de Valencia marathon 2024. Ook zijn gezicht paste bij de foto’s die ik had opgezocht en wat is de kans dat iemand met de reclame van iemands anders naam daar aan de start stond. Van dan af was er maar één focus meer: die mag ik niet meer loslaten tenzij het niet anders kon. In de NYC marathon wordt je eerst in corrals in afwachting gehouden waar je je al kan klaarmaken. Een twintig minuten voor de start wordt er door militairen een haag gevormd, gaan de corrals open en stappen de militairen arm in arm naar de start om de lopers in toom te houden. Belangrijk hier was om mijn concurrent niet uit het oog te verliezen en net zoals hij op de vijfde rij aan de start te staan.

Ondertussen was het 9u geworden en na het Amerikaanse volkslied, weerklonk het kanonschot voor de start van een beperkt groepje elite mannen. Deze starten in de blauwe wave aan de rechterkant van het bovenste dek van de Verrazano-Narrows brug. Onze oranje wave zou aan de linkerkant starten en de pink wave op het onderste dek van de brug. Nog vijf minuutjes en we konden ook aan onze marathon beginnen. De militairen ruimden plaats, iedereen werd nog eens gevraagd of ze er klaar voor waren en dan weerklonk ook voor ons het kanonschot. Ik treuzelde nog een beetje om mijn concurrent een aantal seconden voor mij over de mat te laten lopen. In het AGWC telt de chip time (en niet de gun time). In het begin is het vrij eenvoudig om die paar seconden goed te maken en je weet nooit of het er aan de meet op aan komt. Elk detail is nu belangrijk. The game is on.

Eén van de moeilijkheden is wel dat het meteen een mijl bergop gaat om de brug over te komen. Enrique was niet van plan om af te wachten en begon direct met een inhaalrace naar voor. Er zat niets anders op dan te volgen. Hij hield niet op met concurrenten in te halen tot we zowat in 20e positie liepen. De eerste kilometer ging in 3m47s, stevig maar toch zeer comfortabel. De benen voelden alleszins goed, wat een geruststelling. Na de top van de brug volgde een snelle kilometer bergaf. Er begonnen zich al een aantal groepjes te vormen. Terwijl de Spanjaard onverminderd aan de kop sleurde, hield ik me een beetje schuil in het groepje, er altijd wel voor zorgend dat de aansluiting niet verloren ging. Regelmatig kwam er een kleine versnelling en moest ik aan de bak om een klein gaatje te dichten, daarna viel het dan weer stil. Na twee van dergelijke versnellingen, besloot ik om niet langer direct te reageren en gewoon een egaal tempo te lopen. Er waren er nog anderen die in de groep van een 7-tal man er zo over dachten en van dan af ging het mij ook beter af. Ik had nog steeds niet het gevoel dat ik over mijn toeren moest gaan, dus volgen bleef de boodschap. Na de brug waren er een aantal lopers van de blauwe wave aangesloten, maar we liepen nog steeds goed vooraan en ik ging er dus wel vanuit dat ik in de kop van de M50 race zat. Door een fout bij het drukken van de rugnummers waarop de leeftijd stond was er door de organisatie beslist om al deze nummers uit de pakketjes te halen en enkel borstnummers mee te geven. Hierdoor was het dus eigenlijk onmogelijk geworden om nog maar te weten waar je concurrenten liepen.

Mijn concentratie was volledig bij de wedstrijd en ik merkte weinig van de omgeving, zelfs niet als we het Barclays stadium in Brooklyn voorbij liepen waar we in augustus nog naar een WNBA match van New York Liberty met Big Mees waren gaan kijken. Na twintig minuten was het tijd voor mijn eerste Maurten 160 gel. Na 10km keek ik voor het eerst op mijn uurwerk en zag 34m32s, het ideale tempo. De volgende Maurten 160 na 40 minuten was ook geen probleem. Tussendoor probeerde ik zoveel mogelijk water binnen te krijgen. Na 12 mijl (19km) was er de eerste Maurten stand en nam ik een cafeïne gel. Zowel voeding als tempo bleven correct verlopen. Tot het halfweg punt bleven we een constant tempo houden van 5m30/mijl. Achteraf zou ik pas zien dat we halverwege doorkwamen in 1u13m13s. Ik had ondertussen wel al opgemerkt dat mijn concurrent weinig bevoorrading nam. Eén keer een gel en verder wel beperkt Gatorade Endurance. Na halverwege nam ik verkeerd Gatorade aan i.p.v. water en liet ik me toch verleiden om een slok binnen te nemen. Nu kwamen we stilaan aan het ogenblik van de waarheid: de Pulaski Bridge, een kortere helling. In de laatste 50 meter van de klim voelde ik me een eerste keer onwel en moest ik een 15 meter toegeven. De benen voelen nog goed, maar ik draai in mijn hoofd. In de afdaling liep ik het gat terug dicht. Maar daar diende zich de Queensboro bridge al aan. De klim start op km 24 en vrijwel onmiddellijk moet ik het tempo laten zakken door opnieuw een zwaar gevoel in de maag. Snel loopt mijn groepje 50 meter weg en ik verman me om ze niet volledig te laten gaan. Het verschil stabiliseert zich maar de maag niet. Het wordt al vlakker en ik ben dicht bij de top als mijn hoofd begint te draaien en ik voel dat ik moet overgeven. Ik moet stoppen en voel alles naar boven komen. Na nog twee keer is het meeste eruit en voel ik me opeens weer veel beter. In die 35 seconden is het groepje natuurlijk ver weg samen met nog een hele rits anderen die mij voorbij gelopen zijn. Dit is een domper, maar het koppeke zit nog goed en ik zet onmiddellijk de achtervolging in in de afdaling naar First avenue. Hier worden de aanmoedigingen nog maar eens versterkt en ik pik het tempo terug goed op in de eindeloze klim naar de Bronx. “Tweede is ook mooi” flitst er Hilbert van der Duim gewijs door mijn hoofd, maar omdat ik gezien had dat ook Enrique uit het groepje gevallen was op de Queensboro bridge, wou ik toch nog niet opgeven. Net voor het binnengaan van de Bronx zie ik terug een witte loper enkele honderden meters voor mij met de licht gebogen stijl. Ik twijfel of het waar kan zijn, maar nader nu snel. Even inhouden vooraleer met een kleine versnelling het gat te maken. Ik hoef niet om te kijken want ik weet dat hij niet meer in mijn buurt zit. Nog altijd 10km te gaan, de marathon moet nog beginnen. Zal ik de laatste kilometers het tempo kunnen volhouden ?

Ik vrees vooral dat ik zonder brandstof ga vallen. Na mijn maaglediging had ik toch terug op mijl 18 (km 29) een gel van de Maurten stand genomen en met moeite naar binnen gewerkt. Voorlopig blijft alles beneden. De benen doen serieus pijn, maar op een manier dat je het als marathoner verdragen kunt. Het tempo zakt enkel seconden per km, maar ik haal nog steeds volk in, terwijl ikzelf ook wel wordt ingehaald. Qua positie blijft het ongeveer status quo.

Net voor het begin van 5th avenue haal ik Toyoki Sato terug bij, die ook in London bij mij liep. Het publiek stuwt me nu vooruit langs Central Park de eindeloze helling op. Eindelijk zie ik het reclame bord waar we Central Park inlopen. Ik voel me nog steeds goed, de hamstrings beginnen wel wat onder spanning te komen, maar er is nog geen spoor van krampen te bekennen. De afdaling in het park is steil, maar ondertussen wel gekend terrein. Nu is het wachten om af te slaan richting Columbus Circle en langs de paarden koetsen de voorlaatste helling aan te vatten. Nog 800m nu, twee rondjes op de piste. In de laatste 200m versnel ik nog om de laatste seconde eruit te halen: de armen gaan de lucht in. Alweer een marathon onder de belt. De klok zegt 2u30m32s. De onvermijdelijke vraag speelt natuurlijk in mijn hoofd: zou ik gewonnen hebben? Ik blijf er uiterst rustig en gelaten bij beseffend dat ik alles gegeven heb en het beste uit mezelf heb gehaald. Dan zal het zijn zoals het zal zijn. De vrijwilligers wensen mij onophoudelijk proficiat en ik krijg alvast de finisher medaille en de befaamde poncho in het oranje deze keer. Kou zal ik alvast niet leiden.

Uit de recovery bag grits ik het water, ik heb een enorme dorst. Op mijn voorhoofd wrijf ik het zout weg. Gelukkig kunnen we gebruik maken van een shortcut om onze Age Group World Championship (AGWC) medaille te ontvangen. Dat scheelt toch een mijl wandelen. Tijdens het wandelen komt er een gelukzalig gevoel over me heen. Ik besef dat ik een uitzonderlijke prestatie heb geleverd. Het aantrekken van een trui gaat moeizaam. Ik snak vooral naar een bed en douche. In de metro vliegen de congratulations opnieuw talrijk mijn richting uit, voor alle lopers trouwens. Eindelijk kom ik op mijn kamer, eerst maar eens de schoenen uittrekken. En dan de vele berichtjes lezen. Ik scroll direct naar de chat met mijn broer. Daar staat de uitslag, opluchting als ik zie … terug wereldkampioen. Al het werk is niet voor niks geweest. Even een telefoontje met Dennis Laerte, de coach die ook in het succes deelt natuurlijk. Je kan geen kampioen worden zonder dat er vele mensen je helpen. Tweede is Pablo Alonso Villa (ESP) op 2 minuten, Blaine Penny (CAN) is derde op 3,5 minuten. Enrique Calvillo Trujillano (ESP) eindigt een beetje zuur vierde in het kampioenschap op 5 minuten. Mijn hotelgenoten Davy Mesotten (2u44m18s) en Werner Heselmans (3u04m22s) finishen kort nadien. Kim Geypen (2u47m04), clubgenote van DCLA legt beslag op zilver in de F40 categorie. Ze komt slechts 25 seconden te kort voor de titel. Joost Talloen had maagproblemen en finishte in 3u12m15.

Na een beetje rust is het tijd voor een hamburger met frietjes. Na al de carbs is het tijd om een beetje vet op te slaan. ’s Avonds volgt de medaille uitreiking in de Hammerstein ballroom, die toevallig net naast ons hotel ligt. We weten dat het zaak is om er op tijd te zijn om een tafeltje te bemachtigen. Als één van de eersten geraken we binnen en omdat we een van de weinigen reeds aanwezig zijn komen de hapjes massaal naar ons. Ik deel mijn blijdschap met Danny Coyle, COO van de marathon majors. Dan is het allereerst aan Kim om haar zilveren medaille op te halen. Spijtig genoeg ben ik daarna de enige die bij de M50 op het podium sta. Daardoor laat ik de pret echter niet bederven. Het is genieten nu, je wordt niet elk jaar wereldkampioen.

Daarna volgt nog een uitgebreide foto shoot met de Belgen. Wim De Maeyer wordt 14e in M45. Hoewel de receptie goed was, waren er deze keer geen elite lopers waardoor er toch een dimensie ontbrak. Na de Prosecco gingen we nog een zwaarder biertje drinken in een Belgisch cafe rond Times square om het te vieren. Het is mooi om terug wereldkampioen te zijn. In Mei verdedigen we de titel in Kaapstad… hopelijk sta ik met dezelfde conditie aan de start.

European Master Athletics Championships 2025 – Marathon – 2:32:13 (1e M50, 3e overall)

In Jyväskylä – de sporthoofdstad van Finland – aan één van de 1000 Finse meren in centraal Finland, ging het Europees marathon kampioenschap voor de masters door, mijn eerste grote doel van dit jaar. Het sympathieke stadje zelf telt 150000 inwoners, maar het centrum beperkt zich tot een aantal winkelwandelstraten en ook de toeristische trekpleisters zijn eerder bescheiden te noemen.

Na de Europese running kampioenschappen in april van dit jaar had ik Dennis Laerte als coach en Joris Keppens als voedingsdeskundige onder de arm genomen. Met name het voedingsgedeelte tijdens de trainingsfaze evenals tijdens de wedstrijd dienden grondig op punt te worden gesteld.

De nieuwe trainingsaanpak, met de snelle kilometers rond de eerste lactaatdrempel, dus trager dan voorheen en de trage kilometers sneller dan voorheen was het eerst even wennen. Terwijl mijn trainingsmakkers van Michel’s Team tot vervelens toe trainingen aan 4:10m/km moesten malen, kwam de conditie door de consistente kilometers in de laatste 4 maanden toch terug op een beter niveau. Op het BK 10km op de weg begin augustus een traditionele graadmeter voor de conditie, kwam ik zeer dicht in de buurt van mijn besttijd van 2020, een teken dat het de juiste kant op ging.

Al bij al kon ik dus toch met een tamelijk gerust gemoed richting Finland afzakken. Het kampioenschap ging door als onderdeel van de jaarlijkse Finlandia marathon, een jaarlijkse tweedaagse loophappening. Op vrijdag werden reeds 8000 scholieren op (een deel van) het parcours losgelaten om een mini marathon van 4km te lopen in drie verschillende leeftijdscategorieën. Een prachtig initiatief en promotie voor de loopsport. Er werd met veel overgave gelopen en het was leuk om eens toeschouwer te zijn.

Het marathon parcours, 4 lussen van 10.5km rond het Jyväsjärvi meer dat een onderdeel is van het op een na grootste meer van Finland, het Päijännemeer kondigde zich op papier aan als vlak . De verkenning leerde echter dat aan de zuidkant van het meer het parcours glooiend was tussen de bomen, met twee kortere kuitenbijters, terwijl de noordkant vlak was maar wel open langs het meer in zon en wind. Aanvankelijk voorspelde het Finse KMI een temperatuur aan van 22°C met af en toe zon, maar dat werd gelukkig nog de avond voor de start bijgesteld tot bewolkt en 19°C.

Al bij de rit naar het hotel besef je toch dat je hier in een andere geopolitieke gesteldheid bent beland. Op de vraag waarom de autostrade hier zo extreem breed was met een extra vak in het midden, suggereerde ik eerst nog iets van een bus lane, maar ik kreeg als antwoord dat dit een extra landingsbaan was voor als er oorlog kwam. Hier zijn ze er dus wel degelijk op voorbereid en beducht.

Deze keer had ik een gedetailleerd voedingsplan voor de carbo loading uitgewerkt met Joris en ook voor de fueling tijdens de race was er een duidelijk plan. Voor de eerste keer zou ik alle extra carbs vloeibaar innemen, mede mogelijk gemaakt doordat we onze drank op drie posten konden laten klaarzetten. In totaal had ik 9 flesjes voorzien gespreid over de drie posten. In drie daarvan zat gewoon een halve liter water ter verfrissing die ik zou kunnen meenemen. Als je grotere organisaties gewoon bent, viel de kleinschaligheid van het evenement op. Een uur voor de wedstrijd was er nauwelijks enige beweging aan de start te merken. De call room was in het Paviljonski waar schoenen en nationaal singlet werden gekeurd. Daarna volgde een korte opwarming.

Mijn huiswerk had mij geleerd dat de belangrijkste concurrenten uit Spanje kwamen: Jordi Carrasco Nunez (ESP, M50) en Jose Verdugo Carrero (ESP, M50) waren beiden in staat om rond de 2u30m te lopen. Ik zag hen meteen aan de start geflankeerd door nog een aantal andere Spanjaarden. Het was dus zaak om deze armada niet te laten gaan. Om 11u stipt werd de wedstrijd op gang geschoten. In de eerste kilometer liep er een groepje van vier jongere masters weg. Ik sloot aan bij het volgende groepje van vier: naast de genoemde Spanjaarden ook nog Pierre Lavernhe (FRA, M35). De eerste kilometers gingen zeer vlot en ik was vooral tevreden dat ik aan het juiste tempo was kunnen vertrekken, zonder ook maar even in overdrive te moeten gaan. De fransman had er duidelijk zin in en na de eerste passage op de brug verdapperde hij even, één van de Spanjaarden ging in de reactie en ik sloot me bij hem aan. Even later hoorde ik de tweede Spanjaard iets roepen waardoor de eerste ineens niet meer doorging. Ik had niet zo veel zin in spelletjes en besloot het gat van een 15 meter naar Pierre toe te lopen. Even later waren we nog met twee en was de trein vertrokken.

Source: Livestream Finlandia marathon

Pierre deed het kopwerk en ik liet me voorlopig in zijn spoor meedrijven langs het glooiende pad op weg naar de tweede brug van de lus. Boven had ik afspraak met mijn eerste drankje, alleen was het vertwijfeld zoeken tussen de honderdvijftig flesjes. Na de initiële lichte paniek hield ik er gelukkig mijn verstand bij en stopte, zocht verder tot ik uiteindelijk mijn drie flesjes in het oog kreeg. Helaas was de Franse vogel ondertussen gevlogen en liep ik nu alleen met een achterstand van 30m.

Even was er vertwijfeling over wat ik zou doen, maar ik besloot om gewoon tempo te blijven lopen en te kijken of ik langzaam kon terugkomen. Ik zou daarna nog 15km nodig hebben om het gat langzaam te dichten. De volgende verfrissing ging gelukkig beter. Aan de aanmoedigingen achter mij hoorde ik dat mijn concurrenten weer aan het naderen waren. Tijd om weer iets sneller aan te zetten tussen de bomen waar de wind minder speelt en ze minder voordeel samen hadden. De aanmoedigen achter mij verstommen terug maar ik ben niet zeker dat dit niet door het beperkte publiek is op dit stuk van het parcours. Bij de tweede brug kan ik ze echter in de diepte zien komen en is het gat weer wat groter. Halverwege heb ik ongeveer 30 seconden voorsprong. Eindelijk halverwege de derde ronde kom ik terug bij Pierre, die het moeilijk had om genoeg drinken binnen te krijgen. Ik blijf in zijn spoor het tweede deel van de derde ronde. Telkens als ik wil overnemen versnelt hij, dus ik besluit dan maar rustig mee te drijven.

Nog één ronde van 10.5km, de marathon begint. De vermoeidheid is zeker aanwezig en vanaf km 26 voel ik al dat de krampen lurken. Het is nu zaak om zeker niet teveel druk op de benen te zetten. De Spanjaarden volgen dan al op 1m30 maar dat weet ik niet, dus ik besluit mij aan mijn plan te houden om in het glooiende deel van het parcours een beperkte forcing te voeren. Wat ik al even voelde – dat ik de betere van ons twee was op dit moment – wordt snel duidelijk en meter voor meter kruip ik weg. Nog twee pittige hellingen, nog 7km. De benen worden echt zwaar, het tempo glijdt af naar 3:40-3:50/km. Te traag maar sneller gaat niet meer. Nu is het zo goed en zo kwaad het tempo houden, iedereen ziet af. Dan op de voorlaatste helling zet ik iets te enthousiast aan, de kramp slaat mijn linkerbeen toe. Even moet ik stoppen, maar gelukkig kan ik na 15 seconden weer op weg. Niemand is me voorbij gegaan. Ik weet dat hoewel mijn hersens nog zouden willen pushen, ik nu gelimiteerd ben en vooral de krampen onder controle moet houden. Als er nog iemand terugkomt, zal aanpikken niet meer gaan. De laatste helling naar de brug gaat met muizenstapjes omhoog. Toch ga ik nog voorbij een M35 Spanjaard die al stappend naar boven gaat. Dat geeft de loper moed, nog 5 vlakke kilometers nu. Nog niemand achter mij te zien, voor mij duikt alweer een andere M40 Spanjaard op die ik gecontroleerd inhaal en achterlaat. Eindelijk km41, we komen terug het stadje binnen, ik kijk de lange weg achter mij om en zie enkel gedubbelden, dit mag niet meer fout gaan. Minder dan 5 minuten en ik ben er. De laatste 200m gaat het tempo eruit en ben ik al aan het genieten, het grote doel is bereikt, ik ben Europees kampioen M50. Ik druk mijn uurwerk af op 2u32.

Man in sportoutfit met nummer 053, juichend na de finish van een marathon, met een drukke toeschouwersachtergrond in Jyväskylä, Finland.

Eerst een beetje ontgoocheling dat ik niet onder 2u30 zit, maar daarna verbazing als ze me zeggen dat ik derde master ben. De kloof met Jordi Carrasco Nunez (+4min) en Jose Verdugo Carrero (+5m30) bevestigt dat ik toch nog een relatief sterke laatste ronde gelopen heb. De temperatuur was toch nog hoger dan gedacht, want s avonds merk ik dat ik een beetje kleur heb opgepikt. Gelukkig kon ik tijdens de wedstrijd drie keer onder een douche van een halve liter water staan om terug af te koelen. Dat deed echt wel deugd.

Een klein half uur na mij werd Marc Sempels in M65 de tweede Belg met goud in 3u00m36s door een tijdige inhaalrace in te zetten en in de laatste meters zijn Duitse concurrent het nakijken te geven. Een uurtje later weerklonk de Brabançonne dus tweemaal op het podium, waar er nog een verbroedering volgde met de Fransen en de Spanjaarden. Na al de koolhydraatstapeling van de voorbije dagen was het ’s avonds tijd om voldaan te genieten van een biefstuk/friet met een Prosecco. Na wat rust is de volgende afspraak weeral over 8 weken in New York, op jacht naar een tweede wereldtitel.

PK XC Gooik – 1e M50

Naar jaarlijkse gewoonte worden begin Januari de Vlaams Brabantse Provinciale kampioenschappen Cross country georganiseerd afwisselend in Vilvoorde en Gooik. Dit jaar was het de beurt aan Gooik of moet ik Pajottegem zeggen sinds 1 Januari? Om tegemoet te komen aan de kritiek van een te zwaar parcours door de modder werd reeds verleden jaar uitgeweken van de voetbalvelden van SK Gooik naar een wei aan de oude atletiekpiste een kilometer verderop. Toen waren de weersomstandigheden droger en leek het alvast een veelbelovende verbetering, maar de lakmoesproef zou nu pas komen na de aanhoudende regen en sneeuw van deze nacht. Voor Wouter Verbist alvast reden genoeg om ondanks een ban sinds zijn laatste optreden in Gooik terug aan de start te staan in de Parel van het Pajottenland. 

Bij de opwarming en verkenning van het parcours was het al duidelijk dat het opnieuw een heroïsche slag van de oude mannen “bij” of eerder “in” de Molenbeek zou worden. Een grote plas water had zich immers centraal in de wei gevormd. Gelukkig kwamen de lintjes nog net boven het water uit zodat we tenminste een idee kregen van waar het parcours liep. Na de (te) slappe start in mijn vorige cross in Wespelaar was mijn strategie voor deze cross de “blits start”. Echt gemakkelijk verliep de start echter niet door de aanhoudende aarzeling van de starter. Ik was al een keer of drie naar voor gevallen om te starten toen uiteindelijk het startschot weerklonk. Na een paar krachtige passen in de modder kwam ik op gang om bij de eerste bocht vooraan tussen de scholieren terecht te komen. Achter mij gebeurde er in die hectische begin fase van alles. Yves Buelinckx die twee jaar geleden nog de titel voor mijn neus wegkaapte maakte in het tumult een buiklanding en was meteen op achtervolgen aangewezen. Na amper 100 meter kwam de hiel uit de schoen van Gert Rom, het begin van een lijdensweg waarbij zijn schoenen in de modder blijven zitten en hij uiteindelijk met de schoenen in de hand en op zijn sokken de finish zal overschrijden. Maar hij was zeker niet de enige die schoenen verloor op dit parcours.

Ondanks de snelle start is het echt moeilijk om looptempo te maken. Alhoewel de diepte van het wegzakken bij elke pas varieert, is er één constante: modder en nog eens zuigende modder. Na een kilometer is het even op adem komen en de schade opmeten. Chriske Wouters is de eerste achtervolger op een kleine 50 meter. Terwijl een groepje scholieren stilletjes wegloopt, consolideer ik de inspanning en ga over op een cruise tempo, weliswaar één minuut per km trager dan in de Leuvense corrida van verleden week. Het voordeel van de vele lussen is dat het vrij gemakkelijk is om mijn voorsprong te kunnen inschatten. Op de schaarse stroken waar je aan de kant in het gras toch een beetje vaste grond onder de voeten krijgt, pik ik zo goed en zo kwaad als het gaat het tempo weer op. Gelukkig klinkt na één ronde al de bel voor de laatste ronde, nog eens het ganse modderbad opnieuw gaat er door mijn hoofd. Alhoewel de temperatuur best aangenaam is, voelt het water in de grote plassen koud aan, maar het laat wel verrassend genoeg toe om enig tempo te maken in tegenstelling tot de zompige modder. Naarmate de finish nadert worden de benen vuiler en kruipt de modder verder in schoenen en kleren.

Foto: Chris Wouters

Ik zie dat clubgenoot Steven Decoster nog op podiumkoers ligt en in duel is met Yves Buelinckx. Bij het ronden van één van de talrijke U turns is er een contact tussen de twee en glipt de trouwring van Yves vinger de modder in. Er is echter geen tijd voor Yves om om te kijken, want de finale komt eraan en het podium is nog steeds mogelijk.  

Terwijl ik zonder verdere problemen onder het oog van DCLA trainer Michel Jordens en van de camera over de meet kom, ontbindt Wim De Pauw in de achtergrond zijn duivels met zijn snelle sprintbenen en Yves moet zich gewonnen geven voor het podium. Steven wordt 5de. Bij de M55 wordt clubgenoot Frans Fierens tweede. Op het podium ontvang ik het Vlaams Brabantse schildje, een eerste bescheiden titel in 2025.

Foto: M. Jordens

In de tent aangekomen snak ik naar een paar droge kousen, maar de vochtige modder zit tot tussen mijn tenen. Thuis zal ik later mijn (gelukkig) zwarte kousen ongeveer 5 minuten moeten spoelen vooraleer de meeste modder eruit is, m.a.w. weer veel was werk voor een kwartiertje “fun”. Bij de nabespreking spoelen we in De Cam door met een traditionele Lambiek van Oud Beersel en een goed stuk kersentaart. O ja, Wouter Verbist laat weten dat hij deze wedstrijd nu definitief heeft geblacklist en de trouwring van Yves is gelukkig teruggevonden. Los van het sportieve is mijn conclusie dat het nieuwe parcours de dramatiek op een regenachtige dag op dezelfde manier inlost als het oude parcours. Volgend jaar toch maar weer Vilvoorde?

Tokyo marathon | 03 Maa 2024 | 02:30:39

Er ontbrak me nog één, zesde ster om de queeste van deelname aan de zes major marathons te voltooien en dat was de Tokyo marathon. Het is niet alleen geografisch de verste marathon voor ons, maar ook een moeilijk marathon om aan te kunnen deelnemen aangezien er jaarlijks meer dan 300.000 mensen inschrijven waarvan slechts 1/10 geselecteerd wordt. Deelname in 2023 was al helemaal hopeloos, omdat het aantal te verloten plaatsen nog beperkter was, door de overdracht van deelname na een coronajaar zonder Tokyo marathon. Samen met mijn vaste loopbuddy Werner Heselmans vatten we dus het plan op om in het voorjaar van 2024 mee te doen. Waar hij via de lotterij en virtuele runs probeerde een plaatsje te bemachtigen, probeerde ik het ook via het RUN as ONE Semi-Elite programma, waarin ik dankzij mijn uitstekende prestatie in London in 2022 aanspraak maakte op een startplaats indien ik bij de 25 snelste buitenlandse atleten zou zijn die zich aanmelden. Eind augustus kwam voor mij het verlossende antwoord, maar voor Werner bleef het goede nieuws uit, waardoor ik dus noodgedwongen alleen naar Tokyo moest. Ik vond het dubbel jammer enerzijds omdat ik het fijne gezelschap zou missen, maar anderzijds ook omdat we nu niet samen de six-star medaille in ontvangst zouden kunnen nemen.

Een hardnekkige blessure aan de onderkant van de voet (fascia plantaris) had al de hele winter voor ongemak gezorgd en ook nu in het vooruitzicht van de Tokyo marathon zaaide het twijfels of ik wel zonder problemen zou kunnen uitlopen. De conditie was zeker goed, maar niet optimaal omdat in de trainingen een keuze moest gemaakt worden tussen ofwel lange rustige lopen of korte intensieve trainingen om de pijn onder controle te houden. De training schoot dus een beetje tekort, wetende dat een marathon een intensieve lange inspanning is waarbij juist stamina erg belangrijk is.

Zoals steeds probeerde ik de stress weg te houden door de reis zoveel mogelijk op voorhand te plannen. Om te acclimatiseren – er is 8 uur tijdverschil – vond ik het opportuun om reeds een week op voorhand naar Tokyo af te reizen. Dat gaf het bijkomend voordeel dat er de eerste dagen nog wat sightseeing kon gebeuren inclusief een daguitstapje met de Shinkansen trein naar Kyoto. Deze culturele uitstapjes hadden hun doel niet gemist en ik was danig onder de indruk van dit land en nog meer van zijn inwoners. Voor westerlingen valt de netheid, de georganiseerdheid en de beleefdheid van de mensen op. Maar vanaf vrijdag ging de knop om en begon de gerichte focus naar de marathon op zondag. s’ Morgens nam ik de Yurikamome monorail van mijn hotel in Shiodome naar Tokyo Big Sight, het grootste exhibitie centrum van Japan waar de marathon expo doorging. Door de unieke architectuur is het moeilijk om niet in verwondering te staan voor dit kolossale gebouw dat er uitziet als ware het vier aaneengesloten lotusbloemen. Het gebouw dateert uit mid jaren 1990 en had recent nog dienst gedaan als communicatie- en perscentrum voor de Olympische spelen.

Ik kwam er als één van de eersten van die dag aan en zowat om de twintig meter stond er een vrijwilliger die elk van de deelnemers die voorbijkwam begroette met buiging. Wetende dat er nog duizenden na mij zouden volgen, was ik zeer onder de indruk van deze persoonlijke aanpak. Zoals steeds werden we omwille van de organisatie vriendelijk aangemaand om juist één rij te vormen op de roltrappen. De eerste stop na het betreden van de eerste hal betrof het allerbelangrijkste: het ophalen van de BIB. De rijen waren goed verdeeld en dit verliep allemaal bijzonder vlot. Naast een nummer vooraan, was er ook een nummer voor achteraan en bovendien nog een extraatje om aan te geven dat dit de zesde ster was. Het zou nog wat gepuzzel en aanpassing vergen om alle nummers op mijn wedstijdtruitje te krijgen. Om identiteitsfraude te vermijden, kreeg je ook een armbandje hetwelk niet meer af mocht tot aan de race op zondag. Nadien werd in een aparte rij nogmaals getest of de chip in je nummer werkte. In minder dan 10 minuten was ik er volledig door. Het weerbericht voorspelde een temperatuur van rond de 6°C en dus was ik van plan om toch wegwerpkleren mee te nemen. In hun streven naar minimaal afval werd er echter op gewezen dat je alles zou moeten meenemen, en er werd nogal dubieus gedaan of je wel kleding zou kunnen achterlaten. Ook op de expo kon ik geen eenduidig antwoord vinden, maar ik besloot toch om minimaal een trui aan te doen die ik zou achterlaten wat uiteindelijk ook geen probleem vormde. Ik kon het aan een official afgeven die het mooi aan de kant legde.

Daarna volgde het obligate bezoek aan de kledingsponsor, niet toevallig het Japanse Asics. De foto’s van lege rekken circuleerden al op de sociale media en ook deze tweede dag van de expo zouden er veel te weinig T-shirts zijn. Enkel XL of hogere maten bleven over – en al vielen ze wat klein uit, dit zijn niet meteen maten voor marathonlopers – en je zag de wanhoop in de ogen van sommigen. Dit was waarschijnlijk de grootste smet op de anders perfecte organisatie. Vermits mijn kast al uitpuilt van de T-shirts vond ik het niet echt een probleem en in de Tokyo marathon shop van de organisatie vond ik wel een aantal kleine souvenirs. Tot slot passeerde ik nog aan de Abbott stand. Daar liet ik vooreerst checken of alles in orde was voor de ontvangst van de stervormige medaille aan de aankomst. Terloops kreeg ik ook nog een klein cadeautje vanwege de Gold club en kon ik voortijdig ook de medaille ophalen voor de virtuele Global run, een virtuele run die ik tijdens de marathon ook zou lopen. Verder was er weinig nieuws onder de zon in de talrijke standjes en na een uurtje was ik terug op weg naar de uitgang terwijl het volk onverminderd bleef toestromen. De vrijwilligers hadden zich ondertussen ook overgegeven en stonden er gewoon bij te kijken … hun enthousiasme was begrijpelijkerwijze al wat gaan liggen.

Zaterdag na het Ontbijt met de Boss en de verkenning van de start site was het tijd voor nog een laatste snelle kilometer om de benen nog eens los te maken en dan was het alles klaarleggen en platte rust. Na een rustige nacht en een goed ontbijt vertrok ik om 7u richting de start. Ik was totaal ontspannen, het gevoel zat goed en voor één keer was mijn Garmin horloge het hiermee eens. Een half uurtje later stapte ik uit in het Nishi-Shinjuki station op de Marunouchi metrolijn. Van hieraf zorgden de vrijwilligers met richtingaanwijzers dat ik vlot aan Gate 1 geraakte waar je jouw armbandje moest tonen om binnen te geraken. Daarna volgde in een volgende rij de controle van de zakken die je op een vrachtwagen kon achterlaten en die naar de finish zouden worden gebracht. Ik had enkel een trui en broek mee voor na de wedstrijd. Mijn mobiele telefoon zou ik in een gordel meenemen op de rug. Tot hiertoe verliep alles razend vlot. Op minder dan 10 minuten stond ik onder de start in een speciaal afgesloten gedeelte voor de semi-elite. Het was er bijzonder kalm en ik genoot ervan om in alle rust te kunnen opwarmen, naast een gelijkaardig vak voor de Elite lopers. Rond 8u10 zat de opwarming erop. Ik besliste om enkel nog een trui , een buff en handschoenen aan te houden en de rest af te geven voor na de wedstrijd. Vervolgens de trap op naar het wegdek boven op zoek naar Corral A. Er was nog bijna niemand in het vak aanwezig, dus ik zocht nog even het voorbehouden toilet op. Het was nog steeds fris, maar in het zonnetje was het best aangenaam om te staan wachten. Het moet gezegd, de condities waren quasi perfect. In het vak stond ook Toyoki Sato, een Japanse collega loper waarmee ik in London 2022 lang samengelopen had. Hij mikte op 2u35, mijn doel was om onder 2u30 te blijven. Tijdens het wachten zag ik dat ook Nick Bitel, de Londense race director die ik de dag ervoor nog op het ontbijt gezien had, een kijkje kwam nemen. Hij had mij ook gezien en riep me naar voor om even nog dag te zeggen en me succes te wensen. Daarna verdween hij weer even om daarna terug te keren om me voor te stellen aan Wayne Larden, de Sydney marathon race director. Ik vertelde hem dat ik uitkeek naar het komende WK in zijn stad. Terwijl ik aan het wachten was overliep ik nog eens het parcours. Het hoogteprofiel is erg gelijkaardig aan dat in London. In de eerste 5km gaat het eveneens naar beneden (35 meter), daarna is het zogezegd vlak. Maar anders dan in London gaat het in realiteit altijd licht golvend.

Vliegende start onder confetti met Toyoki in het blauw net voor mij

Om 9u10 stipt onder de confetti en de witte rook nam ik samen met de anderen in Corral A een vliegende start. Ik liet me meedrijven met de stroom en kwam al vlug in een groep van een veertigtal lopers terecht. Het ging best snel (eerste 5km in 16m44s), maar ik had niet het gevoel dat ik al over mijn toeren ging. Toch ging het fout na het eten van een eerste gel na amper 7km. Ik kreeg steken in de zij en er zat niks anders op dan tijdelijk het tempo een beetje te laten zakken. Na minder dan een kilometer was de stekende pijn weg samen met mijn ideale groep. Van dan af zou ik me niet meer schuil kunnen houden. Af en toe kwam er een groepje tot stand van maximum vier lopers, maar nooit voor lang. Toch hield ik er het tempo goed in. Ik zorgde ook dat ik regelmatig kon drinken. Het was de eerste keer dat het eindcijfer van mijn BIB, 4 in mijn geval, dicteerde aan welke tafeltjes je bij voorkeur drank nam. Had ik al gezegd dat alles georganiseerd en gedisciplineerd verloopt in Japan?

Vooraf had ik gelezen dat het Japanse publiek nogal gereserveerd was, maar dat moet ik hier toch formeel tegenspreken. Ik heb honderden keren Ganbatté To of Ganbare To gehoord (Ga ervoor Tom en Zet hem op Tom). Niet alleen ontbrak de m bij de uitspraak van mijn naam die op mijn singlet stond, maar door de manier waarop ze het uitspraken klonk het in mijn hoofd een beetje als “sneller he Tom”. Aan aanmoediging zal het dus zeker niet gelegen hebben, toch voelde ik dat vanaf km35 de hamstrings aan het verduren waren. Halverwege was ik nochtans doorgekomen in 1u12m10s, ruimschoots sneller dan ik gehoopt en verwacht had.

Op één van de stukken waar de eerste elite ons tegemoet kwamen had ik al vastgesteld dat Eliud niet meer in de kopgroep zat, nu zag ik hem aan de overkant aan wat voor hem km40 was eenzaam lopen. Dat was al 5km voor mij, maar ik voelde mij niet de enige die beestig aan het afzien was. Doordat de rechterhamstring in de daaropvolgende kilometers nog stijver werd, kreeg ik de benen niet meer omhoog zoals ik zou willen. Ik was nu ook in het segment aangekomen waar de vertering lamgelegd wordt en eten eigenlijk niet meer gaat en zoals voorzien schakelde ik over op de aangeboden plaatselijke energydrank Pocari Sweat. Op de sociale media had ik al van alles gelezen over de smaak van deze drank. En omdat ik niks aan het toeval wilde overlaten en de drank in elk metrostation in de automaten verkrijgbaar is, had ik de dagen ervoor al geproefd. Eigenlijk kwam het in de buurt van de limoen versie van Aquarius en ik begreep dus de hele heisa niet. Omdat ik de vorige drankstations amper iets binnengekregen had omdat de bekertjes wel heel karig gevuld waren en er altijd een deel verspild wordt als je met snelheid een bekertje grijpt, besloot ik zelfs om even halt te houden en eens even de tijd te nemen om goed te drinken. Het bracht mij weer wat verder, maar een viertal kilometer voor de meet kwam een Japanse leeftijdsgenoot voorbij, de wil om aan te pikken was er wel, de fysieke kunde echter niet meer. In de laatste twee kilometer voelden de benen als lood en liep ik zelfs twee kilometer boven 4min/km. Eindelijk was daar na 42km de bocht naar links en konden de armen de hoogte in. Op de klok stond 2u30m39s. Het was niet onder 2u30m, maar toch was er geen ontgoocheling, eerder opluchting. Door de moeilijke voorbereiding was ik toch een beetje gaan twijfelen of ik nog ooit op niveau zou kunnen geraken. En hoewel ik het niet had kunnen volhouden, had de eerste helft van de marathon mij weer het gevoel gegeven dat er wel degelijk nog snelheid in mij zat. Moeizaam stapte ik verder terwijl ik eerst een poncho kreeg en een beetje drank en eten.

Dan was het vooral genieten bij de uitreiking van de six-star medaille. Een avontuur gestart in de herfst van 2017 in New York kwam hier tot een hoogtepunt. Ook dat droeg bij aan het positieve gevoel dat ik bij deze marathon overhoud. Daarna werden we opnieuw naar een aparte tent geleid om ons om te kunnen kleden. Het voelde eigenlijk aan als een soort criterium loop dicht bij huis qua rust en faciliteiten, terwijl dit toch één van de grootste marathons van de wereld was. Op mijn hotelkamer kroop ik in een warm bad op Japans maat met badzout – één waar je je benen niet kan strekken – om weer de oude te worden. Dan pas werd het duidelijk hoe de voet eraan toe was, die avond kon ik niet meer stappen zonder stekende pijn en al manken ging ik nog terug naar het Westin hotel, het wedstrijdhotel, waar er een receptie was voor six-star finishers. Toen er een demonstratie van compressie beenstukken werd aangeboden, ging ik daar maar al te graag op in. Slechter zou het sowieso toch niet worden. De fluctuerende druk in de beenstukken brachten me een kwartiertje (ont)spanning. De volgende morgen ging het gelukkig al iets beter. Een echte marathon stopt niet aan de finishlijn.

Cross de CABW in Nivelles – derde master

Omdat de voet het zo goed uitgehouden had de dag ervoor en de recuperatie prima was na een verkwikkend bad na de Warandeloop, besloot ik om de volgende dag zuidwaarts te trekken naar Nivelles om deel te nemen aan de cross van de gerenommeerde traditieclub CABW (Cercle Athlétique du Brabant Wallon) met atleten zoals marathoner Dorian Boulvin en 1500m specialiste Elise Vanderelst. Het epicentrum van het gebeuren was de Ferme de l’Hostellerie, een vierkantshoeve waar zich in de verschillende vleugels de inschrijving, vestiaires en toiletten bevonden. De wedstrijden speelden zich op een nieuw parcours een 20 tal meter lager in de velden af.

Het contrast met de cross die ik gisteren liep kon nauwelijks groter zijn. Het begon al met de inschrijving. Er werd nog gebruik gemaakt van het papieren strookje dat je voorzien van jouw gegevens met je nummer op de borst moest spelden en bij de finish moest afgeven. Ik loop niet zo vaak crossen, maar dat had ik sinds de invoering van atletiek.nu en post-corona niet meer gezien. De kleedkamer was in een van de overigens wel goed verwarmde stallen. Verder was het parcours in niets te vergelijken met gisteren. Dit was cross met de grote C: modder overal, glibberig, 360° bochten, steile bergaf, lastige ploeterstroken, maar ook een lopend stuk in het bos en vooral een lastige 250m serieus bergop naar de finish toe. Daartegen was de bosloop van gisteren een formule 1 parcours. Eén ding was duidelijk: op zo een parcours win je niet per ongeluk, zeker al niet als de afstand 7500m is.

Vermits alle mannen categorieën van junioren, senioren tot masters samen liepen, pakten zich een 50 tal lopers samen aan de start. Even nog een opmerking over mijn witte spikes en dat dit niet lang zo zou blijven en dan stonden we klaar voor het startsein. Geen startschot want de starter was zonder kogels gevallen, maar plan B een scheidsrechters fluitje zou het peloton op gang brengen. Met de bosgrond van Tilburg nog aan de schoenen, want onvoldoende tijd om ze te poetsen en nog te laten drogen, ging het in gestrekte draf naar de eerste bocht die als trechter dienst deed. Beseffend dat dit een lange zware cross ging worden, ging ik bewust een beetje meer behouden dan gisteren van start tussen de 10de en 15de positie. We kwamen nu in een slingergedeelte van het parcours waar we drie keer op en af moesten lopen. De eerste drie keer omhoog liepen nog vrij vlotjes, maar dan was ik pas halverwege de eerste van zes ronden. Bij al dat krachtwerk bleek duidelijk dat de jeugd beter geplaatst was, maar in de tweede helft van de ronde was het vlak en kon er tempo gemaakt worden, iets wat me meer lag. Vlak voor het einde van de ronde volgde een snelle lange afdaling. De gedachte dat dit nog 5 keer zou moeten overwonnen worden, maakten mij een beetje moedeloos. Ik kon mijn plaats wel handhaven, maar de stroken bergop gingen vanaf de derde ronde toch niet meer van harte. Terwijl het spoor met elke ronde in de bochten steeds dieper uitgegraven werd door de centrifugale krachten, leek ook de zuigkracht van de modder elke ronde groter te worden. In de voorlaatste ronde kwamen er nog een drietal lopers voorbij. Met elke ronde was er ook meer modder om mee te sleuren aan spikes en benen. Met nog een halve ronde te gaan, hoorde ik dat Dorian Boulvin, die verleden week nog 7de werd in het BK en daardoor net het EK miste, als eerste over de meet kwam. Nog een laatste spurtje bergop en dan de meet over waar de kaartjes in de juiste volgorde werden gestoken. Mijn eerste bekommernis was om iets warm aan te trekken. Mijn verwondering was dan ook groot dat ik vrij vlug na de aankomst op het podium werd geroepen als derde master (16de algemeen). Ik repte me naar het podium en kon mijn trui al weer uittrekken. Ik flankeerde er twee dertigers van de plaatselijke club, Adrien Willemet en François Decamk, die ruim beter waren.

Heel eerlijk, zonder afbreuk te willen doen aan de elegantie van de verschijning van Mr. Noël Levêque, de voorzitter van de club had ik de prijs liever uit handen van Elise Vanderelst gekregen zoals bij de andere podia. Maar Elise was zich al aan het opwarmen om daarna ruim de maat te nemen van de andere dames.

Ik kan iedereen aanraden om eens te komen proeven van deze lastige, charmante cross uit de oude doos aan de andere kant van de taalgrens. Het kleine aantal Vlamingen doet deze organisatie eigenlijk onrecht aan. Ik hoop dan ook dat bij volgende edities ook enkele clubgenoten de weg vinden.

Foto’s eigen wedstrijd: Christian Chretien; Foto podium: Adrien Willemet (supporter)

Warandeloop Tilburg – podium bij eerste internationale cross

Voor mijn debuut in een internationale cross had ik de Warandeloop in het Nederlandse Tilburg uitgekozen. De Warandeloop aan de gelijknamige laan op de terreinen van de plaatselijke universiteit is een cross die uitgegroeid is tot een driedaags event voor zowel lopers als wandelaars. Ik was vooral benieuwd om te zien hoe het crossgebeuren er in een ander land aan toe gaat. Vorig jaar nog werd de categorie M50 gewonnen door Marcel Larros, ex-professional en tegenwoordig meer bekend als zoon van Niels maar dit jaar zag de verdeling van de categorieën er een beetje anders uit en niet tot mijn voordeel. De M50 categorie werd samengesmolten met de M45. De ambities vooraf waren nog meer teruggeschroefd door een gebrekkige voorbereiding omwille van de herstellende plantar – hielspoor in de volksmond – en de dubbele vaccinatie (griep en corona) van vorige woensdag waarvan de stijve rechterboven arm nog getuige was. In ieder geval was ik deze keer gespaard gebleven van een complete dag van de kaart zoals bij de eerste herhalingsbooster. Ik hoopte in het beste geval in de buurt te kunnen blijven van Björn, de papa van Julie Voet, die zich vorige week nog voor het Europese kampioenschap in Brussel bij de U23 kwalificeerde en die nu haar papa langs de kant stond aan te moedigen. Tijdens de crosscup manche van Roeselare had ik echter al gezien dat de conditie van Björn meer dan goed was daar hij zich goed kon handhaven bij de jonge masters, dus ik twijfelde of ik wel zou kunnen volgen. Zo stonden we vervroegd terug tegen elkaar want voorlopig ontloop ik hem nog in België via de M50 categorie.

Al meteen bij aankomst op het terrein werd duidelijk dat de installatie van start en finish toch net iets grootser opgezet was dan in de meeste Belgische crossen. Het viel mij ook op dat er geen gedrum bij de start aan te pas kwam. De tragere lopers gingen gedisciplineerd op de tweede rij staan zodat er eigenlijk rustig gestart kon worden. Ik kwam zoals vaak goed uit de startblokken en kreeg al gauw de Waaslander Tommy Kinders in mijn gezelschap. Na een lang lopend stuk werden we letterlijk het bos in gestuurd. De ene bocht volgde nu de andere op, maar ondanks de regen op dat moment en die van de voorbije uren en dagen was de bosgrond uitstekend beloopbaar. Tommy koos ondertussen het hazenpad en niemand zou hem nog voor de finish terugzien. Hij werd met een voorsprong van maar liefst twee minuten gemakkelijk winnaar van de M35 categorie. Om ervoor te zorgen dat er geen bedrog mogelijk was stonden er trouwens op strategische plaatsen flitscamera’s in het bos die het hele gebeuren filmden en bij twijfel uitsluitsel konden geven. Het parcours had naast een put van drie meter diep waar we doorheen moesten ook nog een viertal boomstronken in petto maar al bij al was het toch wel een snel parcours. Op het einde van de eerste van vier ronden kwamen eerst Erik Driesen van de atletiek vereniging NoordOostpolder en daarna Björn aansluiten. Ik hield het nog een paar honderd meter vol in Björns spoor, maar toen we weer het bos in draaiden voelde ik dat het iets te snel ging en ik zag beiden seconde per seconde wegsluipen. Er ontspon zich voor mij nog een spannende strijd voor de winst in de categorie die uiteindelijk in het voordeel van de Nederlander zou beslecht worden. Mijn voet bleef ondanks de hevige inspanning gelukkig pijnloos. In de volgende ronden voelde ik de volgende loper heel langzaam dichterbij komen. Hoewel het niet meteen een concurrent was want de tweede in de M35 categorie, vond ik dit een ideale gelegenheid om aan mijn weerstand te werken en ik maakte er dus een erezaak van om voorop te blijven. In de laatste ronde durf ik niet langer achterom te kijken en in de laatste bocht hoor ik zowaar zijn zware ademhaling achter mij, zodat ik met nog een kleine honderd meter te gaan nog eens erg diep moet gaan om voor te blijven… maar het lukt. Over de meet moet ik overgeven, maar gelukkig zit er niks meer in mijn maag. Blijkbaar toch serieus diep moeten gaan. Alle deelnemers krijgen een ecologisch verantwoorde houten herinnering om de nek van dezelfde makelij als de medailles die we later zullen krijgen. Ik kan goed leven met deze derde plaats in mijn categorie. Na de meet slaat de kou ineens toe en wordt het toch nog even bibberen. De verwarmde tent en de uitreiking van de bloemen op het podium zorgen voor de nodige opwarming. Ik besluit dat het internationale karakter bij de masters toch voornamelijk uitgedraaid is op een wedstrijd tussen Nederlanders en Belgen. Met drie Belgen in de eerste vier hebben we ons niet onbetuigd gelaten, alleen jammer dat er geen overwinning in onze categorie is.

Na het podium beslis ik om toch maar uit voorzorg de voet te laten koelen in de Rode kruispost. Ik ben er meteen de ideale “learning case” voor een jonge vrijwilliger in opleiding. Ik word uitstekend behandeld en nadat ook de nodige vragen zijn gesteld en de formulieren ingevuld zijn, kan ik aan mijn cooldown beginnen.

Ik bedenk dat het spijtig zou zijn om deze hele verplaatsing te maken zonder ook het centrum van Tilburg eens een bezoekje te brengen. Ik kan me niet herinneren er ooit al te zijn geweest. Een combinatie van kerstsfeer met Black friday zorgt voor heel wat volk in de feeëriek verlichte straten. Ik raak aan de praat met Ibo, een Rotterdammer die verliefd geworden is op Tilburg en die net een kledingwinkel heeft geopend. Hij vertelt me dat hij vooral geniet van de menselijke contacten die hier in het zuiden van het land nog heel gewoon zijn. Ik profiteer er tegelijkertijd van om mijn kledingkast een beetje aan te vullen met merken die bij ons niet te vinden zijn. Voor ik vertrek drukt hij me op het hart om zeker nog eens langs te komen om een thee te drinken. Ik vertel hem dat dat ten vroegste volgend jaar zal zijn. Ondertussen was mijn koolhydraatspiegel danig gezakt. Gelukkig brengt een gezellig Italiaans restaurantje redding. Een mooie afsluiter van een leuk internationaal uitje.

Foto’s: Björn Voet (podium), Warandeloop Tilburg (start)

BK10000 m – zilver na overmoedig en ontoereikend solowerk

Amper één week na het BK masters in Ninove, gaven de lange afstandslopers bij de masters alweer present, ditmaal in de Gaston Reiff arena in Braine l’alleud. Deze piste werd vernoemd naar Gaston Reiff, onze eerste gouden Olympische atleet in de Belgische atletiekgeschiedenis. Op de Olympische Spelen in London 1948 klopte hij de Tsjechische locomatief Emil Zatopek op de 5000m ondanks diens formidable eindspurt. Echter, aan de staat van de piste te zien lag dit roemrijke verleden toch al een tijdje achter ons. Bovendien keek de leeuw van Waterloo vanuit de verte toe op het sportgebeuren.

Na de commotie van vorige weekend had ik mij nog Saucony Fastwitch schoenen aangeschaft om volledig reglementair te zijn. Vermits het deze keer om een gecombineerde wedstrijd M35-M40-M45 ging, beloofde het deze keer een snellere wedstrijd te worden. Inderdaad in de eerste rondes ging het al meteen behoorlijk snel. Na amper 600m moest ik al een cruciale beslissing maken. Zou ik meegaan met de M40 of mij laten uitzakken. Ik besloot om het gaatje dat was ontstaan voor mij te dichten en te zien hoever ik zou komen. Op dat moment en voor de volgende 2 km liep alles zoals gepland. De vraag was of het ook nog na de derde km zou blijven duren. Ik voelde dat aanklampen steeds moeilijker werd en nadat ik al eens een gaatje had laten vallen, moest ik na drie kilometer afhaken bij het groepje. De resterende kilometers zou ik solo afleggen: een eindeloze, monotone onderneming. De benen gingen steeds stroever ronddraairen en met nog een 5-tal ronden te gaan zag ik Dirk Vermeiren opduiken in een groepje op 50 meter achter mij. De staat van mijn benen voelend wist ik dat het zwaar ging worden om hem af te houden. Met nog drie ronden te gaan, beende hij mij bij en na een ronde aanklampen, kwam mijn Waterloo en moest ik hem laten gaan. In de komende twee ronden kon hij de kloof nog serieus verder uitdiepen.

Ik bolde als tweede over de streep met een nieuw PR van 33min38s op de piste, ruim 35 seconden sneller dan verleden jaar. Deze keer was ik op mijn waarde geklopt. Kurt Verheyen werd derde een half minuutje later. Na bijna een uur wachten, konden we op het corona-proof podium onze eigen medaille over het hoofd tillen. Al bij al niet waarop ik gehoopt had, maar toch tevreden.

BK 5000m – 4de plaats met geslaagde warmtestrategie maar wedstrijdstrategie kon beter

Op 19 september, de eerste dag van het BK master’s weekend mocht ik alleen naar de stad waar ik middelbare school heb gelopen – Ninove dus – om aan de oevers van de Dender het BK op de 5km te betwisten. Door het aanhoudende corona virus was slechts één begeleider toegelaten en geen supporters. Om één en ander onder controle te houden kregen we daarom ook een blauw armbandje. Bovendien dienden de atleten buiten de warmup/cooldown en de wedstrijd zelf, het feitelijke lopen dus een masker te dragen. Bij een zwoele temperatuur van 28°C en de hitte die van de piste afstraalde, beloofde het letterlijk een hete race te worden. Omdat ik onder warmere condities (grosso modo boven 22°C) niet naar verhouding presteerde, had ik van de warme zomer geprofiteerd om een warmtestrategie uit te denken en te proberen op training. Bij gebrek aan mogelijkheden om dit in een andere wedstrijd uit te proberen zou dit echter de eerste test in een wedstrijd zijn.

De strategie op de dag zelf bestond uit volgende elementen: een cooling vest, pre-hydratatie, electolyte loading en een korte warm-up. De dag ervoor had ik de cooling vest reeds met water geladen en daarna een nachtje in het diepvriesvak gestoken. Voor het transport had ik een kleine coolbox voorzien, wat meteen ook handig was om nog wat ijswater mee te nemen. Voor en tijdens de verplaatsing had ik ervoor gezorgd dat ik genoeg gehydrateerd was. Om ook genoeg mineralen binnen te hebben had ik 3 uur op voorhand een tablet PH 1000 van Precision Hydration opgelost in 500ml water gedronken. Om de lichaamstemperatuur zo laag mogelijk te houden voor het aanvangen van de wedstrijd, deed ik de warm-up in de cooling vest. Ik kortte de warm-up ook in tot 10 minuten: 5 minuten loslopen, gevolgd door enkele strides van 150m (geleidelijk naar 80-90% van topsnelheid gaan en dan terug uitbollen) en terug een paar minuten loslopen. Daarna hield ik de vest zo lang mogelijk aan en zocht ik de schaduw op, zodat ik “fris” aan de start verscheen klaar om te vertrekken.

Onder het commando van Gert Stuyven beginnen we relatief rustig aan de eerste rondjes om de eerste kilometer te ronden in 3m24. Na de eerste kilometer pikt het tempo op en al snel blijven we nog met zes over. Na 2 km neemt Jérôme Hilger-Schutz over en drijft het tempo nog iets op. Na 3 km hoor de speaker zeggen dat we nog met vier overblijven. Het voelt comfortable hard aan, toch durf ik niet echt doordrukken en de forcing te voeren, nog steeds bang hoe ik ga reageren op de warmte. Plots blijft er nog één ronde over. Bert Torbeyns, de latere winnaar begint de debatten en neemt direct 20 meter, dan reageert Jérôme en op 300m van de meet zet ik ook mijn sprint in. Ik hoor aan de voetstappen en het gehijg dat de andere twee achter mij ook reageren. We lopen nu terug in op de eerste loper, nog 100 meter en ik loop nog steeds in tweede positie maar ik voel de druk komen van achter en de benen beginnen te verzuren. Op 80 meter voor de meet komen ze mij alletwee voorbij, er zit niks meer in de benen om nog te reageren. Ik eindig als vierde op een luttele 2 seconden van nummer 2 en 3. Net geen podium, even is het de ontgoocheling verbijten. Met eenzelfde tijd als verleden jaar onder warmere omstandigheden, maar met veel minder afzien, kan ik wel leven. Achteraf beklaag ik het mij toch een beetje dat ik de wedstrijd niet harder heb gemaakt, we zullen echter nooit weten of dat veel verschil gemaakt zou hebben. Van de warmte heb ik in ieder geval niets gemerkt en dat is ook wel al anders geweest. Zonder meteen na de eerste keer euforisch te willen worden, blijkt de warmte strategie toch te helpen.

Resultaat BK 5000m 2020 (M45)

Achteraf ontspint zich nog een hele discussie omtrent het onreglementair dragen van de Nike VaporFly’s. Inderdaad, nadien leer ik dat vanaf midden augustus op de track de zool maar 25mm mag zijn en dat betekent geen Nike VaporFly of AlphaFly. Op de weg blijven deze dan weer wel toegelaten. Er valt geen excuus in te roepen. Als atleet word je immers geacht ten allentijde op de hoogte te zijn van het reglement. In ieder geval was ik me van geen kwaad bewust te meer omdat noch de juryleden noch de medelopers vooraf enig bezwaar hadden gemaakt. Ook na mijn navraag bij de jury, werd niet gezegd dat het verboden was. Maar voor de wedstrijd van volgende week zal ik toch maar voor reglementaire schoenen zorgen.

Verder waren er twee(!) gouden medailles voor clubgenoot Marc Neefs (M55) op 800m en 1500m. Hij maakt optimaal gebruik van een uitstekende conditie en de overstap naar een nieuwe leeftijdscategorie. Ook Marijke Willekens(W55) haalde tweemaal goud op 1500m en 5000m. Tenslotte was er ook nog goud voor Mona Rahmé (W40) op 1500m.

PK Cross Gooik – schildje veroverd in modderpoel

Het doet altijd plezier om terug te keren naar het Pajottenland en zeker als het naar Gooik, de parel van deze streek is. Al bleek al vlug dat het parcours allerminst een parel was dit jaar. Vorig jaar was de passage door de weide – waar op en af gelopen moest worden – al pittig, maar toen was er nog een min of meer beloopbaar pad. Dit jaar zakte je gewoon enkeldiep in de modder, daar kon niet aan ontkomen worden. Velen voor onze reeks hadden het al geprobeerd door alternatieve trajecten uit te testen en zelf probeerde ik het tevergeefs elke ronde ook opnieuw – links, rechts, midden – het bleef onveranderd zwaar werken om de zuigende en ijskoude modder te doorklieven. Naast het parcours was er nog een verzwarende factor voor de wedstrijd. Dit jaar fungeerde deze cross immers ook als Provinciaal kampioenschap wat toch steeds tot een sterkere bezettingsgraad leidt. Tot slot was dit ook een test om te kijken hoe het met de basisconditie stond na de voltooiing van twee trainingsblokken van 6 weken in de marathonvoorbereiding naar London. Neem daarbij nog de aanwezigheid van de familie als supporters en ik stond toch iets zenuwachtiger dan normaal aan de start. Door mijn tragere start vorig jaar was ik na een 300m even opgehouden, dus dat wilde ik dit jaar absoluut vermijden. Dit jaar nestelde ik me voor de start tussen de latere winnaars Koen Penninckx/GRIM (Masters) en Wout Debroyer/DCLA (Juniors) dus dit excuus kan ik nu niet inroepen.

En… ik werd niet opgehouden dit jaar, maar toch liep ik in de eerste km net dat beetje te hard van stapel, zodat het metertje stevig in het rood ging bij de eerste passage door de modderweide. Omdat we elkaar kruisten bij het op en af lopen, stelde ik ook vast dat eeuwige rivaal Chris Wouters/ROBA niet zo heel ver achterlag. En hoewel het voor hem reeds de derde wedstrijd van het weekend was en hij ook niet topfit was, heb je aan hem altijd een kwaaie klant. Na de passage door de weide volgde een rondje rond één van de ex-voetbalvelden van SK Gooik waarop ik wel in marathonmodus kon overschakelen. Ik merkte al vlug dat het deelnemersveld weliswaar uitrekte, maar dat de plaatsen behouden bleven.

Opdraaien over het brugje na de passage door de wei, klaar om weer tempo te maken (foto: Luc Van Ongeval)

Bij nog een volgende passage stelde Michel Jordens die ook naar Gooik was afgezakt me gerust. Ik lag op de 5de plaats bij de Masters (M35-45) en ruim voor in de M45 categorie. En zo zou het ook blijven tot aan de finish.

Op weg naar de finish in de laatste rechte lijn. (2020) (Foto: Luc Van Ongeval)

De finish lag precies op dezelfde plaats als bij mijn eerste kennismaking met de atletiek onder de vorm van de jaarlijkse scholencross. Alle Gooikse basisscholen bekampten elkaar op en rond dezelfde voetbalvelden.

Gooikse scholencross op dezelfde plaats (1983) (Foto: Luc Van Ongeval)

Voor mij was het de ontdekking van een nieuw talent.

Toen wel op het podium. (Foto: Luc Van Ongeval)

Onmiddellijk na de finish word ik bijgestaan door de trouwe supporters (Jill, Inne en mama Martine) die er voor zorgen dat ik geen kou vat. Op de achtergrond DCLA’er Davy Segers klaar om het podium als tweede bij de Masters (M35-50) te bestijgen. Van de originele blauw-gele kleur van de schoenen bleef weinig zichtbaar.

Net na de finish (Foto: Luc Van Ongeval)

Daarna volgde de nabespreking met Chriske Wouters/ROBA (6de) en ex-profvoetballer Yves Buelinckx/OEH (10de), de lijven duidelijk getekend door de modderige passages. Op de achtergrond is het niet duidelijk of Wouter Verbist/ROBA (18de) aan het bekomen of aan het nagenieten is.

Nabespreking met de collega’s. (Foto: Bram Van Ongeval)
Provinciaal kampioen Vlaams-Brabant veldlopen M45 – schildje

Eindejaarscorrida – met de familie doorheen Leuven

Dit jaar was de Eindejaarscorrida een echte familieuitstap doorheen Leuven. Naast de vier leden van het gezin was ook Roger – alias Apo – als trouwe supporter meegekomen om ons warm aan te moedigen. En dat was zeker nodig want rond 10u was het niet al te warm met slechts enkele graden boven het vriespunt.

Jins en Joline mochten de spits afbijten in de 4km. Ieder van hen had zich wel op een andere manier voorbereid. Voor Jins kwam de conditie vooral van de korfbaltraining, terwijl voor Joline één 3km loopje het weekend ervoor volstond. Gebaseerd op dat loopje was ons doel om na ongeveer 30 minuten terug aan het Ladeuzeplein te zijn.

We starten voorzichtig midden in het pak, wuivend naar de drone van ROB TV die met een live uitzending uitpakten met deskundige uitleg van onze Michel Jordens. Langzaam lieten we ons meedrijven met de massa. Jins liep mee met zijn vriend Roman en verdween uit ons zicht aan het einde van de Bondgenotenlaan. Maar Joline en mezelf bleven in een rustig tempo gestaag verder gaan. Na 2 km in het heuvelende stadspark begonnen we zowaar terug lopers in te halen. Voor Joline werd het nu ook moeilijker, maar toch beleef ze doorgaan. Naar het einde konden we zelfs nog een beetje versnellen waardoor we nog 30 seconden onder het half uur bleven. Jins was ondertussen al meer dan 4 minuten aangekomen. Een mooie prestatie van beiden.

Daarna was het de beurt aan Sophie en Brenda die 8km liepen. Ook hier was de voorbereiding door ziekte niet verlopen zoals gewenst. Toch hadden ze beiden op training de afstand reeds gelopen, dus we waren wel positief over de afloop. Meer nog Sophie slaagde erin om een minuutje sneller te lopen dan verleden jaar. Het was dus volkomen terecht dat ze met een zege gebaar de finish overging.

Ongeveer op hetzelfde moment mocht Tom starten voor zijn 12km. Aangezien ik niet meer geraced had sinds Chicago taste ik weer een beetje in het duister omtrent de conditie. Daarbij kwam ook nog de val medio December die er toch voor gezorgd had dat ik een tiental dagen last had met mijn linkerheup. Gelukkig was alles weer normaal nu, maar ik startte met de beperkte ambitie om in de top 30 te eindigen.

Gegeven die ambitie had ik me op de derde rij geposteerd samen met mijn marathon reisgenoot Werner en enkele andere Brokkenlopers. Ik voelde onmiddellijk dat de conditie goed zat toen ik net na de start moeiteloos naar voor kon doorschuiven. Bij de eerste passage op het Ladeuze plein na ongeveer 2km kwam ik als 15de voorbij. Ook toen we na het Hooverplein het Sint Donatus park indoken was ik nog steeds niet in het rood gegaan en bleef ik maar naar voor opschuiven. We klitten samen in een groepje die de 7de tot 10e plaats bezetten. Ik voelde me nog steeds sterk en probeerde nog een aantal opponenten kwijt te spelen. Op de helling van de Sint Antoniusberg hield ik bewust een beetje in om niet in het rood te gaan om dan weer over te nemen in afdaling van de Collegeberg naar de Oude markt toe. De hellingen zijn echter niet de enige moeilijkheid van dit parcours. Daarnaast is het bewaren van je evenwicht op de ongelijke kasseitjes van o.a. de Predikherenstraat minstens even moeilijk. Niet te verwonderen dat we in rij het betonnen gootje opzochten. Daarna ging het via de Vaartstraat langs “Dorre De Bakker” in de Diestestraat, maar mijn oog voor toeristische attracties begon nu wel te verminderen. We waren langzaam tot een 70 meter van Kevin Verluyten genaderd die op de 5de plaats liep.

Korte samenvatting van mijn Corrida (Originele beelden: live uitzending ROB-TV)

Bij het opdraaien naar links van de Bondgenotenlaan maakten we nagenoeg de eerste lus van 8km rond en tegelijkertijd ging het tempo de hoogte in om de achterstand tussen Kevin en het groepje te dichten. Ik moest alle zeilen bijzetten om nog te kunnen aanklampen als tweede, maar ik voelde stelselmatig met het naderen van het station hoe ik in overdrive ging. Ik draaide nog als tweede van het groepje de Maria Theresia straat in, maar daar was de kleinste helling er teveel aan, ik zakte meter voor meter weg uit het groepje. Er waren nog een drietal lastige kilometers in het vooruitzicht. Tijdens de passage aan het Ladeuzeplein onder het oog van de camera was het naar adem happen om terug mijn tempo vinden. Ondertussen had mijn groepje van voorheen Kevin bijgebeend, maar deze liet zich niet doen en hield dapper stand. Eindelijk was ik boven op de Naamsestraat en kon een korte afdaling richting Grote markt over het Hogeschoolplein beginnen. Ik hield het tempo nu strak zonder nog echt tot het uiterste te gaan. Voorbij het Pieter De Somer plein, net voor het opdraaien van de Leopold Vanderkelenstraat keek ik nog eens om en zag 150m achter mij nog niemand komen. Toen wist ik dat buiten alle verwachting de 10e plaats binnen was.

Foto’s: Racetimer

De knalprestaties van het gezin nog eens op een rijtje:
Joline (4.04km) – 29m30s (964ste)
Jins (4.04km) – 25m04s (494ste)
Sophie (7.625km) – 51m43s (1808ste)
Tom (11.65km) – 39m30s (10de)