New York City marathon | 02 Nov 2025 | 02:30:32 | World champion

Na de winst op het Europees kampioenschap in Jyväskylä in September, diende zich nu het grote doel van dit jaar aan, het wereldkampioenschap als onderdeel van de NYC marathon. De voorbereiding verliep vlekkeloos tot aan de taper. Maar anderhalve week voor de race werd ik ziek. Smaakverlies verraadde dat het hier om COVID ging. Twee dagen in bed en drie dagen rust waren nodig om het lichaam de kans te geven om zich te herstellen. De week voordien resulteerde een valpartij weliswaar aan lage snelheid ook al in een pijnlijke heup. Maar als bij wonder gingen stappen en lopen pijnloos. Alsof dat nog niet genoeg was kwam er op woensdag voor de marathon nog maar eens een valpartij bij op de High end line in New York bij de laatste interval training. Ik struikelde over een bankje terwijl ik te veel aan het sight seeing was. Ik had het gevoel even in de lucht te zweven vooraleer ik voorover de grond op ging. Vermits het hier om één van de toeristische trekpleisters van New York ging, had ik heel wat bekijks. Gelukkig kwam er al gauw iemand helpen om me recht te laten krabbelen met de goede raad om even uit te rusten op het bankje waar ik juist over gevallen was. O ondoorgrondelijk lot. Het resultaat was twee verstuikte vingers. Buiten pijnlijk en gezwollen viel het wel mee. Vingers heb je tenslotte niet nodig om te lopen.

De dag daarna begon het hoesten opnieuw. Ik stond dus wel met wat vragen in corral A van de eerste oranje wave hoe het lichaam zou reageren op de enorme aanslag die een marathon on-the-edge lopen is. Voor we daar echter in het startvak beland waren hadden we al onze emoties en stress gekend. We waren met een Belgische delegatie op tijd naar het busvervoer afgezakt bestaande uit Kurt Van de Velde, meer dan honderd marathons op de teller vooral in Italië, Marie Billen, Belgische uit de Chicago area, Werner Heselmans en Davy Mesotten mijn hotelgenoten en Kim Geypen en Joost Talloen, clubgenoten van DCLA. Hoewel we op tijd aanwezig waren gingen we in een vlaag van beleefdheid op een zijspoor aanschuiven. Het duurde een kleine twintig minuten toen we doorhadden dat er aan alle kanten mensen inschoven. Wij geraakten niet vooruit. Tot overmaat van ramp begon iedereen in te schuiven op het moment dat wij beslisten om onze plaats af te dwingen. Kortom we verloren daar bijna driekwartier vooraleer we aan de bibliotheek op de bus op geraakten. Nadat we onze laatste bevoorrading en ook nog een sanitaire stop op de bus hadden gemaakt kwamen we eindelijk aan bij de start. Maar hier moesten we opnieuw zeer lang wachten om af te stappen. Het was het ondertussen 7u45 geworden. Er restte nog één uur voor het sluiten van de corrals en er stonden nog duizenden mensen voor ons aan te schuiven die door de security controle moesten.

Het was tijd om onze plaats af te dwingen als we nog op tijd aan de start wilden geraken. Werner nam het voortouw en begon zich een weg te banen door de massa hierbij “wave 1” roepend, goed wetend dat er nog honderden stonden te wachten die ook wave 1 waren. Wij volgden “file Indienne” gewijs en in ons zog nog een deel anderen. Ik was dankbaar dat ik gewoon kon volgen en de stress van het moment wat kon verminderen. Onnodig te zeggen dat we ons niet al te populair maakten en er werd al eens getrokken en geduwd. Uiteindelijk slaagden we er toch in om een kwartier voor het sluiten van de corrals de security controle te passeren. De speciaal opgezette area voor de Age Group World Champion (AGWC) runners hebben we niet meer gezien. We speelden onze extra kleren uit, staken de gellekes weg en repten ons naar ons corral. Door een ultieme sanitaire stop raakte ik de anderen kwijt, maar nu was het toch vooral belangrijk om genoeg vooraan te staan.

Op één van de eerste rijen kwam ik Wim De Maeyer tegen zodat het klein beetje wachten aangenaam verliep. Daarnaast waren er natuurlijk een aantal bekende concurrenten die even dag kwamen zeggen: Farnese Da Silva, “Memo” Guillermo Pineda Morales en Gamini Sugathadasa. Maar mijn oog viel vooral op de Spanjaard die reclame aan had voor het Enrique Carvillo hotel, omdat mijn pre-race analyze mij geleerd had dat dit de favoriet was met een recente 2u26 in de Valencia marathon 2024. Ook zijn gezicht paste bij de foto’s die ik had opgezocht en wat is de kans dat iemand met de reclame van iemands anders naam daar aan de start stond. Van dan af was er maar één focus meer: die mag ik niet meer loslaten tenzij het niet anders kon. In de NYC marathon wordt je eerst in corrals in afwachting gehouden waar je je al kan klaarmaken. Een twintig minuten voor de start wordt er door militairen een haag gevormd, gaan de corrals open en stappen de militairen arm in arm naar de start om de lopers in toom te houden. Belangrijk hier was om mijn concurrent niet uit het oog te verliezen en net zoals hij op de vijfde rij aan de start te staan.

Ondertussen was het 9u geworden en na het Amerikaanse volkslied, weerklonk het kanonschot voor de start van een beperkt groepje elite mannen. Deze starten in de blauwe wave aan de rechterkant van het bovenste dek van de Verrazano-Narrows brug. Onze oranje wave zou aan de linkerkant starten en de pink wave op het onderste dek van de brug. Nog vijf minuutjes en we konden ook aan onze marathon beginnen. De militairen ruimden plaats, iedereen werd nog eens gevraagd of ze er klaar voor waren en dan weerklonk ook voor ons het kanonschot. Ik treuzelde nog een beetje om mijn concurrent een aantal seconden voor mij over de mat te laten lopen. In het AGWC telt de chip time (en niet de gun time). In het begin is het vrij eenvoudig om die paar seconden goed te maken en je weet nooit of het er aan de meet op aan komt. Elk detail is nu belangrijk. The game is on.

Eén van de moeilijkheden is wel dat het meteen een mijl bergop gaat om de brug over te komen. Enrique was niet van plan om af te wachten en begon direct met een inhaalrace naar voor. Er zat niets anders op dan te volgen. Hij hield niet op met concurrenten in te halen tot we zowat in 20e positie liepen. De eerste kilometer ging in 3m47s, stevig maar toch zeer comfortabel. De benen voelden alleszins goed, wat een geruststelling. Na de top van de brug volgde een snelle kilometer bergaf. Er begonnen zich al een aantal groepjes te vormen. Terwijl de Spanjaard onverminderd aan de kop sleurde, hield ik me een beetje schuil in het groepje, er altijd wel voor zorgend dat de aansluiting niet verloren ging. Regelmatig kwam er een kleine versnelling en moest ik aan de bak om een klein gaatje te dichten, daarna viel het dan weer stil. Na twee van dergelijke versnellingen, besloot ik om niet langer direct te reageren en gewoon een egaal tempo te lopen. Er waren er nog anderen die in de groep van een 7-tal man er zo over dachten en van dan af ging het mij ook beter af. Ik had nog steeds niet het gevoel dat ik over mijn toeren moest gaan, dus volgen bleef de boodschap. Na de brug waren er een aantal lopers van de blauwe wave aangesloten, maar we liepen nog steeds goed vooraan en ik ging er dus wel vanuit dat ik in de kop van de M50 race zat. Door een fout bij het drukken van de rugnummers waarop de leeftijd stond was er door de organisatie beslist om al deze nummers uit de pakketjes te halen en enkel borstnummers mee te geven. Hierdoor was het dus eigenlijk onmogelijk geworden om nog maar te weten waar je concurrenten liepen.

Mijn concentratie was volledig bij de wedstrijd en ik merkte weinig van de omgeving, zelfs niet als we het Barclays stadium in Brooklyn voorbij liepen waar we in augustus nog naar een WNBA match van New York Liberty met Big Mees waren gaan kijken. Na twintig minuten was het tijd voor mijn eerste Maurten 160 gel. Na 10km keek ik voor het eerst op mijn uurwerk en zag 34m32s, het ideale tempo. De volgende Maurten 160 na 40 minuten was ook geen probleem. Tussendoor probeerde ik zoveel mogelijk water binnen te krijgen. Na 12 mijl (19km) was er de eerste Maurten stand en nam ik een cafeïne gel. Zowel voeding als tempo bleven correct verlopen. Tot het halfweg punt bleven we een constant tempo houden van 5m30/mijl. Achteraf zou ik pas zien dat we halverwege doorkwamen in 1u13m13s. Ik had ondertussen wel al opgemerkt dat mijn concurrent weinig bevoorrading nam. Eén keer een gel en verder wel beperkt Gatorade Endurance. Na halverwege nam ik verkeerd Gatorade aan i.p.v. water en liet ik me toch verleiden om een slok binnen te nemen. Nu kwamen we stilaan aan het ogenblik van de waarheid: de Pulaski Bridge, een kortere helling. In de laatste 50 meter van de klim voelde ik me een eerste keer onwel en moest ik een 15 meter toegeven. De benen voelen nog goed, maar ik draai in mijn hoofd. In de afdaling liep ik het gat terug dicht. Maar daar diende zich de Queensboro bridge al aan. De klim start op km 24 en vrijwel onmiddellijk moet ik het tempo laten zakken door opnieuw een zwaar gevoel in de maag. Snel loopt mijn groepje 50 meter weg en ik verman me om ze niet volledig te laten gaan. Het verschil stabiliseert zich maar de maag niet. Het wordt al vlakker en ik ben dicht bij de top als mijn hoofd begint te draaien en ik voel dat ik moet overgeven. Ik moet stoppen en voel alles naar boven komen. Na nog twee keer is het meeste eruit en voel ik me opeens weer veel beter. In die 35 seconden is het groepje natuurlijk ver weg samen met nog een hele rits anderen die mij voorbij gelopen zijn. Dit is een domper, maar het koppeke zit nog goed en ik zet onmiddellijk de achtervolging in in de afdaling naar First avenue. Hier worden de aanmoedigingen nog maar eens versterkt en ik pik het tempo terug goed op in de eindeloze klim naar de Bronx. “Tweede is ook mooi” flitst er Hilbert van der Duim gewijs door mijn hoofd, maar omdat ik gezien had dat ook Enrique uit het groepje gevallen was op de Queensboro bridge, wou ik toch nog niet opgeven. Net voor het binnengaan van de Bronx zie ik terug een witte loper enkele honderden meters voor mij met de licht gebogen stijl. Ik twijfel of het waar kan zijn, maar nader nu snel. Even inhouden vooraleer met een kleine versnelling het gat te maken. Ik hoef niet om te kijken want ik weet dat hij niet meer in mijn buurt zit. Nog altijd 10km te gaan, de marathon moet nog beginnen. Zal ik de laatste kilometers het tempo kunnen volhouden ?

Ik vrees vooral dat ik zonder brandstof ga vallen. Na mijn maaglediging had ik toch terug op mijl 18 (km 29) een gel van de Maurten stand genomen en met moeite naar binnen gewerkt. Voorlopig blijft alles beneden. De benen doen serieus pijn, maar op een manier dat je het als marathoner verdragen kunt. Het tempo zakt enkel seconden per km, maar ik haal nog steeds volk in, terwijl ikzelf ook wel wordt ingehaald. Qua positie blijft het ongeveer status quo.

Net voor het begin van 5th avenue haal ik Toyoki Sato terug bij, die ook in London bij mij liep. Het publiek stuwt me nu vooruit langs Central Park de eindeloze helling op. Eindelijk zie ik het reclame bord waar we Central Park inlopen. Ik voel me nog steeds goed, de hamstrings beginnen wel wat onder spanning te komen, maar er is nog geen spoor van krampen te bekennen. De afdaling in het park is steil, maar ondertussen wel gekend terrein. Nu is het wachten om af te slaan richting Columbus Circle en langs de paarden koetsen de voorlaatste helling aan te vatten. Nog 800m nu, twee rondjes op de piste. In de laatste 200m versnel ik nog om de laatste seconde eruit te halen: de armen gaan de lucht in. Alweer een marathon onder de belt. De klok zegt 2u30m32s. De onvermijdelijke vraag speelt natuurlijk in mijn hoofd: zou ik gewonnen hebben? Ik blijf er uiterst rustig en gelaten bij beseffend dat ik alles gegeven heb en het beste uit mezelf heb gehaald. Dan zal het zijn zoals het zal zijn. De vrijwilligers wensen mij onophoudelijk proficiat en ik krijg alvast de finisher medaille en de befaamde poncho in het oranje deze keer. Kou zal ik alvast niet leiden.

Uit de recovery bag grits ik het water, ik heb een enorme dorst. Op mijn voorhoofd wrijf ik het zout weg. Gelukkig kunnen we gebruik maken van een shortcut om onze Age Group World Championship (AGWC) medaille te ontvangen. Dat scheelt toch een mijl wandelen. Tijdens het wandelen komt er een gelukzalig gevoel over me heen. Ik besef dat ik een uitzonderlijke prestatie heb geleverd. Het aantrekken van een trui gaat moeizaam. Ik snak vooral naar een bed en douche. In de metro vliegen de congratulations opnieuw talrijk mijn richting uit, voor alle lopers trouwens. Eindelijk kom ik op mijn kamer, eerst maar eens de schoenen uittrekken. En dan de vele berichtjes lezen. Ik scroll direct naar de chat met mijn broer. Daar staat de uitslag, opluchting als ik zie … terug wereldkampioen. Al het werk is niet voor niks geweest. Even een telefoontje met Dennis Laerte, de coach die ook in het succes deelt natuurlijk. Je kan geen kampioen worden zonder dat er vele mensen je helpen. Tweede is Pablo Alonso Villa (ESP) op 2 minuten, Blaine Penny (CAN) is derde op 3,5 minuten. Enrique Calvillo Trujillano (ESP) eindigt een beetje zuur vierde in het kampioenschap op 5 minuten. Mijn hotelgenoten Davy Mesotten (2u44m18s) en Werner Heselmans (3u04m22s) finishen kort nadien. Kim Geypen (2u47m04), clubgenote van DCLA legt beslag op zilver in de F40 categorie. Ze komt slechts 25 seconden te kort voor de titel. Joost Talloen had maagproblemen en finishte in 3u12m15.

Na een beetje rust is het tijd voor een hamburger met frietjes. Na al de carbs is het tijd om een beetje vet op te slaan. ’s Avonds volgt de medaille uitreiking in de Hammerstein ballroom, die toevallig net naast ons hotel ligt. We weten dat het zaak is om er op tijd te zijn om een tafeltje te bemachtigen. Als één van de eersten geraken we binnen en omdat we een van de weinigen reeds aanwezig zijn komen de hapjes massaal naar ons. Ik deel mijn blijdschap met Danny Coyle, COO van de marathon majors. Dan is het allereerst aan Kim om haar zilveren medaille op te halen. Spijtig genoeg ben ik daarna de enige die bij de M50 op het podium sta. Daardoor laat ik de pret echter niet bederven. Het is genieten nu, je wordt niet elk jaar wereldkampioen.

Daarna volgt nog een uitgebreide foto shoot met de Belgen. Wim De Maeyer wordt 14e in M45. Hoewel de receptie goed was, waren er deze keer geen elite lopers waardoor er toch een dimensie ontbrak. Na de Prosecco gingen we nog een zwaarder biertje drinken in een Belgisch cafe rond Times square om het te vieren. Het is mooi om terug wereldkampioen te zijn. In Mei verdedigen we de titel in Kaapstad… hopelijk sta ik met dezelfde conditie aan de start.

European Master Athletics Championships 2025 – Marathon – 2:32:13 (1e M50, 3e overall)

In Jyväskylä – de sporthoofdstad van Finland – aan één van de 1000 Finse meren in centraal Finland, ging het Europees marathon kampioenschap voor de masters door, mijn eerste grote doel van dit jaar. Het sympathieke stadje zelf telt 150000 inwoners, maar het centrum beperkt zich tot een aantal winkelwandelstraten en ook de toeristische trekpleisters zijn eerder bescheiden te noemen.

Na de Europese running kampioenschappen in april van dit jaar had ik Dennis Laerte als coach en Joris Keppens als voedingsdeskundige onder de arm genomen. Met name het voedingsgedeelte tijdens de trainingsfaze evenals tijdens de wedstrijd dienden grondig op punt te worden gesteld.

De nieuwe trainingsaanpak, met de snelle kilometers rond de eerste lactaatdrempel, dus trager dan voorheen en de trage kilometers sneller dan voorheen was het eerst even wennen. Terwijl mijn trainingsmakkers van Michel’s Team tot vervelens toe trainingen aan 4:10m/km moesten malen, kwam de conditie door de consistente kilometers in de laatste 4 maanden toch terug op een beter niveau. Op het BK 10km op de weg begin augustus een traditionele graadmeter voor de conditie, kwam ik zeer dicht in de buurt van mijn besttijd van 2020, een teken dat het de juiste kant op ging.

Al bij al kon ik dus toch met een tamelijk gerust gemoed richting Finland afzakken. Het kampioenschap ging door als onderdeel van de jaarlijkse Finlandia marathon, een jaarlijkse tweedaagse loophappening. Op vrijdag werden reeds 8000 scholieren op (een deel van) het parcours losgelaten om een mini marathon van 4km te lopen in drie verschillende leeftijdscategorieën. Een prachtig initiatief en promotie voor de loopsport. Er werd met veel overgave gelopen en het was leuk om eens toeschouwer te zijn.

Het marathon parcours, 4 lussen van 10.5km rond het Jyväsjärvi meer dat een onderdeel is van het op een na grootste meer van Finland, het Päijännemeer kondigde zich op papier aan als vlak . De verkenning leerde echter dat aan de zuidkant van het meer het parcours glooiend was tussen de bomen, met twee kortere kuitenbijters, terwijl de noordkant vlak was maar wel open langs het meer in zon en wind. Aanvankelijk voorspelde het Finse KMI een temperatuur aan van 22°C met af en toe zon, maar dat werd gelukkig nog de avond voor de start bijgesteld tot bewolkt en 19°C.

Al bij de rit naar het hotel besef je toch dat je hier in een andere geopolitieke gesteldheid bent beland. Op de vraag waarom de autostrade hier zo extreem breed was met een extra vak in het midden, suggereerde ik eerst nog iets van een bus lane, maar ik kreeg als antwoord dat dit een extra landingsbaan was voor als er oorlog kwam. Hier zijn ze er dus wel degelijk op voorbereid en beducht.

Deze keer had ik een gedetailleerd voedingsplan voor de carbo loading uitgewerkt met Joris en ook voor de fueling tijdens de race was er een duidelijk plan. Voor de eerste keer zou ik alle extra carbs vloeibaar innemen, mede mogelijk gemaakt doordat we onze drank op drie posten konden laten klaarzetten. In totaal had ik 9 flesjes voorzien gespreid over de drie posten. In drie daarvan zat gewoon een halve liter water ter verfrissing die ik zou kunnen meenemen. Als je grotere organisaties gewoon bent, viel de kleinschaligheid van het evenement op. Een uur voor de wedstrijd was er nauwelijks enige beweging aan de start te merken. De call room was in het Paviljonski waar schoenen en nationaal singlet werden gekeurd. Daarna volgde een korte opwarming.

Mijn huiswerk had mij geleerd dat de belangrijkste concurrenten uit Spanje kwamen: Jordi Carrasco Nunez (ESP, M50) en Jose Verdugo Carrero (ESP, M50) waren beiden in staat om rond de 2u30m te lopen. Ik zag hen meteen aan de start geflankeerd door nog een aantal andere Spanjaarden. Het was dus zaak om deze armada niet te laten gaan. Om 11u stipt werd de wedstrijd op gang geschoten. In de eerste kilometer liep er een groepje van vier jongere masters weg. Ik sloot aan bij het volgende groepje van vier: naast de genoemde Spanjaarden ook nog Pierre Lavernhe (FRA, M35). De eerste kilometers gingen zeer vlot en ik was vooral tevreden dat ik aan het juiste tempo was kunnen vertrekken, zonder ook maar even in overdrive te moeten gaan. De fransman had er duidelijk zin in en na de eerste passage op de brug verdapperde hij even, één van de Spanjaarden ging in de reactie en ik sloot me bij hem aan. Even later hoorde ik de tweede Spanjaard iets roepen waardoor de eerste ineens niet meer doorging. Ik had niet zo veel zin in spelletjes en besloot het gat van een 15 meter naar Pierre toe te lopen. Even later waren we nog met twee en was de trein vertrokken.

Source: Livestream Finlandia marathon

Pierre deed het kopwerk en ik liet me voorlopig in zijn spoor meedrijven langs het glooiende pad op weg naar de tweede brug van de lus. Boven had ik afspraak met mijn eerste drankje, alleen was het vertwijfeld zoeken tussen de honderdvijftig flesjes. Na de initiële lichte paniek hield ik er gelukkig mijn verstand bij en stopte, zocht verder tot ik uiteindelijk mijn drie flesjes in het oog kreeg. Helaas was de Franse vogel ondertussen gevlogen en liep ik nu alleen met een achterstand van 30m.

Even was er vertwijfeling over wat ik zou doen, maar ik besloot om gewoon tempo te blijven lopen en te kijken of ik langzaam kon terugkomen. Ik zou daarna nog 15km nodig hebben om het gat langzaam te dichten. De volgende verfrissing ging gelukkig beter. Aan de aanmoedigingen achter mij hoorde ik dat mijn concurrenten weer aan het naderen waren. Tijd om weer iets sneller aan te zetten tussen de bomen waar de wind minder speelt en ze minder voordeel samen hadden. De aanmoedigen achter mij verstommen terug maar ik ben niet zeker dat dit niet door het beperkte publiek is op dit stuk van het parcours. Bij de tweede brug kan ik ze echter in de diepte zien komen en is het gat weer wat groter. Halverwege heb ik ongeveer 30 seconden voorsprong. Eindelijk halverwege de derde ronde kom ik terug bij Pierre, die het moeilijk had om genoeg drinken binnen te krijgen. Ik blijf in zijn spoor het tweede deel van de derde ronde. Telkens als ik wil overnemen versnelt hij, dus ik besluit dan maar rustig mee te drijven.

Nog één ronde van 10.5km, de marathon begint. De vermoeidheid is zeker aanwezig en vanaf km 26 voel ik al dat de krampen lurken. Het is nu zaak om zeker niet teveel druk op de benen te zetten. De Spanjaarden volgen dan al op 1m30 maar dat weet ik niet, dus ik besluit mij aan mijn plan te houden om in het glooiende deel van het parcours een beperkte forcing te voeren. Wat ik al even voelde – dat ik de betere van ons twee was op dit moment – wordt snel duidelijk en meter voor meter kruip ik weg. Nog twee pittige hellingen, nog 7km. De benen worden echt zwaar, het tempo glijdt af naar 3:40-3:50/km. Te traag maar sneller gaat niet meer. Nu is het zo goed en zo kwaad het tempo houden, iedereen ziet af. Dan op de voorlaatste helling zet ik iets te enthousiast aan, de kramp slaat mijn linkerbeen toe. Even moet ik stoppen, maar gelukkig kan ik na 15 seconden weer op weg. Niemand is me voorbij gegaan. Ik weet dat hoewel mijn hersens nog zouden willen pushen, ik nu gelimiteerd ben en vooral de krampen onder controle moet houden. Als er nog iemand terugkomt, zal aanpikken niet meer gaan. De laatste helling naar de brug gaat met muizenstapjes omhoog. Toch ga ik nog voorbij een M35 Spanjaard die al stappend naar boven gaat. Dat geeft de loper moed, nog 5 vlakke kilometers nu. Nog niemand achter mij te zien, voor mij duikt alweer een andere M40 Spanjaard op die ik gecontroleerd inhaal en achterlaat. Eindelijk km41, we komen terug het stadje binnen, ik kijk de lange weg achter mij om en zie enkel gedubbelden, dit mag niet meer fout gaan. Minder dan 5 minuten en ik ben er. De laatste 200m gaat het tempo eruit en ben ik al aan het genieten, het grote doel is bereikt, ik ben Europees kampioen M50. Ik druk mijn uurwerk af op 2u32.

Man in sportoutfit met nummer 053, juichend na de finish van een marathon, met een drukke toeschouwersachtergrond in Jyväskylä, Finland.

Eerst een beetje ontgoocheling dat ik niet onder 2u30 zit, maar daarna verbazing als ze me zeggen dat ik derde master ben. De kloof met Jordi Carrasco Nunez (+4min) en Jose Verdugo Carrero (+5m30) bevestigt dat ik toch nog een relatief sterke laatste ronde gelopen heb. De temperatuur was toch nog hoger dan gedacht, want s avonds merk ik dat ik een beetje kleur heb opgepikt. Gelukkig kon ik tijdens de wedstrijd drie keer onder een douche van een halve liter water staan om terug af te koelen. Dat deed echt wel deugd.

Een klein half uur na mij werd Marc Sempels in M65 de tweede Belg met goud in 3u00m36s door een tijdige inhaalrace in te zetten en in de laatste meters zijn Duitse concurrent het nakijken te geven. Een uurtje later weerklonk de Brabançonne dus tweemaal op het podium, waar er nog een verbroedering volgde met de Fransen en de Spanjaarden. Na al de koolhydraatstapeling van de voorbije dagen was het ’s avonds tijd om voldaan te genieten van een biefstuk/friet met een Prosecco. Na wat rust is de volgende afspraak weeral over 8 weken in New York, op jacht naar een tweede wereldtitel.

PK XC Gooik – 1e M50

Naar jaarlijkse gewoonte worden begin Januari de Vlaams Brabantse Provinciale kampioenschappen Cross country georganiseerd afwisselend in Vilvoorde en Gooik. Dit jaar was het de beurt aan Gooik of moet ik Pajottegem zeggen sinds 1 Januari? Om tegemoet te komen aan de kritiek van een te zwaar parcours door de modder werd reeds verleden jaar uitgeweken van de voetbalvelden van SK Gooik naar een wei aan de oude atletiekpiste een kilometer verderop. Toen waren de weersomstandigheden droger en leek het alvast een veelbelovende verbetering, maar de lakmoesproef zou nu pas komen na de aanhoudende regen en sneeuw van deze nacht. Voor Wouter Verbist alvast reden genoeg om ondanks een ban sinds zijn laatste optreden in Gooik terug aan de start te staan in de Parel van het Pajottenland. 

Bij de opwarming en verkenning van het parcours was het al duidelijk dat het opnieuw een heroïsche slag van de oude mannen “bij” of eerder “in” de Molenbeek zou worden. Een grote plas water had zich immers centraal in de wei gevormd. Gelukkig kwamen de lintjes nog net boven het water uit zodat we tenminste een idee kregen van waar het parcours liep. Na de (te) slappe start in mijn vorige cross in Wespelaar was mijn strategie voor deze cross de “blits start”. Echt gemakkelijk verliep de start echter niet door de aanhoudende aarzeling van de starter. Ik was al een keer of drie naar voor gevallen om te starten toen uiteindelijk het startschot weerklonk. Na een paar krachtige passen in de modder kwam ik op gang om bij de eerste bocht vooraan tussen de scholieren terecht te komen. Achter mij gebeurde er in die hectische begin fase van alles. Yves Buelinckx die twee jaar geleden nog de titel voor mijn neus wegkaapte maakte in het tumult een buiklanding en was meteen op achtervolgen aangewezen. Na amper 100 meter kwam de hiel uit de schoen van Gert Rom, het begin van een lijdensweg waarbij zijn schoenen in de modder blijven zitten en hij uiteindelijk met de schoenen in de hand en op zijn sokken de finish zal overschrijden. Maar hij was zeker niet de enige die schoenen verloor op dit parcours.

Ondanks de snelle start is het echt moeilijk om looptempo te maken. Alhoewel de diepte van het wegzakken bij elke pas varieert, is er één constante: modder en nog eens zuigende modder. Na een kilometer is het even op adem komen en de schade opmeten. Chriske Wouters is de eerste achtervolger op een kleine 50 meter. Terwijl een groepje scholieren stilletjes wegloopt, consolideer ik de inspanning en ga over op een cruise tempo, weliswaar één minuut per km trager dan in de Leuvense corrida van verleden week. Het voordeel van de vele lussen is dat het vrij gemakkelijk is om mijn voorsprong te kunnen inschatten. Op de schaarse stroken waar je aan de kant in het gras toch een beetje vaste grond onder de voeten krijgt, pik ik zo goed en zo kwaad als het gaat het tempo weer op. Gelukkig klinkt na één ronde al de bel voor de laatste ronde, nog eens het ganse modderbad opnieuw gaat er door mijn hoofd. Alhoewel de temperatuur best aangenaam is, voelt het water in de grote plassen koud aan, maar het laat wel verrassend genoeg toe om enig tempo te maken in tegenstelling tot de zompige modder. Naarmate de finish nadert worden de benen vuiler en kruipt de modder verder in schoenen en kleren.

Foto: Chris Wouters

Ik zie dat clubgenoot Steven Decoster nog op podiumkoers ligt en in duel is met Yves Buelinckx. Bij het ronden van één van de talrijke U turns is er een contact tussen de twee en glipt de trouwring van Yves vinger de modder in. Er is echter geen tijd voor Yves om om te kijken, want de finale komt eraan en het podium is nog steeds mogelijk.  

Terwijl ik zonder verdere problemen onder het oog van DCLA trainer Michel Jordens en van de camera over de meet kom, ontbindt Wim De Pauw in de achtergrond zijn duivels met zijn snelle sprintbenen en Yves moet zich gewonnen geven voor het podium. Steven wordt 5de. Bij de M55 wordt clubgenoot Frans Fierens tweede. Op het podium ontvang ik het Vlaams Brabantse schildje, een eerste bescheiden titel in 2025.

Foto: M. Jordens

In de tent aangekomen snak ik naar een paar droge kousen, maar de vochtige modder zit tot tussen mijn tenen. Thuis zal ik later mijn (gelukkig) zwarte kousen ongeveer 5 minuten moeten spoelen vooraleer de meeste modder eruit is, m.a.w. weer veel was werk voor een kwartiertje “fun”. Bij de nabespreking spoelen we in De Cam door met een traditionele Lambiek van Oud Beersel en een goed stuk kersentaart. O ja, Wouter Verbist laat weten dat hij deze wedstrijd nu definitief heeft geblacklist en de trouwring van Yves is gelukkig teruggevonden. Los van het sportieve is mijn conclusie dat het nieuwe parcours de dramatiek op een regenachtige dag op dezelfde manier inlost als het oude parcours. Volgend jaar toch maar weer Vilvoorde?

World Master Atletics Championships 2024 – Halve marathon – 1:18:28 (6e M50, 65e overall)

Amper twee weken na de Parijse Marathon Pour Tous stond er weeral een andere wedstrijd op het programma. Deze keer ging het over de helft van de afstand, een mooie gelegenheid om nog eens tegen de wereldtop in mijn leeftijdscategorie te lopen. Plaats van het gebeuren was het Zweedse Göteborg. Met relatief weinig loop kilometers in de benen en een op zijn zachtst gezegd alternatieve voorbereiding, waren er toch wel wat vraagtekens in het hoofd omtrent de conditie. Maar aan de andere kant was er ook de wil om er vol voor te gaan en te kijken waar het schip zou stranden. Op papier was ik niet kansloos voor een medaille, maar dan moest de conditie wel top zijn.

Bij het nalezen van het uitgebreide handboek voor het kampioenschap kwam ik te weten dat er naast de individuele wedstrijd ook een team klassement was per leeftijdscategorie. Een team moest uit 3 lopers bestaan, maar lopers uit een “tragere” leeftijdscategorie mochten meedoen om een team te vervolledigen. Omdat we met Pierre Denays en Mathieu Van Overeem al twee top M35 lopers hadden en er verder in geen enkele categorie 3 lopers waren, vroeg ik aan de team leaders Patrick Baeke en Sam Michels om me mee in te schrijven in de M35 categorie voor het Belgische team.

Het parcours bevond zich in het Slottskogen park, het Kasteelbos park zeg maar net naast het gelijknamige stadion. Het park – daterend uit 1874 – is prima verzorgd en is één van de groene longen van de stad Göteborg. De dag ervoor had ik het 5km lange traject in de regen al eens gaan verkennen. Het was dezelfde glooiend lus met twee lastigere beklimmingen naar Café Azalea die de 10km lopers de week voordien tweemaal hadden bedwongen. Ik had dus eerste handsinformatie van Stefan Rens en Steven Heemskerk. Omdat ze beiden bij de 10km race een slechte start namen en dan een inhaalrace moesten lopen, had ik me wel voorgenomen om op een goede plek te starten en meteen bij de les te zijn.

Na een rustige nacht zorgde ik dat ik ruim op tijd aanwezig was aan de start. Het natte weer van de voorbije twee dagen was gelukkig verdwenen zoals voorspeld en ook de zon liet zich maar zelden zien van achter de wolken, kortom ideale omstandigheden bij 17C om een halve marathon te lopen. Voor ronde twee en drie had ik bij de Belgische vlag een flesje gebluste cola op de tafel met persoonlijke dranken neergezet. Deze zouden nog een beetje koolhydraten moeten leveren tijdens de wedstrijd. Om een WK te zijn, ging het er allemaal redelijk gemoedelijk aan toe, misschien komt dit ook met het ouder worden. Hoewel de Zweden niet toevallig in de meerderheid waren, waren er naast veel Europese lopers ook veel Angelsaksische deelnemers uit USA en Australië. In totaal gingen 700 mannen en 300 vrouwen van start in het WK halve marathon. Bij het overlopen van de startlijst wist ik dat de betere lopers in onze leeftijdscategorie uit noord en zuid Europa kwamen. Het startvak was niet te breed en hoewel er richttijden aangegeven stonden, zag ik toch M65’ers op de eerste rijen staan. Ikzelf stond centraal op de 7de rij, naast mij een Fransman Karim Belkhadem en net voor mij de Deen Laust Bengsten, waarvan ik me herinnerde dat hij een SB gelijkaardig dan mezelf had. Ik nam me voor om mijn eerste kilometers op hem af te stemmen. Zoals steeds is het even drummen bij het startschot, maar het pak kwam snel los en ik nestelde me in het spoor van de Deen die er meteen serieus de pas in zette. De eerste kilometer ging in 3m17, snel maar niet onmogelijk snel. Bij de eerste klim voelde ik wel dat het snel ging want ik geraakte buiten adem, dan volgde een korte afdaling maar veel rust was er nooit op dit parcours. Het was nu aanklampen, maar net voor de tweede beklimming naar het cafeetje zag ik hem meter na meter wegsluipen. Boven stond Stefan die me toeriep dat ik in tweede positie liep. Alleen had ik toch wat op mijn adem getrapt en was het nu de vraag of ik in een goed tempo zou komen.

Het antwoord kwam er snel en was negatief. Ik werd aan alle kanten gepasseerd en het was wachten tot de volgende M50’ers me zouden passeren. Dat duurde eigenlijk nog lang naar mijn aanvoelen maar op het einde van de tweede ronde was het zover en meteen met een vijftal kort na elkaar. Stefan bleef me aanmoedigen en aansporen om terug in mijn tempo te komen. Kort daarna vond ik eindelijk mijn tweede adem en kon ik het tempo stabiliseren. Er volgde een derde ronde waarbij ik weer lopers begon in te lopen en niet enkel gedubbelden. Ondertussen waren immers ook de vrouwen van start gegaan en over het ganse parcours waren nu lopers en loopsters verspreid. Het was dus steeds kijken of er iemand met een nummer startend met 50 tussen liep die dan nog niet gedubbeld was. Doordat er ook nog lopers langs de kant stonden kwam ik toch weer in vijfde positie, maar de Fransman van bij de start kwam me bij het drinken in de laatste ronde voorbij en ik had geen antwoord meer klaar. Op de streep was ik 6de M50 en 65ste overall, een prestatie waar ik toch ontgoocheld over was. Even later kwam ook landgenoot Didier Braet (8e M50 – 1:19:22) over de meet. Laust Bengsten hield zijn voorsprong tot op de streep en werd wereldkampioen.

Bij de M35’ers had Pierre Denays zilver veroverd en Mathieu Van Overeem was als 7de binnengelopen, meer dan 10 minuten voor mij. De Belgen waren op de afspraak. Na de finish voelde ik mijn linker hamstring terug verkrampten, ik had wel alles gegeven wat er vandaag inzat. Ontgoocheld als ik was, wou ik alleen een douche en op mijn bed gaan liggen.

Pas later op mijn bed vernam ik via Whatsapp dat we met het M35 Belgische team zilver hadden gehaald. Alhoewel mijn bijdrage de minste was geweest had ik toch wel spijt dat ik niet voor de podiumceremonies was gebleven. De medaille kwam uiteindelijk wel terecht en kon als troostprijs toch de pijn een beetje verzachten.

Tokyo marathon | 03 Maa 2024 | 02:30:39

Er ontbrak me nog één, zesde ster om de queeste van deelname aan de zes major marathons te voltooien en dat was de Tokyo marathon. Het is niet alleen geografisch de verste marathon voor ons, maar ook een moeilijk marathon om aan te kunnen deelnemen aangezien er jaarlijks meer dan 300.000 mensen inschrijven waarvan slechts 1/10 geselecteerd wordt. Deelname in 2023 was al helemaal hopeloos, omdat het aantal te verloten plaatsen nog beperkter was, door de overdracht van deelname na een coronajaar zonder Tokyo marathon. Samen met mijn vaste loopbuddy Werner Heselmans vatten we dus het plan op om in het voorjaar van 2024 mee te doen. Waar hij via de lotterij en virtuele runs probeerde een plaatsje te bemachtigen, probeerde ik het ook via het RUN as ONE Semi-Elite programma, waarin ik dankzij mijn uitstekende prestatie in London in 2022 aanspraak maakte op een startplaats indien ik bij de 25 snelste buitenlandse atleten zou zijn die zich aanmelden. Eind augustus kwam voor mij het verlossende antwoord, maar voor Werner bleef het goede nieuws uit, waardoor ik dus noodgedwongen alleen naar Tokyo moest. Ik vond het dubbel jammer enerzijds omdat ik het fijne gezelschap zou missen, maar anderzijds ook omdat we nu niet samen de six-star medaille in ontvangst zouden kunnen nemen.

Een hardnekkige blessure aan de onderkant van de voet (fascia plantaris) had al de hele winter voor ongemak gezorgd en ook nu in het vooruitzicht van de Tokyo marathon zaaide het twijfels of ik wel zonder problemen zou kunnen uitlopen. De conditie was zeker goed, maar niet optimaal omdat in de trainingen een keuze moest gemaakt worden tussen ofwel lange rustige lopen of korte intensieve trainingen om de pijn onder controle te houden. De training schoot dus een beetje tekort, wetende dat een marathon een intensieve lange inspanning is waarbij juist stamina erg belangrijk is.

Zoals steeds probeerde ik de stress weg te houden door de reis zoveel mogelijk op voorhand te plannen. Om te acclimatiseren – er is 8 uur tijdverschil – vond ik het opportuun om reeds een week op voorhand naar Tokyo af te reizen. Dat gaf het bijkomend voordeel dat er de eerste dagen nog wat sightseeing kon gebeuren inclusief een daguitstapje met de Shinkansen trein naar Kyoto. Deze culturele uitstapjes hadden hun doel niet gemist en ik was danig onder de indruk van dit land en nog meer van zijn inwoners. Voor westerlingen valt de netheid, de georganiseerdheid en de beleefdheid van de mensen op. Maar vanaf vrijdag ging de knop om en begon de gerichte focus naar de marathon op zondag. s’ Morgens nam ik de Yurikamome monorail van mijn hotel in Shiodome naar Tokyo Big Sight, het grootste exhibitie centrum van Japan waar de marathon expo doorging. Door de unieke architectuur is het moeilijk om niet in verwondering te staan voor dit kolossale gebouw dat er uitziet als ware het vier aaneengesloten lotusbloemen. Het gebouw dateert uit mid jaren 1990 en had recent nog dienst gedaan als communicatie- en perscentrum voor de Olympische spelen.

Ik kwam er als één van de eersten van die dag aan en zowat om de twintig meter stond er een vrijwilliger die elk van de deelnemers die voorbijkwam begroette met buiging. Wetende dat er nog duizenden na mij zouden volgen, was ik zeer onder de indruk van deze persoonlijke aanpak. Zoals steeds werden we omwille van de organisatie vriendelijk aangemaand om juist één rij te vormen op de roltrappen. De eerste stop na het betreden van de eerste hal betrof het allerbelangrijkste: het ophalen van de BIB. De rijen waren goed verdeeld en dit verliep allemaal bijzonder vlot. Naast een nummer vooraan, was er ook een nummer voor achteraan en bovendien nog een extraatje om aan te geven dat dit de zesde ster was. Het zou nog wat gepuzzel en aanpassing vergen om alle nummers op mijn wedstijdtruitje te krijgen. Om identiteitsfraude te vermijden, kreeg je ook een armbandje hetwelk niet meer af mocht tot aan de race op zondag. Nadien werd in een aparte rij nogmaals getest of de chip in je nummer werkte. In minder dan 10 minuten was ik er volledig door. Het weerbericht voorspelde een temperatuur van rond de 6°C en dus was ik van plan om toch wegwerpkleren mee te nemen. In hun streven naar minimaal afval werd er echter op gewezen dat je alles zou moeten meenemen, en er werd nogal dubieus gedaan of je wel kleding zou kunnen achterlaten. Ook op de expo kon ik geen eenduidig antwoord vinden, maar ik besloot toch om minimaal een trui aan te doen die ik zou achterlaten wat uiteindelijk ook geen probleem vormde. Ik kon het aan een official afgeven die het mooi aan de kant legde.

Daarna volgde het obligate bezoek aan de kledingsponsor, niet toevallig het Japanse Asics. De foto’s van lege rekken circuleerden al op de sociale media en ook deze tweede dag van de expo zouden er veel te weinig T-shirts zijn. Enkel XL of hogere maten bleven over – en al vielen ze wat klein uit, dit zijn niet meteen maten voor marathonlopers – en je zag de wanhoop in de ogen van sommigen. Dit was waarschijnlijk de grootste smet op de anders perfecte organisatie. Vermits mijn kast al uitpuilt van de T-shirts vond ik het niet echt een probleem en in de Tokyo marathon shop van de organisatie vond ik wel een aantal kleine souvenirs. Tot slot passeerde ik nog aan de Abbott stand. Daar liet ik vooreerst checken of alles in orde was voor de ontvangst van de stervormige medaille aan de aankomst. Terloops kreeg ik ook nog een klein cadeautje vanwege de Gold club en kon ik voortijdig ook de medaille ophalen voor de virtuele Global run, een virtuele run die ik tijdens de marathon ook zou lopen. Verder was er weinig nieuws onder de zon in de talrijke standjes en na een uurtje was ik terug op weg naar de uitgang terwijl het volk onverminderd bleef toestromen. De vrijwilligers hadden zich ondertussen ook overgegeven en stonden er gewoon bij te kijken … hun enthousiasme was begrijpelijkerwijze al wat gaan liggen.

Zaterdag na het Ontbijt met de Boss en de verkenning van de start site was het tijd voor nog een laatste snelle kilometer om de benen nog eens los te maken en dan was het alles klaarleggen en platte rust. Na een rustige nacht en een goed ontbijt vertrok ik om 7u richting de start. Ik was totaal ontspannen, het gevoel zat goed en voor één keer was mijn Garmin horloge het hiermee eens. Een half uurtje later stapte ik uit in het Nishi-Shinjuki station op de Marunouchi metrolijn. Van hieraf zorgden de vrijwilligers met richtingaanwijzers dat ik vlot aan Gate 1 geraakte waar je jouw armbandje moest tonen om binnen te geraken. Daarna volgde in een volgende rij de controle van de zakken die je op een vrachtwagen kon achterlaten en die naar de finish zouden worden gebracht. Ik had enkel een trui en broek mee voor na de wedstrijd. Mijn mobiele telefoon zou ik in een gordel meenemen op de rug. Tot hiertoe verliep alles razend vlot. Op minder dan 10 minuten stond ik onder de start in een speciaal afgesloten gedeelte voor de semi-elite. Het was er bijzonder kalm en ik genoot ervan om in alle rust te kunnen opwarmen, naast een gelijkaardig vak voor de Elite lopers. Rond 8u10 zat de opwarming erop. Ik besliste om enkel nog een trui , een buff en handschoenen aan te houden en de rest af te geven voor na de wedstrijd. Vervolgens de trap op naar het wegdek boven op zoek naar Corral A. Er was nog bijna niemand in het vak aanwezig, dus ik zocht nog even het voorbehouden toilet op. Het was nog steeds fris, maar in het zonnetje was het best aangenaam om te staan wachten. Het moet gezegd, de condities waren quasi perfect. In het vak stond ook Toyoki Sato, een Japanse collega loper waarmee ik in London 2022 lang samengelopen had. Hij mikte op 2u35, mijn doel was om onder 2u30 te blijven. Tijdens het wachten zag ik dat ook Nick Bitel, de Londense race director die ik de dag ervoor nog op het ontbijt gezien had, een kijkje kwam nemen. Hij had mij ook gezien en riep me naar voor om even nog dag te zeggen en me succes te wensen. Daarna verdween hij weer even om daarna terug te keren om me voor te stellen aan Wayne Larden, de Sydney marathon race director. Ik vertelde hem dat ik uitkeek naar het komende WK in zijn stad. Terwijl ik aan het wachten was overliep ik nog eens het parcours. Het hoogteprofiel is erg gelijkaardig aan dat in London. In de eerste 5km gaat het eveneens naar beneden (35 meter), daarna is het zogezegd vlak. Maar anders dan in London gaat het in realiteit altijd licht golvend.

Vliegende start onder confetti met Toyoki in het blauw net voor mij

Om 9u10 stipt onder de confetti en de witte rook nam ik samen met de anderen in Corral A een vliegende start. Ik liet me meedrijven met de stroom en kwam al vlug in een groep van een veertigtal lopers terecht. Het ging best snel (eerste 5km in 16m44s), maar ik had niet het gevoel dat ik al over mijn toeren ging. Toch ging het fout na het eten van een eerste gel na amper 7km. Ik kreeg steken in de zij en er zat niks anders op dan tijdelijk het tempo een beetje te laten zakken. Na minder dan een kilometer was de stekende pijn weg samen met mijn ideale groep. Van dan af zou ik me niet meer schuil kunnen houden. Af en toe kwam er een groepje tot stand van maximum vier lopers, maar nooit voor lang. Toch hield ik er het tempo goed in. Ik zorgde ook dat ik regelmatig kon drinken. Het was de eerste keer dat het eindcijfer van mijn BIB, 4 in mijn geval, dicteerde aan welke tafeltjes je bij voorkeur drank nam. Had ik al gezegd dat alles georganiseerd en gedisciplineerd verloopt in Japan?

Vooraf had ik gelezen dat het Japanse publiek nogal gereserveerd was, maar dat moet ik hier toch formeel tegenspreken. Ik heb honderden keren Ganbatté To of Ganbare To gehoord (Ga ervoor Tom en Zet hem op Tom). Niet alleen ontbrak de m bij de uitspraak van mijn naam die op mijn singlet stond, maar door de manier waarop ze het uitspraken klonk het in mijn hoofd een beetje als “sneller he Tom”. Aan aanmoediging zal het dus zeker niet gelegen hebben, toch voelde ik dat vanaf km35 de hamstrings aan het verduren waren. Halverwege was ik nochtans doorgekomen in 1u12m10s, ruimschoots sneller dan ik gehoopt en verwacht had.

Op één van de stukken waar de eerste elite ons tegemoet kwamen had ik al vastgesteld dat Eliud niet meer in de kopgroep zat, nu zag ik hem aan de overkant aan wat voor hem km40 was eenzaam lopen. Dat was al 5km voor mij, maar ik voelde mij niet de enige die beestig aan het afzien was. Doordat de rechterhamstring in de daaropvolgende kilometers nog stijver werd, kreeg ik de benen niet meer omhoog zoals ik zou willen. Ik was nu ook in het segment aangekomen waar de vertering lamgelegd wordt en eten eigenlijk niet meer gaat en zoals voorzien schakelde ik over op de aangeboden plaatselijke energydrank Pocari Sweat. Op de sociale media had ik al van alles gelezen over de smaak van deze drank. En omdat ik niks aan het toeval wilde overlaten en de drank in elk metrostation in de automaten verkrijgbaar is, had ik de dagen ervoor al geproefd. Eigenlijk kwam het in de buurt van de limoen versie van Aquarius en ik begreep dus de hele heisa niet. Omdat ik de vorige drankstations amper iets binnengekregen had omdat de bekertjes wel heel karig gevuld waren en er altijd een deel verspild wordt als je met snelheid een bekertje grijpt, besloot ik zelfs om even halt te houden en eens even de tijd te nemen om goed te drinken. Het bracht mij weer wat verder, maar een viertal kilometer voor de meet kwam een Japanse leeftijdsgenoot voorbij, de wil om aan te pikken was er wel, de fysieke kunde echter niet meer. In de laatste twee kilometer voelden de benen als lood en liep ik zelfs twee kilometer boven 4min/km. Eindelijk was daar na 42km de bocht naar links en konden de armen de hoogte in. Op de klok stond 2u30m39s. Het was niet onder 2u30m, maar toch was er geen ontgoocheling, eerder opluchting. Door de moeilijke voorbereiding was ik toch een beetje gaan twijfelen of ik nog ooit op niveau zou kunnen geraken. En hoewel ik het niet had kunnen volhouden, had de eerste helft van de marathon mij weer het gevoel gegeven dat er wel degelijk nog snelheid in mij zat. Moeizaam stapte ik verder terwijl ik eerst een poncho kreeg en een beetje drank en eten.

Dan was het vooral genieten bij de uitreiking van de six-star medaille. Een avontuur gestart in de herfst van 2017 in New York kwam hier tot een hoogtepunt. Ook dat droeg bij aan het positieve gevoel dat ik bij deze marathon overhoud. Daarna werden we opnieuw naar een aparte tent geleid om ons om te kunnen kleden. Het voelde eigenlijk aan als een soort criterium loop dicht bij huis qua rust en faciliteiten, terwijl dit toch één van de grootste marathons van de wereld was. Op mijn hotelkamer kroop ik in een warm bad op Japans maat met badzout – één waar je je benen niet kan strekken – om weer de oude te worden. Dan pas werd het duidelijk hoe de voet eraan toe was, die avond kon ik niet meer stappen zonder stekende pijn en al manken ging ik nog terug naar het Westin hotel, het wedstrijdhotel, waar er een receptie was voor six-star finishers. Toen er een demonstratie van compressie beenstukken werd aangeboden, ging ik daar maar al te graag op in. Slechter zou het sowieso toch niet worden. De fluctuerende druk in de beenstukken brachten me een kwartiertje (ont)spanning. De volgende morgen ging het gelukkig al iets beter. Een echte marathon stopt niet aan de finishlijn.

Abbott World Marathon Majors Gold Club Breakfast with the Boss

Toen ik half december als 6-star hopeful een mail in de bus kreeg van World Marathon Majors CEO Dawna Stone met de uitnodiging om lid te worden van de exclusieve Abbott World Marathon Majors Gold club twijfelde ik geen seconde en ging als lidnummer 659 op het aanbod in. En maar goed ook want het duurde amper 72 uur vooraleer de 1000 plaatsen van de stichtende leden waren ingevuld. Het doel van deze club is om een nog exclusievere beleving te hebben rond de World Marathon Majors (WMM) marathons. Naast een welkomstpakket met gadgets, toegang tot extra podcast materiaal en extra kansen om uitgeloot te worden tot deelname aan deze felbegeerde marathons, krijg je ook toegang tot speciale randactiviteiten. Eén daarvan was voorbehouden aan 25 Gold club leden en bestond uit een exclusief Ontbijt met de CEO van WMM. Deze reeks van ontbijten voor elke Major zou de eerste keer doorgaan de dag voor Tokyo marathon. Dawna Stone zou er een update geven van de status van WMM en we zouden ook vragen kunnen stellen.

Ik was dus wat blij toen ik de bevestiging kreeg dat ik tussen 8u en 9u30 verwacht werd in het Westin wedstrijdhotel voor een licht ontbijt. Bij het binnenkomen van de zaal herkende ik meteen al Danny Coyle de WMM Chief Content Officer en een oude bekende van een vroeger interview. Hij had de eer om als welkomstgeschenk een goodr bril in Abbott blauw uit te delen. Daarnaast merkte ik ook dat er vier race directors van de WMM aanwezig waren. In de kennismakingsronde leerde ik dat naast de CEO ook een mystery guest aanwezig was en naast veel Amerikaanse en enkele Britse leden ook nog een Belg, Tom Berghmans en een Nederlander Radjes Rosiek. De lage landen waren dus goed vertegenwoordigd. Het verbaasde me toch weer welke impact mijn titel heeft toen Danny me als wereldkampioen voorstelde. Het blijft voor mij nog steeds moeilijk te bevatten. Verder werden er, net zoals bij voorgaande bijeenkomsten waar ik aanwezig was met de racedirectors boven en onder water steken uitgedeeld over welke marathon zich de grootste, diegene met het snelste parcours, diegene met het wereldrecord of de authentiekste mag noemen. Echt hilarisch werd het toen er aan enkele deelnemers ook nog gevraagd werd welke van de majors ze het leukst vonden.

De CEO bevestigde dat de Sydney marathon als enige van de drie candidate majors in hun eerste jaar aan de criteria had voldaan. Als dit ook in 2024 en 2025 had geval zou zijn dan wordt Sydney de zevende major marathon. Ze benadrukte nogmaals dat ze persoonlijk geen enkele invloed heeft op het toelatingsproces. Ze bevestigde ook dat het six-star programma zoals het vandaag bestaat ook in dat geval behouden blijft en dat er een alternatief programma zal aangekondigd worden in de lente om rekening te houden met eventuele nieuwe marathons die tot de WMM club toetreden.

Even werd ook toelichting gegeven bij wat nu stilaan de iconische six-star medaille was. Aanvankelijk hadden ze een certificaat wat door de lopers achteraf kon gedownload worden bij succesvolle beëindiging van de zes majors. Maar om de prestatie meer in de verf te zetten kwam Mark Milde de Berlijnse race director met het idee om een medaille te ontwerpen die bij het overschrijden van de meet direct persoonlijk zou worden overhandigd. Na een eerste sober Brits ontwerp van de medaille kwamen Amerikaanse ontwerpers met het voorstel voor de gekende rozet medaille zoals we ze nu kennen en de rest is geschiedenis. Ondertussen zijn er reeds meer dan 15000 six-star finisher medailles uitgedeeld.

Chris Miller van Abbott benadrukte dan weer dat dit avontuur om zes sterren te behalen ons aan elkaar verbindt en om dat uit te drukken werd aan iedereen een challenge coin uitgedeeld, een traditie uit het Amerikaanse leger om je blijvend te herinneren voor iets exceptioneel wat je samen hebt meegemaakt.

In de vragenronde vroeg Radjes of er vanuit WMM aan een blijvende herinnering voor Kelvin Kiptum kon gewerkt worden. Daarbij werd bevestigd dat WMM het Kelvin Kiptum Foundation fonds ondersteunde. Zelf vroeg ik of er niks kon gedaan worden voor de competitieve lopers om te weten in welke positie je liep tijdens het AG wereldkampioenschap. Er werd bevestigd dat de technologie bestaat om dit te ondersteunen en dat er onderzocht wordt hoe dit zou kunnen ingezet worden.

En dan was het tijd voor de mystery guest: Joan Benoit Samuelson, ex-wereldrecordhoudster en de eerste Olympische marathonkampioene bij de vrouwen in Los Angeles in 1984 exact 40 jaar geleden zou in Tokyo ook een six-star finisher worden. Het einde van een avontuur dat 45 jaar geleden in Boston in 1979 begon toen ze haar eerste marathon major won. Ze vertelde ons dat haar credo “Live life to the fullest” ervoor gezorgd had dat ze nu op haar 66 jaar nog de drive vond om het six-star avontuur tot een goed einde te brengen.

De tijd was voorbij gevlogen en het was tijd om afscheid te nemen. De rest van de voormiddag zou ik in het aangename gezelschap van Radjes de start aan het Tokyo Metropolitan Government building gaan verkennen om niks aan het toeval over te laten. Op de plannen zag het er allemaal nogal ingewikkeld uit, maar dankzij de aanwezige vrijwilligers voor wie het niks teveel was om elkeen persoonlijk de uitleg te geven werd het ons snel duidelijk. We waren volledig klaar voor de volgende dag. Voor de rest van de dag stond rusten op het programma.

Uit Runners handbook, Tokyo marathon 2024

Chicago marathon | 08 Okt 2023 | 02:30:14

3e Abbott Wanda Age Group World championships – bronze medaille

Na de overwinning op het vorige wereldkampioenschap in London vorig najaar en nadat de euforie een beetje was gaan liggen, had ik nood om mentaal te herbronnen. Na een periode van vijf jaar had ik mijn doel eindelijk bereikt en de logische vraag was: wat is nog groter, moeilijker en ook motiverend genoeg dan wereldkampioen worden? Zelfs na een drie maanden lange loop-sabbatical met zeer beperkt loopvolume bleef het grote doel vaag. Focussen op de verdediging en verlenging van de titel leek het meest logische, maar aanvankelijk kon ik me er niet echt meer voor opladen in die mate dat ik me zelfs niet inschreef voor het volgende wereldkampioenschap ondanks de uitnodiging. Dit was mede ingegeven doordat mijn trouwe reismaat Werner te kampen had met aanslepende gezondheidsproblemen zodat ook hij moest passen. Tenslotte stond ik op het punt me voor de marathon van Berlijn in te schrijven, toen er alsnog een tweede kans in de bus viel om me voor Chicago – de plaats van het volgende wereldkampioenschap – in te schrijven. Tenslotte werd de zaak beklonken toen mijn broer, mijn trouwste supporter akkoord was om mee te gaan ter ondersteuning. Ik zou de handschoen opnemen om mijn titel te verdedigen, een zo mogelijk nog grotere uitdaging dan om hem te veroveren. Ik maakte dit hét doel van dit loopseizoen. Tevens hoopte ik, mits een goede prestatie in de buurt te komen van het Belgisch record hetwelk Stefaan Van den Broek in het voorjaar in Enschede op 2u24m41s had gebracht.

Ik merkte echter al vlug dat er veel verloren gegaan was in de rustperiode en ik besefte dat het heel wat moeite en tijd zou kosten om terug op niveau te geraken, als het al mogelijk zou zijn om er terug te geraken. De voorjaarsresultaten waren in elk geval minder dan het vorige jaar, maar ik bleef er rustig bij en werkte gestaag verder, erop vertrouwend dat conditie met consistentie terugkomt. Door de DCLA halve fond trainingen met de masters van Michel Jordens werkte ik aan de snelheid op de kortere afstanden, een welgekomen afwisseling met de vooral uithoudingsgerichte marathontrainingen. Hoewel dit niet direct bijdroeg aan mijn marathoncapaciteiten, voelde ik me wel een completer atleet en vooral de groepstrainingen, ook met de Brokkenlopers brachten me het plezier voor het lopen terug. In de laatste maanden stonden ze me ook actief bij voor de hardere tempotrainingen wat ik zeer kon appreciëren. Dat maakte dat ik begin September toch weer een beter gevoel in de benen kreeg en de hoop op een goed resultaat terug toenam. Zo zakte ik zonder noemenswaardige problemen in de trainingscyclus vrijdag voor de marathon naar Chicago af.

De expo in het Mc Cormick Trade center was drukbezocht met 47000 deelnemers die hun BIB moesten komen afhalen. Ondanks het feit dat ik op drie standen nummers moest gaan ophalen (voor Chicago 5k op zaterdag, het marathon nummer voor vooraan en het nummer voor het WK achteraan voor zondag) verliep het ophalen verbazend vlot dankzij de uitstekende organizatie. Het is altijd leuk om eens door de standen te struinen om te kijken of er nieuwe evoluties of producten aangeprezen worden. Dat gaat van nieuwe massage guns, een prijzige soort broek die je benen masseert via compressie, armbanden met kralen voor elke marathon major tot ketonen. Het aanschuiven voor alle soorten swag liet ik aan mij voorbijgaan. Net als de vorige twee jaren kregen we wel een heuptas als herinnering aan onze deelname aan het Age group wereldkampioenschap. De receptie die de vorige jaren op vrijdagavond in een glamoureus kader werd georganizeerd, was vervangen door een verwarmde tent met ontbijt op de marathondag zelf. Waarschijnlijk heeft het toenemende aantal van deelnemers aan het WK hier iets mee te maken (2500 deelnemers in 18 categorieën, van M40 tot M80+). Dit maakt dat de exclusieve beleving en de verwezenlijking om überhaupt te worden uitgenodigd vervangen is door een businessmodel waar er door Abbott een mooi centje kan verdiend worden door het niet gering inschrijvingsgeld van om en bij de 400€ (weliswaar inschrijving van de marathon inclusief). Ik vermoed dat weinig medaillekandidaten hun kansen hebben gehypothekeerd door daar net voor de wedstrijd een ontbijt te gaan eten. Ik had in elk geval op voorhand al het ontbijt gegeten dat ik gewoon ben. Voor ik echter in de tent raakte had ik net als velen al 45 minuten in de rij gestaan om nog maar binnen te geraken op het terrein. Goed bedoeld hadden ze een speciale ingang voorzien voor de deelnemers aan het wereldkampioenschap. In twee rijen moest iedereen zijn blauwe armband en zijn nummer laten zien waar een blauwe sticker moest op staan. Een deel bleek geen blauwe sticker te hebben omdat die niet op het nummer, maar op de envelop van het nummer was geplakt door de organizatie. De vertraging dat dit teweeg bracht ging zo ver dat we zelfs niet op tijd aan de start dreigden te geraken. Dus werd er beslist dat iedereen zijn armband moest omhoogsteken, waarna iedereen doodleuk werd binnengelaten. De eerste maar zeker niet laatste organizatorische miskleun. Dan maar in draf naar de tent waar ik mezelf vlug omkleedde alvorens met mijn doorzichtige zak naar de “gear check” te gaan. Doordat iedereen daar zo laat aankwam was het daar ook één en al chaos. Er waren een achttal rijen, echter niet afgescheiden. Het kwam erop naar dat iedereen zijn zak daar op een grote hoop mocht gooien. Ik dacht toen al, dat gaat hier wat worden voor die vrijwilligers om in die 2000 zakken mijn gerief terug te vinden, maar gelukkig hebben ze nog wat tijd om dit te organizeren. Maar lang tijd om hierover na te denken was er niet want het startvak ging al binnen minder dan een half uur sluiten en we moesten nog een kwartier stappen ernaar toe. Onder begeleiding geraakten we ter plekke. Opwarming werd gereduceerd tot drie rondjes in het startvak zelf, want dan was het meer dan tijd om aan te sluiten. Slotsom al dat prioritair gedoe had veel meer tijd en moeite gekost dan de vorige keer in 2019 toen ik op minder dan een kwartier van het hotel in het startvak stond. Desalniettemin was het moreel onaangetast en nadat de “star-spangled banner” a capella gezongen was, konden de rolstoelatleten en profs van start gaan.

Een dertigtal seconden later werd ook ons startvak op gang geschoten. Het duurde echter nog een minuut voor ik de start streep kon passeren. Ik had mezelf voorgenomen om voorzichtig te starten, maar toen ik na de eerste kilometer bijna 4minuten per kilometer liep, besefte ik dat het toch sneller zou moeten. Er liepen echter nog steeds veel tragere lopers voor me waar ik mij op links voorbij moest wringen. Vanaf kilometer 3 kwam ik stilaan op dreef. De handschoentjes konden letterlijk uitgedaan worden want er was werk aan de winkel. Ik hoorde aan de lichte paniek in de stem van mijn broer na 6 kilometer dat ik al in een schier onmogelijke positie liep (achteraf vertelde hij dat ik al in de 7de groep liep met minstens 5 concurrenten voor mij en hij het al niet meer zag zitten). Ik had mijn start dus compleet gemist en mijn concurrenten waren niet alleen anderhalve minuut eerder gestart omdat ze van voor in het vak stonden, maar waren nog een extra minuut uitgelopen door mijn trage aanvang. Gelukkig kwam ik van dan af onder stoom, ik liep nu constant mensen voorbij. Van in een groepje zitten was echter geen sprake, ik stond er alleen voor en de eerste 12km waren tegenwind. Enerzijds was ik tevreden dat ik kon blijven naar voor opschuiven, maar anderzijds was het toch werken om het tempo te kunnen ophouden. Na 19km stond mijn versie van Kipchoge’s “bottle” Claus klaar om mij twee Maurten gels aan te geven. Er was nog één concurrent die slechts 10 seconden voor mij liep, virtueel liep ik dus al in eerste positie. Op een twaalftal kilometer leek de situatie weer rechtgezet. Voor het eerst zag ik een groepje waar ik zou in kunnen meelopen, maar dat liep dus nog net voor mij. Ondertussen had ik het halfwegpunt bereikt in 1u12m, wat een mooie tijd was wetende dat de start niet denderend was. Het duurde nog 5km voor ik bij het groepje kon aansluiten en net dan spatte het groepje uit elkaar. Kortom het zou een solotocht worden. Erger dan dat was echter dat ik een eerste keer een krampscheut had gevoeld. Met nog 16km te gaan besefte ik al dat dit geen goede afloop zou kennen. Dit had ik al meerdere keren meegemaakt, maar niet meer sinds 2019. Terwijl ik ook de laatste concurrent had bijgebeend en achtergelaten, begonnen de benen steeds zwaarder te worden en de kilometertijden gingen evenredig omhoog. Mijn bovenbenen (quads en hamstrings) verduurden helemaal. Ze opheffen koste mij meer en meer moeite, maar ik trooste mij met de gedachte dat in deze faze het voor iedereen afzien geblazen is. Toch kon ik niet naast het feit kijken dat ik nu werd ingehaald, eerst amper, maar daarna meer en meer. Op km36 na nog een aantal waarschuwingen in de benen sloegen de krampen echt in het rechterbeen toe. Stoppen en dertig seconden stretchen waren nodig om daarna terug langzaam op gang te komen. De concurrenten waren ondertussen echter al voorbij gelopen zonder dat ik ze gezien had. Niet dat dit er veel toe deed. Telkens als ik mijn pas wilde vergroten, sloegen de benen toe. Er bleef niets anders dan te blijven lopen met dezelfde pas en zelfs dat deed ongelooflijk veel pijn. Ergens was er nog een beetje hoop dat ik genoeg voorsprong zou overhouden, maar ik voelde dat het tempo van kwaad naar erger ging. Ik bereikte de finish na 2u30m14s, niet de tijd waar ik op gehoopt had, verre van zelfs en amper voldoende om nog op het podium te staan. Ken Rideout liep één minuut sneller en Wayne Spies 20 seconden. Het was dus zeer speelbaar geweest zonder krampen. De oorzaak is niet ver te zoeken. Een gebrek aan krachttraining in de laatste maanden in combinatie met een niet al te goed wedstrijdverloop in de eerste kilometers. Toch kan ik me weinig beklagen in de wedstrijd zelf. Ik had alles gegeven wat er op de tafel lag en ik kon amper nog stappen. De (relatief) slechtste marathons zijn ook diegene waar je het meest van afziet. Natuurlijk kwam ik voor meer, ik wilde alle verwachtingen inlossen zondermeer, maar een wedstrijd moet gelopen worden… dat is sport. De marathon is 42km en geen 36km. Na de eerste ontgoocheling kan ik toch de rust vinden om tevreden te zijn met die derde plaats.

Als WK deelnemer kunnen we nu terug naar de tent (nog steeds verwarmd) om ons gerief op te halen. Ondanks het rare loopje kom ik nog als één van de eersten aan. Tot mijn ontsteltenis is er niks gebeurd met de hoop zakken. Een tiental vrijwilligers staat midden in de zee van ongeorganizeerde zakken met de wanhoop in hun ogen. Iedereen roept nu zijn nummer en dan begint de loterij. Als je geluk hebt vinden ze je zak snel of zie je hem zelf liggen. Bij mij duurt het een kwartier, sommigen na mij zullen het na 1uur45min opgeven en zonder zak vertrekken. Een echte blamage voor de organizatie. Dan maar de tent verder in waar ze me na het zien van mijn “funny walk” direct naar de massage leiden als een zwaar geval. Gelukkig ben ik niet alleen. Na ongeveer een half uur en heel wat pijnscheuten later krijgen ze mijn bovenbenen en rug min of meer los. Dan denk je als atleet dat je alles gehad hebt bij de finish, maar dit kon ook tellen qua pijnbeleving. Echter daarna zal ik geen krampen meer krijgen, dus job well done. Daarna kan ik stapjes gewijs de weg naar het hotel terug aanvatten.

Abbott had in de voorafgaande instructies laten weten dat voor diegenen die op het podium staan er nog een receptie zou zijn met alle kampioenen. We zouden nog een email ontvangen met de plaats en het uur van de receptie. Ondertussen is het me ook duidelijk dat er een nieuw WR gelopen is door Kelvin Kiptum en een ER door Sifan Hassan. Ik kijk er als gewone sterveling wel naar uit om net als vorig jaar met de profs een receptie te hebben. Eerst wel nog een beetje opfrissen natuurlijk. Ondertussen wordt het vijf uur en heb ik nog steeds geen email ontvangen van de organizatie en ik ben niet de enige. Hoe moeilijk is het om 50 mensen uit te nodigen. Deze WK organizatie is echt rampzalig… ik kan niets anders dan zelf het heft in handen nemen. Gelukkig weet Ken Rideout (die ook geen email krijgt) wel het uur waarop de receptie in het Hilton hotel doorgaat. Blijkbaar zou er ook eten zijn. Er mag ook een gast uitgenodigd worden. Dat komt goed uit zo kan mijn broer ook mee. We hebben juist al eten gereserveerd. Dan maar cancellen en op minder dan een uur naar het stadcentrum voor de receptie. Daar aangekomen lopen we gelukkig mensen van de organizatie tegen het lijf die ons naar de juiste zaal leiden. Dan nog een spannend momentje of we zouden binnen mogen zonder mail, maar gelukkig zit Danny Coyle van Abbott die mij geïnterviewed heeft voor een artikel aan de ingang zodat we toch nog kunnen genieten van (meerdere alcoholische) drankjes en een lekker buffet. Deze receptie ontgoocheld niet. Beide recordhouders zijn aanwezig net als de top drie. Vooral nummer drie bij de mannen, onze nationale trots Bashir Abdi, interesseert ons als Belgen natuurlijk. We knopen een praatje met hem aan. Hij kijkt wel tevreden terug op zijn marathon, maar moet toch ook erkennen dat Kiptum outstanding was.

Daarna mag ik samen met de vrouwen W50 op het podium. Op zo een moment wint de trots het toch van de ontgoocheling in je. Ik ben de enige van de M50 mannen op het podium wat ik wel jammer vind. Het is altijd leuk om je concurrenten te leren kennen. Ken had mij laten weten dat hij reeds op weg naar huis was, van Wayne weet ik zelfs niet of hij de plaats en tijdstip van het gebeuren had doorgekregen. Ook bij de andere “age group ” kampioenen heerst er grote onvrede over de belabberde organisatie. En dan hadden wij nog de receptie mogen meemaken. Vooral zij die London hebben meegemaakt, vinden het contrast groot. Voor dat inschrijvingsgeld mag het wel iets meer zijn Abbott. Volgend jaar is het WK in Sydney (waarschijnlijk de 7de major vanaf 2025). Als ze willen dat dit event verder blijft bestaan, zullen de standaarden terug omhoog moeten. London was fantastisch, hopelijk wordt Sydney dat ook! Of ik erbij zal zijn, weet ik nog niet. Ik ben in ieder geval wel reeds gekwalificeerd…

London marathon | 02 Okt 2022 | 02:25:38

Abbott Wanda Age group World Champion, Wereldkampioen, Champion du monde… het is gelukt!!!

Als ik op de Mall tegenover Buckingham Palace de eindstreep overkom staat er nog 2u25 op het bord, het lijkt allemaal zo onwezenlijk. De laatste 2 mijlen waren eindeloos, ik lig eerste…, maar wat als er nu nog iemand terugkomt? De benen wegen als lood en verkrampen regelmatig, ik bedenk me dat van reageren geen sprake meer zal zijn. Achter mij is er echter honderden meters ver niemand te zien, voor mij kruipen de laatste overblijvers van een groep die zich rond km10 gevormd had, metertje per metertje weg. Dan maar weer proberen rechtop te lopen met grote passen en … te onstpannen. Er speelt nog iets anders door mijn hoofd: het nationale record M50. Ik moet er dicht bij zijn, maar mijn hersenen -verstoken van energie – laten niet meer toe om in te schatten of en hoeveel overschot ik nog heb. Nee, de laatste energieshot die ik nog uit een “frisse” Cola aangereikt door mijn broer op km35 kreeg, is uitgewerkt nu. Mijn lichaam doet zijn best om mijn dwingende vraag om niet op te geven en nog vol door te gaan te beantwoorden door alle beschikbare reserves naar de benen te sturen. Eindelijk kunnen de armen de hoogte in en stopt de pijn (even) om plaats te maken voor ongeloof en dan een enorme voldoening.

Al mijn loopdoelen zijn in één klap afgevinkt !

Al mijn loopdoelen (voor dit jaar) zijn in één klap afgevinkt:
v Abbott Age Group M50 Wereldkampioen
v Belgisch Nationaal Marathon Record M50
v London Marathon Major M50 winnaar
v DCLA Marathon M50 Club Record
v Persoonlijk Marathon Record

Ik bedenk me hoeveel keer ik mezelf moed ingesproken heb op training tijdens de laatste vijf jaar met “ik wil wereldkampioen worden”. Het moeten ondertussen honderden keren geweest zijn, vaak slechts een klein ogenblik gedurende de lange loop, een recuperatieloop in de regen of bij die laatste intervalrepetitie. Motiverende selftalk zou de sportpsycholoog zeggen, maar het werkte. Toen ik vijf jaar geleden van het Abbott Wanda Age group wereldkampioenschap hoorde wou ik eerst en vooral meedoen aan de wedstrijd. Het leek allemaal zo veraf en zeer onzeker of überhaupt haalbaar, maar naarmate de jaren vorderden en de resultaten verbeterden, legde ik mijn lat steeds hoger: ik droomde van het podium en dan wereldkampioen. Verleden jaar ging de eerste versie van het wereldkampioenschap door. Ik werd vijfde, toen nog in leeftijdsgroep M45. Ik herinner me nog het gevoel van ontgoocheling op de avondceremonie bij de prijsuitreiking na de wedstrijd… dat wou ik dit jaar ten allen koste vermijden. Nochtans zag het er enkele maanden tevoren niet echt veelbelovend uit.

In de winter had ik een zware trainingsperiode met veel krachtoefeningen ingelast en ik voelde me beter dan ooit. Echter na 5 maanden van intense training, begon de mentale en fysieke vermoeidheid plots de kop op te steken. De vele trainingsuren hadden hun effect op het gezinsleven niet gemist en ook de achillespees begon weer op te spelen. Desalniettemin werd ik eind april – ook al niet blessurevrij -nog Belgisch kampioen op 10km. Eind mei tijdens de Interclub kampioenschappen waar ik voor mijn club DCLA de 5000m voor mijn rekening zou nemen, ging het acht ronden goed alvorens de kuit het langzaamaan begaf. Ik voelde de pijn met elke ronde toenemen. De laatste ronde werd een marteling, waarbij ik nog net niet hinkend over de streep kwam… maar ik wou het team ook niet in de steek laten. Zoals later zou blijken hadden we de punten nodig om de eerste plaats en de promotie naar de eerste klasse veilig te stellen. De volgende dagen nam ik de schade op. Ik herkende het gevoel in mijn linker kuit van mijn spierscheurtje in 2019. Een blessure die negen weken nodig heeft om te genezen. Ik herinner me nog dat ik aan mijn coach Claire liet weten dat het voorbij was, ik zou pas in augustus terug kunnen doortrainen, amper 8 weken voor de London marathon. Toch hield ik het hoofd koel en laste eerst 6 weken in van niks naar zeer beperkt (15km, 35km, 52km, 60km) lopen. Fysiek ging het dan wel iets beter, maar mentaal had ik toch nog mijn zorgen. Het was ondertussen half juli met nog 11 weken te gaan. Ik had nog steeds last, maar ik kon het onder controle houden. Ik had in al deze weken geen snelheidstraining gedaan, enkel rustige lopen. De laatste week van juli haalde ik voor het eerst 100km/week. Ondanks alles voelde ik dat de conditie niet helemaal weg was en op één van de babbelloopjes met mijn trouwe reisgezel Werner die me ook nu weer naar London zou vergezellen, sprak ik de hoop uit om toch nog naar het podium te dingen. Het zou nu zaak zijn consistent te trainen en geen verdere blessures op te lopen. Na een weekje vakantie volgden 6 intensieve weken die me stelselmatig naar 170km/week brachten. Ik had nog nooit zo veel getraind op zo een korte periode, maar omdat ik nog fris zat, bleek het geen probleem om dit te verteren. Er was echter iets wat me ongerust maakte: ik had amper op snelheid getraind, slechts één keer per week in die laatste zes weken (t.o.v. gemiddeld twee keer in vorige trainingscycli). De resultaten van de voorbereidingswedstrijden konden mijn gemoed gelukkig wat kalmeren. Op het PK halve marathon in Gooik liep ik onder soortgelijke warme condities op 5 seconden na de tijd van het jaar tevoren met een veel beter gevoel. Drie weken voor de grote dag deed ik mijn laatste grote trainingsweek met als afsluiter een 35km duurloop (inclusief bevoorradingsstrategie) met 7km gelijkmatig marathontempo (3:30min/km) op het einde. Drie taper weken is lang, maar ik troostte mij met de gedachte dat er nog een aantal marathontempo’s op het programma stonden. Ik reduceerde ook de krachttraining drastisch. Op de laatste gewichtstraining twee weken voor d-day sloeg het noodlot weer toe. Ik voelde kort nadien pijn in mijn quadriceps, in die mate dat ik de volgende dag een rustige loop van 15km moest inkorten. Nog geen paniek… dan maar twee dagen gedwongen rust nemen. De pijn verdween bij het stappen, maar na alweer een rustige loop kwam de pijn terug. Paniek! Gelukkig kon ik de volgende dag al terecht bij Dennis, de kinesist, die mij na een hele batterij oefeningen die ik pijnloos kon uitvoeren gerust stelde. Ik zou volledig hersteld aan de marathon kunnen beginnen. We waren ondertussen al op iets meer dan een week voor de marathon aanbeland en omdat er in de laatste week weeral geen tempo was gelopen, werden nog twee kortere tempolopen ingelast om niet te veel conditieverlies te lijden. Beide lopen verliepen uitstekend en de rust in mijn hoofd keerde terug. Er waren twee zaken die mij veel vertrouwen gaven: de uitstekende winter en mijn frisheid ondanks de zware training. Ik was er klaar voor.

Er waren twee zaken die mij veel vertrouwen gaven: de uitstekende winter en mijn frisheid ondanks de zware training. Ik was er klaar voor.

Omdat ik vorig jaar reeds met Werner Heselmans naar London was afgezakt, verliepen de dagen voor de marathon ontspannen. De Eurostar bracht ons vrijdagmorgen naar ons hotel in de buurt van Victoria station. Daarna bezochten we de expo voor het afhalen van de startnummers met daarna ook de obligate passage door de New Balance merchandise stand. Al bij al kwamen we er nog vrij goedkoop door deze keer. Op den duur heb je ook alles al in veelvoud. Omdat we ook ingeschreven waren voor de virtuele Abbott Global run marathon die we op hetzelfde moment als de London marathon zouden lopen, konden we daar ook meteen al onze eerste, maar zeker niet de laatste medaille ophalen: die was gemakkelijk verdiend. Voor de andere twee medailles zouden we wel de finish moeten bereiken. Tenslotte werd ook de carbo loading gestart met een eerste keer “penne” op het menu. ’s Avonds onder een druilerige regen werden we verwacht op een receptie in het Maritieme museum in Greenwich samen met de andere deelnemers aan het wereldkampioenschap . We maakten er kennis met Franz Weixenbaum, een Oostenrijker die net Berlijn had afgewerkt en die in onze leeftijdsgroep aantrad. Hij had er duidelijk nog zin in. We zouden hem nog de volgende dag tijdens het loslopen en natuurlijk ook op zondag terugzien. Naast de Londense race director Hugh Brasher, die ons uitvoerig welkom heette, waren ook alle andere race directors van de vijf andere majors aanwezig. We genoten van een glaasje en de excellente hapjes. Vooraleer naar het hotel terug te keren, poseerden we naast de enorme winnaarsbeker.

Zaterdag is traditioneel een dagje van platte rust op een kort losloopje na. De dag bestond uit op ons bed liggen, ons naar een restaurant begeven voor meer pasta, nauwgezet het weerbericht volgen en terug op ons bed liggen. De aangekondigde regen baarde ons een beetje zorgen. Net zondagvoormiddag zou er een buienfront over de Britse hoofdstad trekken. We legden onze poncho’s klaar voor de volgende ochtend. Tenslotte aten we ook nog drie keer pasta: één keer penne en twee keer spaghetti. De laatste keer in een gezellig Italiaans restaurant samen met de familie die speciaal naar London was meegereisd. De koolhydraten kwamen onze oren uit. ’s Middags in de trattoria waren we al in gesprek geraakt met de sympathieke Amerikaanse Braziliaan Farnese Dasilva uit New Jersey. Omdat er voor de volgende dag regen voorspeld was, hadden we onze verplaatsing met de trein een half uur verlaat om zo kort mogelijk in de regen te moeten wachten.

Grote verrassing als we zondagmorgen opstonden: na dagen van aangekondigde regen, zou deze net onder London voorbijtrekken en zou het hooguit een beetje miezeren aan de start. Tenslotte zouden we helemaal geen regen zien. De treinreis naar Blackheath verliep rustig en buiten het feit dat we aanvankelijk in het verkeerde startvak stonden verliep alles voorspoedig. Gelukkig gaf de speaker wel de juiste instructies want de Championship runners werden in een apart startvak verwacht. Daardoor was er eigenlijk weinig vrije tijd meer en na een korte opwarming drumden we allemaal samen in een hoek om ons naar de start te begeven. In tegenstelling tot vorige jaar stond ik deze keer samen met Werner in de eerste groep. Net naast ons waren de elite aan het opwarmen en na het roepen van een Nederlandse aanmoediging kwam Bashir Abdi ons persoonlijk high-fiven en succes wensen. Een mooi gebaar, want slechts enkele minuten voor de start. Plots begon het aftellen en langzaam zette de groep zich in beweging. Ik nam een behouden, maar toch stevige start. Ik trachtte zo snel mogelijk in de flow te geraken. In ieder geval was het veel vrijer lopen dan vorig jaar, nergens werd ik opgehouden.

Het duurde tot km10 rond het zeilschip de “Cutty Sark” voor er zich een groepje van 15 lopers vormde. Ik hield mij in de buik van het groepje. Daardoor hoorde ik pas (te) laat de aanmoedigingen van mijn meegereisde supporters. We hadden afgesproken dat ze nog één Maurten gel zouden geven, zelf had ik er 5 op zak, t.t.z. ik was net al aan mijn tweede gel bezig op dat ogenblik. Maar niet getreurd er waren nog punten waarop we elkaar zouden kunnen zien. Ik zat nu wel in een groepje en ik had de eerste 10km net onder de 34 minuten afgehaspeld, maar had geen idee hoeveelste ik liep in mijn leeftijdscategorie ondanks het feit dat ik in de eerste kilometers een aantal leeftijdsgenoten had ingehaald. De situatie werd al iets duidelijker op km12 toen ik plots Jonathan Walton voor mij zag, de wereldkampioen M50 van 2021. Ik wist uit de tussentijden van vorig jaar dat hij een snelle starter is, dus vermoedde ik dat er niet veel meer 50’ers voor mij zouden lopen. Omdat we hem inliepen met het groepje en ik nog comfortabel meeliep, maakte ik mij voorlopig weinig zorgen. Terecht want toen ik een vijftal kilometer later eens rondkeek in het groepje was hij niet meer te bekennen. Halverwege kwam ik door in 01:11:51, slechts luttele seconden trager dan op het BK Halve marathon in Gentbrugge in het voorjaar, met een voorsprong van 1 minuut. Ik was nog steeds ruim voor op het nationaal record schema van 1u13m. Hoewel ik me nog goed voelde, merkte ik wel dat ik al redelijk wat energie had verbruikt.

Net na London bridge had ik opnieuw mijn bevoorraders gemist, erger nog deze keer had ik ze niet eens gezien. Ondertussen was ik aan gel nummer 4. Gelukkig lukte het wel op km25, ik nam de gel aan en stak hem weg. Het eten ging steeds moeilijker nu. Mijn voorsprong stagneerde op één minuut. Ondertussen waren mijn supporters erachter gekomen dat op het rugnummer de leeftijdscategorie stond. Ikzelf wist op dat ogenblik nog steeds niet in welke positie ik liep, maar dat was op dat moment het minste van mijn zorgen. Ik trachtte mij vooral te concentreren en zo weinig mogelijk energie te verspillen. Het groepje was ondertussen al uitgedund tot een 7-tal lopers, de afvalrace ging door.

En dan op km26 voelde ik de eerste lichte kramp in mijn rechterbeen… een eerste waarschuwing van het lichaam. In de daarop volgende kilometers zouden de krampen in beide benen geregeld opspelen, maar we kwamen nu aan het stuk tegen de wind vanaf km34 en ik wou zo lang mogelijk in het groepje blijven, zelfs als het een beetje boven mijn tempo ging. We raapten twee lopers die op km17 uit het groepje waren weggelopen en nooit verder dan 100 meter voor waren geraakt terug op, alvorens ze achter te laten . Ik begon nu te voelen dat ik sinds km25 niets meer had gegeten en ik hing op 10 meter van het groepje. Gelukkig stonden mijn begeleiders er een laatste keer rond km35 en hoewel ik naar de andere kant van de straat moest lopen, miste ik het flesje cola deze keer niet. Nadat de eerste bruis eruit was, deed ik een allerlaatste poging om zoveel mogelijk suikers binnen te krijgen. Ik mocht nu niet meer versagen, want naast de bevoorrading had mijn broer ook toegeroepen dat ik eerste liep. De cola en deze wetenschap zorgde ervoor dat ik op de rand van krampen verder aanklampte in het groepje.

Wat ik niet wist, was dat in werkelijkheid Jonathan Walton – de tweede in de wedstrijd – na km25 serieus vertraagd was en daar al 5 minuten achter liep.

Tenslotte moest ik de anderen laten gaan en op karakter en onder luide aanmoediging bereikte ik de finish in 2u25m38s, 23e niet-elite, 50e algemeen, 7e master, 1e M50’er. Het Belgisch record van Chris Verbeeck uit 2009 (2u26m59s) was uit de boeken gelopen. De tweede M50’er eindigt op 8 minuten, op de derde is het zelfs 10 minuten wachten.

Ik finishte in 2u25m38s, 23e niet-elite, 50e algemeen, 7e master, 1e M50’er. Het Belgisch record van Chris Verbeek uit 2009 (2u26m59s) was uit de boeken gelopen.

Na de finish is het zaak om niet volledig te verkrampen. Ik bel met mijn Amerikaanse coach Claire Bartholic die speciaal vroeg is opgestaan om de kunnen volgen. We zijn door het dolle heen. In alle emotie vergeet ik mijn Abbott World Championship medaille op te halen. Een vergetelheidje die mij nog eens twee kilometer extra doet terugwandelen, maar dat heb ik er op dit moment allemaal voor over. Ik stap stijf door London, maar op een roze wolk… wat een race was dat! Als ik op de kamer kom is Werner er reeds. Ook hij heeft weeral een mooie prestatie neergezet: 2u51m22s, 43e M50.

Net zoals vorig jaar gaat de avondreceptie met prijsuitreiking door in het chique Park Plaza Westminster hotel. Abbott had duidelijk geluisterd naar de feedback want deze keer geen staande receptie, maar tafels met stoelen. ’t Is te zeggen voor diegenen die voor het aanvangsuur aankomen. Bij onze stipte aankomst blijken alle stoelen reeds bezet, dus toch weer een staande receptie voor ons. We ontmoeten er opnieuw Franz (2u52m36s) en Farnese (2u49m51s) en ook onze Amerikaanse landgenote Marie Billen. Haar aanstekelijk enthousiasme zorgt meteen voor sfeer. Ze stelt ons voor aan een trainingspartner uit haar loopgroep, Dave Walters (M60 wereldkampioen). Hij vertelt me dat hij als vliegtuigpiloot goede herinneringen aan Brussels overhoudt en dat dit de 16e major is die hij in zijn age group wint. Dan ben je blij als je mee op de foto mag.

Na een halfuurtje is het tijd voor het officiële gedeelte. Eerst wordt de aanstelling van kersvers CEO Dawna Stone aangekondigd. Wanneer er niet genoeg enthousiasme is bij haar opkomst op het podium, laat ze ons alles nog eens overdoen. Straffe madam! Toch blijft het geroezemoes in de zaal groot en krijgt ze het druk pratende publiek niet echt stil. Dan volgt de prijsuitreiking die begint met “we hebben geprobeerd om één van de toplopers van vandaag hier te krijgen voor de overhandiging van de trofeeën, maar dat is helaas niet gelukt. We hebben dan maar een beroep gedaan op een viervoudig winnaar van de London marathon. Please welcome Eliud Kipchoge!” Een deur zwaait open en daar komt de minzame man het podium opgestapt. Plots valt de zaal compleet stil… en dan stormt iedereen naar voor met de smartphone in de hand. Ik heb nog nooit iemand gezien die zo een impact had op een volle zaal. Zelfs voor de officiële fotografen is er voor het podium plots geen plaats meer, iedereen wil die selfie nemen met de grootste marathoner aller tijden.

Als ik besef welke eer me te beurt zal vallen door van hem de trofee te krijgen, gaat er een golf van opwinding door mijn bloed. Dit is nog mooier dan wereldkampioen worden. Als ik op het podium kom laat ik mijn emoties eventjes los en werp mijn handen wild de lucht in. Ik krijg felicitaties, een handdruk en een arm om me heen. Dit is adrenaline, dopamine… en alle andere andere -ines tegelijk. Puur genieten. Ik onderdruk een glimlach als ik nog net zie hoe Werner het aan de stok krijgt met de organisatie omdat hij naar voor springt in de no-fly zone om de ideale foto te maken. Tenslotte mogen alle medaillewinnaars samen nog eens op het podium. Ik verwonder er me steeds om hoeveel rust er van Kipchoge uitstraalt. Zelfs al loopt de ceremonie niet zoals gepland, hij blijft rustig lachen en wachten. En dan … even plots als hij gekomen was, verdwijnt hij weer van het podium. Iedereen keert terug naar zijn plaats, nog steeds napratend over wat er allemaal gebeurd was.

Terwijl we nog een glas drinken, komen ze me halen voor een interview voor de camera. Toch wel een spannend momentje om uit het niets in het Engels op vragen te antwoorden. Tenslotte vragen ze me om een oproep in te spreken voor het volgende wereldkampioenschap in Chicago in 2023. Na een keer of drie staat het erop zoals ze willen. Nu kan ik echt ontspannen en rustig aan tafel gezeten van een pintje genieten. Het is een drukke dag geweest.

Het is een ongelooflijke tocht geweest de laatste jaren met een apotheose om u tegen te zeggen.

Een record raak je kwijt, maar een wereldtitel die blijft en nemen ze je niet meer af

Coach Jeroen Van Nieuwenhove

Tenslotte wil ik een aantal mensen expliciet bedanken: mijn gezin die mij vele uren heeft moeten missen, Joost, Griet, Astrid en Sterre die het allemaal vanop de eerste rij mochten beleven, maar ook alle supporters die vanop het thuisfront mee supporterden. Coach Claire die in al die jaren toch altijd weer met een werkbaar schema op de proppen kwam, Werner, klankbord, fotograaf, reisgezel en kamergenoot bij mijn buitenlandse marathons, kinesist Dennis die af en toe wat werk met me had, DCLA en vooral de Brokkenlopers voor de wekelijkse gezellige babbelloopjes en alle andere sympathisanten die mij een berichtje stuurden. Bedankt!

Abbott World Marathon Majors Wanda Age Group World Championships Awards – The aftermovie

https://fb.watch/gdbyewbBhq/

Paris 2024 – Marathon Pour Tous – 5k achtervolging met Eliud

Half Oktober trekt een Instagram post van Eliud Kipchoge mijn aandacht. Hij kondigt aan dat hij in Parijs tegen gewone stervelingen zal lopen in een 5km achtervolging. Er zouden 800 vrouwen en 800 mannen uitgeloot worden. Op zichzelf al een interessant gegeven, maar des te meer omdat je je nog steeds kon inschrijven om uitgeloot te worden. Ik leer dat dit evenement opgezet is in het kader van de Olympische spelen in Paris 2024. Door kosteloos lid te worden van “Le Club” en punten te verzamelen door aan sport te doen, kun je meedoen aan verschillende uitdagingen met als doel uitgeloot te worden om te kunnen deelnemen aan de “Marathon Pour Tous”, een marathon voor het grote publiek op dezelfde dag en parcours als de ware Olympische marathoners tijdens Paris 2024. Toegegeven inschrijven was niet rechttoe rechtaan want enige trial en error was nodig vooraleer ik als niet Franse inwonende kon aanmelden. Maar uiteindelijk lukte het me ook om de code “JEVEUXLEDEFIER” op de juiste plaats in te geven. De benodige 400 punten had ik al verzameld louter door me in te schrijven. Nu was het een weekje wachten op de trekking. Tevergeefs keek ik op de dag van de aangekondigde trekking uit of er een mail van “Le Club” in de mailbox zou zitten. Enige afwijking op de aangekondigde regels bleek de organizatoren echter niet vreemd zoals ook later nog zal blijken. Groot was mijn verbazing en ongeloof dus ook als ik anderhalve dag later alsnog onderstaand bericht binnen kreeg.

Met nog een week tot het bewuste evenement was er van specifieke voorbereiding weinig sprake. Het bleef bij een kleine snelheidstraining om de benen weer wat wakker te schudden. De inschrijvingsmail volgde inderdaad, maar omdat ik pas een halve dag na ontvangst inschreef bleef slechts het eerste van zes startvakken over. Dit eerste sas zou gelimiteerd worden tot een snelheid van 6-8km/u. De daaropvolgende golven zouden aanvankelijk starten aan 10-12km/u, 12-15km en 15-18km/u. Als laatste zou Eliud Kipchoge, tweevoudig Olympisch marathon kampioen van start gaan in een poging om zoveel mogelijk lopers in te halen. De snelste zouden dus achteraan starten en om vals spelen te voorkomen zouden pacers er voor zorgen dat de trage golven niet sneller liepen dan voorzien. Er werd zelfs aangeraden om een snellere golf te nemen indien jouw geprefereerde startvak met daarin 500-700 deelnemers reeds volzet was. Was het gelinkt aan het hoog houden van eigen ego of werd deze raad goed opgevolgd in ieder geval bleef enkel het traagste vak nog over. Ik zou niet alles op het spel gezet hebben om een startbewijs te winnen voor de “Olympische marathon”, maar voor het eerste startvak zou ik zeker niet gekozen hebben. En aanvankelijk maakte een gevoel van ontgoocheling zich wel meester, met de vraag of het wel de moeite was om daarvoor naar Parijs af te zakken. Maar de aanvaarding volgde gelukkig snel en ik besefte wel dat het sowieso een voorrecht bleef om te mogen deelnemen. Ondertussen had ik ook mijn broer als supporter en reisgenoot opgetrommeld. Ondertussen werd er wel al gewag gemaakt van 2000 deelnemers.

Omdat het ganse concept over wanneer de verschillende startvakken zouden gelost worden, nogal vaag bleef, was er nog wel wat onzekerheid of ik het wel zou (kunnen) halen. Ik schatte in dat ik rond de 17 minuten zou nodig hebben en Eliud waarschijnlijk iets rond 14 minuten. Maar natuurlijk zouden de pacers ons een tijdlang ophouden, zodat de latere groepen en Eliud ook dichter konden komen. En wanneer zouden ze ons vrijlaten? Want ergens was er ook nog een inspanning nodig die hoger zou zijn dan 8km/u. Ondanks een haastig in elkaar geknutselde Excel sheet waren er teveel onbekende parameters in dit vraagstuk om enige zinnige voorspelling te kunnen maken. En dus bleef de spanning en een constante discussie met mijn begeleider van verschillende what-if scenarios. Eén ding was me wel zeker… ik wou er heel graag bij zijn in 2024.

De dag voor de wedstrijd hadden we afspraak aan de Arc de Triomph om het startnummer op te halen. Nadat we een blokje rond hadden aangeschoven kon ik na vertoon van identiteit en Covid pass het rode T-shirt voor het eerste startvak en bijhorend rugnummer bemachtigen. Ook kreeg je een bandje om zodat je niet alsnog je broer of iemand anders zou sturen de dag erna. Navraag leerde toen dat het de bedoeling was om iedereen op kilometer twee vrij spel te geven. Op dat moment zouden de pacers die tot dan een tempo van 8km/u zouden aanhouden een stap opzij zetten. Dus 5km werd eigenlijk 3km. Dan had ik “slechts” een kleine twee minuten voorsprong nodig om voor te blijven. Als ik vooraan kon blijven in het blok zou dat zeker geen probleem vormen. Ik was al meer gerust gesteld. Later op de avond werd ook nog een recentere versie van het reglement doorgestuurd waarin o.a. stond te lezen dat Yohan Durand, de Franse nummer één marathon loper als back-up zou fungeren van Eliud Kipchoge. Ook werden er nog eens 600 werknemers van Orange tussen de startvakken gepositioneerd.

Ondanks het extra uur slaap waren we op zondag slechts iets meer dan een uur op voorhand aanwezig bij de start waar de eerste deelnemers al post hadden gevat. Een DJ en speaker zorgen voor de sfeer. Rond 9 uur opschudding en gejoel als Eliud langs de startvakken aan zijn opwarming begint in het bijzijn van zijn back-up. Met zijn gekende glimlach laat hij zich de aandacht wel gevallen.

” De volgende 25 minuten zal hij onophoudelijk op en af lopen zodat de warm-up stilaan op een lange loop begint te lijken. “

Dan is het ook onze beurt om aan een gezamelijke opwarming te beginnen. Ondertussen staan we al vrij dicht bij elkaar in het startvak. Vanaf het podium worden we door een fitness coach tot jumping jack’s, squats tot zelfs pomp oefeningen aangezet. Het laatste was echter vrij onrealistisch als je zo dicht bij elkaar staat. Na zeven minuten huppelen werden we klaar bevonden voor de job. Onze vier pacers hadden ondertussen ook vooraan plaats gevat. Ondertussen leerden we ook dat er geen 2000 maar 3600 deelnemers waren. Het aftellen begon voor de start. Het zou nog 7m30 duren vooraleer de tweede groep vertrok.

In de volgende twee kilometer was het vooral zaak om niet op de hielen van diegene voor je te trappen en je rustig te laten meedrijven. Bij de minste versmalling van de weg werd iedereen op elkaar gedrukt om dan terug plaats in te nemen. Met het naderen van de Pont Alexandre III zat ik op de derde rij. Ondertussen probeerden de pacers het tempo laag genoeg te houden, maar mijn uurwerk gaf aan dat we eerder 10km/u dan 8km/u liepen. Met het naderen van de brug werd de druk van achter groter en bij het opdraaien ervan ruimden de pacers plaats. Er werd relatief rustig begonnen en ik kon gemakkelijk naar voor opschuiven, terwijl de het Parc des Invalides binnenliepen. Bij het verlaten van het Parc liep ik in de eerste 15 man. Ik zag bovendien dat nu pas de tweede groep aangekomen was, klaar om gelost te worden. Er restten nog slechts 2km. Ik begon te beseffen dat dit een echte walk in the park ging worden. Ik schoof nog wat op naar voor en draaide als vierde terug de Champs Elysees op.

Ondertussen stond Eliud klaar om ook aan zijn 5k te starten. De laatste startvakken waren amper gestart, terwijl het rode vak al op de aankomst afstevende. Bergop naar de boog versnelde ik nog een beetje om als tweede over de aankomst te komen.

” Ik was als één van de eerste Belgen gekwalificeerd voor een Olympisch evenement in Paris 2024 “

Eliud (wit singlet/oranje broek) raast als een raket links tussen de fietsers voorbij de deelnemers met de rode boog van de finish in zicht

Even verder kregen we ons T-shirt als bewijs van de kwalificatie. Een kleine 10 minuten later kwam Eliud als een raket voorbij op weg naar de aankomst. Hij slaagde erin om 2600 deelnemers in te halen. 1000 deelnemers bemachtigden een startbewijs voor de “Marathon Pour Tous”. Het was al vlug duidelijk dat je in de laatste vakken geen kans maakte om je te kwalificeren omdat Eliud veel te vlug achter hen startte. Gelukkig ziet ook de organizatie in dat het onmogelijk was voor de laatste groepen om Eliud voor te blijven en geven ze alsnog aan de 200 eerste finishers uit deze groepen een startbewijs.

Nadien neemt de aimabele Eliud – zijn status als halfgod verder bevestigend – ruim de tijd om het publiek te groeten en te poseren. Sportief gezien was dit zeker geen uitschieter, maar wat beleving betreft is het moeilijk te overtreffen en was het de korte trip naar de lichtstad zeker waard. Het was marketing voor de Olympische Spelen en Paris op het hoogste niveau.

London marathon | 03 Okt 2021 | 02:28:37

Het verhaal van deze marathon start ongeveer vier jaar geleden. Ik was er net tijdens de New York marathon in geslaagd om sneller te lopen dan de 2u47m in mijn studententijd en was dus op zoek naar een nieuwe uitdaging. Net op dat ogenblik verscheen een klein artikel waar Abbott van de bekende Series en de zes grote Major marathons aankondigde te starten met een Age group World Championship in 2020. Er zouden een aantal atleten uitgenodigd worden om het wereldkampioenschap te lopen op basis van de resultaten van je twee beste marathons in het komende jaar. Het leek mij een mooie doelstelling om me voor dit evenement te kwalificeren en me eens met de beste atleten uit mijn leeftijdscategorie te meten.

In de twee jaar die volgden verbeterde mijn marathontijden stelselmatig zodat de kwalificatie eigenlijk (te) éénvoudig was en gaandeweg verschoof het doel meer naar het behalen van een podiumplaats in het Abbott Age Group World Championship (AGWC). Ondertussen was ook de locatie bekend geraakt, het hele gebeuren zou in April 2020 als onderdeel van de London marathon doorgaan. De uitnodiging viel ergens eind 2019 in de bus. Ik was bijzonder verheugd dat ook Werner Heselmans mijn kamergenoot op verre marathonreizen uitgenodigd werd om aan het AGWC deel te nemen. Dat maakte de belevenis dubbel zo aangenaam. De inschrijving was niet goedkoop (300€), maar hield naast het startgeld voor de London marathon ook een aantal gadgets in en een receptie voor en na de marathon om je mede-atleten beter te leren kennen. Een dergelijk globaal evenement werd natuurlijk niet gespaard door de wereldwijde pandemie en na tweemaal uitstel werd de afspraak uiteindelijk geprikt in het najaar van 2021.

Via een aantal lokale wedstrijden in het Pajottenland en het BK 5000m stoomde ik me in 10 intense weken klaar voor de opdracht. Net na het BK en aan het begin van de taper werd ik door een keelontsteking voor een aantal dagen geveld en tot extra rust genoopt. Een zelftest bracht gelukkig uitsluitsel dat het niet om COVID19 ging en de laatste tempo trainingen stelden me gerust dat de conditie niet verdwenen was. Het simpele feit dat de marathon doorging, betekende niet dat er geen PCR testen of quarantaine aan te pas kwam aangezien het Verenigd Kononkrijk nu ook het verre onbekende buitenland is. We wisselden ook de HST in voor een vliegtuigreis naar London Heathrow om een passage door Frankrijk te vermijden. Voor passagiers die uit Frankrijk kwamen geldden immers strengere maatregelen. Op donderdag volgde de eerste negatieve PCR test die nodig was voor toelating tot zowel het Verenigd Koninkrijk als de marathon beurs. Onder impuls van de pandemie waren een aantal maatregelen genomen. Je kon vooraf een zak afgeven die na de finish opgehaald kon worden waarin naast een beetje drank en voedsel ook de medailles te vinden waren. Ik spreek in het meervoud, want naast de traditionele finishers medaille van de London marathon, was er ook een indrukwekkende medaille voorzien voor de finishers van het eerste age group wereldkampioenschap. Daarnaast zou de start nog meer gespreid worden om zo weinig mogelijk contact met mededeelnemers te hebben. Hoewel niet van toepassing werd gevraagd om slechts één fysieke supporter mee te brengen. Ik twijfel eigenlijk of hier veel gehoor aan gegeven werd aangezien de supporters weer rijen dik stonden.

De vliegtuigreis op vrijdag verliep voorspoedig, net als het afhalen van het startnummer. Als deelnemer van AGWC kregen we een extra nummer met de leeftijdscategorie om op de rug te spelden. Het aantal standhouders op de beurs was duidelijk geïmpacteerd door het virus want beduidend minder dan normaal. Toch was deze dag nog niet ten einde want er wachtte ons nog een receptie in Southwark Cathedral kort bij The Monument langs de oevers van de Thames. We wisten eigenlijk niet wat we mochten verwachten. Vooreerst was er de verrassing dat de receptie wel degelijk in een kathedraal doorging. De prachtig verlichting zorgde voor een prachtig decor. Er werd ons een glaasje Prosecco aangeboden waar we zelf niet konden aan weerstaan, maar het viel ons wel op dat iedereen zowat alcoholvrij dronk. Dat kan wel eens gebeuren als je topatleten – zij het dan op jaren – bijeen brengt. Maar voor ons was het op dit moment vooral ontspannen genieten van de exquise hapjes. We maakten kennis met Lionel en Félix, twee Franse atleten die zichtbaar blij waren dat ze tegen ons Frans konden spreken. Dan was het tijd voor Hugh Basher, de London marathon race director om ons welkom te heten en zichtbaar geëmotioneerd de terugkeer van de marathon in de straten van London aan te kondigen na 889 dagen van afwezigheid. Ook Chris Miller van Abbott onderstreepte de intentie om er een onvergetelijke belevenis voor de atleten van te maken. Na anderhalf uur werden we aangemaand om in stilte de kerk te verlaten omdat de avonddienst moest beginnen.

De volgende dag werd het vooral een dagje van rusten en opnieuw PCR testen onder de naam van de Day2 test, een test die op voorhand gereserveerd dient te worden en binnen de eerste twee dagen van je verblijf in de UK dient uitgevoerd te worden. Omdat er veel regen verwacht werd, deden we onze shakeout run in St James’s Park ’s morgens hoewel we niet van nattigheid gespaard bleven. Een laatste versnelling om de beentjes wakker te maken voltooide de voorbereiding. Nu restte enkel nog de wedstrijd. Tijdens de nacht was ik er achter gekomen dat ik mijn uurwerklader vergeten was en dat had de nachtrust zeker niet bevorderd. Ondanks verwoedde pogingen om ergens aan een oudere model lader te geraken werd het duidelijk dat ik ten hoogste nog de tijd zou kunnen aflezen op mijn uurwerk daar het batterijniveau onder 10% stond. Het werd dus een wedstrijd op gevoel. Tenslotte omarmde ik de gedachte wetende dat bij voorgaande marathons mijn sportuurwerk ook geen actieve rol had gespeeld. Alles lag nu klaar voor de wedstrijd inclusief de nieuwe Nike Vaporfly Next% 2 schoenen.

Na een vroeg ontbijt zondag volgde een 30 minuten durende treinreis van Victoria station naar Blackheath door de suburbs van London. Een korte wandeling bracht ons naar de groene vlakte van Greenwich waar er al een serieuze bedrijvigheid heerste. Hier moest ik afscheid nemen van Werner want waar hij in de gele verzamelzone (en rode start) verwacht werd, vond ik mijn weg naar de blauwe verzamelzone en start wave 2 in dezelfde kleur. Na de officiële screening tijdens het afhalen van het startnummer was de screening voor de benodigde negatieve PCR test deze keer oppervlakkig en nu ik in het verzamelpunt was bleef er nog een uurtje wachten over. De temperatuur was niet echt laag (11°C), maar toch kon ik , gezeten op de grond en ondanks een warme trainingsvest het bibberen maar moeilijk onder controle krijgen. Misschien was het wel een combinatie van spanning en koude. In ieder geval werd het door een vriendelijke mede-atlete opgemerkt die naast me zat te wachten en ze bood me prompt een extra trui aan die zij niet meer nodig had. Zo kreeg ik het eindelijk toch warm genoeg voor een kleine opwarming achteraan op het terrein. Na het laatse plasje ging startgolf 2 open en konden we naar het volgende verzamelpunt. Eerst was er de start van de rolstoel atleten en de elite dames. Na de start van de elite mannenlopers volgde eerst nog een groep Championship lopers, deze wedstrijd gold ook als het Britse kampioenschap, gevolgd door lopers uit startwave 1, voornamelijk M40 lopers. Uiteindelijk ging ook onze wave van start. Ik stopte nog even om Strava te starten en keek op mijn uurwerk als ik de startlijn passeerde. Het was 9u37m. Vermits Werner in de eerste golf van de rode start zou starten zou hij ongeveer 7 minuten voor mij vertrekken. Ik had berekend dat ik hem ongeveer tussen km15 en km20 zou inhalen. Al na de eerste kilometer had ik het juiste tempo te pakken. Van dan af volgde een inhaalrace die tot de finish zou duren. Het was steeds opnieuw van links naar rechts laveren om een klein gaatje te vinden. Ik was verbaasd hoeveel lopers er voor mij vertrokken waren. De eerste 5km ging in 17m35s, een beetje een voorzichtige start. De volgende 10km ging vlot. Gelukkig gaf mijn uurwerk nog de tijd aan zodat ik elke 20 minuten een Maurten gel kon binnenwerken. Rond km16 was ik ook weer bezig met bevoorrading toen ik Werner mijn naam hoorde roepen. Veel meer tijd dan voor “ha Werner” was er niet. Het was vooral zaak om geconcentreerd te blijven en te blijven naar voor pushen.

Ondertussen werd ik weer massaal aangemoedigd door het Londense publiek. Na halverwege bij 1u13m23s, de Tower bridge overlopen was ook weer een kippenvel momentje. Daarna draaiden we op naar rechts terwijl de spits van de vrouwenwedstrijd ons tegemoet kwam. Bridgit Kosgei volgde op en 20-tal meter achter een viertal. Voor ons lag er nog een 15km te wachten vooraleer we hier zouden voorbijkomen. Eerst moesten we nog naar Canary wharf. Na de M40’ers kwam ik nu stilaan in de Championship lopers en dat gaf mij weer moed. Ondertussen was er één loper die mij voorbij kwam gelopen en waar ik kon bij aanpikken. Maar toen we de bocht naar het westen maakten na 31km ging hij aan de kant en liet het werk aan mij over. Niet toevallig want vanaf nu volgde het lastigste deel tegen de wind in. Ik liet het niet aan mijn hart komen en bleef dezelfde inspanning leveren al besefte ik wel dat dit enkele seconden per km zou kosten. In de laatste 10 kilometer kon ik nog een aantal concurrenten inhalen, maar het werd nu wel zwaar.

Toch voelde ik dat ik niet echt aan het verzwakken was en voor ik wist waren we in de laatste mijlen, dan volgde de laatste kilometer, de laatste 385 yards en dan de lange bocht voor Buckingham Palace naar The Mall met de finish in zicht. Echt versnellen ging niet meer, dan maar gewoon tempo houden en finishen in 2u28m37s, een nieuw persoonlijk record. Onmiddellijk na de finish voelde ik de krampen opkomen. Meteen stroomde ook de berichtjes binnen, niet in het minst van mijn coach Claire Bartholic die mij opnieuw op het rechte pad hield tijdens de voorbereiding. Ik werd 63e in het massa evenement (zonder elite), 14de in het AGWC en 5de in M45. Geen podium maar in de wetenschap dat ik alles had gegeven, was ik toch tevreden.

Na een lange wandeling naar het hotel en een beetje rust en verfrissing, mochten we s’avonds nog naar het Westminster Park Plaza hotel voor een exclusieve receptie en huldiging van de nieuwe wereldkampioenen. Er was duidelijk veel werk gestoken om dit een unieke belevenis te maken. Alle internationale lopers tekenden present, alleen de thuislopers bleken spijtig genoeg niet aanwezig. We maakten er kennis met de ambitieuze Jason Rosamond, die getraind werd door Ryan Hall. Onder luid applaus werd de top 3 van elke categorie vervolgens op het podium geroepen voor een welverdiende trofee en huldiging. Opnieuw zette London hier een prachtig event neer wat maar moeilijk te overtreffen zal zijn. Na het officiële gedeelte werd er nog gepoogd om de atleten aan het dansen te krijgen, maar voor de meesten was het een vermoeiende, maar onvergetelijke dag geweest.