Na de winst op het Europees kampioenschap in Jyväskylä in September, diende zich nu het grote doel van dit jaar aan, het wereldkampioenschap als onderdeel van de NYC marathon. De voorbereiding verliep vlekkeloos tot aan de taper. Maar anderhalve week voor de race werd ik ziek. Smaakverlies verraadde dat het hier om COVID ging. Twee dagen in bed en drie dagen rust waren nodig om het lichaam de kans te geven om zich te herstellen. De week voordien resulteerde een valpartij weliswaar aan lage snelheid ook al in een pijnlijke heup. Maar als bij wonder gingen stappen en lopen pijnloos. Alsof dat nog niet genoeg was kwam er op woensdag voor de marathon nog maar eens een valpartij bij op de High end line in New York bij de laatste interval training. Ik struikelde over een bankje terwijl ik te veel aan het sight seeing was. Ik had het gevoel even in de lucht te zweven vooraleer ik voorover de grond op ging. Vermits het hier om één van de toeristische trekpleisters van New York ging, had ik heel wat bekijks. Gelukkig kwam er al gauw iemand helpen om me recht te laten krabbelen met de goede raad om even uit te rusten op het bankje waar ik juist over gevallen was. O ondoorgrondelijk lot. Het resultaat was twee verstuikte vingers. Buiten pijnlijk en gezwollen viel het wel mee. Vingers heb je tenslotte niet nodig om te lopen.
De dag daarna begon het hoesten opnieuw. Ik stond dus wel met wat vragen in corral A van de eerste oranje wave hoe het lichaam zou reageren op de enorme aanslag die een marathon on-the-edge lopen is. Voor we daar echter in het startvak beland waren hadden we al onze emoties en stress gekend. We waren met een Belgische delegatie op tijd naar het busvervoer afgezakt bestaande uit Kurt Van de Velde, meer dan honderd marathons op de teller vooral in Italië, Marie Billen, Belgische uit de Chicago area, Werner Heselmans en Davy Mesotten mijn hotelgenoten en Kim Geypen en Joost Talloen, clubgenoten van DCLA. Hoewel we op tijd aanwezig waren gingen we in een vlaag van beleefdheid op een zijspoor aanschuiven. Het duurde een kleine twintig minuten toen we doorhadden dat er aan alle kanten mensen inschoven. Wij geraakten niet vooruit. Tot overmaat van ramp begon iedereen in te schuiven op het moment dat wij beslisten om onze plaats af te dwingen. Kortom we verloren daar bijna driekwartier vooraleer we aan de bibliotheek op de bus op geraakten. Nadat we onze laatste bevoorrading en ook nog een sanitaire stop op de bus hadden gemaakt kwamen we eindelijk aan bij de start. Maar hier moesten we opnieuw zeer lang wachten om af te stappen. Het was het ondertussen 7u45 geworden. Er restte nog één uur voor het sluiten van de corrals en er stonden nog duizenden mensen voor ons aan te schuiven die door de security controle moesten.
Het was tijd om onze plaats af te dwingen als we nog op tijd aan de start wilden geraken. Werner nam het voortouw en begon zich een weg te banen door de massa hierbij “wave 1” roepend, goed wetend dat er nog honderden stonden te wachten die ook wave 1 waren. Wij volgden “file Indienne” gewijs en in ons zog nog een deel anderen. Ik was dankbaar dat ik gewoon kon volgen en de stress van het moment wat kon verminderen. Onnodig te zeggen dat we ons niet al te populair maakten en er werd al eens getrokken en geduwd. Uiteindelijk slaagden we er toch in om een kwartier voor het sluiten van de corrals de security controle te passeren. De speciaal opgezette area voor de Age Group World Champion (AGWC) runners hebben we niet meer gezien. We speelden onze extra kleren uit, staken de gellekes weg en repten ons naar ons corral. Door een ultieme sanitaire stop raakte ik de anderen kwijt, maar nu was het toch vooral belangrijk om genoeg vooraan te staan.
Op één van de eerste rijen kwam ik Wim De Maeyer tegen zodat het klein beetje wachten aangenaam verliep. Daarnaast waren er natuurlijk een aantal bekende concurrenten die even dag kwamen zeggen: Farnese Da Silva, “Memo” Guillermo Pineda Morales en Gamini Sugathadasa. Maar mijn oog viel vooral op de Spanjaard die reclame aan had voor het Enrique Carvillo hotel, omdat mijn pre-race analyze mij geleerd had dat dit de favoriet was met een recente 2u26 in de Valencia marathon 2024. Ook zijn gezicht paste bij de foto’s die ik had opgezocht en wat is de kans dat iemand met de reclame van iemands anders naam daar aan de start stond. Van dan af was er maar één focus meer: die mag ik niet meer loslaten tenzij het niet anders kon. In de NYC marathon wordt je eerst in corrals in afwachting gehouden waar je je al kan klaarmaken. Een twintig minuten voor de start wordt er door militairen een haag gevormd, gaan de corrals open en stappen de militairen arm in arm naar de start om de lopers in toom te houden. Belangrijk hier was om mijn concurrent niet uit het oog te verliezen en net zoals hij op de vijfde rij aan de start te staan.
Ondertussen was het 9u geworden en na het Amerikaanse volkslied, weerklonk het kanonschot voor de start van een beperkt groepje elite mannen. Deze starten in de blauwe wave aan de rechterkant van het bovenste dek van de Verrazano-Narrows brug. Onze oranje wave zou aan de linkerkant starten en de pink wave op het onderste dek van de brug. Nog vijf minuutjes en we konden ook aan onze marathon beginnen. De militairen ruimden plaats, iedereen werd nog eens gevraagd of ze er klaar voor waren en dan weerklonk ook voor ons het kanonschot. Ik treuzelde nog een beetje om mijn concurrent een aantal seconden voor mij over de mat te laten lopen. In het AGWC telt de chip time (en niet de gun time). In het begin is het vrij eenvoudig om die paar seconden goed te maken en je weet nooit of het er aan de meet op aan komt. Elk detail is nu belangrijk. The game is on.




Eén van de moeilijkheden is wel dat het meteen een mijl bergop gaat om de brug over te komen. Enrique was niet van plan om af te wachten en begon direct met een inhaalrace naar voor. Er zat niets anders op dan te volgen. Hij hield niet op met concurrenten in te halen tot we zowat in 20e positie liepen. De eerste kilometer ging in 3m47s, stevig maar toch zeer comfortabel. De benen voelden alleszins goed, wat een geruststelling. Na de top van de brug volgde een snelle kilometer bergaf. Er begonnen zich al een aantal groepjes te vormen. Terwijl de Spanjaard onverminderd aan de kop sleurde, hield ik me een beetje schuil in het groepje, er altijd wel voor zorgend dat de aansluiting niet verloren ging. Regelmatig kwam er een kleine versnelling en moest ik aan de bak om een klein gaatje te dichten, daarna viel het dan weer stil. Na twee van dergelijke versnellingen, besloot ik om niet langer direct te reageren en gewoon een egaal tempo te lopen. Er waren er nog anderen die in de groep van een 7-tal man er zo over dachten en van dan af ging het mij ook beter af. Ik had nog steeds niet het gevoel dat ik over mijn toeren moest gaan, dus volgen bleef de boodschap. Na de brug waren er een aantal lopers van de blauwe wave aangesloten, maar we liepen nog steeds goed vooraan en ik ging er dus wel vanuit dat ik in de kop van de M50 race zat. Door een fout bij het drukken van de rugnummers waarop de leeftijd stond was er door de organisatie beslist om al deze nummers uit de pakketjes te halen en enkel borstnummers mee te geven. Hierdoor was het dus eigenlijk onmogelijk geworden om nog maar te weten waar je concurrenten liepen.
Mijn concentratie was volledig bij de wedstrijd en ik merkte weinig van de omgeving, zelfs niet als we het Barclays stadium in Brooklyn voorbij liepen waar we in augustus nog naar een WNBA match van New York Liberty met Big Mees waren gaan kijken. Na twintig minuten was het tijd voor mijn eerste Maurten 160 gel. Na 10km keek ik voor het eerst op mijn uurwerk en zag 34m32s, het ideale tempo. De volgende Maurten 160 na 40 minuten was ook geen probleem. Tussendoor probeerde ik zoveel mogelijk water binnen te krijgen. Na 12 mijl (19km) was er de eerste Maurten stand en nam ik een cafeïne gel. Zowel voeding als tempo bleven correct verlopen. Tot het halfweg punt bleven we een constant tempo houden van 5m30/mijl. Achteraf zou ik pas zien dat we halverwege doorkwamen in 1u13m13s. Ik had ondertussen wel al opgemerkt dat mijn concurrent weinig bevoorrading nam. Eén keer een gel en verder wel beperkt Gatorade Endurance. Na halverwege nam ik verkeerd Gatorade aan i.p.v. water en liet ik me toch verleiden om een slok binnen te nemen. Nu kwamen we stilaan aan het ogenblik van de waarheid: de Pulaski Bridge, een kortere helling. In de laatste 50 meter van de klim voelde ik me een eerste keer onwel en moest ik een 15 meter toegeven. De benen voelen nog goed, maar ik draai in mijn hoofd. In de afdaling liep ik het gat terug dicht. Maar daar diende zich de Queensboro bridge al aan. De klim start op km 24 en vrijwel onmiddellijk moet ik het tempo laten zakken door opnieuw een zwaar gevoel in de maag. Snel loopt mijn groepje 50 meter weg en ik verman me om ze niet volledig te laten gaan. Het verschil stabiliseert zich maar de maag niet. Het wordt al vlakker en ik ben dicht bij de top als mijn hoofd begint te draaien en ik voel dat ik moet overgeven. Ik moet stoppen en voel alles naar boven komen. Na nog twee keer is het meeste eruit en voel ik me opeens weer veel beter. In die 35 seconden is het groepje natuurlijk ver weg samen met nog een hele rits anderen die mij voorbij gelopen zijn. Dit is een domper, maar het koppeke zit nog goed en ik zet onmiddellijk de achtervolging in in de afdaling naar First avenue. Hier worden de aanmoedigingen nog maar eens versterkt en ik pik het tempo terug goed op in de eindeloze klim naar de Bronx. “Tweede is ook mooi” flitst er Hilbert van der Duim gewijs door mijn hoofd, maar omdat ik gezien had dat ook Enrique uit het groepje gevallen was op de Queensboro bridge, wou ik toch nog niet opgeven. Net voor het binnengaan van de Bronx zie ik terug een witte loper enkele honderden meters voor mij met de licht gebogen stijl. Ik twijfel of het waar kan zijn, maar nader nu snel. Even inhouden vooraleer met een kleine versnelling het gat te maken. Ik hoef niet om te kijken want ik weet dat hij niet meer in mijn buurt zit. Nog altijd 10km te gaan, de marathon moet nog beginnen. Zal ik de laatste kilometers het tempo kunnen volhouden ?



Ik vrees vooral dat ik zonder brandstof ga vallen. Na mijn maaglediging had ik toch terug op mijl 18 (km 29) een gel van de Maurten stand genomen en met moeite naar binnen gewerkt. Voorlopig blijft alles beneden. De benen doen serieus pijn, maar op een manier dat je het als marathoner verdragen kunt. Het tempo zakt enkel seconden per km, maar ik haal nog steeds volk in, terwijl ikzelf ook wel wordt ingehaald. Qua positie blijft het ongeveer status quo.
Net voor het begin van 5th avenue haal ik Toyoki Sato terug bij, die ook in London bij mij liep. Het publiek stuwt me nu vooruit langs Central Park de eindeloze helling op. Eindelijk zie ik het reclame bord waar we Central Park inlopen. Ik voel me nog steeds goed, de hamstrings beginnen wel wat onder spanning te komen, maar er is nog geen spoor van krampen te bekennen. De afdaling in het park is steil, maar ondertussen wel gekend terrein. Nu is het wachten om af te slaan richting Columbus Circle en langs de paarden koetsen de voorlaatste helling aan te vatten. Nog 800m nu, twee rondjes op de piste. In de laatste 200m versnel ik nog om de laatste seconde eruit te halen: de armen gaan de lucht in. Alweer een marathon onder de belt. De klok zegt 2u30m32s. De onvermijdelijke vraag speelt natuurlijk in mijn hoofd: zou ik gewonnen hebben? Ik blijf er uiterst rustig en gelaten bij beseffend dat ik alles gegeven heb en het beste uit mezelf heb gehaald. Dan zal het zijn zoals het zal zijn. De vrijwilligers wensen mij onophoudelijk proficiat en ik krijg alvast de finisher medaille en de befaamde poncho in het oranje deze keer. Kou zal ik alvast niet leiden.
Uit de recovery bag grits ik het water, ik heb een enorme dorst. Op mijn voorhoofd wrijf ik het zout weg. Gelukkig kunnen we gebruik maken van een shortcut om onze Age Group World Championship (AGWC) medaille te ontvangen. Dat scheelt toch een mijl wandelen. Tijdens het wandelen komt er een gelukzalig gevoel over me heen. Ik besef dat ik een uitzonderlijke prestatie heb geleverd. Het aantrekken van een trui gaat moeizaam. Ik snak vooral naar een bed en douche. In de metro vliegen de congratulations opnieuw talrijk mijn richting uit, voor alle lopers trouwens. Eindelijk kom ik op mijn kamer, eerst maar eens de schoenen uittrekken. En dan de vele berichtjes lezen. Ik scroll direct naar de chat met mijn broer. Daar staat de uitslag, opluchting als ik zie … terug wereldkampioen. Al het werk is niet voor niks geweest. Even een telefoontje met Dennis Laerte, de coach die ook in het succes deelt natuurlijk. Je kan geen kampioen worden zonder dat er vele mensen je helpen. Tweede is Pablo Alonso Villa (ESP) op 2 minuten, Blaine Penny (CAN) is derde op 3,5 minuten. Enrique Calvillo Trujillano (ESP) eindigt een beetje zuur vierde in het kampioenschap op 5 minuten. Mijn hotelgenoten Davy Mesotten (2u44m18s) en Werner Heselmans (3u04m22s) finishen kort nadien. Kim Geypen (2u47m04), clubgenote van DCLA legt beslag op zilver in de F40 categorie. Ze komt slechts 25 seconden te kort voor de titel. Joost Talloen had maagproblemen en finishte in 3u12m15.
Na een beetje rust is het tijd voor een hamburger met frietjes. Na al de carbs is het tijd om een beetje vet op te slaan. ’s Avonds volgt de medaille uitreiking in de Hammerstein ballroom, die toevallig net naast ons hotel ligt. We weten dat het zaak is om er op tijd te zijn om een tafeltje te bemachtigen. Als één van de eersten geraken we binnen en omdat we een van de weinigen reeds aanwezig zijn komen de hapjes massaal naar ons. Ik deel mijn blijdschap met Danny Coyle, COO van de marathon majors. Dan is het allereerst aan Kim om haar zilveren medaille op te halen. Spijtig genoeg ben ik daarna de enige die bij de M50 op het podium sta. Daardoor laat ik de pret echter niet bederven. Het is genieten nu, je wordt niet elk jaar wereldkampioen.
Daarna volgt nog een uitgebreide foto shoot met de Belgen. Wim De Maeyer wordt 14e in M45. Hoewel de receptie goed was, waren er deze keer geen elite lopers waardoor er toch een dimensie ontbrak. Na de Prosecco gingen we nog een zwaarder biertje drinken in een Belgisch cafe rond Times square om het te vieren. Het is mooi om terug wereldkampioen te zijn. In Mei verdedigen we de titel in Kaapstad… hopelijk sta ik met dezelfde conditie aan de start.





















































































































